Wnra: eerdere aanstellingen vallen onder ketenregeling

Aanstellingen van vóór de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) per 1 januari 2020 zullen onder de ketenregeling van het arbeidsrecht vallen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft een voorstel naar de Tweede Kamer gestuurd om verschillende wetten aan te passen in verband met de invoering van de Wnra.

Een van de voorgestelde wijzigingen betreft artikel 14 Wnra (overgangsrecht). Voorgesteld wordt om één of meer aanstellingen die voorafgingen aan de aanstelling op grond van artikel 14, eerste lid, Wnra in elk geval mee te tellen bij:

  • de vaststelling van het recht op transitievergoeding en de hoogte daarvan in de zin van artikel 7:673 Burgerlijk Wetboek (BW);
  • de toepassing van de ketenregeling in de zin van artikel 7:668a BW;
  • de berekening van de termijn van opzegging in de zin van 7:672 BW;
  • de toepassing van de regeling van de proeftijd in artikel 7:652 BW.

Lees ook het advies Op weg naar één arbeidsrecht voor de gehele onderwijssector.

Aanstelling > arbeidsovereenkomst

Door de Wnra wijzigt de eenzijdige aanstelling van het personeel in het openbaar onderwijs in een arbeidsovereenkomst. Hierdoor zal het personeel in het openbaar onderwijs net zoals het personeel in het bijzonder onderwijs werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Ketenregeling Wwz in werking per 1 juli 2016

De ketenregeling uit de Wet werk en zekerheid (Wwz) is pas in werking getreden op 1 juli 2016. Dat hebben twee gerechtshoven in hoger beroep bepaald, meldt de PO-Raad.

Bij de inwerkingtreding van de Wwz in 2015 maakten de sociale partners gebruik van het overgangsrecht op de ketenregeling tot 1 juli 2016. Er werd op basis van adviezen van juristen en ministeries van uitgegaan dat het overgangsrecht tot die datum gold.

Dat betekende dat oude cao-bepalingen over tijdelijke arbeidsovereenkomsten van kracht bleven, waardoor elkaar opeenvolgende tijdelijke dienstverbanden nog niet automatisch overgingen in een vast dienstverband.

Overgangsrecht ketenregeling staat vast

Er werd echter door diverse partijen aan getwijfeld of dit juridisch klopte. Dit resulteerde in een aantal rechtszaken. Kantonrechters deden wisselende uitspraken, maar in hoger beroep werd duidelijk dat de redenering van de sociale partners juist was.

‘Nu beide gerechtshoven (…) een eenduidige uitspraak (…) hebben gedaan, lijkt de geldigheid van het overgangsrecht ketenregeling in het primair onderwijs vast te staan’, zo meldt de PO-Raad.

Lees meer…