Hoe zit het met de ketenregeling?

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB krijgen veel vragen over de ketenregeling. Hieronder staat een toelichting op die regeling in relatie tot wetswijzigingen die binnenkort ingaan en de huidige onderwijs-cao’s. 

Op 1 januari 2020 zal de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) in werking treden. Dit betekent dat vanaf die datum het reguliere arbeidsrecht van toepassing is op het personeel in het openbaar onderwijs. Tevens zal per 1 januari 2020 de Wet Arbeidsmarkt in Balans (Wab) inwerking treden.

Een van de wijzingen uit de Wab is de ketenregeling. Het is vanaf 1 januari 2020 mogelijk om 3 tijdelijke contracten in 3 jaar tijd aan te bieden. Hiervan kan echter bij cao worden afgeweken. In de huidige CAO VO wijkt de huidige ketenregeling voor het bijzonder onderwijs af van de ketenregeling uit de Wab.

In een eerder gepubliceerde bericht leest u welke gevolgen dit heeft voor het bijzonder voortgezet onderwijs. Daarin wordt ook toegelicht welke reguliere ketenregeling van kracht wordt in het openbaar voortgezet onderwijs en in het primair onderwijs.

Bijzonder voortgezet onderwijs

In de huidige CAO VO staat in artikel 9.a.2. lid 5 dat er maximaal 3 tijdelijke contracten aangeboden kunnen worden in een periode van 24 maanden. Daarbij is geen rekening gehouden met de invoering van de Wab. Als er voor de inwerkingtreding van de Wab geen nieuwe CAO VO is, blijven volgens de VO-Raad na 1 januari 2020 de regels uit de huidige cao van toepassing. Dan blijft het mogelijk om maximaal 3 tijdelijke contracten aan te bieden in een periode van 24 maanden.

Openbaar voortgezet onderwijs

In de huidige CAO VO is niet expliciet bepaald dat voor werknemers in het openbaar onderwijs vanaf 1 januari 2020 dezelfde arbeidsvoorwaarden en cao-bepalingen gelden als voor werknemers in het bijzonder onderwijs. Dit betekent dat de cao-bepalingen voor het bijzonder onderwijs niet automatisch van toepassing zijn op mensen die in het openbaar onderwijs werken.

De huidige ketenregeling die voor het openbaar onderwijs geldt, bepaalt dat het mogelijk is om een onbeperkt aantal contracten in 3 jaar tijd aan te bieden. Dat is in strijd met het nieuwe artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek (BW). Daarin staat dat het mogelijk is om 3 tijdelijke contracten aan te bieden in een periode van 3 jaar.

De ketenregeling uit de Wab gaat in dit geval voor op de ketenregeling uit de cao. Dit betekent dat het vanaf 1 januari 2020 mogelijk is om 3 tijdelijke contracten aan te bieden in een periode van 3 jaar.

Primair onderwijs

In de CAO PO is in artikel 1.7 lid 2 expliciet bepaald dat voor werknemers in het openbaar onderwijs vanaf 1 januari 2020 dezelfde arbeidsvoorwaarden en cao-bepalingen gelden als voor werknemers in het bijzonder onderwijs.

In artikel 3.1. lid 7 van de CAO PO staat dat zodra de wettelijke termijn, zoals vastgelegd in artikel 7:668a BW, wijzigt van 24 maanden in 36 maanden, de termijn van 36 maanden zal gelden. Als er voor 1 januari 2020 geen nieuwe CAO PO wordt afgesloten met daarin een afwijkende ketenbepaling, zal voor zowel het openbaar als bijzonder onderwijs de verruimde ketenregeling van toepassing zijn. Dat betekent dat er 3 tijdelijke contracten in een periode van 36 maanden kunnen worden aangeboden.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Wnra: eerdere aanstellingen vallen onder ketenregeling

Aanstellingen van vóór de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) per 1 januari 2020 zullen onder de ketenregeling van het arbeidsrecht vallen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft een voorstel naar de Tweede Kamer gestuurd om verschillende wetten aan te passen in verband met de invoering van de Wnra.

Een van de voorgestelde wijzigingen betreft artikel 14 Wnra (overgangsrecht). Voorgesteld wordt om één of meer aanstellingen die voorafgingen aan de aanstelling op grond van artikel 14, eerste lid, Wnra in elk geval mee te tellen bij:

  • de vaststelling van het recht op transitievergoeding en de hoogte daarvan in de zin van artikel 7:673 Burgerlijk Wetboek (BW);
  • de toepassing van de ketenregeling in de zin van artikel 7:668a BW;
  • de berekening van de termijn van opzegging in de zin van 7:672 BW;
  • de toepassing van de regeling van de proeftijd in artikel 7:652 BW.

Lees ook het advies Op weg naar één arbeidsrecht voor de gehele onderwijssector.

Aanstelling > arbeidsovereenkomst

Door de Wnra wijzigt de eenzijdige aanstelling van het personeel in het openbaar onderwijs in een arbeidsovereenkomst. Hierdoor zal het personeel in het openbaar onderwijs net zoals het personeel in het bijzonder onderwijs werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Ketenregeling Wwz in werking per 1 juli 2016

De ketenregeling uit de Wet werk en zekerheid (Wwz) is pas in werking getreden op 1 juli 2016. Dat hebben twee gerechtshoven in hoger beroep bepaald, meldt de PO-Raad.

Bij de inwerkingtreding van de Wwz in 2015 maakten de sociale partners gebruik van het overgangsrecht op de ketenregeling tot 1 juli 2016. Er werd op basis van adviezen van juristen en ministeries van uitgegaan dat het overgangsrecht tot die datum gold.

Dat betekende dat oude cao-bepalingen over tijdelijke arbeidsovereenkomsten van kracht bleven, waardoor elkaar opeenvolgende tijdelijke dienstverbanden nog niet automatisch overgingen in een vast dienstverband.

Overgangsrecht ketenregeling staat vast

Er werd echter door diverse partijen aan getwijfeld of dit juridisch klopte. Dit resulteerde in een aantal rechtszaken. Kantonrechters deden wisselende uitspraken, maar in hoger beroep werd duidelijk dat de redenering van de sociale partners juist was.

‘Nu beide gerechtshoven (…) een eenduidige uitspraak (…) hebben gedaan, lijkt de geldigheid van het overgangsrecht ketenregeling in het primair onderwijs vast te staan’, zo meldt de PO-Raad.

Lees meer…