Kinderen en ouders zouden meer moeten bewegen

Bijna de helft van de kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar en ruim de helft van de ouders beweegt te weinig, blijkt uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2017 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). 

Uit de monitor blijkt dat 45 procent van de 4- tot 12-jarige kinderen in 2017 niet aan de Beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad voldeed. Volgens die richtlijnen moeten kinderen zich in deze leeftijd elke dag minimaal 1 uur ten minste matig inspannen, bijvoorbeeld door te fietsen, wandelen of zwemmen.

Ook moeten ze volgens de richtlijn minimaal drie keer per week spier- en botversterkende activiteiten verrichten, zoals springen, dansen en krachttraining. Dat doen nagenoeg alle kinderen wel, zo blijkt uit de monitor.

Ouders bewegen minder

Ouders doen het minder goed dan hun kinderen. Van de volwassenen met minstens één kind in de leeftijd van 4 tot 12 jaar voldeed in 2017 ruim de helft (53 procent) niet aan de Beweegrichtlijnen die zijn opgesteld voor volwassenen.

Personen vanaf 18 jaar moeten volgens deze richtlijnen minstens 150 minuten (2,5 uur) per week, verspreid over diverse dagen, matig intensieve inspanningen en minstens twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten verrichten.

Lees meer…

Meer aandacht voor kinderen van ouders met problemen

Kinderen en jongeren die opgroeien met een ouder die problemen heeft, moeten sneller hulp kunnen krijgen, vindt de Kinderombudsman.

Bijna een kwart van de kinderen en jongeren in Nederland heeft een ouder met een psychische of lichamelijke ziekte, verslaving of beperking. ‘Deze kinderen hebben op jonge leeftijd al met volwassen zorgen te maken’, zegt kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer.

Zij wil dat er meer aandacht komt voor deze kinderen en jongeren: ‘De hulp en zorg is nu vaak alleen gericht op de vader of moeder met problemen. Hun kinderen zijn te lang over het hoofd gezien. Het is de hoogste tijd dat zij de aandacht en zorg krijgen die zij verdienen.’

Lees meer…

Minder leerlingen hebben ernstig overgewicht

Het percentage kinderen en jongeren met (ernstig) overgewicht neemt sinds 2014 af. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Als wordt gekeken naar de leeftijdscategorie 4 tot 20 jaar, dan valt op dat het aandeel veel te zware kinderen/jongeren tot 2014 toenam, maar niet heel sterk. In 1981 was 2,1 procent veel te zwaar, in 2014 was dat 3,3 procent. Na 2014 daalt het aandeel kinderen met ernstig overgewicht. In 2016 was het afgenomen tot 2,7 procent.

Meisjes dikker dan jongens

In 2016 waren er meer meisjes veel te dik dan jongens. Bij de meisjes lag het percentage op 3,0, terwijl het bij de jongens 2,5 procent was.

Veel volwassenen met overgewicht

In de categorie 20 jaar of ouder nam het percentage mensen met ernstig overgewicht veel sterker toe, ook na 2014 toen er bij de kinderen/jongeren dus een kentering optrad. In 1981 was 5,3 procent van de volwassenen veel te dik, in 2016 was dat 14,5 procent.

 

 

Hebben Groningse kinderen last van aardbevingen?

De Kinderombudsman begint een onderzoek naar de negatieve gevolgen voor kinderen van de aardbevingen in de provincie Groningen.

De Kinderombudsman gaat onderzoeken welke problemen kinderen ervaren, wat er moet gebeuren en welke organisaties een rol kunnen spelen in het oplossen van deze problemen.

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer: ‘In de discussie over gaswinning en aardbevingen in Groningen is er maar weinig aandacht geweest voor kinderen. Ik wil daar verandering in brengen.’

Er wonen ongeveer 30.000 kinderen en jongeren in het zogenoemde aardbevingsgebied. De Veiligheidsregio Groningen heeft voor scholen in het gebied een lesprogramma over aardbevingen gemaakt.

Lees meer…

In februari 2015 heeft VOS/ABB een artikel gepubliceerd over de manier waarop openbare basisschool Prinses Beatrix in Loppersum omgaat met de aardbevingen in het gebied. U kunt het artikel downloaden:

Wat moet je doen bij een aardbeving?

 

 

Stop met uitsluiten van leerlingen

De ChristenUnie wil af van het openbaar onderwijs, maar de argumenten die fractievoorzitter Gert-Jan Segers daarvoor gebruikt slaan nergens op. Wat we moeten afschaffen, is de grondwettelijke mogelijkheid die het bijzonder onderwijs nog steeds heeft om leerlingen uit te sluiten.

Segers was er afgelopen zaterdag in het politieke programma Kamerbreed op Radio 1 duidelijk over: weg met het openbaar onderwijs! Logisch, want de ChristenUnie is voor christelijk onderwijs. Maar dan moet hij wel met goede argumenten komen.

Laten we beginnen met zijn onjuiste veronderstelling dat openbaar onderwijs staatsonderwijs is. De openbare scholen vallen net als de bijzondere (waaronder christelijke) scholen bijna allemaal onder zelfstandige stichtingen. Er zijn nog maar een paar gemeenten die het openbaar onderwijs onder hun hoede hebben, maar de invloed van de overheid is tegenwoordig echt minimaal. Segers heeft kennelijk een belangrijke ontwikkeling gemist.

Zeggenschap ouders

Het idee van Segers dat bijzondere scholen van de ouders zijn, zoals hij in Kamerbreed zei, klopt ook al niet. Ja, een eeuw geleden werden scholen door of de overheid of ouders opgericht. Die tijd is allang voorbij.

In een deel van de bijzondere schoolbesturen zitten weliswaar ouders, maar meestal zijn het professionele bestuurders, net zoals in het openbaar onderwijs. Het openbaar en bijzonder onderwijs kennen ook allebei raden van toezicht. Ouders, personeel en leerlingen hebben weliswaar via de medezeggenschap invloed op de samenstelling van deze raden, maar dit betekent niet dat ze zeggenschap over de school hebben.

Het argument van Segers dat ouders in het bijzonder onderwijs meer keuzes kunnen maken, bijvoorbeeld voor dalton- of montessori-onderwijs, klopt evenmin. Er zijn natuurlijk net zo goed openbare dalton- en montessorischolen.

Van en voor iedereen

Je kunt je wel afvragen wat nog de verschillen zijn tussen bijzonder en openbaar onderwijs en hoe dit ouders, leerlingen en ook personeelsleden raakt. Het verschil zit dus niet in het belang dat scholen hechten aan het goed luisteren naar ouders. Het zit hem wel in de speciale rechten die artikel 23 van de Grondwet aan het bijzonder onderwijs geeft.

Zo mogen christelijke en andere bijzondere scholen leerlingen uitsluiten als die de (religieuze) identiteit van de school niet onderschrijven. Datzelfde grondwetsartikel zegt dat bijzondere scholen om die reden personeelsleden mogen weigeren. Gelukkig maakt tegenwoordig nog maar een klein deel van de bijzondere scholen gebruik van deze wettelijke mogelijkheid, maar het openbaar onderwijs staat als enige pal voor algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid en weigert dus niemand. Met andere woorden: openbare scholen zijn van en voor iedereen.

Als we iets moeten afschaffen, is dat niet het openbaar onderwijs, maar de grondwettelijke mogelijkheid van uitsluiting. Als we het met elkaar eens zijn dat we onze kinderen op onze scholen goed willen voorbereiden op onze diverse maatschappij – waarin iedereen van alle nationaliteiten, geloven, zienswijzen en seksuele geaardheden met elkaar samenleeft – dan moeten we ervoor zorgen dat we loskomen van de hokjesgeest die zo kenmerkend was voor de verzuiling.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Bert-Jan Kollmer, bestuurder Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs en de regio

Lambèrt van Genugten, bestuursvoorzitter Jan van Brabant College Helmond

Krimp in periferie zet door, groei in steden

Scholen de regio’s waar al sprake is van demografische krimp, moeten de komende decennia rekening blijven houden met een afname van het aantal leerlingen. Het aantal kinderen in steden blijft op peil of zal zelfs groeien. 

Vooral in de vier grote steden zal de bevolking in de komende decennia naar verwachting sterk blijven groeien, maar ook voor de meeste middelgrote gemeenten wordt een stijging van het inwonertal voorzien.

Krimp buiten Randstad

Met name perifeer gelegen gemeenten buiten de Randstad zullen verder krimpen. De vergrijzing zal daar verder toenemen en jongeren zullen naar de steden trekken. De meesten van hen zullen daar blijven als ze kinderen krijgen, zo blijkt uit de Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2016 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Lees meer…

Meer kinderen in gezinnen met bijstand

In 2015 woonden er in Nederland meer kinderen in gezinnen met een bijstandsuitkering dan een jaar eerder: 226.000 tegen 223.000. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het aantal bijstandsgezinnen met één of meer kinderen is ongeveer gelijk gebleven. Dit betekent volgens het CBS dat gezinnen met bijstand kinderrijker zijn geworden. Deze ontwikkeling is vooral toe te schrijven aan de toename van het aantal kinderen van Syrische of een andere niet-westerse herkomst.

Veel gezinnen met bijstand wonen in de stad

De gemeenten Rotterdam, Heerlen, Amsterdam, Groningen en Den Haag hadden eind 2015 de hoogste percentages kinderen in een bijstandsgezin binnen hun grenzen. Zo leefde 18 procent van alle kinderen in Rotterdam in een bijstandsgezin.

Lees meer…

Randstad telt meeste kinderen

De trek van jongeren naar het westen van het land draagt ertoe bij dat in veel grensregio’s het aantal geboorten sinds 1995 met meer dan 20 procent is afgenomen, terwijl het in grote delen van de Randstad is toegenomen. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In de afgelopen 20 jaar zijn steeds meer 18- tot 25-jarigen vanuit perifeer gelegen regio’s naar de Randstad of naar steden daarbuiten verhuisd om er te gaan studeren of werken. Hierdoor neemt het percentage jongvolwassenen in de regio’s af. Daarnaast blijven steeds meer dertigers in de Randstad wonen, meldt het CBS.

Veel baby’s in Randstad

Dit leidt ertoe dat In 2015 in verhouding tot het aantal inwoners de meeste baby’s werden geboren in Groot-Amsterdam, de agglomeratie Den Haag en Flevoland: bijna 12 per duizend inwoners. In Zuid-Limburg, Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Drenthe, Zuidoost-Drenthe en Delfzijl en omgeving daarentegen werden weinig baby’s geboren.

Deze ontwikkeling brengt uiteraard regionale verschillen met zich mee voor het onderwijs. In de regio’s met relatief veel geboorten kunnen scholen rekenen op veel leerlingen, terwijl in regio’s waar weinig kinderen werden geboren het aantal leerlingen laag zal zijn.

Lees meer…

Roken steeds minder in trek onder jonge leerlingen

Roken is iets wat kinderen onder de 16 jaar nauwelijks nog doen. Ruim 1 procent van hen rookt, terwijl dat eind jaren 90 nog ruim 10 procent was. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Trimbos Instituut.

In de leeftijdscategorie 16 tot 20 jaar rookt bijna een kwart. Het percentage rokers is het hoogst onder twintigers. Driekwart van alle rokers rookt dagelijks en 15 procent rookt 20 sigaretten per dag of meer.

Roken populair in minder rijke landen

In Europa behoort Nederland samen met Scandinavische landen en Luxemburg tot de landen waar in de periode 2002-2012 het aandeel rokers het sterkst afnam. De landen waar het meest wordt gerookt in Europa zijn Griekenland, Kroatië en Montenegro.

Lees meer…

‘Thuisonderwijs in principe schadelijk voor kind’

Thuisonderwijs is in principe schadelijk voor de ontwikkeling en het welzijn van het kind. Dat stelt Marieke Hopman, auteur van het rapport (W)elk kind heeft recht op onderwijs? van Defence for Children.

In dat rapport ligt de focus op de ruim 15.000 kinderen in Nederland die niet naar regulier of speciaal onderwijs gaan. Er is onder andere gekeken naar kinderen die thuisonderwijs krijgen.

Thuisonderwijs belemmert sociale ontwikkeling

Hopman merkt op dat uit vrijwel alle gesprekken die zij met deze kinderen heeft gevoerd, blijkt ‘dat het ontwikkelen van sociale vaardigheden, met name in relatie tot leeftijdsgenoten, ontzettend belangrijk is’.

Ze schrijft in het rapport dat voor kinderen het sociale aspect van onderwijs het allerbelangrijkst is. ‘Dit aspect is tegelijkertijd het meest onderbelicht in het Nederlandse onderwijs, en dit ontbreekt volledig in het onderwijs voor kinderen die niet naar school gaan’, aldus Hopman.

Lees meer…

Kinderrechten moeten leidend zijn in asielprocedure

Een Kamermeerderheid staat achter het plan om in asielprocedures de kinderrechten voorop stellen. Het idee is om in de Vreemdelingenwet een artikel uit het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties op te nemen. 

Het initiatief volgt op schrijnende kwesties rond asielzoekerskinderen die hier op school zitten en helemaal geworteld zijn in Nederland, maar na een langslepende asielprocedure alsnog te horen krijgen dat zij met hun ouders het land uit moeten.

In een deel van de gevallen gaat het om kinderen die in Nederland geboren zijn en nog nooit in het land van herkomst van hun ouders zijn geweest.

Met de steun van SP, D66, ChristenUnie, Partij voor de Dieren en de Groep Kuzu/Öztürk is er een meerderheid voor het plan van PvdA en GroenLinks. VVD en CDA zijn tegen.

Minder heitjes voor karweitjes

Kinderen doen minder klusjes om wat geld bij te verdienen dan vijf jaar geleden. Dat blijkt uit onderzoek dat Wijzer in geldzaken heeft uitgevoerd in het kader van de Week van het geld.

Het aantal kinderen dat iets extra’s verdient met klusjes is gedaald van 61 procent in 2011 naar 49 procent nu. Kinderen van ouders met een hoger inkomen doen relatief weinig betaalde klusjes. Daarnaast voeren kinderen in weinig of niet-stedelijke gebieden vaker klusjes uit in ruil voor geld dan kinderen in de stad.

De Week van het geld van 14 tot en met 18 maart is maandag officieel geopend door koningin Máxima. Zij gaf het startsein op de rooms-katholieke basisschool De Twaalfruiter in Vleuten.

Lees meer en bekijk dit filmpje:

Jonge kinderen zien Zwarte Piet vooral als clown

Jonge kinderen associëren Zwarte Pieten meer met clowns dan met zwarte mensen. Het beeld dat ze van Zwarte Piet hebben is doorgaans positief. Dat blijkt uit onderzoek van Judi Mesman, hoogleraar Diversiteit in opvoeding en ontwikkeling aan de Universiteit van Leiden.

Haar onderzoek is gebaseerd op een steekproef die bestond uit 201 kinderen van 5 tot en met 7 jaar. Zij kregen vragen over welke kenmerken bij Zwarte Piet horen. Ook moesten ze kaartjes categoriseren met Zwarte Piet, een zwarte persoon, een clown en een witte persoon.

Van de kinderen deelde 11 procent Zwarte Piet in bij de categorie zwarte persoon en de clown bij de witte persoon. Oudere kinderen legden vaker een verband met huidskleur. Van de 5-jarigen deed 3 procent dat, van de 6-jarigen 11 procent en van de 7-jarigen 20 procent.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de ondervraagde kinderen doorgaans een heel positief beeld van Zwarte Piet hebben.

Lees meer…

Nederland ontgroent: aantal kinderen fors gedaald

Het aantal kinderen tot 12 jaar is de laatste tien jaar gedaald van bijna 2,4 miljoen tot iets meer dan 2,2 miljoen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Van de Nederlandse bevolking is 13 procent jonger dan 12 jaar. Er zijn echter grote regionale verschillen. Urk heeft het grootste aandeel kinderen: bijna een kwart van de inwoners van deze gemeente is jonger dan 12 jaar. Renswoude, Staphorst en Lansingerland volgen met 18 procent.

De top 10 van gemeenten met de minste kinderen wordt gedomineerd door Limburgse gemeenten: Vaals, Maastricht, Gulpen-Wittem, Valkenburg aan de Geul, Maasgouw en Beek. Hier is slechts 8 tot 10 procent van de inwoners jonger dan 12 jaar.

Tablet bij kinderen in opmars, maar tv nog op nummer 1

Voor kinderen is de televisie nog steeds het meest gebruikte medium, maar de tablet wordt steeds populairder. Dat blijkt uit het onderzoek Iene Miene Media 2015, dat is uitgevoerd in opdracht van Mediawijzer.net en het Nederlands Jeugdinstituut.

Kinderen zitten per dag gemiddeld 50 minuten voor de televisie. Met gemiddeld 30 minuten per dag staat de tablet nu op de gedeelde tweede plaats met (voorlees)boekjes. Computeren op een vaste computer of laptop neemt tussen de 18 en bijna 30 minuten in, afhankelijk van de leeftijd van het kind. De spelcomputer gebruiken kinderen wat korter, hooguit 20 minuten per dag. Aan de smartphone of gewone mobiel en de e-reader besteden kinderen per dag de minste tijd: ongeveer 10 minuten.

Opmerkelijk is dat er tegenwoordig kinderen zijn die al op 2-jarige leeftijd in contact komen met de smartphone, maar er zijn ook kinderen die ‘pas’ op hun zevende levensjaar kennismaken met een gewone mobiele telefoon of smartphone.

J/M Ouders bestempelt Nederlandse leerlingen als lui

Nederlandse kinderen zijn lui. Dat stelt redacteur Anne Elzinga van J/M Ouders. Zij baseert zich op de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat de motivatie van Nederlandse leerlingen beter kan.

Elzinga schrijft dat de cijfers er niet om liegen: ‘In een op de vijf lessen op de middelbare school en in een op de tien lessen op de basisschool is een groot deel van de leerlingen met heel andere dingen bezig dan met de lesstof. Zeker in vergelijking met leeftijdsgenoten in andere landen valt op hoe weinig gemotiveerd Nederlandse leerlingen zijn.’

De redacteur van J/M gaat in op mogelijke oorzaken: Nederlandse ouders pamperen hun kinderen te veel, er is in Nederland een gebrek aan ontzag voor autoriteit, discipline, doorzettingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel en het onderwijs zou niet in orde zijn. Als kinderen alleen voor een cijfer hun best doen, ‘daalt de motivatie tot een nulpunt’, schrijft Elzinga.

In hoeverre overwaarderen ouders hun kind?

De Parental Overvaluation Scale (POS) is een geschikt in instrument om overwaardering van kinderen door hun ouders te meten. Dat schrijven Utrechtse onderzoekers in een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Personality and Social Psychology.

De POS bestaat uit zeven stellingen, zoals ‘Mijn kind is specialer dan andere kinderen’ en ‘Mijn kind is een geweldig voorbeeld voor andere kinderen’. Vooral narcistische ouders scoren hoog op deze stellingen. Hoofdonderzoeker Eddie Brummelman veronderstelt dat narcistische ouders zichzelf indirect op een voetstuk plaatsen door hun kinderen te overwaarderen.

Ouders die hun kind overwaarderen, overschatten het IQ van hun kind en claimen dat hun kind kennis heeft van onderwerpen waar het onmogelijk kennis over kan hebben. De onderzoekers vroegen ouders bijvoorbeeld of hun kind bekend is met niet-bestaande locaties en historische gebeurtenissen, zoals de Groene Zee en de bestorming van Australië.

‘Te lang voor beeldscherm maakt kind dik en ongelukkig’

Kinderen en jongeren staren te veel naar het beeldscherm van tv, computer of tablet. Artsen waarschuwen in het tijdschrift Medisch Contact voor de gezondheidsrisico’s van overmatig beeldschermgebruik. Kinderen kunnen er dik en ongelukkig van worden. Na maximaal twee uur moet het beeldscherm uit.

In Medisch Contact van 1 augustus 2013 waarschuwden orthopeden al voor de zogenoemde gameboy-rug. Er zijn echter meer risico’s voor de gezondheid van langdurig beeldschermgebruik, waarschuwen kinderarts Noor Landsmeer, kinderneuroloog Sigrid Pillen en onderzoekers in het jongste nummer van Medisch Contact.

Een van de gevaren van overmatig beeldschermgebruik zou zijn dat kinderen slechter slapen. Vooral kinderen in de puberteit missen uren slaap, doordat ze ook in bed nog bezig zijn met Twitter of Facebook. ‘De gevolgen van het slaapgebrek zijn niet te onderschatten en vinden plaats op diverse terreinen van functioneren, zoals verminderde schoolprestaties, overgewicht, stemmingsstoornissen en meer risicovol gedrag’, stellen de artsen.

Jongeren met meer dan twee uur internetgebruik per dag hebben vaker last van depressie en angst en presteren minder goed op school dan kinderen die minder internetten. Bovendien signaleren de artsen dat kinderen en jongeren door het toegenomen mediagebruik te veel stil zitten en daardoor dik kunnen worden.

Het advies dat in Medisch Contact wordt gegeven is dat de totale beeldschermtijd buiten schooltijd minder dan twee uur per dag moet zijn. Het helpt om van de slaapkamer een beeldschermvrije zone te maken. De artsen adviseren ook om een uur voor bedtijd beeldschermen op zwart te zetten.

Lees meer…

Vaak psychische problemen bij delinquente kinderen

Veel kinderen die voor hun twaalfde met de politie te maken krijgen, hebben psychische problemen. Dat concludeert gezondheidswetenschapper Charlotte Geluk. Zij is onlangs is gepromoveerd aan het VU medisch centrum (VUmc) in Amsterdam.

Bij een deel van deze 12-minners is vooral sprake van gedragsproblemen en impulsief gedrag. Andere onderzochte kinderen zijn agressief en impulsief, zijn somber, hebben problemen in de sociale omgang. Ook thuis zijn er vaak problemen. Deze kinderen zijn vaak slachtoffer van geweld en pesten.

Het politiecontact biedt volgens Geluk een kans om problemen tijdig te herkennen en te behandelen. Daarvoor is goede signalering en diagnostiek nodig om passende hulp te bieden en om onnodig problematiseren te voorkomen.

Lees meer…

Onderzoek naar invloed van mobieltjes op kinderhersenen

Britse wetenschappers beginnen een groot onderzoek naar de invloed van straling van mobiele telefoons en andere draadloze apparatuur op hersenen van kinderen. Dat meldt de Britse omroep BBC.

Het onderzoek, dat door de Britse overheid en het bedrijfsleven wordt gefinancierd, richt zich op 2500 kinderen van 11 tot 12 jaar. Het begint in september.

Er wordt gekeken of straling van mobieltjes en andere draadloze apparaten invloed heeft op het denkvermogen en het geheugen van kinderen. In 2017 wordt het onderzoek herhaald. Er werken 160 scholen uit Londen en omgeving aan mee.

Onderzoeken naar de invloed van straling concentreerden zich tot nu toe op het verband met hersenkanker. Daar zijn nooit harde bewijzen voor gevonden.

Desondanks geldt vanwege de straling het advies om voorzichtig te zijn met mobiele telefoons en andere draadloze apparatuur.

Lees meer…

App voor kinderen om te oefenen in het verkeer

Steeds meer basisschoolleerlingen zakken voor het Praktisch Verkeerexamen van Veilig Verkeer Nederland (VVN). In 2007 zakte 1,5 procent, vorig jaar was dat 4 procent. De oorzaak is dat kinderen te weinig in het verkeer oefenen. Daarom heeft VVN een speciale app voor smartphones en tablets ontwikkeld.

Directeur Linda van der Eijck van VVN: ‘Het teruglopende aantal geslaagden is een zorgwekkende ontwikkeling. Kinderen krijgen te weinig gelegenheid om te oefenen, terwijl dit juist dé manier is om het aantal verkeersslachtoffers terug te dringen. Als zij te weinig oefenen weten ze niet hoe ze veilig met het verkeer kunnen omgaan. Verkeer leer je door te doen! Met onze nieuwe app is oefenen voor het VVN Praktisch Verkeersexamen een stuk aantrekkelijker en faciliteren we een dialoog tussen ouder en kind.’

Bij het oefenen ziet VVN een bijzondere rol voor de ouders. Het doel is dat zij de straat op gaan met hun kinderen. Hoe meer de kinderen aan het verkeer deelnemen, hoe meer ervaring en inzicht zij opdoen. Een kind van elf jaar oud kijkt met heel andere ogen naar de weg dan een ouder. De app geeft daarom verschillende tips voor de ouders waarop ze moeten letten tijdens het oefenen.

Het is voor basisschoolleerlingen van groot belang om zelf te kunnen deelnemen aan het verkeer, omdat ze na groep 8 zelfstandig naar het voortgezet onderwijs gaan.

De app is gratis te downloaden via vvn.nl/vvn-verkeersexamen en via de appstores van Apple (iOs/iPad/iPhone/iPod) en Google (Android).

Voor steeds meer ouders is schoolreis te duur

Het aantal aanvragen voor hulp aan kinderen die in Nederland opgroeien in armoede is het afgelopen jaar fors toegenomen. Het gaat onder meer om het betalen van een schoolreisje.

De Volkskrant maakte een rondgang bij organisaties die hulp bieden aan gezinnen met weinig geld. Het blijkt dat er gemiddeld in elke klas twee kinderen zitten uit een gezin dat van een minimuminkomen moet rondkomen. De Stichting Leergeld is een van de particuliere organisaties die met giften en sponsorgelden de kosten van activiteiten of middelen voor schoolgaande kinderen in armoede financieren.

Het aantal aanvragen bij deze stichting neemt sterk toe. De afdeling in Amersfoort kreeg er vorig jaar 870, terwijl het er in 2012 nog 399 waren. De toename heeft te maken met de groei van het aantal ‘nieuwe armen’, zoals mensen die door de economische crisis hun baan hebben verloren en zzp’ers met weinig betaalde opdrachten.

Arme gezinnen worden bovendien geconfronteerd met stijgende kosten, zegt directeur Gaby van den Biggelaar van de Stichting Leergeld. ‘Ouderbijdragen en contributies gaan omhoog. Het onderwijs gaat ervan uit dat alle ouders van leerlingen zich een laptop of iPad kunnen veroorloven.’

Van den Biggelaar wijst ook op de trend dat schoolreisjes naar steeds verder gelegen oorden gaan en daardoor duurder worden. Magazine School! heeft daar onlangs aandacht aan besteed met het artikel Mag het een onsje minder zijn?.

Bange ouders brengen en halen kind met de auto

Bijna één op de drie basisschoolkinderen wordt met de auto naar school gebracht, terwijl bijna alle leerlingen op fietsafstand van hun school wonen. Dat meldt het Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV).

Het KpVV heeft becijferd dat 89,7 procent van de basisschoolleerlingen op loopafstand (1 km) en 97 procent op fietsafstand (2 km) van de school woont. Toch komt maar tweederde te voet of per fiets. Slechts 17 procent van de basisschoolkinderen gaat zelfstandig naar school.

Volgens het KpVV brengen veel ouders hun kinderen met de auto naar school, omdat ze het verkeer te onveilig vinden. Als kinderen met de auto worden gebracht en opgehaald, doen zij te weinig ervaring op om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. Dit kan vooral na de basisschool tot problemen leiden, omdat veel kinderen dan alsnog met de fiets naar school moeten.

Het KpVV meldt dat kinderen over het algemeen een veel realistischere kijk op de weg van huis naar school hebben dan hun ouders. De visie van de ouders zou zich vaak beperken tot de parkeersituatie bij de school.