Cao-partners kozen voor verschil in salarisverhoging

Het maken van cao-afspraken is een zaak van de sociale partners, zonder dat de overheid daarbij betrokken is. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen over het feit dat onderwijsondersteunend personeel in het primair onderwijs minder salarisverhoging krijgt dan leraren.

PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul wilde van de minister weten hoe hij aankijkt tegen het feit dat leerkrachten in het basisonderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruitgaan en een bonus krijgen van bijna een half maandsalaris, terwijl onderwijsondersteunend personeel er maar 2,5 procent bij krijgt.

In zijn reactie benadrukt de minister op dat niet de overheid, maar de sociale partners, in casu de PO-Raad en de vakbonden, verantwoordelijk zijn voor de afspraken in de nieuwe CAO PO. Ook merkt hij in dit kader op, dat de vakbonden niet alleen de belangen van leraren, maar ook die van andere personeelsleden, zoals conciërges en klassenassistenten, vertegenwoordigen.

Lees meer…

Scholen beslissen over inzet extra geld conciërges

Het is niet bekend hoeveel conciërges en onderwijsassistenten er zijn aangesteld met de 50 miljoen euro extra uit de bestuursakkoorden die daar in principe voor bestemd is. Dit komt doordat dit structurele bedrag is toegevoegd aan het lumpsumbudget. ‘Het schoolbestuur maakt zelf keuzes in de besteding van de extra middelen’, aldus staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen.

SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint stelde vragen aan Dekker naar aanleiding van een artikel in de Leeuwarder Courant over de 55-jarige Appie Nutterts. Deze man wil graag weer als conciërge aan de slag op openbare basisschool De Feart in het Friese dorp Jubbega. Hij wil dat doen als onbetaalde vrijwilliger, maar dat mag niet van uitkeringsinstantie UWV.

Een betaalde baan als conciërge zit er ook niet in, zo vertelt directeur Jouke Jansma van De Feart in de krant. ‘Het geld dat we hebben, steken we in het onderwijs. Wij zijn een achterstandsschool, wij houden de klassen zo klein mogelijk. Daardoor blijft er geen geld over voor ondersteunend personeel’, zo citeert de krant hem.

Aantal conciërges niet bekend

Staatssecretaris Dekker benadrukt in zijn antwoorden dat de scholen inderdaad zelf mogen bepalen waaraan zij het extra geld uit de bestuursakkoorden besteden. Die keuzevrijheid geldt dus ook voor de situatie in Jubbega.

Er zijn in de bestuursakkoorden ‘geen afspraken gemaakt over het aantal conciërges (en klassenassistenten) dat met deze 50 miljoen euro aangesteld kan worden’, aldus Dekker, die hier nogmaals aan toevoegt dat het bedrag is opgenomen in de lumpsum.

Geen afspraken over hoeveelheid extra ondersteuners

Er zijn met de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad geen afspraken gemaakt over de hoeveelheid conciërges en klassenassistenten die aangesteld kan worden met de 50 miljoen euro uit de bestuursakkoorden. Dat benadrukt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen van de SP.

De 50 miljoen euro is opgenomen in de lumpsumfinanciering van de schoolbesturen. ‘Daardoor is het niet mogelijk om aan te geven hoeveel conciërges en klassenassistenten met dit geld zijn aangesteld’, aldus de staatssecretaris.

Hij wijst in zijn antwoorden op een tabel waaruit blijkt dat het  aantal ondersteuners in 2015 groter is dan in 2014. Dat wijst er volgens Dekker op dat schoolbesturen ‘het geld deels voor dit doel hebben ingezet’.

De vragen waren afkomstig van SP-Kamerlid Tjitske Siderius.

Lees meer…

SP te vroeg met vragen over extra conciërges

Het is te vroeg om nu al te kunnen aangeven hoeveel conciërges en klassenassistenten er sinds 1 januari 2015 zijn aangesteld met de daartoe bestemde 50 miljoen euro uit het Begrotingsakkoord 2014. Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op vragen van de SP.

Kamerlid Tjitske Siderius wilde weten hoeveel conciërges en klassenasssistenten zijn aangesteld, maar daar kan Dekker dus nog geen antwoord op geven: ‘Deze aanvullende structurele middelen zijn eerst begin dit jaar beschikbaar gekomen voor de scholen. Het is dan ook niet de verwachting dat deze middelen al geheel of grotendeels per 1 januari 2015 door hen zijn ingezet.’

De staatssecretaris zegt dat hij de situatie goed in de gaten houdt. ‘Bij de inzet van de 50 miljoen euro voor conciërges en klassenassistenten zijn de afspraken die zijn gemaakt over meer tijd, geld en ruimte voor professionele ontwikkeling van leraren, over minder werkdruk en over het versterken van de werkgelegenheid relevant. De voortgang op de afgesproken doelen rapporteer ik regelmatig aan uw Kamer. Daarbij wordt bijgestuurd als de doelen niet worden gehaald.’

Herfstakkoord ingevuld: vele handen, licht werk!

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW lichten in de brief aan de Tweede Kamer toe waar het onderwijsgeld uit het Herfstakkoord heen gaat. Er komen meer klassenassistenten en conciërges om de hoge werkdruk van de leraren te verlagen.

In de brief staat dat er ‘met het oog op het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs’ vanaf 2015 een bedrag van 325 miljoen euro wordt toegevoegd aan de lumpsum van de onderwijsinstellingen. ‘Hiervan wordt 150 miljoen euro generiek toegevoegd aan de lumpsum van alle onderwijssectoren. Het resterende deel van in totaal 175 miljoen euro wordt toegevoegd aan de prestatiebox/kwaliteitsafspraken en wordt ingezet in het funderend en middelbaar beroepsonderwijs voor de doelen: meer en betere handen in de klas en het voorkomen van zittenblijven.’

Bussemaker en Dekker schrijven dat ze in de sectorakkoorden in het primair en voortgezet onderwijs nadere afspraken willen maken over het bereiken van deze doelen. ‘De instellingen zijn vervolgens zelf verantwoordelijk hoe zij deze middelen inzetten om de doelen te halen’, zo stellen de bewindslieden.

Meer handen
De hoge werkdruk die veel leraren in het primair en voortgezet onderwijs zeggen te ervaren, wordt verlaagd door het aantal klassenassistenten en conciërges uit te breiden. In de brief staat ook dat er een kwaliteitsslag wordt gemaakt door leraren te stimuleren een masterdiploma te halen, door hun innovatieve slagkracht te versterken en door hun vaardigheden op het gebied van ICT te vergroten. Verder moet de begeleiding van startende docenten worden verbeterd.

Een ander doel is om onderpresteren en zittenblijven zo veel mogelijk te voorkomen. ‘Er wordt ingezet op intensivering en verlenging van de onderwijstijd, door bijvoorbeeld het opzetten van zomerscholen en schakelklassen. Deze instrumenten helpen leerlingen hun capaciteiten maximaal te benutten en zorgen voor een betere aansluiting op de vervolgopleiding.’

Samenwerkingsverbanden
Het passend onderwijs wordt ontzien, zo blijkt uit de brief. ‘Er is in totaal 50 miljoen euro structureel beschikbaar voor het passend onderwijs. De bezuiniging op de
samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs van in totaal 21 miljoen euro
structureel vanaf 2016 wordt ongedaan gemaakt. Daarnaast wordt er 29 miljoen euro structureel toegevoegd aan de lumpsum van de samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs.’

Als onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014 is een andere bezuiniging van 185 miljoen euro teruggedraaid. Het gaat om de voorgenomen bezuiniging door de ouders weer de schoolboeken van leerlingen in het voortgezet onderwijs te laten betalen. De schoolboeken in het voortgezet onderwijs blijven voor de ouders dus gratis.

Download de brief aan de Tweede Kamer.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl