Leefbaarheid blijft op peil in dorpen zonder school

Bewoners van plattelandsdorpen waar voorzieningen zoals de basisschool verdwijnen, zijn de afgelopen jaren niet negatiever gaan denken over de leefbaarheid van hun woonplaats. Dat staat in het rapport Dorpsleven tussen stad en land van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Het SCP schrijft dat leefbaarheid in dorpen vaak in verband wordt gebracht met voorzieningen, zoals de aanwezigheid van een basisschool. ‘In de dorpen in krimpgebieden zijn wat meer voorzieningen aanwezig dan in andere dorpen, maar hun aantal nam (…) wel sneller af. Dorpen in krimpregio’s bij de stad verloren vooral levensmiddelenzaken, zoals bakkers en slagers; in de dorpen in afgelegen krimpregio’s sloten deze winkels ook regelmatig hun deuren en verdwenen daarbij relatief vaak de laatste basisschool, het café of de supermarkt’, zo staat in het rapport.

Toch gingen dorpsbewoners volgens het SCP hun dorpen tussen 2011 en 2014 niet als minder leefbaar ervaren, ook niet die in krimpregio’s. ‘Ondanks de demografische ontwikkelingen en de sluiting van voorzieningen in de krimpende delen van het platteland zien wij in de beleving van bewoners en hun betrokkenheid bij het dorpsleven geen tekenen van toenemende contrasten binnen het Nederlandse platteland.’

Lees meer…

Bijeenkomsten krimp: besturen kritisch over advies

De regionale bijeenkomsten over het recente krimpadvies van de Onderwijsraad, laten duidelijk zien dat schoolbestuurders kritisch zijn over de koppeling die de raad legt tussen de omvang van de school en de kwaliteit van het onderwijs.

Er zijn zes regionale bijeenkomsten geweest waarover met schoolbestuurders werd gesproken over het advies Grenzen aan kleine scholen. Daarin staat onder andere dat de minimale opheffingsnorm voor basisschool omhoog zou moeten van 23 naar 100 leerlingen. De raad motiveert dit advies met het argument dat kleine scholen kwetsbaar zijn als het gaat om kwaliteit. Ook merkt de Onderwijsraad in het advies op dat kleine scholen (veel) duurder zijn dan grote scholen.

Het algemene beeld van de bijeenkomsten tot nu toe is dat de Onderwijsraad het verband tussen geringe omvang en risico op kwaliteitsverlies niet mag leggen. De realiteit is dat de onderwijskwaliteit van kleine basisscholen sterk is verbeterd. Wel werd geconstateerd dat kleine scholen kwetsbaar zijn, maar dat mag geen argument zijn om ze dan maar te sluiten.

Er was ook kritiek op de ondergrens van 100 leerlingen die de Onderwijsraad adviseert. Dit wordt in het onderwijs veelal ervaren als een van bovenaf opgelegd getal, dat de beleidsvrijheid van de besturen ernstig kan aantasten. Zij willen ruimte en vertrouwen om samen een aanpak te realiseren die aansluit op de specifieke regionale situatie.

Wat ook werd gezegd, is dat niet getallen voorop moeten staan, maar kwaliteit. Belangrijk is dat het kabinet het advies van de Onderwijsraad niet mag gebruiken om nieuwe bezuinigingen op het onderwijs door te voeren. De vrees dat dit gaat gebeuren, hangt samen met onderdelen in het advies die ingaan op de doelmatigheid van scholen en het afschaffen van de kleinescholentoeslag. De inzet moet zijn dat in elk geval het geld dat nu beschikbaar is, voor het onderwijs behouden blijft.

Openbaar onderwijs achtergesteld
VOS/ABB vindt dat het advies van de Onderwijsraad onvoldoende ingaat op de specifieke positie van het openbaar onderwijs. Zo is het voor openbare schoolbesturen nu wettelijk nog niet mogelijk om een samenwerkingsschool in stand te houden. Deze achterstelling raakt veel openbare schoolbesturen in krimpgebieden. Ook mag het openbaar onderwijs geen integraal kindcentrum in stand houden, terwijl het bijzonder onderwijs dat wel mag.

De Onderwijsraad en het kabinet dienen aandacht te hebben voor deze en andere tekortkomingen die het openbaar onderwijs benadelen. In dit licht is het ernstig te betreuren dat de Onderwijsraad bij het opstellen van het advies geen gebruik heeft gemaakt van de expertise van VOS/ABB.

Het krimpadvies van de Onderwijsraad komt op donderdag 14 maart aan de orde in een openbare procedurevergadering in de Tweede Kamer.