Eerste Kamer akkoord met halvering collegegeld

De Eerste Kamer heeft unaniem ingestemd met het wetsvoorstel voor een halvering van het collegegeld. De halvering geldt voor nieuwe studenten aan hogescholen en universiteiten. Wie een lerarenopleiding gaat volgen, betaalt ook in het tweede jaar de helft van het reguliere collegegeld.

Het wetsvoorstel komt van minister Ingrid van Engelshoven van OCW. Zij denkt dat de halvering van het collegegeld meer leerlingen doet besluiten om te gaan studeren.

Het besluit om nieuwe studenten van lerarenopleidingen ook in hun tweede jaar de helft van het collegegeld te laten betalen, is een maatregel tegen het oplopende lerarentekort.

Tot lerarenopleidingen behoren:

  • opleiding tot leraar basisonderwijs (pabo – bacheloropleiding)
  • opleiding tot leraar voortgezet onderwijs of mbo in de tweede graad (bacheloropleiding)
  • opleiding tot leraar voortgezet onderwijs in de eerste graad (masteropleiding)

De halvering van het collegegeld betekent dat studenten in hun eerste jaar 1030 euro betalen in plaats van 2060 euro. Voor studenten aan lerarenopleidingen geldt dat dus ook in het tweede jaar.

De maatregel heeft alleen betrekking op nieuwe studenten die in of na het studiejaar 2018-2019 beginnen.

Lees meer…

Checklist voor mensen die leraar willen worden

Het ministerie van OCW heeft een checklist online gezet waarmee mensen kunnen zien wat ze moeten doen als ze leraar willen worden.

De online checklist richt zich op mensen die willen gaan lesgeven in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs of speciaal onderwijs. Iedereen kan de checklist invullen, ook mensen die nu al in het onderwijs werken.

wie de checklist invult, krijgt te zien welke opleiding moet worden gevolgd om leraar te kunnen worden en of het bijvoorbeeld mogelijk is om een zij-instroomtraject te volgen.

Ga naar de checklist

Met minder collegegeld straks meer leraren?

Het is nog maar zeer de vraag of de verlaging van het collegegeld ertoe zal leiden dat meer jongeren kiezen voor een lerarenopleiding. Dat stelt de Raad van State (RvS) in een rapport over de voorgenomen verlaging van het collegegeld.

Het kabinet heeft voorgesteld om in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek vast te leggen dat het wettelijk collegegeld voor studenten wordt verlaagd. Alle eerstejaars zouden nog maar de helft hoeven te betalen van de 2060 euro die ze nu moeten neertellen om aan een studie te mogen beginnen. De halvering zou voor studenten van lerarenopleidingen ook moeten gaan gelden voor het tweede studiejaar. Deze extra maatregel staat in het kader van het terugdringen van het lerarentekort.

De gedachte van het kabinet is dat met de halvering van het collegegeld meer jongeren gaan studeren. De RvS vraagt zich af of dit inderdaad het geval zal zijn. ‘Deze aanpak leidt ertoe dat het grootste deel van de met de maatregel verbonden uitgaven terechtkomt bij studenten die toch al zouden gaan studeren, terwijl vermoedelijk slechts een klein deel terechtkomt bij de groep voor wie het nu juist is bestemd, namelijk de groep die zonder de halvering níet zou gaan studeren’, zo schrijft de RvS, die de aanpak van het kabinet ‘niet doelmatig’ acht.

De RvS adviseert het kabinet om het wetsvoorstel niet in ongewijzigde vorm naar de Tweede Kamer te sturen.

Lees meer…

 

 

In opleidingsschool word je betere leraar

Opleidingsscholen hebben een positief effect op de pedagogisch-didactische vaardigheden van docenten. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen, waarvan staatssecretaris Sander Dekker van OCW de samenvatting naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De onderzoekers zien dat docenten in opleidingsscholen meer het gevoel hebben dat ze bekwaam zijn. Ook geven deze docenten aan dat ze meer leermogelijkheden hebben en tevreden zijn over de kwaliteit van de opleiding en de voorbereiding op het beroep.

‘Alle evidentie wijst in dezelfde richting: docenten profiteren van een leeromgeving waarin de opleiding en de school samenwerken bij het opleiden van aanstaande docenten en het verder professionaliseren van beginnende docenten’, zo concluderen de onderzoekers.

Lerarenopleidingen moeten meer differentiëren

De achtergronden, onderwijservaring en/of leeftijd van de studenten aan universitaire lerarenopleidingen (ulo’s) lopen uiteen. Dat vraagt om verschillende opleidingsvarianten en –routes, maar ook om aandacht voor verschillen tussen studenten binnen het opleidingsprogramma.

Dat adviseren de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) en de Inspectie van het Onderwijs op basis van het rapport Van verleden naar toekomst. De universitaire lerarenopleidingen.

Begeleiding en beoordeling op lerarenopleidingen

De NVAO en de inspectie constateren dat de begeleiding en beoordeling van studenten in de praktijk op scholen die met een opleidingsinstituut een partnerschap hebben gesloten beter lijken te verlopen dan op andere scholen waar dit werkplekleren plaatsvindt. Dit verschil zou zo klein mogelijk moeten zijn, vinden NVAO en de inspectie.

Ze vinden ook dat vakdidactisch onderzoek binnen en buiten de opleiding een meer prominente plek moet krijgen. Dat is bijvoorbeeld van belang om te differentiëren tussen leerlingen, iets waarvan afgestudeerden nu zeggen dat ze daar te weinig over meekrijgen.

Lees meer…

Lerarenopleidingen van voldoende kwaliteit

De kwaliteit van de tweedegraads lerarenopleidingen is voldoende, meldt de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO).

Van de 126 beoordeelde hbo-bacheloropleidingen tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad zijn er 24 opleidingen met het eindoordeel goed (19 procent). Bij een groot deel van de opleidingen (120) worden één of meer criteria als goed beoordeeld.

NVAO-bestuurslid Paul Zevenbergen: ‘Wij zien dat de tweedegraads opleidingen de aanbevelingen uit de vorige accreditatieronde ter harte hebben genomen.’

Lerarenopleidingen op veel punten verbeterd

Alle opleidingen hebben volgens hem een onderzoekslijn ingevoerd, beoordelingscriteria aangescherpt en assessoren getraind. Bovendien is de studieloopbaanbegeleiding versterkt en is er meer internationale oriëntatie aangebracht.

‘Ook stel ik duidelijke verbeteringen vast op het gebied van het praktijkonderzoek, de professionalisering van de docententeams en het samenwerken met andere opleidingen’, aldus Zevenbergen.

Lees meer…

Instroom pabo en lerarenopleiding keldert

Het aantal nieuwe voltijdstudenten op de pabo is tussen 2014 en 2015 met 35 procent afgenomen. Ook bij de lerarenopleidingen neemt het aantal nieuwe studenten af. Dat staat in een monitorrapportage over het hoger onderwijs.

Er is met name een enorme daling van de aantallen nieuwe studenten aan de pabo die afkomstig zijn uit mbo of havo. In 2015 waren die aantallen respectievelijk 55 procent en 26 procent lager dan in 2014. De totale instroom in de (voltijds)pabo was in 2015 ruim 3250, terwijl dat in 2006 nog ruim 7000 was.

Minister Jet Bussemaker van OCW meldde eerder dat de grote afname van het aantal mbo’ers dat naar de pabo gaat, samenhangt met strengere toelatingseisen. Met name studenten met een allochtone achtergrond zouden de pabo te moeilijk vinden.

Mannen en vrouwen

Het aantal vrouwen dat voor de pabo kiest, daalde met 36 procent, het aantal mannen met 30 procent. Hiermee verandert de man-vrouwverhouding in de pabo iets: het aandeel mannelijke pabostudenten in 2014 was 20 procent, in 2015 was dat 21 procent. In 2006 was het aandeel mannen in de instroom in de pabo 16 procent.

In de monitor staat verder dat de pabo de ‘betere’ vwo-hbo-doorstromer trekt. Vwo-gediplomeerden die kiezen voor de pabo, hebben doorgaans iets hogere eindexamencijfers behaald dan andere vwo’ers die kiezen voor het hbo.

Lerarenopleidingen

Ook de instroom in de eerstegraadslerarenopleidingen en onderwijsmasters in het hbo neemt af. In 2009 was nog sprake van een instroom van ruim 3700, in 2015 was dat ruim 2600. Aan de universiteiten starten jaarlijks ruim 1000 studenten met een eerstegraadslerarenopleiding. In 2013 waren dit er nog bijna 1200.

Leenstelsel en toegankelijkheid

Als wordt gekeken naar het hoger onderwijs in zijn geheel, dan wordt ook een daling van het aantal studenten gesignaleerd. De Vereniging Hogescholen legt hierbij een verband met de invoering van het leenstelsel voor studenten en maakt zich in het verlengde hiervan zorgen over de toegankelijkheid van het hoger onderwijs.

‘In het bijzonder de grote daling (7%) van het aandeel studenten waarvan geen van beide ouders een hogere opleiding heeft genoten is zorgwekkend en is een signaal dat de toegankelijkheid van het hbo onder druk staat’, aldus de Vereniging Hogescholen.

Boeggolfeffect

Minister Bussemaker stelt in aanbieidingsbrief bij de monitor dat de dip in de directe instroom ‘lijkt te passen bij een boeggolfeffect in de jaren 2013 en 2014’. Daarmee bedoelt zij dat de afgelopen jaren meer studenten ervoor kozen om direct na hun diploma aan een studie te beginnen, zodat zij nog een basisbeurs konden krijgen.

Nu studenten geen basisbeurs meer krijgen, maar moeten lenen als ze geld voor hun studie nodig hebben, kiezen meer jongeren voor een tussenjaar om bijvoorbeeld te werken of een lange reis te maken alvorens te gaan studeren.

Opwaartse sociale mobiliteit

Bussemaker noemt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs nog steeds goed. ‘Nederland scoort hoog op dit gebied, ook in internationaal opzicht. Ons hoger onderwijs vervult nog steeds een emanciperende functie en draagt bij aan de opwaartse sociale mobiliteit’, aldus de minister. Zij baseert zich voor haar uitspraken op gegevens van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Opleiding bètaleraren moet op de schop

Onderwijsinstellingen en bedrijfsleven moeten in de toekomst gezamenlijk bètaleraren gaan opleiden. Dat staat in het plan Circulaire carrières op een grenzeloze arbeidsmarkt dat op verzoek van minister Jet Bussemaker van OCW en haar collega Henk Kamp van Economische Zaken is opgesteld.

In de toekomst zou er een Academie Leraren Bètatechniek moeten zijn, waar op basis van individuele talenten, kennis en ervaringen maatwerkmodules worden aangeboden aan leraren. Deze academie voor leraren in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs zou moeten worden opgezet door onderwijsinstellingen en bedrijven.

‘Integraal onderdeel van de modules is learning on the job: het geleerde wordt direct toegepast in de praktijk en vraagstukken uit de  praktijk worden behandeld in de modules’, zo staat in het plan. Via modules zou een (uitbreiding van een) bevoegdheid behaald kunnen worden.

In de toekomstige Academie Leraren Bètatechniek zouden talent en continue ontwikkeling centraal moeten staan en leraren bij hun continue ontwikkeling en ‘circulariteit in hun loopbaan’ moeten begeleiden.

Het plan is gepresenteerd tijdens de jaarconferentie van het Nationaal Techniekpact.

Academische lerarenopleiding focust meer op lesgeven

Universitaire lerarenopleidingen worden flexibeler ingericht en gaan studenten beter voorbereiden op het werk voor de klas.

Op voorstel van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) maakt minister Jet Bussemaker van OCW de vernieuwing van de masteropleidingen mogelijk. Ze neemt daartoe voorstellen van de VSNU integraal over.

VSNU-voorzitter Karl Dittrich verwacht dat meer studenten voor een lerarenopleiding kiezen en dat de opleiding beter aansluit bij hun verwachtingen. ‘We zijn dan ook blij met de steun van de minister’, aldus Dittrich.

Met de maatregelen, die al volgend studiejaar ingaan, worden tweejarige educatieve masteropleidingen de hoofdroute naar het academisch geschoolde leraarschap. Voor het leraarschap wordt daarmee een tweede scriptie overbodig en ontstaat meer ruimte voor het opdoen van praktijkervaring.

Universiteiten gaan daarnaast experimenteren met academische postgraduate lerarenopleidingen voor studenten die al een vakmaster op zak hebben en alsnog besluiten leraar te willen worden.

Lees meer…

Kwaliteit van lerarenopleidingen verbeterd

De inspanningen om de kwaliteit van de lerarenopleidingen te verbeteren, werpen hun vruchten af. Dat staat in de tweede voortgangsrapportage Lerarenagenda die minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.

In 2007 had de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) nog twijfels bij de kwaliteit van zeven pabo’s. Nu zijn alle 24 pabo’s die beoordeeld zijn, positief geaccrediteerd en zijn zeven pabo’s als ‘goed’ beoordeeld. ‘Ook uit onderzoek van de inspectie en uit de systeembrede analyse van de NVAO blijkt deze kwaliteitsslag’, zo staat in de brief aan de Kamer.

De kwaliteitsslag blijkt volgens Bussemaker en Dekker ook uit de tevredenheid van studenten, schoolleiders en bestuurders. ‘Hun tevredenheid over de pabo en over de kwaliteit van beginnende leraren in het po steeg in 2015.’ Ze plaatsen wel een kanttekening: ‘De grotere tevredenheid van studenten vertaalt zich nog niet in minder uitval of een hoger rendement.’ Dat komt onder andere doordat er hogere eisen aan studenten worden gesteld.

Over de tweedegraads lerarenopleidingen zijn Bussemaker en Dekker minder positief. Er is volgens hen een betere aansluiting op het beroepsonderwijs nodig. De gemiddelde tevredenheid van studenten van de tweedegraads lerarenopleidingen is in 2015 weliswaar toegenomen, maar de Inspectie van het Onderwijs constateert wel verschillen tussen instituten en opleidingen. Afgestudeerden zijn minder tevreden over de voorbereiding op het (v)mbo dan over de voorbereiding op de onderbouw van havo/vwo.

Schoolleiders in het voortgezet onderwijs waren in 2015 tevredener over de kwaliteit van beginnende tweedegraads docenten, maar de tevredenheid van de mbo-leidinggevenden over deze groep is het afgelopen jaar gedaald. ‘In combinatie met de lagere tevredenheid van afgestudeerden over de voorbereiding op het (v)mbo onderstreept dit het belang om de aandacht voor het beroepsonderwijs in de lerarenopleidingen te vergroten’, schrijven de minister en de staatssecretaris.

Lees de hele brief.

Wie verdient OnderwijsTopTalentPrijs 2015?

Studenten van pabo’s of lerarenopleidingen kunnen zich aanmelden voor de OnderwijswijsTopTalentprijs 2015. Ook de opleidingen kunnen studenten kandideren.

Deze jaarlijkse prijs is bedoeld om te laten zien dat er op de pabo’s en lerarenopleidingen veel enthousiast talent rondloopt dat het Nederlandse onderwijs een innovatieve impuls kan geven. De OnderwijsTopTalentPrijs wordt uitgereikt tijdens de Nationale Onderwijsweek in oktober.

Kandidaten aanmelden kan tot 15 juli via www.onderwijstoptalentprijs.nl.

Meer hbo’ers willen leraar worden

In vergelijking met vorig studiejaar zijn er nu meer studenten begonnen met een lerarenopleiding. De sector ‘onderwijs’ is met een stijging van bijna 7 procent de grootste groeier, meldt de Vereniging Hogescholen.

In totaal zijn dit studiejaar ruim 12.500 studenten met een lerarenopleiding begonnen. Vooral de tweedegraadslerarenopleidingen Nederlands en wiskunde zijn in trek.

Ook het aantal pabo’ers is toegenomen met met ruim 300 extra nieuwe studenten tot een totaal van bijna 6000. Dat is een stijging van 6 procent.

Lerarenagenda vol met ambities voor meer kwaliteit

Startende leraren gaan na de lerarenopleiding aan de slag als junior-leraar en worden in hun eerste jaren intensief begeleid. Ook krijgen leraren meer mogelijkheden om te kiezen voor een bredere basis door het docentschap een aantal dagen per week te combineren met een baan in het bedrijfsleven.

Dat en meer staat in de Lerarenagenda 2013-2020 die staatssecretaris Sander Dekker en minister Jet Bussemaker van OCW mede namens staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.

De Lerarenagenda is tot stand gekomen met de input van honderden leraren. Doel is het beroep van leraar aantrekkelijker maken door betere begeleiding en meer ruimte voor groei en ontwikkeling. Onderdeel daarvan is dat lerarenopleidingen beter onderwijs gaan aanbieden en studenten meer gaan begeleiden. Ook komt er een strengere selectie van studenten op basis van kennis en motivatie. Dit moet studie-uitval terugdringen.

Daarnaast komt er meer samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven. De overstap tussen de twee sectoren moet gemakkelijker worden. Dit moet het carrièreperspectief voor leraren verbeteren. Programma’s als Eerst de klas en initiatieven als Hybride docent worden uitgebreid. Dat betekent dat meer jonge academici de kans krijgen te worden opgeleid tot topdocent en daarnaast mee te draaien in een leiderschapsprogramma van bedrijven als Ahold, Shell of Philips.

Naar analogie van de registers voor accountants, advocaten en notarissen komt er nu ook een register voor leraren. In 2017 moeten alle leraren daarin zijn opgenomen. Registratie is dan een voorwaarde om les te mogen geven.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl