Minste loonstijging in onderwijs

In het eerste kwartaal van dit jaar zijn de cao-lonen het minst gestegen in het onderwijs, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De cao-lonen stegen in het eerste kwartaal met gemiddeld 2,2 procent. Het onderwijs zat daar met 1,4 procent onder.

Vorig jaar was het onderwijs juist koploper. ‘In 2018 stegen bijvoorbeeld de lonen van het onderwijzend personeel in de cao van het primair onderwijs meer, doordat het salarisverschil verkleind werd met docenten in het voortgezet onderwijs’, aldus het CBS.

Prijzen stijgen meer dan lonen

De statistici wijzen er verder op dat in het eerste kwartaal van dit jaar de consumentenprijzen met 2,5 procent stegen. Dat is dus meer dan de stijging van de cao-lonen, maar dit betekent niet automatisch dat werknemers er reëel in koopkracht op achteruit gaan.

‘Het nettoloon is namelijk ook afhankelijk van de veranderingen in de premies die werknemers betalen voor pensioen, sociale verzekeringen (inclusief zorg) en de loonheffing’, zo licht het CBS toe.

Lees meer…

Lonen voortgezet onderwijs redelijk marktconform

Leraren in het voortgezet onderwijs hebben gemiddeld een iets lager bruto-uurloon dan vergelijkbare werknemers in de marktsector. Dat blijkt uit het rapport Wat een leraar in het voortgezet onderwijs verdient.

Leraren in het voortgezet onderwijs verdienen gemiddeld 31 euro per uur (situatie 2016). Dat is ongeveer 1 procent minder dan het uurloon van vergelijkbare werknemers in de marktsector.

Het verschil is groter bij leraren met een eerstegraadsbevoegdheid. Zij verdienen gemiddeld 4 procent minder dan vergelijkbare werknemers in de marktsector. Leraren met een tweedegraads lesbevoegdheid in de gammavakken daarentegen verdienen tot 9 procent méér dan wanneer ze in de marktsector zouden werken.

Het gemiddelde bruto uurloon van schoolleiders in het voortgezet onderwijs was vorig jaar 6 procent hoger dan dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector. In de jaren daarvoor verdienden schoolleiders in het voortgezet onderwijs minder dan in de marktsector.

Lees meer…

Cao-akkoord: lonen basisonderwijs omhoog

Op Koningsdag is een onderhandelaarsakkoord bereikt voor de CAO PO. Belangrijkste afspraken daarin: de salarissen in het primair onderwijs gaan met 3,8 procent omhoog en het openbaar onderwijs wordt via deze cao niet gebonden aan de Wet werk en zekerheid (WWZ).

De nu afgesloten CAO PO heeft een looptijd van 1 juli 2016 tot 1 oktober 2017. De vakbonden, PO-raad en AVS (Algemene Vereniging van Schoolleiders) hebben hierin afgesproken dat de lonen per 1 juli 2016 met 3,8 procent worden verhoogd. Daarnaast ontvangen de werknemers in juli een eenmalige uitkering naar rato, die overeenkomt met hetextra loon dat werknemers hadden gekregen als de loonsverhoging al per 1 januari was ingegaan. Deze eenmalige uitkering wordt ook toegekend aan werknemers die na 1 januari uit dienst zijn gegaan. In april 2017 krijgt het personeel opnieuw een eenmalige uitkering van 500 euro (naar rato van de dienstomvang).

Regelingen openbaar onderwijs
Expliciet is in het akkoord opgenomen dat de WWZ niet geldt voor openbare schoolbesturen, omdat hun personeel onder het ambtenarenrecht valt. Voor het openbaar onderwijs blijven de huidige bovenwettelijke uitkeringen gehandhaafd, uitgezonderd enkele wijzigingen in verband met de reparatie van het derde WW-jaar en het opschuiven van de AOW-gerechtigde leeftijd. De WW wordt in duur en opbouw hersteld naar de oude situatie van maximaal 38 maanden.

Vervangingsbeleid bijzonder onderwijs
Voor het bijzonder onderwijs wordt een vervangingsbeleid opgesteld dat past binnen de huidige WWZ-afspraken. Het openbaar onderwijs kan voor het vervangingsbeleid tijdens de looptijd van de cao eenmalig kiezen voor dezelfde afspraken die voor het bijzonder onderwijs gelden.

Details over de afspraken vindt u in het onderhandelaarsakkoord van 27 april 2016. Dat is tot stand gekomen dankzij bemiddeling door Hans Borstlap, die op 5 april aantrad toen de partijen er niet uitkwamen.