Geld maatschappelijke diensttijd niet naar leraren

De Tweede Kamer heeft het idee afgeschoten om geld voor de maatschappelijke diensttijd in te zetten voor de bestrijding van het lerarentekort.

Het idee kwam van PvdA-Tweede Kamerlid Lisa Westerveld. In een motie pleitte zij ervoor om de 100 miljoen euro per jaar die het kabinet heeft gereserveerd voor de maatschappelijke diensttijd, in te zetten voor de bestrijding van het lerarentekort.

Volgens haar heeft het lerarentekort een hogere prioriteit dan de maatschappelijke diensttijd. Zij kreeg echter in de Tweede Kamer geen meerderheid achter haar motie.

Maatschappelijke diensttijd in regeerakkoord

Met de invoering van de maatschappelijke diensttijd wil het kabinet bewerkstelligen dat jongeren meer betrokken raken bij de samenleving. In het regeerakkoord staat dat zij tegen een bescheiden vergoeding vrijwilligerswerk gaan doen bij maatschappelijke organisaties. De maatschappelijke diensttijd gaat maximaal 6 maanden duren.

‘Geld voor maatschappelijke diensttijd naar leraren’

GroenLinks wil dat het kabinet de 100 miljoen euro per jaar die het heeft vrijgemaakt voor de invoering van de maatschappelijke diensttijd naar de leraren gaat.

GroenLinks-Tweede Kamerlid Lisa Westerveld zegt dat haar partij niet tegen de maatschappelijke diensttijd is, maar dat het verhogen van de lerarensalarissen en het verlagen van de werkdruk in het onderwijs urgenter zijn. ‘We moeten prioriteiten stellen’, aldus Westerveld, die het idee lanceert op de dag waarop in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland leraren uit het primair onderwijs staken.

Bijdrage leveren aan samenleving

De maatschappelijke diensttijd van maximaal 6 maanden is een idee van het kabinet ‘om jongeren in staat te stellen een bijdrage te leveren aan onze samenleving’, zo staat in het regeerakkoord. De diensttijd zou moeten worden opgezet door maatschappelijke organisaties, gemeenten en provincies.

In het regeerakkoord staat dat er een budget voor beschikbaar is dat oploopt tot 100 miljoen euro per jaar.