Schoolleiders: meer aandacht voor leiderschap

Schoolleiders moeten meer aandacht hebben voor leiderschap en minder voor managementtaken. Verdere professionalisering en een betere positionering van schoolleiders zijn daarvoor noodzakelijk, vindt de Onderwijsraad.

De Onderwijsraad adviseert in Een krachtige rol voor schoolleiders ‘toe te werken naar één sectoronafhankelijke beroepsstandaard met één verplicht register’. Het is daarbij noodzakelijk, benadrukt de raad, dat de schoolleidersorganisaties in de diverse onderwijssectoren met elkaar samenwerken.

Kwaliteit schoolleiders verbeteren

De Onderwijsraad geeft ook een advies aan de overheid. Die zou, net als voor leraren, maatregelen moeten nemen ‘om de kwaliteit van schoolleiders te verbeteren’. Daartoe behoort facilitering van scholing. Er zou naast de Lerarenbeurs een Schoolleidersbeurs moeten komen, vindt de raad.

‘Daarnaast zijn hogere eisen aan de professionalisering van schoolleiders noodzakelijk’, stelt de raad, die daarbij ‘een schoolleidersopleiding op masterniveau’ noemt en ‘op leidinggevenden gerichte professionaliseringsafspraken’. Schoolbesturen moeten wat de Onderwijsraad betreft ‘werk te maken van strategisch HRM-beleid’.

Ga naar het advies Een krachtige rol voor schoolleiders.

Schoolbesturen moeten meer doen voor goed onderwijs

In het primair en voortgezet onderwijs zitten steeds minder leerlingen op een (zeer) zwakke school. Dat is te danken aan de gezamenlijke inzet van bestuur, management en personeel, zo staat in het Onderwijsverslag 2012-2013 van de Inspectie van het Onderwijs. Daarin staat echter ook dat met name de schoolbesturen meer hun best moeten doen voor goed onderwijs.

Het feit dat het aantal (zeer) zwakke scholen voor primair en voortgezet onderwijs afneemt, betekent dat steeds meer leerlingen zonder leerachterstand het funderend onderwijs verlaten. De grootste afname van het aandeel (zeer) zwakke scholen deed zich voor in het (voortgezet) speciaal onderwijs. Daar daalde het van 18,7 procent in 2011-2012 naar 9 procent in 2012-2013.

De kwaliteitsverbetering in het primair en voortgezet onderwijs is volgens de inspectie het resultaat van de gezamenlijke inzet van bestuurders, schoolleiders en leraren. ‘Zeker op scholen die voorheen zwak of zeer zwak waren, is een flinke slag gemaakt’, zo staat in het Onderwijsverslag. Een minpunt is volgens de inspectie dat nog niet overal de kwaliteit voldoende wordt geborgd, hoewel er op dat gebied wel vooruitgang wordt geboekt.

Management krijgt voldoende…
De schoolleiders functioneren over het algemeen naar behoren. Er zijn volgens de inspectie nog maar weinig schoolleiders die op alle vlakken een onvoldoende krijgen, maar verbetering is zeker mogelijk. Dat zal de kwaliteit van de scholen ten goede komen, zo stelt de inspectie, omdat goede schoolleiders een voorwaarde zijn voor goed onderwijs.

In het Onderwijsverslag staat dat schoolleiders in het primair onderwijs over het algemeen goed zijn in het opbouwen van vertrouwen, maar dat het nogal eens voorkomt dat ze onvoldoende anticiperen op risico’s en dat ze veel moeite hebben met het oplossen van complexe problemen. Vooral in het voortgezet onderwijs blijken schoolleiders goed in het toepassen van regelgeving om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

‘Competenties die schoolleiders minder goed ontwikkeld hebben, zijn reflectie op het eigen handelen, zorgen voor een professionele cultuur en het realiseren van verwachtingen van leerlingen, ouders en andere belanghebbenden’, zo staat in het verslag.

… bestuur kan stuk beter!
De inspectie signaleert dat de kwaliteit van de schoolleiders, en daarmee de kwaliteit van het onderwijs, gebaat is bij een schoolbestuur dat hierop actief stuurt. Dat dit nog onvoldoende het geval is, blijkt uit de woorden van de inspectie: ‘De meeste besturen houden de kwaliteit van hun scholen globaal in de gaten. Ook het functioneren van de schoolleider volgen zij slechts in grote lijnen’.

Het blijkt dat in het primair onderwijs één op de tien besturen geen afspraken maakt over professionalisering. In het voortgezet onderwijs is dat zelfs één op de vijf besturen. De inspectie signaleert dat de meeste schoolbesturen informatie over het functioneren van de schoolleider alleen bij hem of haar inwinnen en niet bij anderen.

In dit kader wordt er in het Onderwijsverslag op gewezen dat het onderwijs beter wordt naarmate besturen de kwaliteit van schoolleiders beter bewaken. ‘De inzet van besturen loont dus’, aldus de inspectie.

Leerlingen
De inspectie gaat in het Onderwijsverslag ook in op leerlingen en hoe zij het onderwijs ervaren. Het blijkt dat veel van hen het recht op onderwijs louter als een plicht zien. Daar maakt de inspectie zich zorgen over.

De inspectie ziet regelmatig lessen waarbij een groot deel van de leerlingen niet actief betrokken is. In het voortgezet onderwijs gaat het om 21 procent van de lessen, in het basisonderwijs om 9 procent. Leerlingen zeggen dat hun motivatie daalt als ze voor een les geen cijfer krijgen. Als een leraar zijn les afstemt op de ontwikkeling van leerlingen en ingaat op hun opmerkingen, raken leerlingen volgens de inspectie beter gemotiveerd.

Uit eerder onderzoek was al gebleken dat nergens in de ontwikkelde wereld leerlingen minder plezier hebben in wiskunde en lezen hebben dan in Nederland.

Het integrale rapport De staat van het onderwijs – Onderwijsverslag 2012-2013, de hoofdlijnen daaruit en nog veel meer kunt u downloaden.

Bekijk ook het filmpje over het Onderwijsverslag 2012-2013: