Tweede Kamer wil vakbonden uit Onderwijscoöperatie

De vakbonden in het bestuur van de Onderwijscoöperatie moeten plaatsmaken voor leraren. De Tweede Kamer heeft een motie van die strekking aangenomen, die was ingediend door CDA-Tweede Kamerlid (en voormalig voorzitter van CNV Onderwijs) Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66.

Het bestuur van de Onderwijscoöperatie bestaat nu uit vier personen: voorzitter Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond (AOb), haar collega Loek Schueler van CNV Onderwijs, Jilles Veenstra van de Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv) en Hans Kok van het Platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs.

Leraren wantrouwen vakbonden

Volgens Rog, die tot 2012 voorzitter was van CNV Onderwijs, moeten deze mensen weg, onder wie dus de voorzitter van de christelijke onderwijsbond waar hij eerder de scepter zwaaide. Hij stelt dat de leraren geen vertrouwen hebben in het bestuur van de Onderwijscoöperatie, omdat dat hun belangen niet zou behartigen.

‘Het vertrouwen in de beroepsgroep behoort voorop te staan. De leraren (…) worden momenteel dwarsgezeten: ze mogen bijvoorbeeld niet eens hun eigen voorzitter kiezen. Dat willen we stoppen. Leraren moeten het weer voor het zeggen krijgen’, aldus oud-vakbondsvoorzitter Rog, die daarmee in feite de onderwijsvakbonden afserveert.

Met ‘ze mogen niet eens hun eigen voorzitter kiezen’ verwijst Rog naar de rel rond Jan van de Ven van lerarengroep PO in Actie, die vorig jaar te kennen gaf voorzitter te willen worden van het bestuur van de Onderwijscoöperatie. Het bestuur ging daar echter niet in mee.

De rel had onder andere te maken met de invoering van het omstreden Lerarenregister. Het bestuur van de Onderwijscoöperatie heeft de implementatie daarvan inmiddels teruggelegd bij de minister van OCW, die nadrukkelijk stelt dat de leraren wat dit betreft nu aan zet zijn.

Van, voor en door de leraar

D66’er Paul van Meenen, die voor zijn Kamerlidmaatschap onder andere schoolbestuurder was in Den Haag, uit zich in vergelijkbare bewoordingen als die van Rog. ‘De Onderwijscoöperatie is niet de groep ‘van, voor en door de leraar’, maar de groep ‘van, voor en door vakbondsbestuurders en andere belangenbehartigers (…).’

Hij denkt dat het ‘niet meer goedkomt’ en dat het huidige bestuur van de Onderwijscoöperatie daarom ‘zo snel mogelijk (moet) plaatsmaken voor een bestuur van leraren.’

Een meerderheid in de Tweede Kamer steunt met het aannemen van hun motie Rog en Van Meenen.

CDA en D66 tegen vakbonden in Onderwijscoöperatie

De vakbonden in het bestuur van de Onderwijscoöperatie moeten plaatsmaken voor leraren. Dat vinden CDA-Tweede Kamerlid (en voormalig voorzitter van CNV Onderwijs) Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66.

Het bestuur van de Onderwijscoöperatie bestaat nu uit vier personen: voorzitter Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond (AOb), haar collega Loek Schueler van CNV Onderwijs, Jilles Veenstra van de Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv) en Hans Kok van het Platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs.

Leraren wantrouwen vakbonden

Volgens Rog, die tot 2012 voorzitter was van CNV Onderwijs, moeten deze mensen weg, onder wie dus de voorzitter van de christelijke onderwijsbond waar hij eerder de scepter zwaaide. Hij stelt dat de leraren geen vertrouwen hebben in het bestuur van de Onderwijscoöperatie, omdat dat hun belangen niet zou behartigen.

‘Het vertrouwen in de beroepsgroep behoort voorop te staan. De leraren (…) worden momenteel dwarsgezeten: ze mogen bijvoorbeeld niet eens hun eigen voorzitter kiezen. Dat willen we stoppen. Leraren moeten het weer voor het zeggen krijgen’, aldus oud-vakbondsvoorzitter Rog, die daarmee in feite de onderwijsvakbonden afserveert.

Met ‘ze mogen niet eens hun eigen voorzitter kiezen’ verwijst Rog naar de rel rond Jan van de Ven van lerarengroep PO in Actie, die vorig jaar te kennen gaf voorzitter te willen worden van het bestuur van de Onderwijscoöperatie. Het bestuur ging daar echter niet in mee.

De rel had onder andere te maken met de invoering van het omstreden Lerarenregister. Het bestuur van de Onderwijscoöperatie heeft de implementatie daarvan inmiddels teruggelegd bij de minister van OCW, die nadrukkelijk stelt dat de leraren wat dit betreft nu aan zet zijn.

Van, voor en door de leraar

D66’er Paul van Meenen, die voor zijn Kamerlidmaatschap onder andere schoolbestuurder was in Den Haag, uit zich in vergelijkbare bewoordingen als die van Rog. ‘De Onderwijscoöperatie is niet de groep ‘van, voor en door de leraar’, maar de groep ‘van, voor en door vakbondsbestuurders en andere belangenbehartigers (…).’

Hij denkt dat het ‘niet meer goedkomt’ en dat het huidige bestuur van de Onderwijscoöperatie daarom ‘zo snel mogelijk (moet) plaatsmaken voor een bestuur van leraren.’

CDA vindt dat CAO PO stuk soberder kan

Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA vindt dat het wel wat minder kan met de bovenwettelijke regelingen in het primair onderwijs. Dat heeft hij gezegd tegen de NOS.

Rog, die voorzitter was van CNV Onderwijs voordat hij naar de Tweede Kamer ging, wijst op de langdurige uitkeringen aan werkloze leraren. Hij vindt dat het geld dat voor onderwijs beschikbaar is, vooral terecht moet komen bij leraren die voor de klas staan en niet moet verdwijnen in langdurige werkloosheidsuitkeringen.

Rog sluit met zijn pleidooi aan op de wens die in het regeerakkoord staat, dat de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs moeten worden ‘genormaliseerd’.

De NOS meldt dat de vakbonden willen praten over een ‘normalere’ cao, maar alleen als het kabinet meer geld uittrekt voor salarissen dan het tot nu heeft toegezegd.

CDA na ophef Pasen: kies voor openbare school!

‘Geen ouder is verplicht om te kiezen voor een bijzondere school’, zeggen de CDA-Kamerleden Michel Rog en Martijn van Helvert in het Katholiek Nieuwsblad. Aanleiding voor hun uitspraak is de ophef over christelijke basisscholen in Den Haag die de paasviering zouden afzwakken om islamitische leerlingen en hun ouders niet te ontrieven.

‘Niemand kan ons geloof, onze tradities of onze waarden kapot maken’, aldus de CDA’ers in een opiniestuk in de roomse krant. ‘Het past bij onze christelijke overtuiging om rekening te houden met de gevoelens van andersdenkenden. Maar dat is iets anders dan onze tradities en religieuze symbolen af te breken (…) opdat moslims zich niet aangevallen zouden voelen.’

Rog en Van Helvert benadrukken dat geen ouder verplicht is om te kiezen voor een bijzondere school. Ze geven islamitische ouders, als die moeite hebben met het christelijke karakter van de school, impliciet het advies te kiezen voor openbaar onderwijs: ‘(…) zeker in de stad Den Haag is er een ruime keuze uit scholen met verschillende levensbeschouwelijke achtergronden én een keur aan openbare scholen.’

Lees meer…

‘Onderwijs2032 neigt naar didactische nieuwlichterij’

Het advies van het Platform Onderwijs2032 voor toekomstbestendig onderwijs stelt teleur. Het is elitair van aard en lijkt ervan uit te gaan dat alle kinderen in één lijn van de basisschool doorstromen naar het vwo. Dat vindt Tweede Kamerlid Michel Rog (CDA).

Rog schrijft op The Post Online over de ‘Schnabel-doctrine’, waarmee hij verwijst naar voorzitter Paul Schnabel van het Platform Onderwijs2032. Die doctrine lijkt er volgens Rog van uit te gaan ‘dat het onderwijs met zoveel mogelijk nadruk op individuele leertrajecten, Engels en computational thinking allemaal kosmopolitische wonderkinderen kan afleveren’. Over de waarde van gedegen vakkennis voor de latere beroepspraktijk van leerlingen in het vmbo wordt met geen woord gerept, merkt Rog op.

Het CDA-Kamerlid vindt het advies getuigen van ‘didactische nieuwlichterij’.

Lees meer…

‘Rekentoets volgens planning laten meetellen’

Verder uitstel van het laten meetellen van de rekentoets voor de slaag/zakregeling in het voortgezet onderwijs is niet verstandig. Dat staat in de startrapportage Rekenen in het vo over het intensiveringstraject voor rekenen in het voortgezet onderwijs.

Het advies om de rekentoets zoals gepland te laten meetellen voor de slaag/zakregeling, sluit aan bij wat staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil. Hij liet in april in reactie op een verzoek tot uitstel van PvdA-Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing weten dat uitstel er wat hem betreft niet komt. Het voortgezet onderwijs heeft volgens Dekker genoeg tijd gekregen om zich erop voor te bereiden. De rekentoets zal als het aan hem ligt vanaf het schooljaar 2015-2016 meetellen voor de slaag/zakbeslissing.

De afwijzende reactie van Dekker op het verzoek van Jadnanansing was voor CDA-Kamerlid Michel Rog aanleiding een motie aan te kondigen. Daarin staat dat de rekentoets in elk geval tot het schooljaar 2016-2017 niet mag meetellen voor het eindexamen.

In de rapportage, die in opdracht van het ministerie van OCW is opgesteld door het Steunpunt taal en rekenen vo, staan meer adviezen aan Dekker. Zo zou er tijdelijk een relatieve normering kunnen worden gehanteerd  om te voorkomen dat veel leerlingen buiten de boot vallen. De rekentoets zou ook een minder doorslaggevende plaats kunnen krijgen in de slaag/zakregeling.

CDA wil weten waaraan basisonderwijs behoefte heeft

CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog heeft een online enquête uitgezet om antwoord te krijgen op de vraag waaraan basisscholen in de praktijk behoefte hebben.

Rog zegt dat er tegenstrijdige signalen zijn over het basisonderwijs. ‘Waar bijvoorbeeld de PO-Raad aangeeft dat de ‘rek er echt uit is’, wijst het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vaak op het feit dat de bekostiging per leerling stijgt en op de eigen verantwoordelijkheid van scholen inzake het maken van verantwoorde keuzes.’

Het CDA wil volgens hem duidelijkheid van het onderwijsveld om in Den Haag goed beleid te kunnen maken. ‘Het is dus belangrijk dat we hier goed op de hoogte zijn van wat er bij ú speelt’, aldus Rog.

De online enquête gaat over de onderwerpen ‘klassengrootte’, ‘personeel’, ‘bekostiging’ en ‘financiële positie’ en bestaat uit 19 stellingen vier vragen. Het invullen van de enquête kost ongeveer 10 minuten.

Ga naar de enquête

Leerplicht naar 21 jaar voor meer kans op arbeidsmarkt

De leerplicht moet omhoog van 18 naar 21 jaar. Daartoe hebben PvdA en CDA een initiatiefwetsvoorstel ingediend.

Het wetsvoorstel komt van de Tweede Kamerleden Tanja Jadnanansing van de PvdA en Michel Rog van het CDA. Jadnanansing zei in februari al dat ze de leerplichtige leeftijd wilde verhogen naar 21 jaar. Daarmee zou het aantal voortijdig schoolverlaters omlaag kunnen. De praktijk laat zien dat deze groep vaker dan gemiddeld werkloos blijft en een grotere kans heeft om in de criminaliteit te belanden.

Nu moeten jongeren naar school tot hun 18e jaar. Jadnanansing: ‘Deze jongeren willen op hun 18e niets liever dan stoppen met school, maar als ze 24 zijn hebben ze daar spijt van. Ik hoor vaak: ‘Had iemand me maar gewaarschuwd”, zo zei ze in februari in de Telegraaf.

Ook andere fracties in de Tweede Kamer zijn positief over het verhogen van de leeftijdsgrens voor de kwalificatieplicht. Ze verwijzen naar plannen van Amsterdam en Rotterdam om jongeren die nog geen diploma hebben te verplichten tot hun 19e naar school te gaan. Minister Jet Bussemaker van OCW vindt die plannen echter te duur. Bovendien ziet ze allerlei juridische obstakels.

De voorgestelde verhoging van de leerplichtige leeftijd naar 21 jaar moet gaan gelden voor jongeren zonder een diploma mbo-2, havo of vwo. Jongeren die een baan hebben van minimaal 12 uur per week of bijvoorbeeld mantelzorger zijn, zouden gevrijwaard moeten blijven. Gemeenten zouden zelf kunnen bepalen of zij de verhoogde leerplichtleeftijd toepassen.

Motie: laat rekentoets tot 2016-2017 niet meetellen!

De rekentoets in het voortgezet onderwijs moet in elk geval tot het schooljaar 2016-2017 niet meetellen voor het eindexamen. Dat staat in een motie die Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA wil indienen.

In het voortgezet onderwijs is veel verzet tegen de rekentoets. Die kritiek komt vooral van wiskundigen, die erop wijzen dat de rekentoets te veel gericht is op taalvaardigheid van leerlingen. Daardoor de rekenvaardigheid van leerlingen te weinig worden getoetst.

Wiskundedocent Karin den Heijer van het openbare Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam gaf in december jongstleden in magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs een toelichting op haar bezwaren tegen de rekentoets. Ook kwam een aantal van haar leerlingen aan het woord.

Dekker geeft (nog) geen krimp
Ondanks de bezwaren uit het voortgezet onderwijs, zei staatssecretaris Sander Dekker van OCW onlangs dat de rekentoets zoals gepland met ingang van het schooljaar 2015-2016 zal meetellen voor de slaag/zakbeslissing voor het eindexamen. Hij reageerde op Kamervragen van Tanja Jadnanansing van de PvdA.

Michel Rog liet toen al via Twitter aan VOS/ABB weten dat hij met een motie zou komen voor uitstel. Hij mailt nu dat die motie er inderdaad komt, maar dat die pas onderdeel van de beraadslagingen wordt nadat de commissie-Bosker met haar bevindingen naar buiten zal zijn gekomen. Deze commissie is in februari begonnen met een onderzoek naar de operationalisering van de referentieniveaus in de rekentoets.

Keuze voor school hangt niet meer af van richting

De godsdienstige grondslag van de rooms-katholieke of protestants-christelijke scholen is allang niet meer bepalend voor de keuze van de meeste ouders. Dat bevestigt Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA in het online magazine Podium van de PO-Raad.

Rog, die tot september 2012 voorzitter was van CNV Onderwijs, komt aan het woord in een artikel over artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Aanleiding voor Podium om hem te benaderen, is de reactie die binnenkort (eindelijk) van het kabinet wordt verwacht op het advies van de Onderwijsraad uit april 2012 om het grondwetsartikel te moderniseren.

Artikel 23 uit 1917 bepaalt de gelijke rijksbekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs. Het maakte een einde aan de zogenoemde schoolstrijd in het destijds sterk verzuilde Nederland. Wie naar de huidige onderwijspraktijk kijkt, ziet dat nog maar weinig ouders op grond van hun religieuze overtuiging bewust voor een katholieke of protestants-christelijke school kiezen. In feite gebeurt dit tegenwoordig alleen nog maar in reformatorische en andere orthodox-religieuze kringen. Andere aspecten, zoals de nabijheid van de school en de kwaliteit van het onderwijs, zijn voor ouders beslissend.

Kamerlid Rog bevestigt dit beeld in het interview in Podium. Het is volgens hem nog steeds een goede zaak ‘om ons pluriforme stelsel te verdedigen’, maar tegelijk ziet hij dat voor de huidige ouders niet meer de religieuze richting maar de kwaliteit van de school bepalend is voor de schoolkeuze. Hiermee erkent de CDA’er in feite dat de vrijheid van onderwijs zoals die in 1917 tot stand kwam, en die de belangenorganisaties voor bijzonder onderwijs per se intact willen laten, een achterhaalde constructie is.