Hoog tijd voor nieuw curriculum

Leerlingen en hun ouders vinden dat het hoog tijd is om het landelijk curriculum aan te pakken, ze willen meer verbinding tussen vakken en de keuzeruimte moet groter zijn dan nu het geval is. Dit concludeert de Regiegroep Onderwijs2032 in een advies dat aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW is overhandigd.

Uit het advies blijkt verder dat leerlingen en ouders naast vakinhoudelijke kennisoverdracht meer aandacht willen voor vakoverstijgende vaardigheden, burgerschap en digitale geletterdheid.

De Regiegroep Onderwijs2032 ziet voldoende mogelijkheden om met alle betrokken partijen een volgende stap te zetten naar vernieuwde kerndoelen. De huidige kerndoelen zijn 10 jaar oud en sluiten niet altijd meer goed aan op eigentijdse lessen.

Volgens de regiegroep spelen lerarenteams een cruciale rol in het vernieuwingsproces.

Lees meer…

Verdiepingsfase Onderwijs2032 ingelast

Het advies van het Platform Onderwijs2032 over de toekomst van het onderwijs wordt het komende halfjaar inhoudelijk besproken met het onderwijsveld.  Dit gebeurt tijdens een extra ingelaste verdiepingsfase.

Daarvoor wordt een brede regiegroep ingericht, waarin onder anderen de PO-Raad, VO-raad, Algemene Vereniging van Schoolleiders en Ouders & Onderwijs deelnemen. Centraal staat de vraag wat het advies concreet betekent voor de onderwijspraktijk.

Verdiepingsfase
Staatssecretaris Dekker vindt een verdiepingsfase nodig als vervolg op de eerste fase, waarin een brede discussie op gang is gekomen over de toekomst van het onderwijs. Er kwamen veel reacties binnen. Daarin klonk zowel enthousiasme als kritiek door, maar er was in elk geval een grote mate van overeenstemming over de noodzaak om integraal naar het curriculum voor het funderend onderwijs te kijken. De verdiepingsfase moet nu zorgen voor een inhoudelijke verdieping van het advies. Op 1 november moet er een rapportage zijn. Daarna volgt de ontwerpfase.

De komende verdiepingsfase omvat ook een consultatieronde onder leraren, onder regie van de Onderwijscoöperatie. De consultatie is erop gericht de betrokkenheid van leraren bij Onderwijs2032 te vergroten en de randvoorwaarden voor curriculumontwikkeling in beeld te brengen.

Hoe het proces er precies uitziet, is te lezen in de brief die Dekker op 22 april naar de Tweede Kamer stuurde.

Leraren op de bres voor Onderwijs2032

Twee leraren van openbare vo-scholen maken zich op de opiniepagina van Trouw sterk voor het advies Ons Onderwijs2032

Het gaat om geschiedenisdocent Japser Rijpma van het openbare Hyperion Lyceum in Amsterdam, die in 2014 Leraar van het Jaar was, en Alderik Visser die eveneens geschiedenis geeft, maar dan op het openbare Thorbecke VO in Rotterdam.

‘Onderwijs2032 prachtige kans’

Zij beseffen dat het advies Ons Onderwijs 2032 niet perfect is is, maar ze zien het vooral als ‘een prachtige kans voor de beroepsgroep om verantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteit van het onderwijs’.

De twee leraren beschouwen het advies als ‘een oproep om stil te staan bij wát onderwijs zou moeten zijn, hoe we onze leerlingen leren onderdeel te zijn van de samenleving van nu en hen zelf de toekomst vorm te laten geven’.

Leraren moeten daar volgens Rijpma en Visser verantwoordelijkheid voor nemen. ‘Het is daarom dat wij hen oproepen om deze kans niet te laten schieten’, zo schrijven ze in Trouw.

Rosenmöller baalt van vertragingstactiek lerarenclubs

Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad is ervan geschrokken dat er vertraging optreedt bij het onderwijsvernieuwingsproject Onderwijs2032.

‘Dat was even schrikken afgelopen week. Een brief van de Onderwijscoöperatie waarin als donderslag bij heldere hemel wordt gevraagd om een tussenfase in het proces om tot herziening van het curriculum te komen. Een tussenfase om de achterban te consulteren. Een tussenfase die ongeveer net zo lang duurt als de commissie-Schnabel bezig is geweest, namelijk tot het eind van het jaar’, aldus Rosenmöller in zijn weeklog.

De Onderwijscoöperatie stond aanvankelijk pal achter het project Onderwijs2032, dat is bedoeld om vanuit het onderwijs zelf met ideeën te komen voor modernisering en kwaliteitsverbetering. Voorzitter Joost Kentson van de Onderwijscoöperatie werd echter tot de orde geroepen door lerarenorganisaties die stevig op de rem trappen.

Voorzitter Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond (AOb) liet vorige week weten onaangenaam verrast te zijn door de steun die werd uitgesproken in een brief die was ondertekend door Kentson. ‘Wij waren niet zo gelukkig met de publicatie van een gezamenlijke brief waar de voorzitter zijn handtekening onder heeft gezet’, aldus Verheggen in NRC.

Beter Onderwijs Nederland (BON) had zich al eerder van Onderwijs2032 gedistantieerd.

Lees meer…

Onenigheid in Onderwijscoöperatie over Onderwijs2032

Lerarenorganisaties hebben hun steun aan het vernieuwingsproject Onderwijs2032 ingetrokken, meldt NRC.

De krant schrijft dat lerarenorganisaties, waaronder de Algemene Onderwijsbond (AOb) en Beter Onderwijs Nederland (BON), die met elkaar de Onderwijscoöperatie vormen, het niet eens zijn met hun voorzitter Joost Kentson. Hij had zijn steun betuigd aan Ons Onderwijs 2032, maar dat viel kennelijk niet goed.

‘Wij waren niet zo gelukkig met de publicatie van een gezamenlijke brief waar de voorzitter zijn handtekening onder heeft gezet’, zo citeert NRC voorzitter Liesbeth Verheggen van de AOb. BON had zich er al eerder van gedistantieerd. De Onderwijscoöperatie gaat nu aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW melden dat de lerarenorganisaties eerst hun achterban vragen of er wel draagvlak is voor Onderwijs2032.

Kritiek uit Kamer
PVV’er Harm Beertema ziet Onderwijs2032 ook niet zitten. Hij had een motie ingediend om het project te staken, maar die motie kreeg geen meerderheid. Eerder zei CDA-Kamerlid Michel Rog dat Onderwijs2032 elitaire trekjes heeft en neigt naar ‘didactische nieuwlichterij’.

Motie Beertema verworpen: Onderwijs2032 gaat door

Het project Onderwijs2032 gaat gewoon door. Een motie van PVV’er Harm Beertema om dit onderwijsvernieuwingsproject bij het oud vuil te zetten, heeft het in de Tweede Kamer niet gehaald.

Beertema stelde in zijn motie over Onderwijs2032 dat er ‘geen breed gedeelde vraag is geweest naar alweer een onderwijsvernieuwing’.

Het project is volgens hem slechts bedoeld om ‘een behoefte aan vernieuwing te creëren die er niet was’. Daardoor zou het ‘leiden tot onduidelijkheid, onrust en verhoogde werkdruk’. Beertema riep daarom in zijn motie op het project te staken.

De motie haalde geen meerderheid. Beertema twitterde vervolgens dat de afwijzing van zijn motie ertoe leidt dat het project Onderwijs2032 sluipenderwijs wordt ingevoerd, ‘met hartelijke dank aan PvdA, GL, D66, VVD, CDA’ .

‘Onderwijs2032 neigt naar didactische nieuwlichterij’

Het advies van het Platform Onderwijs2032 voor toekomstbestendig onderwijs stelt teleur. Het is elitair van aard en lijkt ervan uit te gaan dat alle kinderen in één lijn van de basisschool doorstromen naar het vwo. Dat vindt Tweede Kamerlid Michel Rog (CDA).

Rog schrijft op The Post Online over de ‘Schnabel-doctrine’, waarmee hij verwijst naar voorzitter Paul Schnabel van het Platform Onderwijs2032. Die doctrine lijkt er volgens Rog van uit te gaan ‘dat het onderwijs met zoveel mogelijk nadruk op individuele leertrajecten, Engels en computational thinking allemaal kosmopolitische wonderkinderen kan afleveren’. Over de waarde van gedegen vakkennis voor de latere beroepspraktijk van leerlingen in het vmbo wordt met geen woord gerept, merkt Rog op.

Het CDA-Kamerlid vindt het advies getuigen van ‘didactische nieuwlichterij’.

Lees meer…

Geri Bonhof voorzitter Ontwerpteam2032

Geri Bonhof wordt benoemd tot voorzitter van het Ontwerpteam2032. Hiermee krijgt zij de leiding over de volgende fase van het project Onderwijs2032, dat is gericht op de vernieuwing van het curriculum in het basis- en voortgezet onderwijs.

Het Ontwerpteam2032 neemt het stokje over van het Platform Onderwijs2032. Voorzitter Paul Schnabel van dat platform presenteerde eind januari zijn eindadvies. Het is de bedoeling dat het Ontwerpteam2032 op basis van dit advies gaat bouwen aan een helder kerncurriculum van het basis- en voortgezet onderwijs.

Bonhof is bestuursvoorzitter van de Hogeschool Utrecht geweest en tevens vicevoorzitter van de Vereniging Hogescholen. Ze heeft ook in de Onderwijsraad gezeten. Ze heeft ook docent, schoolleider en bestuurder in het voortgezet onderwijs gewerkt.

Lees meer…

Onderwijs2032: veel doen we al!

Geen revolutie, maar evolutie. Dat was de reactie van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op het eindadvies van het Platform Onderwijs 2032. Inderdaad, veel onderdelen van het advies zijn ontwikkelingen die al gaande zijn.

Het platform heeft de enorme input aan informatie weten samen te brengen. Dat is natuurlijk mooi, maar ik zie in het advies vooral veel terug van wat we nu al in het onderwijs doen. Het advies geeft weer dat het onderwijs niet heel anders zal worden. Het laat vooral zien dat het erg moeilijk blijft om in de toekomst te kijken.

In het advies staat dat het onderwijs de horizon van leerlingen moet verbreden en hun moet leren om over hun eigen grenzen heen te kijken. Dat is een advies dat ik vanuit het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs van harte toejuich. Sterker: dit doen we al! Bijvoorbeeld met burgerschapsvorming en levensbeschouwing.

Ook de mensenrechten en kinderrechten worden in het advies genoemd als essentiële onderdelen van het onderwijs. Doordat de mensen- en kinderrechten universeel zijn, sluiten ze naadloos aan op het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs, dat immers van en voor iedereen is. Maar is dat pas iets voor 2032?

Ook nú is het van wezenlijk belang dat het onderwijs de horizon van kinderen verbreedt en hun vertelt over kinder- en mensenrechten. Niet alleen voor henzelf, maar vooral ook voor een in alle opzichten gezonde samenleving waarin voor iedereen plek is.

De openbare en algemeen toegankelijke scholen laten zien dat ze op de toekomst zijn voorbereid door allang actief bezig te zijn met adviezen van het platform!

Marleen Lammers, beleidsmedewerker VOS/ABB

‘Toekomstgericht onderwijs vereist nieuwe koers’

Voorzitter Paul Schnabel van het Platform Onderwijs2032 heeft zaterdag in het Stanislas College in Delft het eindadvies van dit platform aangeboden aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De centrale vraag waarop het platform antwoorden heeft geformuleerd is welke kennis en vaardigheden leerlingen die nu voor het eerst naar school gaan nodig hebben om in 2032 goed aan hun volwassen en werkende leven te beginnen.

Toekomstgericht onderwijs moet in de ogen van het platform aan de volgende kenmerken voldoen.

  1. Leerlingen doen kennis en vaardigheden op door creatief en nieuwsgierig te zijn.
  2. Leerlingen vormen hun persoonlijkheid.
  3. Leerlingen leren om te gaan met vrijheid en verantwoordelijkheid. Ook leren ze over grenzen heen te kijken.
  4. Leerlingen leren de kansen van de digitale wereld te benutten.
  5. Leerlingen krijgen betekenisvol onderwijs op maat.

Deze kenmerken vragen volgens het platform om een nieuwe koers in het onderwijs: ‘Het is belangrijk dat leerlingen een vaste basis van kennis en vaardigheden opdoen. Die kunnen ze verdiepen en verbreden op basis van hun eigen mogelijkheden en interesses.’

Toekomstgericht onderwijs gaat niet alleen om vakinhoudelijke onderwerpen, het stelt ook actuele maatschappelijke vraagstukken en vragen van leerlingen centraal.  ‘Het is belangrijk dat leerlingen leren om te denken en te werken over de grenzen van vakken heen. Ze ervaren meer samenhang tussen verschillende vakken.  Ook werken ze op school aan hun persoonlijke ontwikkeling’, zo schrijf het platform.

Lees meer…

Geen revolutie, maar evolutie
Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft in een brief aan de Tweede Kamer uiteengezet hoe hij tegen het advies aankijkt. Daarbij hanteert de volgende uitgangspunten:

  • Geen revolutie maar evolutie: niet hele onderwijs op de schop.
  • Regie en eigenaarschap: meer vertrouwen in leraren en scholen.
  • Richting en ruimte: duidelijk omschrijven wat leerling moet kennen en kunnen.
  • Pluriformiteit en diversiteit: leerlingen en ouders kiezen school en onderwijs die het beste bij hen passen.
  • Realistisch tijdpad: succesvolle vernieuwing van curriculum vergt meer dan één kabinetsperiode.

Lees meer…

Rosenmöller neemt advies minder lesuren over

‘Als we de talenten van leerlingen willen aanspreken, heeft meer lesgeven en toetsen geen zin’, zegt voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad op de Dag van de Leraar in Trouw.

Rosenmöller neemt het advies van het Platform Onderwijs2032 over om leraren minder uren les te laten geven. Daarmee zou de kwaliteit van het onderwijs beter worden.

Hij roept schoolleiders op kritisch te kijken naar het aantal uren dat docenten voor de klas staan. ‘Vraag je af hoe effectief een extra lesuur is. Kwaliteit boven kwantiteit. We moeten heilige huisjes ter discussie durven stellen: het rooster, het aantal lesuren, de dominante sturing van bovenaf’, aldus de voorzitter van de VO-raad.

Minder lesuren betekent niet per se minder onderwijs, legt hij uit. ‘Leerlingen leren ook als ze zelfstandig aan het werk zijn, of tijdens een stage bij een bedrijf. Onderwijs is niet alleen een lokaal met kinderen en een leraar ervoor. Als je het klassieke model van jaarlagen en roosters loslaat, kun je onderwijs thematisch en flexibel organiseren.’

De uren die hiermee vrijkomen, kunnen volgens Rosenmöller worden benut door leraren hun eigen lesmateriaal te laten ontwikkelen. Ook zouden ze meer tijd kunnen besteden aan discussies met collega’s over het verbeteren van de lesstof.

Lees meer…

 

Kernwaarden openbaar onderwijs winnen aan belang

Burgerschap moet veel meer dan nu een prominente plaats in het onderwijs. Het gaat daarbij onder andere om sociale vaardigheden en kennis over en begrip van diverse culturen. Dat is een van de hoofdlijnen van het advies van het platform Onderwijs 2032.

‘Het onderwijs van de toekomst besteedt niet alleen aandacht aan de waarden van de Nederlandse samenleving en het voortbestaan van de rechtsstaat. Het brengt leerlingen ook sociale vaardigheden bij, evenals kennis van en begrip voor andere culturen. In het toekomstige onderwijs ligt de nadruk meer dan nu op leren deelnemen aan de democratische samenleving en respect voor elkaar hebben.’ Dit onderdeel van het voorlopige advies sluit naadloos aan op de kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.

In het hoofdlijnenadvies staat ook dat persoonlijke ontwikkeling van de leerling centraal uitgangspunt moet zijn van het onderwijs in de toekomst. Het platform beschouwt de school van de toekomst als een oefenplaats om persoonlijke kwaliteiten te ontwikkelen. ‘De school helpt ze te ontdekken wie ze zijn, wat ze belangrijk vinden en hoe ze zich tot anderen verhouden.’

Engels vanaf groep 1
Andere thema’s die in het advies aan bod komen, zijn onder andere taal- en rekenvaardigheid, digitale vaardigheden en onderwijs op maat. Zo wordt geadviseerd om al in groep 1 van de basisschool Engels te geven. ‘Op die leeftijd leren ze gemakkelijk een tweede taal. Bovendien gaat hun algemene taalvaardigheid er daardoor op vooruit. Basisscholen die op dit moment al in de onderbouw Engels geven, en dat zijn er steeds meer, hebben daar goede ervaringen mee.’

Het onderwijs moet ook inzetten op digitale vaardigheden, omdat leerlingen kennis moeten hebben van nieuwe technologieën en dienen te weten hoe ze die kunnen inzetten. ‘Het gaat daarbij om mediawijsheid en het vinden, verwerken en creëren van digitale informatie, maar ook om het kunnen toepassen van technologieën om antwoorden op vragen te krijgen.’

Het platform vindt verder dat leerlingen de vaste kern van kennis en vaardigheden op verschillende niveaus moeten kunnen afronden. ‘In het onderwijs van de toekomst is nadrukkelijk ruimte voor differentiatie en maatwerk.’

Download het advies op hoofdlijnen

Manifest van leraren over inhoud onderwijs

Leraren willen meer vrijheid om zelf vorm en inhoud te kunnen geven aan het onderwijs. Dat zal leiden tot een vermindering van de werkdrukbeleving, zeggen zij in het manifest #leraar2032 dat vandaag is gepubliceerd.

Negentien leraren uit het primair, voortgezet en speciaal onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs hebben het manifest ondertekend en ingediend bij Paul Schnabel, voorzitter van Platform #Onderwijs2032, dat onderzoek doet naar de vorm en inhoud van het onderwijs in de toekomst. In hun manifest pleiten zij onder meer voor de oprichting van een Nationale Lerarenraad, waarin docenten samen het onderwijscurriculum ontwikkelen. Dat moet een afgewogen, samenhangend en doorgaand kerncurriculum worden, aangevuld met een dynamisch curriculummodel voor alle schoolsoorten. Over dat dynamische deel kunnen leraren in de praktijk zelf de regie nemen.

Naar het manifest #leraar2032 met de titel ‘In het curriculum toont zich de meester’.

 

Leerlingen kunnen meedenken over toekomst onderwijs

Platform Onderwijs2032 is op zoek naar leerlingen vanaf 15 jaar die het leuk vinden om met leeftijdgenoten op school brainstormsessies te leiden over de toekomst van het onderwijs.

De zogenoemde adviesvangers delen de resultaten van de brainstormsessies met het platform. Ter voorbereiding op de sessies krijgen ze een professionele training van een dag. De trainingen worden eind mei gegeven.

Het platform is ook op zoek naar scholen/klassen die het leuk vinden om mee te werken aan een brainstormsessie onder leiding van een van de adviesvangers. Dit kunnen groepen 7 en/of 8 van basisscholen zijn, maar ook vmbo-, havo- en vwo-klassen.

De gesprekken in de klassen worden gepland in juni, uiteraard in overleg met de school.

Als u één of meer leerlingen kent die adviesvanger willen worden of als u met uw school wilt meedoen aan één of meer brainstormsessies over de toekomst van het onderwijs, dan kunt u contact opnemen met Platform Onderwijs2032 via 070-3499605 of info@onderwijs2032.nl.

Veel leraren positief over #Onderwijs2032

Veel leraren zijn positief over het Platform #Onderwijs2032, dat nadenkt over vernieuwing van het onderwijs in de toekomst. In het basisonderwijs is 58 procent van de leraren voor veranderingen, en van de studenten en startende leraren zelfs tweederde.

Dit blijkt uit een enquête die de Algemene Onderwijsbond (AOb) waarop 5653 leden hebben gereageerd. De AOb zelf toonde zich eerder minder enthousiast: de bond zei recent nog in het televisieprogramma EenVandaag dat de inhoud van onderwijs aan de leraren zelf overgelaten moet worden en niet aan een brede maatschappelijke discussie. Sterker nog: volgens de AOb zouden de leraren het plan om iedereen mee te laten praten over het onderwijs helemaal niks vinden. Maar dat blijkt dus mee te vallen.

Uit de uitkomsten van de AOb-enquête blijkt nu dat de helft van de leden van deze bond de programmadoorlichting #Onderwijs2032 wél een goed idee vindt. Dertig procent vindt het een overbodige actie en 20 procent twijfelt over het nut. Hoe jonger de leraren, hoe enthousiaster. Van de studenten aan lerarenopleidingen vindt 66 procent het een goed idee, en van de starters – jonge leraren met minder dan vijf jaar ervaring – is 65 procent positief.

Minder rekenen, meer filosofie
In deze enquête vroeg de AOb zijn leden ook welke vakken in en uit het programma zouden kunnen. In het basisonderwijs zeggen leraren dat het rekenonderwijs wel wat minder kan en het voortgezet onderwijs wil af van de rekentoets. Ook opperen leraren dat er minder getoetst kan worden, om zo meer tijd te scheppen voor nieuwe vakken als 21st century skills (ict en programmeren), filosofie en burgerschap en sociale vaardigheden en mediawijsheid. Opvallend is dat kunstvakken en Nederlandse taal in beide rijtjes worden genoemd: het zou minder kunnen, maar ook meer.

De leerlingen zelf hebben ook ideeën over het onderwijs van de toekomst. EenVandaag ondervroeg ook 500 jongeren van het jongerenpanel. De helft gaf aan het onderwijs ‘niet meer van deze tijd’ te vinden. Zij willen in plaats van bijvoorbeeld aardrijkskunde liever andere vakken, met name filosofie, ondernemerschap en programmeren.

Bekijk de grafieken van de AOb.

 

 

 

#Onderwijs2032: al 17.000 reacties

Er zijn al 17.000 reacties binnen voor het grote nieuwe onderzoek naar de onderwijsinhoud van de toekomst, Platform #Onderwijs2032. Dat vertelde staatssecretaris Dekker donderdag toen hij in het Picasso Lyceum in Zoetermeer het officiële startsein gaf voor de tweede fase.

De eerste fase van dat onderzoek was een nationale brainstormsessie over de centrale vraag: leren onze kinderen op school nog de juiste dingen, namelijk die dingen die ze in 2032 als ze de arbeidsmarkt opgaan, nodig hebben? Iedereen kon ideeën aandragen voor het onderwijs van de toekomst. Dat er 17.000 reacties binnenkwamen, vindt Dekker ‘een fantastische opbrengst’.

Vaardigheden vs theorie
Veel inzenders pleiten voor meer aandacht voor vaardigheden in het onderwijs. Dekker:  ‘Er is onder de inzenders behoefte aan minder focus op het stampen van kennis en meer aandacht voor het praktisch toepassen ervan. Dus niet alleen natuurkundige wetten uit een boekje leren, maar ook oefenen met zwaartekracht door een brug te bouwen. Niet alleen economische theorieën leren, maar ook leren hoe je een bedrijf opstart. Dit zijn maar enkele van de vele verzoeken die zijn binnengekomen en die het platform verder gaat onderzoeken.’

Drie thema’s
De opbrengsten van de brainstorm zijn geanalyseerd en in drie thema’s ondergebracht: kennis, persoonsvorming en maatschappelijke vorming. De komende maanden worden die thema’s verder uitgediept. Nog steeds kan iedereen meepraten: online op www.onderwijs2032.nl. en in bijeenkomsten in het land. Deze dialoogfase duurt tot het najaar van 2015. Daarna komt de ontwerpfase tot het voorjaar van 2016.

Het Platform wordt voorgezeten door dr. Paul Schnabel, die tot 2013 directeur was van het Sociaal en Cultureel Planbureau, en bestaat verder uit mensen uit het onderwijs en het bedrijfsleven. Schnabel zei donderdag bij de officiële start dat hij nog nadrukkelijk op zoek gaat naar de visie van ondernemers, wetenschappers, leerlingen en hun ouders. De reacties die tot nu toe binnen zijn gekomen, blijken namelijk vooral van professionals uit het onderwijs te zijn.

Paul Schnabel voorzitter Platform #Onderwijs2032

Paul Schnabel is benoemd tot voorzitter van het Platform #Onderwijs2032.

Dit platform met experts van binnen en buiten het onderwijs gaat in opdracht van het kabinet een advies schrijven over de vraag welke kennis en vaardigheden leerlingen nodig hebben voor optimale deelname aan de toekomstige samenleving.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wijst erop dat Schnabel al zijn hele carrière naar veranderingen in de maatschappij kijkt. ‘Met zijn kennis en ervaring is hij bij uitstek geschikt om deze uitdagende opdracht tot een goed einde te brengen’, aldus Dekker.

Schnabel was van 1998 tot 2013 directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hij is nu onder andere hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.

Wat moeten kinderen van nu leren voor later?

Het ministerie van OCW heeft de website #onderwijs2032 gelanceerd. Met deze interactieve ideeënbus wil de rijksoverheid de dialoog aangaan met iedereen die betrokken is bij het onderwijs over de vraag welke kennis en vaardigheden leerlingen in de toekomst nodig hebben.

De dialoog moet leiden tot een vernieuwd curriculum en een vernieuwing van de kerndoelen en eindtermen. De website verzamelt alles wat rondom dit onderwerp op sociale media als Facebook, Twitter, Linkedin, YouTube en Instagram verschijnt.

Uiteindelijk wordt alle verzamelde informatie aangeboden aan een groep experts uit onder andere het onderwijs, het bedrijfsleven en de overheid. Het is de bedoeling dat zij het vernieuwde curriculum verder gaan vormgeven.

Lees meer en bekijk het filmpje: