Leraren kunnen weer geld krijgen voor goede ideeën

Ook in het schooljaar 2018-2019 kunnen leraren in het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs weer een aanvraag indienen bij het LerarenOntwikkelFonds voor het uitwerken van goede ideeën.

Het moeten vernieuwende ideeën zijn over de eigen professionalisering die de kwaliteit van het onderwijs stimuleren. Leraren selecteren zelf de ideeën en beoordelen ze, helpen elkaar bij de uitvoering ervan en delen de opgedane kennis. De minimale bijdrage is 4000 euro, de maximale bijdrage 75.000 euro.

In schooljaar 2018-2019 zijn er drie aanvraagrondes:

  • 13 augustus 2018 tot 17 september 2018
  • 18 september 2018 tot 22 januari 2019
  • 23 januari 2019 tot 16 april 2019

Lees meer…

Inspectie mag geen richting geven aan kwaliteit

Het behoort niet tot de taak van de Inspectie van het Onderwijs om richting te geven aan kwaliteit. Dat stelt directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB in het licht van de nieuwe onderzoekskaders van de inspectie, die per 2 juli in werking moeten treden.

Hij benadrukt dat het de taak van de Inspectie van het Onderwijs is om te controleren of scholen voldoen aan deugdelijkheidseisen die aan hen zijn gesteld. ‘Het verder oprekken van de bevoegdheid van de inspectie om richting te geven aan kwaliteit, valt buiten het taakgebied zoals de wetgever dat heeft bedoeld’, aldus Teegelbeckers.

Deze stellingname die hij namens VOS/ABB inneemt, sluit aan bij die van de christelijke profielorganisatie Verus. Die benadrukt in het kader van de voorgestelde waardering ‘goed’, dat de scheiding tussen de toezichthoudende en stimulerende rol van de inspectie vervaagt.

Lees meer…

Sombere leraren balen van kabinet met D66

De kwaliteit van het onderwijs holt achteruit en dat komt door de slechte salarissen. Dat vinden leraren, zo blijkt uit een raadpleging van het Onderwijspanel van de Nationale Onderwijs Tentoonstelling (NOT).

Uit de raadpleging onder 1500 onderwijsprofessionals in het Onderwijspanel van de NOT komt naar voren dat het onderwijsbeleid van het huidige kabinet – met ‘onderwijspartij’ D66 – slechter wordt gevonden dan dat van het vorige kabinet van VVD en PvdA.

Driekwart heeft er weinig vertrouwen in dat er op korte termijn kleinere klassen komen. Ook zien zes van de tien respondenten hun salarissen de komende jaren niet omhoog gaan. Dat laatste staat in contrast met de nieuwe CAO PO, waarmee de leraren in het primair onderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruit gaan.

VO-raad over De Staat van het Onderwijs: ‘Eenzijdig’

De VO-raad vindt de conclusie van de Inspectie van het Onderwijs dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt ‘eenzijdig en daarmee onterecht’.

De signalering van de inspectie dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt staat in het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017. Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad zegt dat dit ‘ook met dit rapport in de hand’ niet is vol te houden.

‘Al helemaal niet in een tijd dat er geen euro extra geïnvesteerd wordt in leraren in het vo, er nog steeds verkeerde prikkels in het systeem zitten en de maatschappelijke opdracht van scholen alleen maar complexer wordt’, aldus Rosenmöller.

Het beeld dat de inspectie oproept over het voortgezet onderwijs doet volgens hem ‘geen recht aan de mensen in de scholen’ die, zo benadrukt hij, ‘onder moeilijke omstandigheden en met een bescheiden bekostiging’ goede resultaten boeken.

Lees meer…

Ministers over beter onderwijs: schouders eronder!

Verbetering van het onderwijs ligt in handen van ‘ambitieuze leraren, schoolleiders en besturen’, benadrukken de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob in reactie op het inspectierapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017

In het rapport van de Inspectie van Onderwijs staat dat de prestaties van leerlingen onder druk staan en dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt. Daarnaast signaleert de inspectie dat ongelijke kansen dreigen en dat grote schoolverschillen worden versterkt door toenemende sociaal-economische segregatie.

Verandering van binnenuit

Voor Van Engelshoven en Slob zijn de conclusies van de inspectie geen reden om diepgaand in te grijpen in de autonomie van scholen. ‘De verandering zal van binnenuit moeten komen, van ambitieuze leraren, schoolleiders en besturen. Zij staan daarin niet alleen. De inspectie en het ministerie werken met hen samen aan constante verbetering van de kwaliteit van het onderwijs’, zo schrijven ze in hun reactie.

De minister voegen daaraan toe dat het onderwijs niet kan worden verbeterd door de scholen ‘opnieuw te overladen met actieplannen en maatregelen, maar door een combinatie van ruimte, vertrouwen en heldere, gerichte doelen’. Ze gaan de komende tijd verder in gesprek met onder andere de PO-Raad en VO-raad ‘om tot een gerichte samenwerking te komen om de kwaliteit van het onderwijs verder te versterken’.

Samen de schouders eronder

Van Engelshoven en Slob verwachten ‘van iederéén in het onderwijs de intrinsieke motivatie om ambitieus onderwijs te bieden’. Ze beloven dat ook zij de schouders eronder zetten ‘door bestaande initiatieven voort te zetten en nieuwe op te pakken’.

Lees meer…

Deel uw ervaringen met vernieuwde toezicht inspectie

Bent u schoolbestuurder? Zodra u ervaringen hebt met het vernieuwde toezicht van de Inspectie van het Onderwijs, willen wij dat graag van u horen!

Het vernieuwde toezicht is officieel met ingang van het nieuwe schooljaar per 1 augustus jongstleden van kracht en geldt voor alle scholen en besturen in zowel het primair als voortgezet onderwijs. Doel van de vernieuwing is scholen extra te stimuleren hun onderwijs te verbeteren. Er ligt daarbij meer nadruk op de beoordeling van de kwaliteitszorg door het bestuur.

De inspectie geeft voortaan een voldoende als het onderwijs aan de wettelijke eisen voldoet, maar een school die invulling geeft aan hogere ambities krijgt de waardering ‘goed’. Alle scholen worden minstens één keer in de vier jaar bezocht. Scholen die risico’s vertonen, krijgen vaker bezoek. In het voortgezet onderwijs toetst de inspectie specifiek op sociale veiligheid.

In onderstaande video geeft de inspectie uitleg over het vernieuwde toezicht:

Op de website van de Inspectie van het Onderwijs staat meer informatie.

Wat zijn uw ervaringen?

Wij willen op basis van uw ervaringen kijken of het inspectietoezicht naar tevredenheid functioneert en of het op bepaalde punten kan worden geoptimaliseerd. Wij zullen daarover in gesprek gaan met de inspectie en eventueel ook met de Tweede Kamer.

U kunt uw ervaringen delen met mr. Ronald Bloemers via rbloemers@vosabb.nl.

Lumpsum omhoog en vertrouw schoolbesturen!

Schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs hebben behoefte aan een verhoging van de lumpsum en aan vertrouwen van de overheid op basis van verantwoording en transparantie over eigen keuzes, besteding van middelen en bereikte doelen.

Dit komt uit een ledenraadpleging in het kader van een advies dat de Onderwijsraad opstelt over sturing op onderwijskwaliteit via bekostiging(svoorwaarden). VOS/ABB levert op basis van gesprekken met leden input voor dit nog op te stellen advies.

Download input voor advies Onderwijsraad

Nationale Onderwijsprijs naar Utrecht en Sneek

De Nationale Onderwijsprijs is dit keer gewonnen door drie samenwerkende scholen in Utrecht en door een school voor voortgezet speciaal onderwijs in Sneek.

De Utrechtse scholen die de Onderwijsprijs in de categorie ‘basisonderwijs’ hebben gewonnen, zijn de openbare basisscholen De Klimroos en Apollo 11 en de eveneens openbare MAVO TIEN. Deze scholen werken met elkaar samen om kinderen extra goed voor te bereiden op hun toekomst. Leerlingen van de drie scholen werken binnen zes grote projecten gezamenlijk aan de ontwikkeling van 21st century skills.

De Piet Bakkerschool in Sneek kreeg de prijs in de categorie ‘voortgezet onderwijs’, omdat deze christelijke school voor zeer moeilijk lerende en meervoudig beperkte leerlingen leren en werken centraal stelt. In kleine groepjes zijn de leerlingen drie dagen in de week aan het leren en werken in een supermarkt, transportbedrijf, dorpshuis, bouwbedrijf en drukkerij.

Lees meer…

Praat mee over onderwijsverbetering

Hoe kunnen we het onderwijs te verbeteren? U kunt daarover meepraten op digitale platforms voor schoolbestuurders, managers en leraren. Deze platforms zijn ingericht in opdracht van het ministerie van OCW.

Het ministerie wil graag weten hoe u als onderwijsprofessional staat tegenover een aantal keuzes die gemaakt kunnen worden bij de organisatie van het onderwijs. U kunt daarbij denken aan onderwijstijd, flexibiliteit, ICT, gepersonaliseerd leren en de inzet van onderwijsteams.

Praat mee

Hoe kunnen leraren zich verder ontwikkelen?

In het voorjaar van 2017 worden de resultaten bekendgemaakt van een onderzoek naar de mogelijkheden voor leraren om zich verder te ontwikkelen en te werken aan onderwijsvernieuwing. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW over een aangenomen motie van de Tweede Kamerleden Paul van Meenen (D66) en Loes Ypma (PvdA).

In hun motie staat dat er moet worden gestreefd naar naar een maximum van 20 lesuren per (fulltime) docent in het voortgezet onderwijs en acht dagdelen in het primair onderwijs.

Dekker laat in zijn brief direct weten dat hier geen geld voor is. ‘Wanneer dit voorstel rechtstreeks wordt bekostigd vanuit de overheid, vergt dit veel extra middelen waar thans geen dekking voor is. Wanneer dit voorstel op schoolniveau moet worden opgevangen, drukt dit in potentie zwaar op de schoolbegroting, de onderwijstijd van leerlingen en de grootte van de klassen.’

Duizenden extra leraren?

Toch laat hij een verkenning uitvoeren naar de mogelijkheden om leraren meer tijd en ruimte te bieden zich verder te ontwikkelen. Daarbij worden verschillende scenario’s bekeken. Zo zal worden gekeken of het mogelijk is meer onderwijs(ondersteunend) personeel aan te trekken.

Daar zet Dekker wel vraagtekens bij, omdat als het voorstel van Van Meenen en Ypma realiteit wordt, er in het primair onderwijs circa 14.000 en in het primair onderwijs ongeveer 12.000 fulltime werkende leraren bij moeten komen. Afgezien van de vraag of die aantallen er zijn, zou dat leiden tot zeker 1,8 miljard euro extra loonkosten.

Minder lesuren?

Een andere mogelijkheid die de staatssecretaris noemt, is het verminderen van het aantal uren dat leerlingen les krijgen. Met het huidige aantal leraren zou het gaan om circa 120 uur minder les per jaar in het primair onderwijs en circa 160 uur in het voortgezet onderwijs.

Een vermindering van het aantal lesuren kan volgens Dekker leiden tot een hogere werkdruk, omdat dezelfde onderwijsinhoud in minder uren moet worden aangeboden. Ook zou een vermindering van het aantal uren de onderwijskwaliteit kunnen aantasten. Een ander punt dat hij noemt, is dat ouders door een vermindering van de onderwijstijd problemen kunnen krijgen met de combinatie van werk en zorg.

Grotere klassen?

Een andere mogelijkheid die in de verkenning wordt meegenomen, is een vergroting van de klassen. Dekker noemt die mogelijkheid echter op voorhand ongewenst. Ook wordt gekeken naar een andere inrichting van het onderwijs, waarbij onder andere een grotere rol kan worden gegeven aan ICT.

In welke fases wordt lerarenregister ingevoerd?

In het startjaar van het lerarenregister komen alle leraren in het lerarenregister of in het zogenoemde registervoorportaal te staan. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker in een brief aan de Tweede Kamer over de gefaseerde invoering van het lerarenregister.

Leraren kunnen zich in het startjaar van 1 augustus 2017 tot 1 augustus 2018 zelf registreren, hun bevoegdheid opvoeren en ook hun professionaliseringsactiviteiten bijhouden in het systeem. De beroepsgroep heeft voorafgaand aan deze fase, uiterlijk voor het zomerreces van 2017, het voorstel voor de herregistratiecriteria en valideringsregels opgesteld.

Eerste en tweede herregistratie lerarenregister

De eerste fase van de herregistratie loopt van 1 augustus 2018 tot 1 augustus 2022. Leraren houden dan hun scholingsactiviteiten bij op basis van de criteria van de beroepsgroep. Als een leraar aan het einde van deze periode niet voldoet aan de criteria, dan wordt daarvan aantekening gemaakt in het lerarenregister. Deze aantekening zal voor iedereen zichtbaar zijn, maar heeft nog geen consequenties: de betreffende leraar mag dan nog steeds lesgeven.

Daarna volgt tot 1 augustus 2026 de tweede fase van herregistratie. Voor leraren die aan het einde van die periode niet aan de eisen van de beroepsgroep voldoen, betekent de aantekening in het register dat zij niet langer zelfstandig voor de klas mogen staan. Om weer aan de slag te kunnen, moeten deze leraren via het register aantonen dat zij alsnog aan de herregistratiecriteria voldoen.

Het lerarenregister is bedoeld om de kwaliteit van de leraren in Nederland en daarmee de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

Onderwijskwaliteit vereist brede blik

De Onderwijsraad wil voorbij de smalle kijk op onderwijskwaliteit. Dat blijkt uit een advies dat is aangeboden aan de Eerste Kamer.

De focus op opbrengsten op de basisvaardigheden in het kwaliteitsbeleid van de overheid heeft volgens de raad een waarneembaar effect gehad.

Onderwijskwaliteit verbeterd

‘Het percentage scholen dat onder het minimumniveau presteert is de laatste jaren gedaald. Er is nu toenemende aandacht voor de brede opdracht van scholen. Het breder opvatten geeft echter nog weinig richting aan het onderwijs.’

De Onderwijsraad pleit daarom in het advies Over de volle breedte van onderwijskwaliteit voor het breder opvatten, inzichtelijk maken en verantwoorden van onderwijskwaliteit.

Lees meer…

Dekker is gedoe met evangelische basisscholen spuugzat

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW maakt gebruik van zijn aanwijzingsbevoegdheid: hij grijpt in bij de falende Stichting voor Evangelische Scholen (sVES).

De onderwijskwaliteit van de evangelische basisscholen die onder deze stichting vallen, schiet structureel ernstig tekort. In november 2013 werd bekend dat Evangelische Basisschool Timon om deze reden werd gesloten. De Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge reageerde daar verheugd op. Hij noemde het toen op Twitter ‘de beste oplossing voor de leerlingen’.

In maart van dit jaar werd bekend dat het bestuur van sVES zijn activiteiten zou staken. Dat besluit volgde op indringende gesprekken met de Inspectie van het Onderwijs. Naar nu blijkt, is het bestuur gewoon doorgegaan. Staatssecretaris Dekker is het nu echt meer dan zat en gebruikt daarom zijn aanwijzingsbevoegdheid.

‘Uit zorg voor de continuïteit en de kwaliteit van het onderwijs voor alle leerlingen, ben ik genoodzaakt om in te grijpen. Ik zal het bestuur een aanwijzing geven op grond van artikel 163b van de Wet op het primair onderwijs. Indien het bestuur de aanwijzing niet opvolgt, tref ik een bekostigingssanctie’, zo schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

Met andere woorden: de scholen krijgen dan geen geld van de overheid meer, wat zo goed als zeker tot sluiting zal leiden. Dekker heeft niet de wettelijke bevoegdheid om deze scholen te sluiten, omdat het geen openbare maar bijzondere scholen zijn. Dit heeft te maken met lid 2, 3 en 4 van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

Onder sVES vallen zes evangelische basisscholen, die volgens de website van de stichting bijbelgetrouw en kindvriendelijk kwaliteitsonderwijs op maat bieden. Die scholen staan in Utrecht, Amsterdam, Apeldoorn, Tilburg, Den Haag en Hoofddorp.

Resultaten eindexamens op zelfde niveau als vorig jaar

De eindexamens in het voortgezet onderwijs zijn ongeveer net zo goed gemaakt als vorig jaar. Dat meldt het College voor Examens (CvE).

‘De vmbo-leerlingen van 2014 zijn even vaardig gebleken als de leerlingen van 2013’, aldus het CvE. ‘De vaardigheidsverbetering ten opzichte van 2011 en eerder is geconsolideerd.’

Bij havo en vwo is de situatie vergelijkbaar. Ook hier doen de examenleerlingen het beter dan in 2011. De vaardigheidsstijging betreft echter alleen de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde. Bij de niet-kernvakken is sprake van een vaardigheidsdaling ten opzichte van van 2012 en 2013.

Volgens het CvE zijn de meeste examens als goed en evenwichtig ervaren. De examens voor economie bij vmbo-GL/TL en voor een aantal vakken bij havo bleken echter te lang. Daar is bij de normering rekening mee gehouden.

Leesprestaties gaan (iets) omhoog

Kinderen in het (speciaal) basisonderwijs zijn iets beter gaan lezen. Dat meldt het Cito.

In de periode 2011-2012 heeft het toetsinstituut peilingen uitgevoerd naar het niveau van leesvaardigheid van leerlingen in de groepen 5 en 8 van de basisschool en in het speciaal basisonderwijs (SBO). Het blijkt volgens het Cito dat de prestaties licht stijgen voor wat betreft de vaardigheid van het interpreteren van teksten.

‘Verder lijkt in groep 5 de daling van het plezier in lezen die zich sinds 1994 heeft voorgedaan tot stilstand te zijn gekomen. In groep 8 en het SBO is het percentage leerlingen dat plezier heeft in lezen sinds de vorige peiling gestegen van 35 procent naar 47 procent!’, meldt het Cito op zijn website.

Kwaliteit is kwestie van samenwerking op alle niveaus

‘Waar het beter kan, moet het ook beter, want goed onderwijs is cruciaal voor de samenleving.’ Dat stellen minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in hun beleidsreactie op het Onderwijsverslag 2012-2013 van de Inspectie van het Onderwijs.  

Ze willen samen met schoolbestuurders, schoolleiders, toezichthouders, leraren en andere betrokkenen ‘consequent verder werken aan de stap van goed naar beter onderwijs’. De minister en de staatssecretaris schrijven dat ze daarvoor het Regeerakkoord, het Nationaal Onderwijsakkoord, de Lerarenagenda en binnenkort de sectorakkoorden willen gebruiken. ‘Met onze plannen willen we de gewenste kwaliteitscultuur in de praktijk van de klas realiseren zodat de leerling (…) optimaal in de gelegenheid wordt gesteld om zijn talenten te ontwikkelen. Daar willen we maximaal op inzetten.’

Deskundigheidsbevordering neemt in de beleidsreactie een prominente plaats in. Daarbij richten Bussemaker en Dekker hun aandacht niet alleen op de leraren, maar ook op de schoolleiders en zeer zeker op de schoolbestuurders. ‘Verbetering van de bestuurskracht van de onderwijssector is een blijvende opdracht aan iedereen en een proces van continue verbetering.’

De beleidsreactie gaat tevens in op het feit dat kwaliteit van onderwijs van meer factoren afhangt dan alleen prestaties op rekenen en taal. ‘De inspectie vraagt terecht aandacht voor het belang van een brede kijk’, zo schrijven de minister en de staatssecretaris. Ze willen ‘samen met schoolleiders en schoolbestuurders nader onderzoeken of en zo ja hoe het curriculum verder versterkt moet worden’.

Lees ook Schoolbesturen moeten meer doen voor goed onderwijs.

Goede schoolleider voorwaarde voor goed onderwijs

Hoe beter de schoolleider, des te beter het onderwijs. Dat concludeert de Inspectie van het Onderwijs op basis van eigen onderzoek De kwaliteit van schoolleiders. De leergang Zelfbewust leiderschap van VOS/ABB sluit hierop aan.

De inspectie signaleert dat schoolleiders over het algemeen naar behoren functioneren. ‘Toch kunnen veel schoolleiders zich nog verder verbeteren en dat loont: het onderwijs in de school wordt er beter van’, aldus de inspectie.

Het onderzoek toont volgens de inspectie ook aan dat de schoolbesturen hierbij van belang zijn. ‘Hoe sterker besturen de kwaliteit van hun scholen bewaken en stimuleren, hoe beter de schoolleiders zijn. Deze bevindingen onderstrepen nog eens het breed gedragen belang van investeren in de professionalisering van schoolleiders.’

De inspectie deed onderzoek onder 298 schoolleiders en bij 269 schoolbesturen. Doel was kennis te verwerven over de kwaliteit en effectiviteit van schoolleiders. Daarnaast wilde de inspectie een beter beeld krijgen van de rol van besturen bij het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van schoolleiders.

Zelfbewust leiderschap
VOS/ABB organiseert voor schoolleiders en -bestuurders voor de tweede keer de leergang Zelfbewust leiderschap. Inzet van die leergang is dat goed leiderschap een positieve invloed heeft op de kwaliteit van de (openbare en algemeen toegankelijke) school.

Lees meer…

Lat gaat omhoog: voldoende is niet goed genoeg

Niet alleen (zeer) zwakke scholen, maar ook scholen die voldoende presteren moeten zich verbeteren. Dat benadrukken minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer over de transitie van het inspectietoezicht.

‘Wij willen in het onderwijs toe naar een kwaliteitscultuur waarbij het voor alle partijen vanzelfsprekend is om te blijven streven naar verbetering, ook al is het basisniveau op orde. Dat komt ten goede aan alle leerlingen (…) zodat zij hier optimaal van kunnen profiteren in alle leer- en vormingsgebieden’, zo staat in de brief.

Bussemaker en Dekker gaan bij hun streven uit van ‘een hoge mate van autonomie voor scholen in combinatie met het afleggen van publieke verantwoording’. Dat is volgens hen ‘het beste recept voor goede resultaten’. Ze willen naar een verbetercultuur toe ‘die door alle betrokkenen intrinsiek wordt beleefd’. Ze vinden dat dit ook zichtbaar moet zijn.

Daarom komen er in het primair, speciaal en voortgezet onderiwjs naast de al bestaande oordelen ‘zeer zwak’, ‘zwak’, ‘basiskwaliteit’ en het predicaat ‘excellent’ de oordelen ‘voldoende’ en ‘goed’. Het inspectie-oordeel ‘goed’ moet van de minister en de staatssecretaris voor alle scholen het streven zijn, en niet slechts de basiskwaliteit.

Elke school krijgt een kwaliteitsprofiel. De inspectie kijkt daarvoor niet alleen aar leerprestaties en de sociale opbrengsten, maar ook naar de wijze en de voorwaarden waaronder deze tot stand komen. Ouders, leerlingen en leraren moeten met het kwaliteitsprofiel ‘een handzaam en informatief beeld over de kwaliteit van de school’ krijgen.

‘Het kwaliteitsprofiel en het daarop gebaseerde oordeel zullen actief en breed openbaar worden gemaakt, onder andere via de website van de inspectie’, aldus Bussemaker en Dekker in hun brief.

Het kwaliteitsprofiel en het daarop gebaseerde oordeel van de inspectie worden gebaseerd op vijf kwaliteitsgebieden:

  • Onderwijsresultaten
  • Onderwijsproces
  • Schoolklimaat en veiligheid
  • Kwaliteitsborging en ambities
  • Financiële en materiële voorzieningen

In de brief benadrukken de minister en de staatssecretaris dat de schoolbesturen eindverantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van hun scholen en dat de besturen de inspectie met informatie moeten voeden. ‘Naarmate besturen zelf over betere informatie beschikken en zich daarover verantwoorden, zal de inspectie minder zélf verzamelen en minder eisen stellen aan de vorm en inhoud van de door besturen geleverde informatie.’

Wat vindt VOS/ABB van de transitie van het inspectietoezicht? Lees het commentaar van adjunct-directeur Anna Schipper, die namens VOS/ABB in de zogenoemde eerste ring van de Inspectie van het Onderwijs zit.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Inspectie ziet steeds minder (zeer) zwakke scholen

Steeds minder scholen zijn zwak of zeer zwak. Dat meldt de Inspectie van het Onderwijs.

In het basisonderwijs voldeden in het afgelopen schooljaar 97,8 procent van de scholen aan de minimumeisen van de inspectie. In het speciaal basisonderwijs was dat 96,6 procent, in het voortgezet onderwijs 89,9 procent en in het (voortgezet) speciaal onderwijs 91,0 procent.

In het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs is het aantal zwakke en zeer zwakke scholen met tweederde of meer gedaald in de afgelopen drie jaar. In het voortgezet onderwijs gaan de verbeteringen minder snel.

Lees meer…

Aanmelden voor Excellente School 2014

Scholen kunnen zich tot en met 18 april aanmelden om in aanmerking te komen voor het predicaat Excellente School 2014. De aanmelding staat open voor alle scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. 

Een onafhankelijke jury vraagt de scholen om zich aan te melden door middel van een zelfevaluatie. De kandidaat-excellente scholen worden uitgenodigd om in juni een korte presentatie te geven. Vanaf eind augustus tot en met half oktober brengt de jury een bezoek aan die scholen die volgens de jury veelbelovend zijn.

De bevindingen van de jury over de aanmelding, de presentatie en het schoolbezoek worden vastgelegd in een (voorlopig) schoolrapport dat in november aan de deelnemende scholen wordt voorgelegd. Feitelijke onjuistheden in het schoolrapport kunnen dan nog gecorrigeerd worden.

Voor scholen die het predicaat in 2013 hebben ontvangen, geldt een verkorte procedure.

Lees meer…

Dekker wil uitdagend onderwijs voor toptalenten

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft zijn brief over toptalenten naar de Tweede Kamer gestuurd. Er staan maatregelen in vermeld waarmee het onderwijs voor hen uitdagender moet worden dan nu het geval is.

‘We mogen niet tevreden zijn met een voldoende, steeds beter is de norm’, zo schrijft Dekker in zijn brief. Ondanks de vele goede initiatieven van scholen gaat er volgens hem nog te weinig aandacht uit naar toptalenten. ‘Bestaande initiatieven zijn nog te veel een uitzondering en doorgaans kleinschalig van opzet. Het is tijd voor een duurzame en structurele aanpak die leidt tot een cultuuromslag in het onderwijs. Ik streef naar een ambitieuze leercultuur, naar onderwijs dat uitdaagt.’

Dekker ziet het als zijn rol om goede initiatieven te ondersteunen en te stimuleren. ‘Waar nodig schep ik ruimte en neem belemmeringen weg. Daarmee zetten we de eerste stappen in een proces op weg naar onderwijs dat optimaal aansluit bij de individuele behoefte van leerlingen.’ Hij wil dat doen via drie lijnen:

1. Naar onderwijs dat meer uitdaagt
Dit vraagt volgens Dekker om een flexibele opstelling van de scholen om oude patronen en structuren te doorbreken. Hij wil onder andere dat scholen meer gebruikmaken van vakleerkrachten en van specialisten uit bijvoorbeeld het bedrijfsleven. ‘Scholen die de buitenwereld naar binnen halen, inspireren hun toptalenten’, aldus de staatssecretaris. Ook wijst hij scholen op de mogelijkheden die digitale leermiddelen bieden.

2. Naar onderwijs waarin bijzondere prestaties meer lonen
Scholen moeten volgens Dekker meer doen om het halen van hoge cijfers te waarderen. Dat kan door privileges te verlenen of bijzondere aantekeningen op het diploma. Ook in de overgang van de ene naar de andere schoolsoort is de waardering van bijzondere prestaties van belang: leerlingen die met een voorsprong instromen, zouden op hun eigen niveau verder moeten kunnen werken aan hun ontwikkeling. De staatssecretaris schrijft dat scholen die over de hele linie goede prestaties neerzetten en toptalenten laten uitblinken, dat gaan terugzien in de beoordeling van de Inspectie van het Onderwijs.

3. Naar onderwijs met beter toegeruste leraren
Lerarenopleidingen zouden leraren in opleiding de benodigde kennis en vaardigheden moeten aanbieden om goed om te kunnen gaan met verschillen in de klas. De staatssecretaris benadrukt dat het leerproces van leraren verder gaat na hun opleiding. Leraren verdienen volgens hem de ruimte om zich ook nadien te blijven ontwikkelen. Hij verwijst hierbij naar de Lerarenagenda, waarin dit thema aan bod komt.

‘Pabo’ers van mbo tasten onderwijskwaliteit aan’

Pabo’s moeten mbo’ers kunnen weigeren. Dat stelt de Vereniging Hogescholen. Voorzitter Jan van Zijl van de MBO Raad vindt dit ‘te kort door de bocht’. 

De gebrekkige kennis aan reken- en taalvaardigheden waarmee mbo-studenten de pabo binnenkomen, gaat volgens de Vereniging Hogescholen ten koste van de onderwijskwaliteit. ‘Docenten zijn nu te veel tijd kwijt aan het bijspijkeren van kennis die een mbo-student eigenlijk al op zak moest hebben vóór aanvang van de pabo. Tijd die eigenlijk nodig is voor de kwaliteit van het pabo-onderwijs zelf’, zo meldt de Vereniging Hogescholen op haar website.

In een brief aan de Vaste Kamercommissie voor Onderwijs roept de Vereniging Hogescholen de politiek op om mbo-studenten bij aanmelding te mogen screenen op voldoende voorkennis. ‘Op basis daarvan kan een pabo dan beoordelen of een mbo-student voldoende reken- en taalvaardigheid heeft voor een start op de pabo’, aldus voorzitter Thom de Graaf van de Vereniging Hogescholen.

Zijn collega Jan van Zijl van de MBO Raad heeft maandagochtend op Radio 1 gezegd dat ‘terugsturen aan de poort’ een te gemakkelijke oplossing is. Hij vindt dat de Vereniging Hogescholen te kort door de bocht gaat. Van Zijl zei ook dat niet alleen in het mbo, maar in het hele onderwijs de algemene vakken taal en rekenen de afgelopen 10 tot 15 jaar zijn verwaarloosd.

Woensdag vergadert de Tweede Kamer onder andere over doorstroom mbo-hbo.

‘Schuld voor stress rond Cito-toets ligt bij scholen’

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW stelt in Trouw dat de stress rond de Cito-toets de schuld is van scholen voor voortgezet onderwijs.

Dekker noemt het in de zaterdageditie van Trouw ‘een slechte ontwikkeling dat er scholen voor voortgezet onderwijs zijn die zeggen: hier kom je alleen binnen met een citoscore van zus- en zoveel.’ De staatssecretaris vindt dat deze scholen hiermee moeten stoppen. Hij stelt ook dat er ten onrechte een spookbeeld is gecreëerd dat het basisonderwijs een afrekencultuur kent. ‘Dat is niet bevorderlijk’, aldus Dekker.

Tegelijkertijd benadrukt hij dat de toetscultuur, waarop in het onderwijs en de politiek toenemende mate kritiek is, noodzakelijk is. ‘Als je jaarlijks miljarden in het onderwijs investeert, hebben wij, maar ook de Tweede Kamer en ouder het recht om te weten: gaat het goed? Dat meet je alleen maar af aan wat leerlingen opsteken, aan wat ze geleerd hebben.’

De staatssecretaris zegt in Trouw ook dat er in het onderwijs ‘een enorme vrees’ is voor openheid. ‘Ik ben daar juist erg voor. Niet om scholen op af te rekenen. Ik ben niet voor die ranglijstjes.’ In september zei Dekker nog dat het goed vond dat RTL Nieuws met een ranglijst kwam op basis van de gemiddelde citoscores van de basisscholen.

Vervolgonderzoek onderwijskwaliteit Amsterdam

De Amsterdamse onderwijswethouder Pieter Hilhorst (PvdA) laat een vervolgonderzoek uitvoeren naar de effecten van de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA). Dat meldt Het Parool.

Het onderzoek dat Hilhorst heeft aangekondigd, volgt op een kritisch onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). De conclusie van dat recente onderzoek is dat de KBA averechts werkt, omdat de citoscores bij Amsterdamse zwakke scholen 1,7 punt lager liggen dan bij vergelijkbare scholen elders.

Hilhorst bestrijdt die conclusie, omdat onderwijs volgens hem meer is dan alleen taal, rekenen en studievaardigheden waarop de Cito-toets is gebaseerd. Bovendien is het aantal zwakke en zeer wakke basisscholen in Amsterdam sinds de KBA fors afgenomen van 35 in 2008 tot vier op dit moment. Dat lijkt te rechtvaardigen dat de KBA wel een positief effect heeft.

Lees ook het commentaar van directeur Ritske van der Veen van VOS/ABB.

Actiegroep hekelt ‘allesbepalende Cito-eindtoets’

Een actiegroep van een orthopedagoog en basisschooldirecteuren wil dat de ‘allesbepalende Cito-eindtoets’ wordt afgeschaft. Dat schrijven ze in Trouw.

De leden van de actiegroep ‘Op weg naar geweldig onderwijs’ vinden het een slechte zaak dat de Cito-eindtoets voor de Inspectie van het Onderwijs een ijkpunt is geworden. ‘Scholen die te laag op de eindtoetsen scoren, worden afgerekend door de inspectie en vervolgens door de media en de rest van Nederland’, zo schrijven ze.

‘De Citotoets beoordeelt uitsluitend cognitieve vaardigheden. De politiek en inspectie focussen vooral op taal en rekenen. Creativiteit, technisch inzicht en sportief talent ontbraken altijd al in de Citotoets. In het onderwijs zou echter ieder talent moeten tellen. Diversiteit van talenten is in onze samenleving immers hard nodig’, zo vervolgen ze.

De actiegroep ‘Op weg naar geweldig onderwijs’ bestaat uit orthopedagoog/WSNS-functionaris Riet Brok van de openbare school voor speciaal basisonderwijs De Boemerang in Apeldoorn en basisschooldirecteuren uit onder andere die Gelderse stad en omgeving en de Noordoostpolder.

De Onderwijsraad uitte eerder vergelijkbare kritiek.