ABP heeft last van dalende beurskoersen

De dreiging van een handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten drukt de beurskoersen. Daardoor is de dekkingsgraad van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) in het eerste kwartaal van dit jaar met 1,4 procentpunt gedaald tot 103,0 procent.

Het ABP meldt dat deelnemers erop moeten rekenen dat met de huidige stand ‘verhoging van pensioen de komende vijf jaar niet of nauwelijks aan de orde zal zijn’. Tegelijkertijd meldt het fonds dat de kans ‘heel klein’ is dat de pensioenen in 2019 moeten worden verlaagd.

Het ABP is het grootste pensioenfonds van Nederland. Het beheert onder andere de onderwijspensioenen.

Lees meer…

Dekkingsgraad ABP onder landelijk gemiddelde

De dekkingsgraad van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) zit onder de gemiddelde dekkingsgraad van de pensioenfondsen in Nederland.

Het ABP meldde onlangs blij te zijn dat dit jaar de pensioenen niet omlaag hoeven, omdat de dekkingsgraad omhoog is gegaan. ‘De actuele dekkingsgraad steeg naar 96,6 procent. Dat niveau ligt ruim boven de kritische grens waarbij pensioenen verlaagd zouden worden. Dat is in 2017 niet aan de orde’, aldus het ABP.

Met de dekkingsgraad van 96,6 procent zit het ABP echter onder het gemiddelde van 97,5 procent van de pensioenfondsen in Nederland, zo blijkt uit informatie van De Nederlandsche Bank.

Opmerkelijk is dat in tegenstelling tot de dekkingsgraad van het ABP, die in het vierde kwartaal steeg, de gemiddelde dekkingsgraad van de pensioenfondsen in diezelfde periode daalde (met 0,6 procent).

Het ABP beheert als grootste pensioenfonds van Nederland onder andere de onderwijspensioenen.

Lees meer…

Herstellend ABP blikt voorzichtig vooruit

Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) is blij dat dit jaar de pensioenen niet omlaag hoeven, nu de dekkingsgraad omhoog is gegaan. Tegelijkertijd verwacht het ABP dat de pensioenen in de komende vijf jaar niet kunnen worden verhoogd en kan het fonds toekomstige pensioenverlagingen niet uitsluiten.

In het vierde kwartaal van 2016 verbeterde de financiële situatie van ABP aanzienlijk. ‘De actuele dekkingsgraad steeg naar 96,6 procent. Dat niveau ligt ruim boven de kritische grens waarbij pensioenen verlaagd zouden worden. Dat is in 2017 niet aan de orde’, aldus het ABP.

De verbetering van de financiële situatie is volgens het fonds vooral te danken aan de renteontwikkeling in het vierde kwartaal. ‘Door de rentestijging verminderden de verplichtingen met 25 miljard euro. Aan de andere kant maakten we een rendement van 9,5 procent over 2016, waarvan 0,4 procent in het laatste kwartaal.’

Het ABP beheert als grootste pensioenfonds van Nederland onder andere de onderwijspensioenen.

Lees meer…

Pensioenen onderwijs in 2017 niet omlaag

Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) gaat dit jaar niet over tot een verlaging van de pensioenen. 

Volgens het ABP volgt uit uit een eerste berekening van de dekkingsgraad dat de pensioenen in 2017 niet omlaag hoeven. De precieze dekkingsgraad wordt eind deze maand bekend, maar het is nu al zeker dat een pensioenverlaging niet aan de orde is.

Tegelijkertijd meldt het fonds dat een verhoging van de pensioenen er de komende jaren waarschijnlijk niet inzit. Het is zelfs mogelijk dat er op den duur toch moet worden verlaagd, afhankelijk van de renteontwikkelingen en de rendementen op de beurs.

Premie pensioenen omhoog

Afgelopen november maakte het ABP bekend de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen in 2017 met 2,3 procentpunt te verhogen van 18,8 naar 21,1 procent. Het fonds noemde dat toen ‘een eerste stap op weg naar een structureel hogere premie’. In april 2016 was er ook al een premieopslag van 17,8 naar 18,8 procent.

Kort na de bekendmaking van de premieopslag kwam het bericht dat het kabinet in 2017 geld beschikbaar stelt om de de hogere premie te compenseren, omdat anders de arbeidsvoorwaarden in onder andere het primair en voortgezet onderwijs financieel in het gedrang komen.

ABP-premie stijgt fors, pensioen nóg duurder

Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) verhoogt in 2017 de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen met 2,3 procentpunt van 18,8 naar 21,1 procent. Het ABP noemt het ‘een eerste stap op weg naar een structureel hogere premie’. Het betreft onder andere de onderwijspensioenen.

Op basis van de verhouding 70/30 gaat de werkgever 14,77 procent betalen en de werknemer (deelnemer) 6,33 procent.

Voor een deelnemer met een maandinkomen van 3500 euro bruto betekent de verhoging van de premie in 2017 dat hij per maand ongeveer 11 euro netto meer betaalt. De werkgever gaat op basis van hetzelfde inkomen 25,60 euro per maand meer betalen.

De belangrijkste redenen voor de forse premiestijging zijn de lage rente en het lagere verwachte rendement in de komende jaren. Ook het feit dat we gemiddeld steeds ouder worden heeft volgens het ABP een verhogend effect op de premie.

In april jongstleden was er ook al een premieopslag van 17,8 naar 18,8 procent. De verhoging per 1 januari 2017 noemt het ABP ‘een eerste stap op weg naar een structureel hogere premie’.

Dekking cao’s aangetast

De premieverhoging in 2017 zal ten koste gaan van een deel van de dekking van de cao’s voor het primair respectievelijk voortgezet onderwijs. In deze cao’s is hier immers geen rekening mee gehouden.

De premiestijging van het ABP zal er ook toe leiden dat er minder onderhandelruimte zal zijn voor de onderwijs-cao’s vanaf oktober 2017. Er is dan immers minder budget beschikbaar.

ABP kan niet indexeren

Door de huidige financiële situatie kan het ABP de pensioenen in 2017 niet verhogen met de prijsontwikkeling. Daarvoor is de beleidsdekkingsgraad van 92,0 procent op 31 oktober 2016 bij lange na niet hoog genoeg. Om te kunnen indexeren moet de beleidsdekkingsgraad namelijk minimaal 110 procent zijn.

Lees meer…

Verlaging pensioenen steeds waarschijnlijker

Het besluit van de Europese Centrale Bank (ECB) om het belangrijkste rentetarief in de eurozone te verlagen van 0,05 naar 0 procent, brengt een mogelijke verlaging van de pensioenen dichterbij.

President Mario Draghi van de ECB maakte donderdag een pakket aan maatregelen bekend om in de eurozone weer een zekere mate van inflatie te realiseren. Nu is de inflatie 0,2 procent, en dat zit angstig dicht tegen deflatie aan. Deflatie heeft een remmende werking op de economie, die nu al minder groeit dan verwacht.

Een van de maatregelen is een verlaging van de rente naar 0 procent. Dat is slecht voor de pensioenfondsen. Hoe lager de rente, des te minder rendement.

Onderwijspensioenen
Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP), dat onder andere de onderwijspensioenen beheert, zit door de aanhoudend lage rente en de kwakkelende beurs al lange tijd in zwaar weer. ABP-voorzitter Corien Wortmann-Kool zei onlangs dat de dekkingsgraad van het ABP inmiddels is gezakt naar ongeveer 90 procent.

Een ‘goed-weer-scenario’ zit er volgens haar ook op de lange termijn niet meer in, zei ze in een interview met de Telegraaf. ‘En de kans dat we opschuiven richting het slechtere scenario de komende jaren, die is er’, aldus Wortmann-Kool.

Lees meer…

Dekkingsgraad ABP op orde, maar nog geen indexering

De dekkingsgraad van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) is in het eerste kwartaal van dit jaar stabiel gebleven. Het is volgens het ABP nog te vroeg om aan indexering van de pensioenen te denken.

Op 31 maart was de dekkingsgraad van het ABP 106,1 procent. Dat is 0,2 procentpunt hoger dan eind 2013 en 1,9 procentpunt hoger dan de vereiste minimumgrens.

De dekkingsgraad staat niet heel ruim boven de vereiste minimumdekkingsgraad van 104,2 procent. Daarom is het volgens het nu nog te vroeg om aan indexering te denken. ‘Daarover besluit het ABP-bestuur pas aan het einde van het jaar’, aldus ABP-voorzitter Henk Brouwer.

Het ABP is het grootste pensioenfonds van Nederland. Het beheert onder andere de onderwijspensioenen.

Lees meer…

ABP blijft beleggen in Israëlische banken

Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP), dat de onderwijspensioenen beheert, blijft beleggen in drie van de vijf Israëlische banken waar pensioenverzekeraar PGGM zich onlangs uit heeft teruggetrokken. Dit blijkt uit de jongste lijst met bedrijven waarin het ABP niet belegt.

PGGM is het pensioenfonds van de sector zorg en welzijn. Dit fonds investeert niet meer in vijf Israëlische banken, omdat die de bouw van illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever financieren, zo staat in een verklaring.

Het ABP meldt in de media ‘bekend te zijn met de problemen’, maar wil niet zo ver gaan als PGGM. Het ABP is wel in gesprek met drie van deze banken om te kijken of zij hun financieringsgedrag willen veranderen, maar wil de beleggingen niet staken.

Op de uitsluitingslijst van het ABP staat wel het Japanse energiebedrijf Tepco, de eigenaar van de ontplofte kerncentrale bij Fukushima. Volgens ABP leefde het bedrijf de milieurichtlijnen niet goed na in de periode na de kernramp in november 2011.

Verder staan op de lijst onder anderen bedrijven die clusterbommen maken en sinds 2012 ook de Amerikaanse supermarktketen WalMart vanwege slecht personeelsbeleid en de Chinese oliemaatschappij PetroChina vanwege omstreden activiteiten in Birma en Sudan.

Ook staan op de uitsluitingslijst van het ABP landen waarvoor een VN-wapenembargo geldt. Het pensioenfonds investeert niet meer in staatsobligaties van deze landen.

 

ABP verlaagt pensioenpremie naar 21,6%

Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) verlaagt per 1 januari 2014 de pensioenpremie van 25,4 naar 21,6 procent van het pensioengevend salaris. Het ABP is het fonds van onder andere de onderwijspensioenen.

De daling heeft te maken met de verlaging van het opbouwpercentage van 2,05 naar 1,95. Dit is onderdeel van de wijziging van de pensioenregeling per 1 januari 2014. Daarnaast komt een deel van de tijdelijke verhoging van de premieopslag die onderdeel is van het herstelplan te vervallen. De resterende herstelopslag in de premie wordt daarmee per 1 januari 3,0 procent.

In 2014 zal op basis van de dekkingsgraad op 31 oktober jongstleden geen indexering van de pensioenen plaatsvinden. Of het ABP de pensioenen in 2014 opnieuw moet verlagen, hangt af van de dekkingsgraad op 31 december 2013. De dekkingsgraad moet minimaal 104,2 procent zijn. Op 31 oktober lag de dekkingsgraad daarboven, maar het is nog niet zeker of dat op 31 december nog het geval zal zijn.

Meer informatie staat op de website van het ABP.

 

ABP-dekkingsgraad oké, gevaar niet geweken

In oktober is de dekkingsgraad van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) gestegen naar 106,2 procent. Dit is 2 procentpunt hoger dan het vereiste minimum, maar toch is er nog steeds een kans dat de pensioenen volgend jaar omlaag moeten.

De dekkingsgraad op 31 december 2013 is bepalend voor de vraag of het ABP de pensioenen, waaronder die van het voormalige onderwijspersoneel, moet verlagen. Als de dekkingsgraad op dat moment 104,2% of hoger is, hoeft dat niet te gebeuren. Dit vloeit voort uit bepalingen van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB).

Het ABP legt uit dat de dekkingsgraad in korte tijd sterk kan schommelen, bijvoorbeeld door een kleine verandering in de rentestand of in het rendement van beleggingen. Dit maakt het lastig om te voorspellen of de dekkingsgraad aan het eind van het jaar boven het vereiste minimum zal uitkomen.

ABP bijna boven jan, maar nog steeds gevaar

De dekkingsgraad van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) is flink gestegen in het derde kwartaal. Op 30 september was deze 103,3 procent, terwijl de dekkingsgraad aan het einde van het tweede kwartaal nog 97 procent was. Eind 2013 moet de dekkingsgraad minstens 104,2 procent zijn, anders moet het ABP onder meer de onderwijspensioenen in 2014 opnieuw verlagen.

Voorzitter Henk Brouwer meldt op de website van het ABP: ‘We zijn nog 0,9 procentpunt verwijderd van de vereiste dekkingsgraad die we eind dit jaar moeten halen. De kans op verlaging van het pensioen is kleiner geworden ten opzichte van het tweede kwartaal. Maar het gevaar van een mogelijke verlaging is nog steeds niet geweken. Het blijft van groot belang hoe de rente en de beleggingsopbrengst van ABP zich in de laatste drie maanden van dit jaar zullen ontwikkelen.’

De hoogte van de dekkingsgraad eind 2013 bepaalt niet alleen óf een verlaging noodzakelijk is, maar ook met hoeveel procent de pensioenen eventueel verlaagd moeten worden. De hoogte van de eventuele verlaging is het verschil tussen de dekkingsgraad op 31 december 2013 en de vereiste 104,2 procent.

Het ABP wijst erop dat de dekkingsgraad in korte tijd sterk kan schommelen, omdat die wordt beïnvloed door verscheidene factoren. Daarom is het moeilijk te voorspellen of de dekkingsgraad eind dit jaar de vereiste 104,2 procent zal halen.

Ga naar meer informatie op de website van het ABP of bekijk een filmpje over de dekkingsgraad.

 

Onderwijspensioenen nog in gevarenzone

De financiële positie van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) is verbeterd, maar nog niet zodanig dat een verlaging van de onderwijspensioenen is afgewend.

Het Algemeen Dagblad meldt dat de grote pensioenfondsen zich de laatste drie maanden flink hebben hersteld van hun penibele financiële positie. Fondsen herstellen zich dankzij goede winsten op de beurzen en een stijging van de gemiddelde rente die ze gebruiken om uit te rekenen hoeveel geld ze in kas moeten houden.

De dekkingsgraad verbeterde van 96 procent aan het einde van het vierde kwartaal tot 101 procent. 'Eindelijk weer eens prettiger nieuws voor onze deelnemers', zegt ABP-voorzitter Henk Brouwer in het AD. Het wettelijk vereiste minimumpercentage is echter 105 procent, dus het ABP is er nog niet en het is maar de vraag of de aandelen blijven stijgen en of er nog een verdere rentestijging mag worden verwacht.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl