Onderwijsraad luidt noodklok over segregatie

De differentiatie in het Nederlandse onderwijsstelsel is doorgeschoten. Daardoor neemt de segregatie toe: leerlingen met verschillende sociale achtergronden ontmoeten elkaar steeds minder. De Onderwijsraad is daar zeer bezorgd over, zo blijkt uit de Stand van educatief Nederland 2018.

De raad vindt dat er ‘een fundamentele bezinning’ nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel. Niet alleen omdat jongeren uit verschillende sociale groepen elkaar niet meer vanzelfsprekend tegenkomen in het onderwijs, maar ook omdat plaatsing in het voortgezet onderwijs steeds bepalender wordt voor het eindniveau van jongeren. Bovendien heeft permanente educatie geen formele plek in het onderwijsstelsel.

Omgaan met verschillen

De school is volgens de Onderwijsraad ‘bij uitstek de plaats waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen, door te oefenen in het omgaan met conflicten en het respect bijbrengen voor andersdenkenden’. Doordat de differentiatie van het stelsel is doorgeschoten, komt hier nog maar weinig van terecht.

De sterke differentiatie is ook gaan knellen, zo stelt de raad, ‘omdat de scheidingen tussen schoolsoorten en leerwegen strikter zijn geworden en het aantal brede brugklassen is afgenomen’. Daardoor bepaalt de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs steeds meer het verdere verloop van hun schoolloopbaan. Dat is bijvoorbeeld nadelig voor laatbloeiers, die hierdoor minder kansen krijgen.

De Onderwijsraad komt met de volgende suggesties om het stelsel aan te passen:

  • Verminder differentiatie waar nuttig en mogelijk
  • Verbind schoolsoorten en opleidingen
  • Stimuleer beroepsgericht onderwijs op havo en vwo
  • Verminder en verbeter selectie
  • Geef permanente educatie een structurele plek in het onderwijsstelsel

Lees meer…

Kansengelijkheid: eindtoets eerder afnemen

De huidige eindtoets in groep 8 heeft een negatieve invloed op kansengelijkheid, stelt de PO-Raad. De raad pleit ervoor de eindtoets eerder in het jaar af te nemen.

Sinds vier jaar is de eindtoets een second opinion bij het schooladvies voor het voortgezet onderwijs. Als een leerling op de toets hoger scoort dan het schooladvies, moet de school het advies heroverwegen en eventueel naar boven bijstellen.

Mondige ouders en leraren met vooroordelen

De PO-Raad signaleert dat niet alle kinderen op dezelfde manier van dit systeem profiteren. ‘Of een advies naar boven wordt bijgesteld, is soms mede afhankelijk van de mondigheid van ouders’, aldus de sectororganisatie. Bovendien kunnen, zo stelt de PO-Raad, bij het bepalen van het schooladvies vooroordelen van leraren meespelen. ‘Dit bij elkaar werkt kansenongelijkheid in de hand.’

De raad wil daarom dat de regels worden aangepast. ‘Door de toets eerder in het jaar af te nemen, wordt deze onderdeel van het schooladvies. Zoals een röntgenfoto een arts helpt een diagnose te stellen, zo wordt de eindtoets een objectief oordeel dat het professionele oordeel van de school kan staven.’

Het advies van de school moet volgens de sectororganisatie wel leidend blijven.

Lees meer…

OCW kraakt UNICEF-rapport over ongelijke kansen

Het ministerie van OCW zegt in het Algemeen Dagblad dat UNICEF ‘de plank misslaat’ in een rapport over ongelijke kansen in het onderwijs. Het kinderfonds van de Verenigde Naties trekt aan de bel over de situatie in Nederland, maar volgens het ministerie valt het hier allemaal wel mee.

UNICEF stelt in het rapport An Unfair Start: Inequality in Children’s Education in Rich Countries dat Nederland een van de rijke landen is waar de schoolprestaties van kinderen lijden onder omstandigheden waar zij geen invloed op hebben, zoals de plaats waar ze geboren zijn en het opleidingsniveau van hun ouders.

Een oorzaak van de kansenongelijkheid in Nederland is volgens UNICEF het op jonge leeftijd uitsplitsen van leerlingen in verschillende onderwijssoorten op basis van hun schoolprestaties. Van de onderzochte landen heeft Nederland met 12 jaar een van de vroegste selectiemomenten voor het voortgezet onderwijs.

Ongelijke kansen, segregatie en subgroepen

Eerdere onderzoeken wijzen ook op het probleem dat Unicef signaleert. Zo stelde de Inspectie van het Onderwijs in De staat van het onderwijs 2016-2017 dat kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs een groot probleem is. Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwde ervoor, in een interview met de Volkskrant, dat kansenongelijkheid  tot gevolg heeft dat er subgroepen ontstaan, onder andere in scholen.

Volgens het ministerie van OCW valt het allemaal wel mee, zo blijkt uit een reactie van een woordvoerder van het ministerie in het AD. ‘Kansengelijkheid gaat over verschillende prestaties van leerlingen gerelateerd aan het inkomen en de opleiding van de ouder. Nederland doet het wat dát betreft internationaal gezien juist goed’, zo citeert de krant de woordvoerder van OCW. UNICEF zou met het rapport ‘de plank misslaan’.

Lees meer…

Op 14 november houdt VOS/ABB een lagerhuisdebat over kansen(on)gelijkheid in het onderwijs. Meer informatie…

Kleine brede scholengemeenschappen extra hard geraakt

Kleine brede scholengemeenschappen in regio’s met demografische krimp worden extra hard geraakt door de herverdeeleffecten van de voorgestelde vereenvouding van de bekostiging van het voortgezet onderwijs. Dat erkent onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

De minister schrijft in zijn brief dat alle scholen in het voorstel eenzelfde vaste voet krijgen en alle dezelfde type leerlingen hetzelfde bekostigingsbedrag. Dit betekent volgens hem dat de herverdeeleffecten het hardst aankomen bij brede scholengemeenschappen.

Bij kleine brede scholengemeenschappen in met name krimpregio’s komt dat effect extra hard aan, zo legt Slob uit. Dat komt doordat de vaste lasten per leerling daar relatief hoog zijn.

Kansengelijkheid

De bevindingen van de minister staan haaks op wat de Tweede Kamer wil. Die geeft expliciet aan dat de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet een stimulans moet bevatten voor de vorming van brede scholengemeenschappen, omdat die een positieve bijdrage leveren aan kansengelijkheid.

Dit belangrijke aandachtspunt werd door VOS/ABB onder de aandacht bracht van de politiek. ‘Het lijkt erop dat de wettenmakers ten aanzien van het voorstel vergeten zijn een ‘kansengelijkheidscheck’ uit te voeren’, zo staat in de bijdrage van Ronald Bloemers van VOS/ABB.

Het feit dat juist brede scholengemeenschappen hard worden geraakt door de herverdeeleffecten van de vereenvoudighing van de bekostiging, vindt VOS/ABB een ongewenste uitwerking. ‘In het belang van de aanpak van kansenongelijkheid dient dit wetsvoorstel daarop te worden aangepast’, zo staat in de bijdrage van Bloemers.

Wetsvoorstel botst met kansengelijkheid

Het wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’, dat onderwijsminister Arie Slob naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, brengt het risico met zich mee dat kansengelijkheid verder weg komt te liggen. Dat botst met het ideaal dat alle kinderen in het onderwijs dezelfde kansen verdienen.

Invoering van deze wet zou de segregatie in het onderwijs vergroten, terwijl de Inspectie van het Onderwijs in het rapport De staat van het onderwijs al duidelijk stelt dat dit een groot probleem is. Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het CBS waarschuwde er onlangs nog voor, in een interview met de Volkskrant, dat door toenemende segregatie subgroepen ontstaan, onder andere in scholen.

Het wetsvoorstel gaat mede op advies van de Onderwijsraad uit van richtingvrij plannen. Het wordt gebracht met de slogan ‘meer vrijheid van onderwijs’. Dat klinkt misschien mooi, maar straks kan in principe iedereen zijn eigen school zo inrichten, dat toelating afhankelijk wordt van de voorwaarden van de oprichters.

Er kunnen dan als het ware 1001 zuilen en dus een totaal versplinterd onderwijsveld ontstaan, waar algemene toegankelijkheid en kansengelijkheid ver te zoeken zijn. Dan is het dus niet meer ‘samen’, ‘met elkaar’ en ‘van en voor de samenleving’, zoals dat past bij de kernwaarden van het openbaar onderwijs, maar ‘apart’, ‘met onszelf’ en nadrukkelijk ‘niet voor de ander’.

Als we werk willen maken van kansengelijkheid en segregatie willen aanpakken, te beginnen in het onderwijs, dan past het niet om dit met een nieuwe wet tegen te werken.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Jeroen Dijsselbloem legt nadruk op kansengelijkheid

Jeroen Dijsselbloem geeft het onderwijs vier nieuwe adviezen, zo vertelt hij in een gesprek met NRC. Hij benadrukt het belang van kansengelijkheid.

Het is ruim tien jaar geleden dat het rapport verscheen van de parlementaire commissie onder leiding van toen nog PvdA-Tweede Kamerlid Jeroen Dijsselbloem. De commissie had onderzoek gedaan naar onderwijsvernieuwingen die in de 20 jaar daarvoor waren ingevoerd, zoals de basisvorming, het studiehuis en het vmbo.

Aanleiding voor het onderzoek was de aanhoudende kritiek op deze vernieuwingen en de wijze waarop ze werden ingevoerd. De conclusie van de parlementaire commissie was dat de vernieuwingen van bovenaf waren ingevoerd, zonder voldoende rekening te houden met draagvlak in het onderwijs zelf.

Vier nieuwe adviezen

Dijsselbloem laat ruim tien jaar na dato zijn licht schijnen over het advies van de commissie die naar hem werd genoemd en kijkt naar hoe het onderwijs er nu voorstaat. Hij geeft in NRC vier vervolgadviezen:

  1. De overheid moet beter letten op de kwaliteit van het onderwijs en het onderwijsstelsel bewaken. Dat moet ‘compleet en samenhangend’ zijn. Kansengelijkheid kan worden bevorderd door brede scholengemeenschappen, brede brugklassen, latere selectie en soepele doorstroom.
  2. Het onderwijs moet leerlingen blijven toetsen. Doordat toetsen worden afgeschaft en de Cito-toets minder bepalend is, gaat de lat omlaag. Bovendien lopen vooral leerlingen met een migratieachtergrond het risico dat zij vanwege vooroordelen van leraren minder kansen krijgen nu objectieve toetsen terrein verliezen.
  3. Pas op voor onderwijsgoeroes, want hun ideeën zijn vaak buitengewoon zwak onderbouwd. Vernieuwingen moeten zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, net zoals dat het geval is buiten het onderwijs.
  4. Verhoog de lat. Dat kan door voortdurend te investeren in leraren en methoden.

Lees meer…

Kamer benadrukt belang brede scholengemeenschappen

De vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet moet een stimulans bevatten voor de vorming van brede scholengemeenschappen, omdat die een positieve bijdrage leveren aan kansengelijkheid. Dit belangrijke aandachtspunt, dat VOS/ABB onder de aandacht bracht van de politiek, is woensdag expliciet benoemd in een debat in de Tweede Kamer.

In een bijdrage van VOS/ABB, die was bedoeld voor het debat in de Tweede Kamer over de vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs, staat dat de positie en het nut van brede scholengemeenschappen en brede brugklassen specifieke aandacht vereisen.

‘Het lijkt erop dat de wettenmakers ten aanzien van het voorstel vergeten zijn een ‘kansengelijkheidscheck’ uit te voeren’, zo staat in de bijdrage. De voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging kan er onder andere toe leiden dat brede scholengemeenschappen met verschillende stromingen op één locatie er financieel fors op achteruitgaan.

‘Dit vindt VOS/ABB een ongewenste uitwerking, juist met het oog op het nut van brede scholengemeenschappen, brede brugklassen en latere keuzemomenten. In het belang van de aanpak van kansenongelijkheid dient dit wetsvoorstel daarop te worden aangepast’, zo staat in de bijdrage.

Lees de bijdrage van VOS/ABB

Onderwijsminister Arie Slob heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs. De minister heeft ook Kamervragen beantwoord over de gevolgen van voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging op met name vo-scholen in krimpregio’s.

Toenemende segregatie: subgroepen in scholen

Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwt in een interview in de Volkskrant voor toenemende maatschappelijke segregatie. Hij signaleert dat er subgroepen zijn, onder andere in scholen.

In de krant staat dat Latten vindt dat de overheid wat betreft segregatie zich te weinig sturend opstelt om te bereiken dat er een gemeenschappelijk fundament ontstaat. ‘De overheid heeft wel degelijk een opvoedkundige taak om te bewerkstelligen dat een samenleving zich in een gewenste richting ontwikkelt’, zo wordt hij geciteerd.

In dit kader stelt hij dat ook ouders moeten weten dat de overheid een opvoedkundige taak heeft. Daarbij noemt hij specifiek de rol die het bijzonder onderwijs zich aanmeet. ‘Wat mij bijvoorbeeld tegen de borst stuit, is dat de scholen in het bijzonder onderwijs te eigengereid kunnen zijn’, aldus de voormalig hoofddemograaf van het CBS.

Lees meer…

‘School als gemeenschap bevordert kansengelijkheid’

Rector Alwin Hietbrink van het openbare Barlaeus Gymnasium in Amsterdam pleit voor een herwaardering van de school als gemeenschap. Hij verbindt zijn pleidooi aan kansengelijkheid.

Individueel maatwerk in het onderwijs schiet volgens hem door, waardoor de school als gemeenschap buiten beeld raakt. ‘Door de grote nadruk op persoonlijke ontwikkeling dreigen we het onderwijs als verbindingspunt van gemeenschapsvorming uit het oog te verliezen’, aldus Hietbrink op de opiniepagina van de Volkskrant.

De individualisering van het onderwijs heeft verstrekkende gevolgen, schrijft de Amsterdamse rector. Daarbij verwijst hij naar Frankrijk, waar decentralisering van het onderwijs in de jaren 80 van de vorige eeuw vooral voor kansarme leerlingen negatieve gevolgen had.

Daarom is volgens Hietbrink de school als gemeenschap toe aan een herwaardering. ‘Wat ons bindt is belangrijk en het verzorgen van een gemeenschappelijke basis voor al onze kinderen kan een belangrijke bijdrage leveren aan grotere kansengelijkheid.’

De gemeenschap is volgens hem niet alleen nodig om eenheid te vinden, maar ook om verschil te maken. ‘Je kunt je dus afvragen of gepersonaliseerd leren wel bijdraagt aan persoonsvorming. Want wie je bent, word je pas samen met anderen.’

Lees meer…

VOS/ABB houdt op 14 november een lagerhuisdebat over kansengelijkheid. Geïnteresseerd? Lees meer over ons initiatief

Gelijke kansen voor alle kinderen

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad wil af van de schotten tussen primair en voortgezet onderwijs. Want alle kinderen verdienen volgens haar gelijke kansen. Laten we dan ook een einde maken aan het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs!

Kansengelijkheid, dat wil iedereen die hart heeft voor kinderen en goed onderwijs. Het past niet in onze samenleving dat het ene kind meer kansen krijgen dan het andere. Met het weghalen van de schotten tussen het primair en voortgezet onderwijs wordt de doorgaande leerlijn bevorderd en kan volgens Den Besten ook de vroege selectie van leerlingen worden tegengaan, wat goed is voor de kansengelijkheid.

Zij pleitte hiervoor op een bijeenkomst over de invlechting van het (voortgezet) speciaal onderwijs in het reguliere onderwijs. Uiteindelijk moeten wat haar betreft de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) worden samengevoegd tot één wet op het funderend onderwijs. Dat is voor haar de stip op de horizon, zo liet ze op die bijeenkomst weten.

Artikel 23

Het is mooi dat de voorzitter van de PO-Raad hiervoor pleit, maar ik mis in haar pleidooi een bespiegeling op het huidige onderwijsbestel dat is gebaseerd op artikel 23 van de Grondwet. Dat houdt nog steeds het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs in stand. We leven niet meer in de verzuilde 20e eeuw, vrijwel iedereen is het erover eens dat kinderen met en van elkaar moeten leren op basis van diversiteit en wederzijds respect, en tóch plaatsen we ze als het op de scholen aankomt nog steeds in denominatieve hokjes.

Als we met zijn allen écht willen dat kinderen gelijke kansen krijgen, is het niet genoeg om alleen de schotten tussen primair en voortgezet onderwijs weg te halen. Dan moeten ook de schotten tussen de openbare, christelijke, islamitische en alle andersoortige scholen weg. Daarvoor hebben VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) het toekomstconcept School! ontwikkeld. In de toekomst kijken scholen niet meer of een kind christelijk, islamitisch of wat dan ook is, maar kijken zij op basis van diversiteit en gelijkwaardigheid naar de optimale kansen voor alle leerlingen, ongeacht hun afkomst.

Als u meer wilt weten over ons concept School!, downloadt u de School!Gids.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Inspectie: burgerschapsonderwijs schiet tekort

Het burgerschapsonderwijs vertoont weinig samenhang en is weinig doelgericht. Bovendien ontbreekt inzicht in wat leerlingen ervan leren. Dit en meer stelt de Inspectie van het Onderwijs in het onderwijsverslag De Staat van het Onderwijs, dat woensdag is overhandigd aan de demissionaire minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De inspectie dringt aan op versterking van de condities voor burgerschapsonderwijs, maar ziet in de huidige situatie ook aanknopingspunten voor verbetering. Zo wordt in het onderwijsverslag samenwerking genoemd in de Alliantie voor Burgerschap. ‘Ook laten veel scholen zien dat burgerschapsonderwijs – anders dan soms wordt gedacht – niet altijd ‘ingewikkeld’ of ‘gevoelig’ voor meningsverschillen over waarden en normen hoeft te zijn’, aldus de inspectie.

De kritische bevindingen van de inspectie steken af tegen de positieve beoordeling van burgerschapsonderwijs door schoolleiders, zoals onlangs bleek uit een peiling van DUO Onderwijsonderzoek. Uit die peiling kwam onder andere naar voren dat een ruime meerderheid van zeven op de tien directeuren in zowel het basis- als voortgezet onderwijs (zeer) tevreden is over de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs bij hen op school.

Rekenen en wiskunde

De Staat van het onderwijs gaat natuurlijk over (veel) meer dan alleen burgerschapsonderwijs. Zo signaleert de inspectie dat vooral bij rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen de prestaties dalen. De sterkste daling is te zien bij de resultaten van basisschoolleerlingen in het natuuronderwijs. Toch presteren Nederlandse kinderen vergeleken met leeftijdgenoten in andere landen nog steeds goed als het gaat om rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen.

Een ander punt dat de inspectie benoemt, is dat er in Nederland in vergelijking met andere landen relatief weinig zwakke en ook relatief weinig excellente leerlingen zijn.

Gelijke kansen

Hoewel in 2016 twee keer zoveel schooladviezen naar boven zijn bijgesteld dan in 2015, neemt de kansenongelijkheid niet af. ‘De kans op onderadvisering voor leerlingen met laagopgeleide ouders (…) is weliswaar sterk gedaald, maar vooral leerlingen met hoogopgeleide ouders profiteren van verschuivingen in 2016’, zo staat in het verslag.

Verder blijkt dat hoog presterende leerlingen met academisch geschoolde ouders vaker in homogene vwo-brugklassen zitten en dito leerlingen zonder academisch geschoolde ouders vaker in een gemengde brugklas. ‘Dit kan gevolgen hebben voor het niveau waarop zij de lesstof krijgen aangeboden’, stelt de inspectie.

De segregatie naar etnische achtergrond vermindert in zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Sociale segregatie in het onderwijs is volgens de inspectie vooral een verschijnsel dat zich voordoet in steden. Op scholen met veel kinderen van ouders met een lage sociaaleconomische status signaleert de inspectie de meeste leerachterstanden.

Professionalisering

Leraren, scholen en schoolbesturen verschillen aanzienlijk van elkaar in tijd en aandacht voor professionalisering. ‘Op sommige scholen lijkt het leraren aan tijd te ontbreken om zich te professionaliseren, terwijl op andere scholen (…) leraren juist intensieve en gerichte professionaliseringsactiviteiten ondernemen’, schrijft de inspectie.

In het verslag staat ook dat professionaliseringsactiviteiten weinig gericht zijn op effectieve aanpakken en maar zelden een relatie hebben met het strategisch beleid van de school. Bovendien blijken de directie en de leraren vaak heel verschillend tegen de ontwikkeling van de school aan te kijken. ‘De onderwijsvisie (…) is niet altijd duidelijk en wordt niet altijd gedeeld. Leraren en schoolleider praten vaak langs elkaar heen (…).’

Passend onderwijs

Het beeld dat er met de invoering van passend onderwijs grote verschuivingen zijn opgetreden, klopt volgens de inspectie niet. ‘Leerlingen met een ondersteuningsbehoefte blijven vaker in het regulier onderwijs en vanuit het speciaal onderwijs gaan er leerlingen naar het regulier onderwijs. Het ging de afgelopen twee jaar om kleine verschuivingen, waardoor er per school geen of nauwelijks leerlingen uit het speciaal onderwijs bij komen’, zo staat in het onderwijsverslag.

Volgens de inspectie zijn er succesvolle interventies geweest om het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit omlaag te brengen. ‘Samenwerkingsverbanden die doorzettingsmacht hebben georganiseerd, lijken er beter in te slagen leerlingen niet langdurig thuis te laten zitten.’

Informatie: André de Jong, 06-30056066, adejong@vosabb.nl

VO-raad wil vervolgadvies in tweede leerjaar

De VO-raad wil dat er in het voortgezet onderwijs aan het einde van het tweede jaar een vervolgadvies komt op het advies in groep 8 van de basisschool. Dat is een van de maatregelen die de sectororganisatie voorstelt om kansenongelijkheid tegen te gaan.

Het advies van de basisschool is volgens de VO-raad voor de start in het voortgezet onderwijs en niet voor het eindniveau. ‘Daarom moet er aan het eind van het tweede leerjaar een vervolgadvies komen. Dit kan betekenen dat de leerling geholpen wordt om een overstap te maken naar een ander schooltype (…) of op de eigen school meer maatwerk krijgt aangeboden’, zo meldt de sectororganisatie.

Dakpanbrugklassen en tienercolleges

De VO-raad wil ook extra geld voor verlenging van de onderwijstijd voor leerlingen van minder draagkrachtige ouders. Tevens vindt de raad dat er overal onderwijsvormen zijn die uitstel van selectie mogelijk maken, zoals dakpanbrugklassen en tienercolleges.

Verder wil de VO-raad dat leerlingen bij wie er ook maar enigszins twijfel is over de startpositie in het voortgezet onderwijs, in groep 8 van de basisschool een gemengd advies krijgen.

Lees meer…

‘Extra geld welkom maar niet nodig’

‘Het staat private partijen natuurlijk vrij om private bijdragen aan onderwijsinstellingen te doen’, schrijft minister Jet Bussemaker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

De SP wilde van de minister weten hoe groot zij het risico acht dat bijvoorbeeld muziekonderwijs afhankelijk wordt van verwerving van financiering via private activiteiten, zoals crowdfunding.

Bussemaker antwoordt dat ‘de bekostiging van instellingen toereikend is om daarmee uitvoering te geven aan de wettelijke taken’ en dat private partijen daarbovenop geld mogen geven aan scholen.

Groeiende ongelijkheid in onderwijs Amsterdam

Amsterdamse leerlingen met hoogopgeleide ouders en die met laagopgeleide ouders komen elkaar in het voortgezet onderwijs amper nog tegen, meldt Het Parool op basis van cijfers van de gemeente Amsterdam.

Volgens de krant heeft inmiddels een kwart van de scholen voor voortgezet onderwijs in de hoofdstad vrijwel uitsluitend leerlingen met hoogopgeleide ouders. Daar staat tegenover dat op vier van de tien scholen meer dan 80 procent van de kinderen laagopgeleide ouders heeft.

Op acht scholen ligt de verhouding ongeveer fiftyfifty. Dat wordt gezien als een goede afspiegeling van de verhouding tussen hoog- en laagopgeleid in Amsterdam. In 2013 was die ideale mix er nog op elf scholen.

Op categorale vwo-scholen zitten vooral kinderen van hoogopgeleiden. Brede scholengemeenschappen hebben een grotere spreiding, meldt Het Parool.