Willen en kunnen leraren meer uren werken?

‘De aanname dat parttimers zomaar meer kunnen en willen werken (is) nogal discutabel’, stelt directeur Bas Guchelaar van het christelijke Kindcentrum De Schutkampen in Smilde in Trouw, in een opiniestuk over het lerarentekort.

Hij reageert met zijn stuk op de plannen van onderwijsminister Arie Slob om het lerarentekort terug te dringen. Onderdeel van die plannen is dat in deeltijd werkende leraren meer uren zouden moeten gaan werken. Uit onderzoek blijkt dat als alle parttimers één dag per week meer gingen werken, het lerarentekort zou zijn opgelost.

Guchelaar noemt de aanname dat leraren zomaar meer kunnen en willen werken discutabel. ‘Er zijn immers vele redenen waarom leerkrachten geen grotere werktijdfactor willen. Mantelzorg, vrijwilligerswerk (beide door de overheid gestimuleerd), sociale contacten en hoge werkdruk, het zijn zomaar een paar redenen waarom legio leerkrachten bewust kiezen voor werken in deeltijd.’

Lees het opiniestuk

Hoger uurloon vanaf werktijdfactor 0,8

HRM-adviseur Willem Duifhuis pleitte onlangs op deze website voor een hoger uurloon voor leraren als die kiezen voor een werktijdfactor van 0,8 of meer. Op die manier zou volgens hem het aantal kleine deeltijders omlaag kunnen, waardoor het lerarentekort zou afnemen. Zijn pleidooi maakte op Twitter vooral kritische reacties los.

Ook bestuursvoorzitter Annemie Martens van Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk basisonderwijs in Zuidoost-Brabant pleit ervoor om leraren meer uren te laten werken om zo het lerarentekort tegen te gaan.

Lees meer…

 

Kritische reacties op idee voor hoger uurloon vanaf wtf 0,8

Het idee van HRM-adviseur Willem Duifhuis om leraren een hoger uurloon te geven als ze meer gaan werken, maakt op Twitter kritische reacties los. 

Duifhuis is HRM’er bij Stichting Proo in Harderwijk voor openbaar primair onderwijs op de Noord-Veluwe, maar hij schreef zijn pleidooi voor een hoger uurloon voor leraren die meer gaan werken op persoonlijke titel.

Hij stelt voor om het hogere uurloon te laten gelden vanaf een werktijdfactor van 0,8. ‘Deze prikkel zal een deel van de deeltijdleerkrachten ertoe aanzetten om meer te gaan werken’, aldus Duifhuis. Als alle deeltijders één dag in de week meer gaan werken, is het lerarentekort opgelost.

Bovendien zou het onderwijs zo ook aantrekkelijker worden voor meer jongeren, en met name mannen. ‘Die gaan niet alleen voor de passie, maar kijken ook naar de pecunia.’ Een afname van het aantal kleine deeltijders heeft volgens hem ook andere voordelen, zoals minder overdrachtsmomenten en een kostenbesparing.

Op Twitter maakt zijn pleidooi kritische reacties los.

Op bovenstaande tweet kwam deze reactie:

Nieuwe kloof creëren?

Ook wordt door een leraar de vraag gesteld of Duifhuis ‘een nieuwe kloof’ wil creëren, namelijk een kloof tussen fulltimers en parttimers in het onderwijs.

Daaraan wordt toegevoegd dat er ook hybride docenten zijn, dat wil zeggen mensen die naast hun baan buiten het onderwijs in deeltijd voor de klas staan.

Een ander noemt het pleidooi van Duifhuis ‘jammer’.

Een oud-leraar, die nu freelance journalist is, postte ook een kritische reactie:

De enige consequentie ervan zou volgens hem zijn dat ‘het ziekteverzuim in het po nog verder toeneemt’.

Vakbond PO in Actie twitterde dat het idee van Duifhuis onuitvoerbaar is:

‘Deeltijdwerk kost primair onderwijs ruim 4600 fte’

In de discussie over het lerarentekort en de wens om hogere lonen wordt niet belicht dat deeltijdwerk kostbaar is, stelt opleidingsadviseur Marjolein Ploegman.

Op basis van verschillende statistische gegevens wijst Ploegman erop dat in het primair onderwijs driekwart van de werknemers in deeltijd werkt. De gemiddelde deeltijdfactor is volgens haar 0,6. Er zijn 108.000 leraren die met elkaar 77.600 fte vervullen.

Dat dit het onderwijs relatief duur maakt, heeft te maken met het verschil tussen vaste en variabele taken. ‘De benodigde tijd is namelijk niet voor alle taken naar evenredigheid. Sommige taken vragen een vast aantal uren, onafhankelijk van het aantal uren dat een werknemer werkt’, aldus Ploegman.

Als voorbeeld noemt ze scholing en overleg. ‘Als we deze twee taken doorrekenen naar het hele po dan blijkt dat deeltijdwerk 7.904.000 uur ‘kost’. Tijd/geld die aan andere dingen besteed had kunnen worden indien iedereen voltijds zou werken.’ Ze berekent dat als iedereen in het primair onderwijs fulltime zou werken met het beschikbare budget er 4617 extra leerkrachten kunnen worden aangesteld.

Lees meer…