Veel leraren positief over #Onderwijs2032

Veel leraren zijn positief over het Platform #Onderwijs2032, dat nadenkt over vernieuwing van het onderwijs in de toekomst. In het basisonderwijs is 58 procent van de leraren voor veranderingen, en van de studenten en startende leraren zelfs tweederde.

Dit blijkt uit een enquête die de Algemene Onderwijsbond (AOb) waarop 5653 leden hebben gereageerd. De AOb zelf toonde zich eerder minder enthousiast: de bond zei recent nog in het televisieprogramma EenVandaag dat de inhoud van onderwijs aan de leraren zelf overgelaten moet worden en niet aan een brede maatschappelijke discussie. Sterker nog: volgens de AOb zouden de leraren het plan om iedereen mee te laten praten over het onderwijs helemaal niks vinden. Maar dat blijkt dus mee te vallen.

Uit de uitkomsten van de AOb-enquête blijkt nu dat de helft van de leden van deze bond de programmadoorlichting #Onderwijs2032 wél een goed idee vindt. Dertig procent vindt het een overbodige actie en 20 procent twijfelt over het nut. Hoe jonger de leraren, hoe enthousiaster. Van de studenten aan lerarenopleidingen vindt 66 procent het een goed idee, en van de starters – jonge leraren met minder dan vijf jaar ervaring – is 65 procent positief.

Minder rekenen, meer filosofie
In deze enquête vroeg de AOb zijn leden ook welke vakken in en uit het programma zouden kunnen. In het basisonderwijs zeggen leraren dat het rekenonderwijs wel wat minder kan en het voortgezet onderwijs wil af van de rekentoets. Ook opperen leraren dat er minder getoetst kan worden, om zo meer tijd te scheppen voor nieuwe vakken als 21st century skills (ict en programmeren), filosofie en burgerschap en sociale vaardigheden en mediawijsheid. Opvallend is dat kunstvakken en Nederlandse taal in beide rijtjes worden genoemd: het zou minder kunnen, maar ook meer.

De leerlingen zelf hebben ook ideeën over het onderwijs van de toekomst. EenVandaag ondervroeg ook 500 jongeren van het jongerenpanel. De helft gaf aan het onderwijs ‘niet meer van deze tijd’ te vinden. Zij willen in plaats van bijvoorbeeld aardrijkskunde liever andere vakken, met name filosofie, ondernemerschap en programmeren.

Bekijk de grafieken van de AOb.

 

 

 

#Onderwijs2032: al 17.000 reacties

Er zijn al 17.000 reacties binnen voor het grote nieuwe onderzoek naar de onderwijsinhoud van de toekomst, Platform #Onderwijs2032. Dat vertelde staatssecretaris Dekker donderdag toen hij in het Picasso Lyceum in Zoetermeer het officiële startsein gaf voor de tweede fase.

De eerste fase van dat onderzoek was een nationale brainstormsessie over de centrale vraag: leren onze kinderen op school nog de juiste dingen, namelijk die dingen die ze in 2032 als ze de arbeidsmarkt opgaan, nodig hebben? Iedereen kon ideeën aandragen voor het onderwijs van de toekomst. Dat er 17.000 reacties binnenkwamen, vindt Dekker ‘een fantastische opbrengst’.

Vaardigheden vs theorie
Veel inzenders pleiten voor meer aandacht voor vaardigheden in het onderwijs. Dekker:  ‘Er is onder de inzenders behoefte aan minder focus op het stampen van kennis en meer aandacht voor het praktisch toepassen ervan. Dus niet alleen natuurkundige wetten uit een boekje leren, maar ook oefenen met zwaartekracht door een brug te bouwen. Niet alleen economische theorieën leren, maar ook leren hoe je een bedrijf opstart. Dit zijn maar enkele van de vele verzoeken die zijn binnengekomen en die het platform verder gaat onderzoeken.’

Drie thema’s
De opbrengsten van de brainstorm zijn geanalyseerd en in drie thema’s ondergebracht: kennis, persoonsvorming en maatschappelijke vorming. De komende maanden worden die thema’s verder uitgediept. Nog steeds kan iedereen meepraten: online op www.onderwijs2032.nl. en in bijeenkomsten in het land. Deze dialoogfase duurt tot het najaar van 2015. Daarna komt de ontwerpfase tot het voorjaar van 2016.

Het Platform wordt voorgezeten door dr. Paul Schnabel, die tot 2013 directeur was van het Sociaal en Cultureel Planbureau, en bestaat verder uit mensen uit het onderwijs en het bedrijfsleven. Schnabel zei donderdag bij de officiële start dat hij nog nadrukkelijk op zoek gaat naar de visie van ondernemers, wetenschappers, leerlingen en hun ouders. De reacties die tot nu toe binnen zijn gekomen, blijken namelijk vooral van professionals uit het onderwijs te zijn.