#Onderwijs2032: al 17.000 reacties

Er zijn al 17.000 reacties binnen voor het grote nieuwe onderzoek naar de onderwijsinhoud van de toekomst, Platform #Onderwijs2032. Dat vertelde staatssecretaris Dekker donderdag toen hij in het Picasso Lyceum in Zoetermeer het officiële startsein gaf voor de tweede fase.

De eerste fase van dat onderzoek was een nationale brainstormsessie over de centrale vraag: leren onze kinderen op school nog de juiste dingen, namelijk die dingen die ze in 2032 als ze de arbeidsmarkt opgaan, nodig hebben? Iedereen kon ideeën aandragen voor het onderwijs van de toekomst. Dat er 17.000 reacties binnenkwamen, vindt Dekker ‘een fantastische opbrengst’.

Vaardigheden vs theorie
Veel inzenders pleiten voor meer aandacht voor vaardigheden in het onderwijs. Dekker:  ‘Er is onder de inzenders behoefte aan minder focus op het stampen van kennis en meer aandacht voor het praktisch toepassen ervan. Dus niet alleen natuurkundige wetten uit een boekje leren, maar ook oefenen met zwaartekracht door een brug te bouwen. Niet alleen economische theorieën leren, maar ook leren hoe je een bedrijf opstart. Dit zijn maar enkele van de vele verzoeken die zijn binnengekomen en die het platform verder gaat onderzoeken.’

Drie thema’s
De opbrengsten van de brainstorm zijn geanalyseerd en in drie thema’s ondergebracht: kennis, persoonsvorming en maatschappelijke vorming. De komende maanden worden die thema’s verder uitgediept. Nog steeds kan iedereen meepraten: online op www.onderwijs2032.nl. en in bijeenkomsten in het land. Deze dialoogfase duurt tot het najaar van 2015. Daarna komt de ontwerpfase tot het voorjaar van 2016.

Het Platform wordt voorgezeten door dr. Paul Schnabel, die tot 2013 directeur was van het Sociaal en Cultureel Planbureau, en bestaat verder uit mensen uit het onderwijs en het bedrijfsleven. Schnabel zei donderdag bij de officiële start dat hij nog nadrukkelijk op zoek gaat naar de visie van ondernemers, wetenschappers, leerlingen en hun ouders. De reacties die tot nu toe binnen zijn gekomen, blijken namelijk vooral van professionals uit het onderwijs te zijn.