Schoolleiders: meer aandacht voor leiderschap

Schoolleiders moeten meer aandacht hebben voor leiderschap en minder voor managementtaken. Verdere professionalisering en een betere positionering van schoolleiders zijn daarvoor noodzakelijk, vindt de Onderwijsraad.

De Onderwijsraad adviseert in Een krachtige rol voor schoolleiders ‘toe te werken naar één sectoronafhankelijke beroepsstandaard met één verplicht register’. Het is daarbij noodzakelijk, benadrukt de raad, dat de schoolleidersorganisaties in de diverse onderwijssectoren met elkaar samenwerken.

Kwaliteit schoolleiders verbeteren

De Onderwijsraad geeft ook een advies aan de overheid. Die zou, net als voor leraren, maatregelen moeten nemen ‘om de kwaliteit van schoolleiders te verbeteren’. Daartoe behoort facilitering van scholing. Er zou naast de Lerarenbeurs een Schoolleidersbeurs moeten komen, vindt de raad.

‘Daarnaast zijn hogere eisen aan de professionalisering van schoolleiders noodzakelijk’, stelt de raad, die daarbij ‘een schoolleidersopleiding op masterniveau’ noemt en ‘op leidinggevenden gerichte professionaliseringsafspraken’. Schoolbesturen moeten wat de Onderwijsraad betreft ‘werk te maken van strategisch HRM-beleid’.

Ga naar het advies Een krachtige rol voor schoolleiders.

Nieuw instrument voor professionele ontwikkelcultuur

Het Professionaliseringsportaal Voortgezet Onderwijs is een nieuw instrument waarmee scholen een extra impuls kunnen geven aan hun professionele ontwikkelcultuur.

Het portaal is een persoonlijke digitale omgeving waarin medewerkers 24 uur per dag zelfstandig aan hun persoonlijke en professionele groei, loopbaan, werkplezier, vitaliteit en inzetbaarheid kunnen werken.

Met tests, vragenlijsten en tools werken ze aan een realistisch profiel van zichzelf. De gedachte hierachter is dat ze op basis hiervan (beter) keuzes kunnen maken over bijvoorbeeld een vervolgstap in hun ontwikkeling of loopbaan. Aan de hand van een actieplan krijgen ze concrete tips en handvatten om aan de slag te gaan.

Het Professionaliseringsportaal-VO is ontwikkeld door het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds Voion in samenwerking met Focus en ORION, een netwerk van 13 scholen voor voortgezet onderwijs.

Lees meer…

Versterking leraren vereist teamwork

Het beleid dat de positie van leraren moet versterken, is nu te individueel gericht. De Onderwijsraad adviseert om meer uit te gaan van teamwork.

Om de leraar meer zeggenschap te geven over het onderwijs, moet de samenwerking in en met lerarenteams verbeteren, zo staat in het advies Een ander perspectief op professionele ruimte in het onderwijs van de Onderwijsraad.

Daarin staan onder andere dat samenwerking en peer review beter moet worden ingebed in de dagelijkse onderwijspraktijk. Ook adviseert de Onderwijsraad meer gebruik te maken van (materiële en niet-materiële) prikkels en instrumenten voor teamontwikkeling.

Leraren moeten actieve houding aannemen

Een ander punt dat de raad noemt, is dat leraren en teams zelf een actieve houding aan kunnen nemen en ook zelf moeten zoeken naar mogelijkheden om handelingsvermogen te versterken en te realiseren. De lerarenopleiding hebben hierin ook een belangrijke rol.

De Onderwijsraad adviseert tevens om uit te gaan van professional governance. Omdat teams niet vanzelf functioneren, zijn er ondersteunende structuren nodig die de leraar de leraar en zijn team centraal stellen. Verder is het van belang dat er in de school sprake is van een cultuur van vertrouwen en respect en van een lerende houding.

Schoolleiders moeten meer met professionalisering

Bijna eenderde van de schoolleiders zet zich niet in voor de professionalisering van leraren. Dat blijkt uit het rapport Education at a glance 2016 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Van de Nederlandse schoolleiders zet 70 procent zich actief in om ervoor te zorgen dat leraren hun verantwoordelijkheid nemen in het verbeteren van hun vaardigheden. Dit is relatief veel in vergelijking met ons omringende landen, Scandinavische landen en Japan.

Dit relatief grote aandeel betekent echter ook dat bijna eenderde van de schoolleiders nog niet actief bezig is met de professionaliseringsslag van leraren. Uit het OESO-rapport blijkt verder dat Nederlandse schoolleiders in vergelijking met collega’s in andere landen relatief weinig lesobservaties uitvoeren.

Samenhangende leiderschapsstrategie voor meer professionalisering

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker  van OCW schrijven in een brief aan de Tweede Kamer dat dit voor hen aanleiding is ‘te werken aan een samenhangende leiderschapsstrategie met daarin meer aandacht voor samenwerking en het stimuleren van een cultuur van continue verbetering en formele professionalisering’.

Inspectie pleit voor doorlopende leerroute leraren

Lerarenopleidingen en scholen voor voortgezet onderwijs hebben behoefte aan een doorlopende leerroute voor leraren. Zo moet duidelijk worden wanneer van een leraar welke vaardigheden verwacht mogen worden. Dat meldt de Inspectie van het Onderwijs.

Beginnende leraren hebben nog het een en ander bij te leren. Met goede ondersteuning kan volgens de inspectie worden voorkomen dat ze snel het vak verlaten. Een doorlopende leerroute wordt daarbij van groot belang geacht.

Lees meer…

Leraren willen graag nascholing

Leerkrachten, schoolleiders en bestuurders in het primair onderwijs onderschatten elkaars ambitie, motivatie en mogelijkheden. Dat blijkt uit onderzoek naar de vraag en het aanbod van nascholing.

Volgens de onderzoekers is er een grotere opleidingsbereidheid bij leerkrachten in het primair onderwijs dan schoolleiders en -bestuurders veronderstellen. ‘Daarbij is het van belang dat leerkrachten meer ruimte krijgen om de opgedane kennis binnen de school te kunnen toepassen’, zo staat in een brief van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Uit het onderzoek blijkt verder dat schoolleiders en -bestuurders moeite hebben met de strategische inbedding en benutting van kennis uit opleidingen. ‘Zij ervaren onder meer praktische belemmeringen zoals gebrek aan roosterruimte en formatiecapaciteit en middelen om innovatie te faciliteren.’

Het ideaalbeeld van leraren, schoolleiders en – bestuurders is een meer innovatieve cultuur in de scholen te creëren waarbij de individuele professionele ontwikkeling aansluit bij de team- en schoolontwikkeling. ‘Dit vraagt om een professionele dialoog op de werkvloer tussen leerkrachten, schoolleiders en bestuurders en om het slechten van de praktische belemmeringen en drempels’, aldus Bussemaker en Dekker.

Voortgezet onderwijs

Er is ook onderzoek gedaan naar de vraag naar en het aanbod aan masteropleidingen voor leraren in het voortgezet onderwijs. Daaruit komt naar voren dat schoolleiders en -bestuurders de meerwaarde van docenten met een masteropleiding voor hun school duidelijk zien. ‘Van masteropgeleide docenten wordt bijvoorbeeld verwacht dat ze onderzoekstaken op zich kunnen nemen en dat ze betere ondersteuning kunnen geven aan leerlingen met leerproblemen’, zo staat in de brief van de minister en staatssecretaris.

Het onderzoek dat zich op het voortgezet onderwijs richtte, onderstreept volgens Bussemaker en Dekker eens te meer het belang van goed HRM-beleid op scholen. ‘Docenten hebben voldoende tijd en ruimte nodig om hun werk te kunnen combineren met het volgen van een master. Daarnaast is het van belang om masteropgeleide docenten voor het onderwijs te behouden door hen interessante loopbaanperspectieven te bieden.’

Uit het onderzoek blijkt verder dat de interesse van docenten en schoolleiders relatief vaak uitgaat naar verdieping op het vlak van onderwijsinnovaties, het ontwerp van onderwijs en toetsingsstrategieën.

Geld voor professionalisering altijd naar rato

De sociale partners in het voortgezet onderwijs willen in de komende cao duidelijk vastleggen dat professionaliseringsbudget naar rato van de betrekkingsomvang wordt toegekend. Nu kan daar nog verwarring over ontstaan.

Onlangs heeft de Bezwarencommissie CAO-VO uitspraak gedaan over het individuele professionaliseringsbudget van 83 uur. De commissie heeft het artikel waarin dit budget is vastgelegd zo geïnterpreteerd, dat bij parttimers het budget niet naar rato hoeft te worden toegekend.

De sociale partners, waaronder VO-raad, benadrukken dat deze interpretatie niet conform de intentie van cao-partijen is. Daarom zal in de komende CAO VO duidelijk worden vastgelegd dat de toekenning van professionaliseringsbudget gebeurt naar rato van de betrekkingsomvang. Scholen mógen daar dan wel van afwijken, maar dat hóeft niet.

Lees meer…

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Per voltijder 500 euro voor professionalisering

In het primair onderwijs is op schoolniveau per fte 500 euro scholingsbudget beschikbaar. Dat stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in reactie op Kamervragen van de SP.

De vragen van de SP’ers Jasper van Dijk en Tjitske Siderius volgden op een reactie van de Algemene Onderwijsbond op de brief over de onderwijsinvesteringen die minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW eind augustus naar de Tweede Kamer stuurden.

Het is volgens de AOb pertinent onjuist, zoals in de brief van Bussemaker en Dekker staat, dat leraren in het primair onderwijs op basis van een voltijdsdienstverband elk jaar een professionaliseringsbudget van 500 euro krijgen. De AOb had daarvoor gepleit, maar volgens de bond vond de PO-Raad dat te duur.

Dekker antwoordt nu dat de sociale partners in het primair onderwijs met elkaar hebben afgesproken dat alle werknemers, met uitzondering van schoolleiders, op basis van een voltijdsdienstverband naast eventuele opgedragen scholing recht hebben op twee klokuren per werkweek voor hun professionele ontwikkeling. Op schoolniveau is per fte gemiddeld 500 euro beschikbaar, schrijft Dekker.

Het is aan de werkgever en werknemer om samen afspraken te maken over professionalisering en om deze afspraken vast te leggen in het persoonlijke ontwikkelingsplan, aldus Dekker.

Wel of niet 500 euro per jaar voor professionalisering?

De SP wil weten of leraren in het primair onderwijs een persoonlijk budget van 500 euro per jaar voor professionalisering krijgen.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) meldt dat vragen hierover van de SP volgen op kritiek van AOb-voorzitter Walter Dresscher op de recente brief van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW over onderwijsinvesteringen.

Dresscher sprak naar aanleiding van die brief van ‘een creatieve optelsom van alle aankondigingen van het afgelopen jaar’. Het is volgens hem ook pertinent onjuist, zoals in de brief van Bussemaker en Dekker staat, dat leraren in het primair onderwijs op basis van een voltijdsdienstverband elk jaar een professionaliseringsbudget van 500 euro krijgen.

Volgens Dresscher had de AOb daarvoor gepleit, maar vond de PO-Raad dat te duur.

Besturen gaan over inzet professionaliseringsgeld

‘Zeker voor wat de prestatiebox betreft liggen er bestuurlijke afspraken dat het geld ook echt ingezet wordt voor de doelen die we hebben afgesproken in de bestuursakkoorden uit 2011-2012.’ Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen over de invoering van passend onderwijs.

SP-Kamerlid Jasper van Dijk had Kamervragen gesteld naar aanleiding van een bericht van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Daarin stond dat de scholen nog niet klaar zijn voor de invoering van passend onderwijs per 1 augustus 2014.

Een van de vragen had betrekking op de inzet van de professionaliseringsgelden. Hierop antwoordt Dekker dat schoolbesturen verantwoordelijk voor de inzet van dat geld. ‘Dit budget is voor een deel ondergebracht in de lumpsum, en daarbinnen weer voor een deel in de prestatiebox van de schoolbesturen en wordt verantwoord in het jaarverslag en de bijbehorende jaarrekening van de schoolbesturen’, aldus de staatssecretaris.

Hij wijst erop dat de controle zowel op het niveau van de jaarrekening als op dat van het personeel zelf ligt. ‘Het personeel heeft via de medezeggenschapsraad een adviesbevoegdheid op de vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid en kan in die zin ook controleren of het geld wordt uitgegeven waarvoor het bestemd is.’

Klassengrootte
Van Dijk had ook een vraag gesteld over de klassengrootte in het reguliere onderwijs die als gevolg van de invoering van passend onderwijs zou toenemen. Dekker relativeert die angst: ‘Als samenwerkingsverbanden ervoor kiezen op termijn minder naar het speciaal onderwijs te verwijzen, ontstaat er meer ruimte voor extra ondersteuning in het regulier onderwijs. Bijvoorbeeld voor extra handen in de klas, het inrichten van speciale arrangementen of het kleiner maken van klassen.’

Het is volgens de staatssecretaris een misvatting dat er ten gevolge van passend onderwijs per klas drie tot vier extra leerlingen bij komen. ‘Zelfs in het theoretische geval dat alle leerlingen uit het speciaal onderwijs teruggeplaatst zouden worden naar het regulier onderwijs, hetgeen in de praktijk geenszins het geval zal zijn, verandert de klassengrootte hiermee heel beperkt.’

‘Heel beperkt’ wordt door Dekker gekwantificeerd: ‘Wanneer de bestaande 70.000 plekken in het speciaal onderwijs niet meer zouden bestaan, betekent dit dat er in het basisonderwijs per school gemiddeld vier leerlingen bij komen op een gemiddelde van 213 leerlingen per school. In het voortgezet onderwijs gaat het om gemiddeld 28 leerlingen per vestiging op een gemiddelde van 700 leerlingen per vestiging.’

In dit theoretische geval zou de klassengrootte volgens hem zelfs naar beneden kunnen gaan, ‘omdat de middelen van het speciaal onderwijs dan ook in het regulier onderwijs ingezet zouden worden. Die middelen zouden dan kunnen worden ingezet voor kleinere klassen.’

Lerarenbeurs: aanvraagtermijn verlengd!

De aanvraagtermijn voor de Lerarenbeurs is verlengd tot 14 juni.

De beurs bedraagt maximaal 7700 euro voor collegegeld, reiskosten en overige studiekosten. De werkgever kan subsidie ontvangen om een leraar studieverlof te verlenen en een vervanger aan te stellen.

De Lerarenbeurs is bedoeld voor leraren met een onderwijsbevoegdheid of minimaal een bachelordiploma. Dit jaar komen ook ambulante begeleiders in het (speciaal) onderwijs voor een Lerarenbeurs in aanmerking. Bovendien zijn de toelatingseisen voor invalkrachten verruimd.