Promotiebeurs voor twintig leraren

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft maandag aan twintig leraren een Promotiebeurs overhandigd. Daarmee kunnen zij wetenschappelijk onderzoek doen.

Het ministerie van OCW stelt jaarlijks 9,5 miljoen euro beschikbaar voor Promotiebeurzen. Hiermee krijgen leraren de kans om zichzelf verder te ontwikkelen en de aansluiting tussen universiteiten en scholen te versterken.

Er waren dit jaar 250 docenten die een aanvraag indienden. Van hen hebben er 20 een beurs toegekend gekregen. Sinds de start in 2011 zijn 248 beurzen uitgereikt.

Promotiebeurs: deels vrijgesteld met behoud salaris

Leraren die worden toegelaten, worden voor een periode van vijf jaar maximaal 0,4 fte per jaar vrijgesteld van onderwijs om met behoud van salaris te werken aan wetenschappelijk promotieonderzoek.

Lees meer…

Vaak psychische problemen bij delinquente kinderen

Veel kinderen die voor hun twaalfde met de politie te maken krijgen, hebben psychische problemen. Dat concludeert gezondheidswetenschapper Charlotte Geluk. Zij is onlangs is gepromoveerd aan het VU medisch centrum (VUmc) in Amsterdam.

Bij een deel van deze 12-minners is vooral sprake van gedragsproblemen en impulsief gedrag. Andere onderzochte kinderen zijn agressief en impulsief, zijn somber, hebben problemen in de sociale omgang. Ook thuis zijn er vaak problemen. Deze kinderen zijn vaak slachtoffer van geweld en pesten.

Het politiecontact biedt volgens Geluk een kans om problemen tijdig te herkennen en te behandelen. Daarvoor is goede signalering en diagnostiek nodig om passende hulp te bieden en om onnodig problematiseren te voorkomen.

Lees meer…

Bussemaker overhandigt promotiebeurzen

Minister Jet Bussemaker van OCW heeft maandagmiddag aan 37 leraren een promotiebeurs overhandigd. Dat deed ze op een speciale bijeenkomst bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in Den Haag.

De promotiebeurs bestaat sinds 2011. Deze beurs is bedoeld voor leraren uit onder andere het primair en voortgezet onderwijs die willen promoveren. Het ministerie van OCW wil leraren hiermee de kans bieden zichzelf verder te ontwikkelen en de aansluiting tussen universiteiten en scholen te versterken.

De gedachte is dat het goed is voor de kwaliteit van het onderwijs als er meer gepromoveerde leraren voor de klas staan. Belangrijk bij het promotieonderzoek is dat de opgedane kennis en onderzoekservaring direct ten goede komen aan de onderwijspraktijk.

Leraren met een promotiebeurs worden vier jaar lang maximaal twee dagen per week met behoud van salaris vrijgesteld om te werken aan hun promotieonderzoek. Scholen ontvangen een rijksbijdrage om de leraar te kunnen vervangen.

Op de website van NWO staat de lijst met gehonoreerde leraren.

Niveau literatuuronderwijs onderzocht

Het instrument dat Witte ontwikkelde, definieert zes oplopende niveaus van literaire competenties. De methode is vergelijkbaar met de veelgebruikte avi-methode voor lezen, met als belangrijk verschil dat kwalitatieve criteria een rol spelen in plaats van kwantitatieve als woord- en zinslengte. Het instrument helpt voorkomen dat leerlingen een boek kiezen of voorgeschoteld krijgen dat ver boven of juist onder hun niveau ligt.

Dit is belangrijk, stelt Witte, omdat docenten doorgaans een te weinig reële verwachting hebben van het startniveau van havo- en vwo-leerlingen. Zo stelde de onderzoeker vast dat bijna de helft van de leerlingen niet aan de startnorm voldoet als zij aan de vierde klas havo/vwo beginnen. Ook bleek bijna de helft van de vwo-leerlingen aan het eind van de zesde klas niet aan de eindnorm te voldoen.

Literatuur canon
Theo Witte (1952) pleit ervoor het literatuuronderwijs te verbeteren, onder meer door een landelijke catalogus samen te stellen met zo’n 200 titels, op alle niveaus. Zo’n lijst zou gezien kunnen worden als een ‘literatuurdidactische canon’. Dat biedt docenten veel houvast, denkt Witte. Voor leerlingen is het een toegankelijke, betrouwbare en inspirerende gids.

Meer weten over het onderzoek? Mail Theo Witte via t.c.h.witte@rug.nl.