Term ‘godsdienst’ niet op katholieke scholen

Er is in Nederland vrijwel geen katholieke school voor voortgezet onderwijs waar lessen over religie en levensbeschouwing onder de noemer ‘godsdienst’ vallen. Protestantse scholen kiezen nog wel voor die term. Dit blijkt uit onderzoek van de christelijke profielorganisatie Verus, de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Vereniging van Docenten Levensbeschouwing en Godsdienst (VDLG).

Het onderzoek richtte zich op godsdienst en levensbeschouwing als schoolvak. Een belangrijke conclusie is volgens Verus dat dit vak in de ogen van de vakdocenten heel breed is. Het gaat volgens hen onder meer over kennis over religies en levensbeschouwingen, maar ook over vorming.

Er zijn bijna geen docenten die het als ‘geloofsonderwijs’ beschouwen. Ook bidden komt nauwelijks nog in de lessen voor. Het wordt niet meer als een confessioneel vak gezien.

Godsdienst uit de gratie

Uit het onderzoek komen grote verschillen tussen katholieke en protestantse scholen naar voren als het gaat om de inhoud en de naam van het vak.

‘Er is vrijwel geen katholieke school waar het vak ‘godsdienst’ heet. Men kiest daar voor de bredere vakterm ‘levensbeschouwing’ als een ‘kijk op het leven’. Protestantse scholen kiezen veel meer voor de naam en de inhoud ‘godsdienst’, al dan niet samen met levensbeschouwing’, aldus Verus.

Lees meer…

Trouw heeft aandacht besteed aan het onderzoek. In het artikel Katholieke middelbare scholen minder ‘godsdienstig’ dan protestantse zegt onderzoekster Gerdien Bertram-Troost onder andere dat het vak godsdienst steeds verder wordt uitgehold.

Godsdienst voor minder leerlingen van belang

Van de jongeren tussen 15 en 18 jaar zegt 45 procent een godsdienst aan te hangen. In 2010 was dat nog 51 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Van de jongeren die zeggen een christelijke identiteit te hebben, beschouwen de meesten zich als katholiek. Minder dan één op de tien rekent zich tot een islamitische stroming.

Naar de kerk of moskee?

Dat jongeren aangeven godsdienstig te zijn, betekent volgens het CBS niet dat ze ook regelmatig naar de kerk, de moskee of een ander gebedshuis gaan. Iets minder dan één op de drie doet dat minstens één keer per maand.

Protestantse jongeren gaan het vaakst naar de kerk. Ruim de helft doet dat minstens één keer per maand. Van de jongeren die zeggen moslim te zijn, gaat ruim één op de drie minstens één keer per maand naar de moskee. Jongeren die zich katholiek noemen, zien de kerk bijna nooit van binnen.