‘Veel vmbo’s sjoemelen rond examinering’

Er wordt heel wat aangerommeld rond de examinering van vmbo’er, vermoedt René Kneyber. Hij is wiskundeleraar aan het Oosterlicht College in Nieuwegein, voorzitter van de Stichting Beroepseer en lid van de Onderwijsraad.

Kneyber spreekt zijn vermoeden uit in een column in Trouw, naar aanleiding van het examendebacle bij VMBO Maastricht en het ontslag van vier docenten van het Rijswijks Lyceum die examenkandidaten goede antwoorden lieten overschrijven.

Hij stelt in zijn column dat het vmbo-programma voor toetsing en afsluiting vooral bestaat uit ‘kansen bieden, kansen bieden en kansen bieden’. Sommige leraren gaan daar volgens hem heel ver in. ‘Er wordt, zo schat ik in, in het vmbo heel wat gemasseerd, geholpen, zo niet gesjoemeld met de beste intenties’, aldus Kneyber.

Volgens hem gebruiken veel vmbo-scholen voor het praktische herexamen het eerder afgenomen examen dat ze steeds opnieuw afnemen, ‘waarmee een hogere score natuurlijk gegarandeerd is’. Hij beweert dat het praktische examen voor vmbo’s hét wapen is tegen gezakte leerlingen. ‘Het biedt veel ruimte om te sjoemelen.’

‘Er wordt al met al, zo is mijn overtuiging, heel wat aangerommeld rond de examinering van vmbo’ers.’

Lees de column van René Kneyber

Docenten ontslagen vanwege examenfraude

VO Haaglanden ontslaat vier docenten van het openbare Rijswijks Lyceum, omdat zij zich schuldig hebben gemaakt aan examenfraude. Ook doet het bestuur aangifte tegen hen.

VO Haaglanden meldt dat de leraren in totaal zeven leerlingen hun herexamen op onderdelen lieten verbeteren. De docenten hebben de examenfraude bekend. Ze wilden, zo meldt VO Haaglanden, ‘ten behoeve van de school en de leerlingen langs deze weg de examenresultaten van de school beïnvloeden’.

De schoolleiding heeft de Inspectie van het Onderwijs op de hoogte gebracht van de kwestie. De herexamens zijn ongeldig verklaard. De zeven leerlingen krijgen in augustus een nieuwe kans.

Voorzitter Arno Peters van het college van bestuur van VO Haaglanden geeft een toelichting op Omroep West:

Slob: Logisch dat scholen rekening houden met ramadan

Hoe en wanneer onderdelen van het onderwijsprogramma worden aangeboden is aan de scholen. Het spreekt voor zich dat zij daarbij rekening houden met de achtergrond van hun leerlingen. Daarmee reageert onderwijsminister Arie Slob op vragen van de PVV over het openbare Rijswijks Lyceum, dat bij de planning van het onderwijs rekening houdt met de islamitische vastenmaand ramadan.

De vragen van de PVV volgden op een artikel in NRC. Daarin komt biologieleraar Rashid El Mouhamadi van het Rijswijks Lyceum aan het woord. Hij zegt dat bij de planning van de leerstof rekening wordt gehouden met de ramadan. ‘Bepaalde onderwerpen vermijden we, zoals voortplanting en seksualiteit. Dat wordt wel behandeld, maar op een ander moment in het jaar’, zo citeert de krant de biologieleraar.

Dat schoot bij Kamerleden van de anti-islamitische PVV van Geert Wilders in het verkeerde keelgat. Zij wilden van minister Slob weten hoe hij hierover denkt. Die antwoordt dat het onderwijs in overeenstemming moet zijn met de kerndoelen en eindtermen, maar dat het aan de scholen is om te bepalen hoe en wanneer zij de onderdelen van hun onderwijsprogramma aan bod laten komen. Het spreekt volgens Slob voor zich dat scholen daarbij rekening houden met de achtergrond van hun leerlingen.

Kamervragen over docent die niet mocht bidden

PvdA-Kamerleden Ahmed Marcouch en Loes Ypma willen opheldering van staatssecretaris Sander Dekker van OCW over de kwestie rond een docent van het openbare Rijswijks Lyceum die ontslag nam omdat hij niet in school mocht bidden.

Zij willen van Dekker weten of hij het ermee eens is dat de school hiermee als boodschap meegeeft dat leerlingen en ouders ‘niet welkom zijn als het gaat om hun identiteit, inspiratie en levenshouding’ en dat dit bij kinderen een gevoel van innerlijke onveiligheid teweeg kan brengen. Dat kan volgens hen de integratie van leerlingen negatief beïnvloeden en bij een aantal gezinnen uitnodigen ‘tot terugtrekking in een religieuze zuil met islamitisch onderwijs waar de kinderen wél welkom zijn inclusief hun religieuze identiteit’.

Marcouch en Ypma wijzen er in dit kader op dat ‘de meerwaarde van het openbaar onderwijs juist is dat een parallelle samenleving volgens eigen zuil niet nodig is, omdat openbare scholen open zijn voor alle levensovertuigingen, zowel voor ouders, leerlingen als docenten.’