AIVD trok terecht aan de bel over Cornelius Haga

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft terecht gewaarschuwd voor antidemocratische tendenzen op het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Een deel van de verstrekte informatie was echter niet goed onderbouwd of onzorgvuldig verwoord. Dat concludeert de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD).

De informatie die volgens de CTIVD niet goed onderbouwd of onzorgvuldig verwoord was, betreft ‘zinnen en zinsdelen over de banden van bij de school betrokken personen met een terroristische groepering en over het salafistische karakter van (…) de school’. Dit heeft volgens de CTIVD invloed gehad op het beeld dat is ontstaan van de school en de daarbij betrokken personen.

Volgens de CTIVD had de AIVD niet vastgesteld dat op de school het salafistische gedachtegoed werd overgebracht aan de leerlingen. ‘Met helderheid hierover had de mate van urgentie van de berichtgeving door de ontvangende overheidsinstanties beter kunnen worden ingeschat’, zo meldt de CTIVD.

De AIVD berichtte ook over de financiële gang van zaken op het Cornelius Haga Lyceum die niet goed zou zijn. Daarover meldt de CIVTD dat die informatie terecht is doorgegeven aan het Openbaar Ministerie. De AIVD had die informatie echter niet mogen doorgeven aan andere overheidsinstanties.

Lees meer…

AIVD wilde geen discussie over vrijheid van onderwijs

De waarschuwing van de geheime dienst AIVD voor het omstreden Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam was niet bedoeld om een discussie los te maken over de vrijheid van onderwijs, zegt AIVD-directeur Dick Schoof in de Volkskrant.

In januari verstuurde de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) een ambtsbericht, waarin het Cornelius Haga Lyceum werd geassocieerd met salafisme en terrorisme. In maart kwam de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) met een samenvatting van dat bericht. Daarin stond dat er sprake was van ‘richtinggevende personen’ die zich zouden omringen met ‘salafistische aanjagers’. Ook zou er sprake zijn van antidemocratische standpunten.

De informatie die via de AIVD en NCTV naar buiten kwam, was voor burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) en onderwijswethouder Marjolein Moorman (PvdA) van Amsterdam aanleiding om niet meer met het bestuur van de school te willen samenwerken. Moorman riep ouders op om het bestuur aan de kant te zetten, maar aan die oproep werd geen gehoor gegeven.

De opstelling van de gemeente Amsterdam was voor directeur-bestuurder Söner Atasoy reden om Halsema uit te maken voor ‘domme gans’. Volgens hem is zijn school ten onrechte in verband gebracht met extremistisch gedachtegoed en terrorisme.

Artikel 23 vrijheid van onderwijs

De waarschuwing tegen het Cornelius Haga Lyceum leidde tot een discussie over de houdbaarheid van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Zo schreef historicus Gert Jan Geling in Trouw een opiniestuk, waarin hij stelde dat de situatie op het Cornelius Haga Lyceum aantoont dat artikel 23 onderwijs mogelijk maakt dat we in Nederland niet willen.

‘Zolang we een grondwetsartikel hebben dat dit soort scholen de vrijheid geeft om zich te vestigen, blijft het proberen dit tegen te gaan onbegonnen werk. We kunnen dan wel zeggen ‘dit willen we niet’, maar dankzij de Grondwet mag het uiteindelijk gewoon wel, en moeten gemeenten, en de Rijksoverheid, zich in de gekste bochten wringen om de oprichting en verspreiding van dergelijke salafistische scholen te voorkomen’, aldus Geling.

Tweede Kamerlid Jasper van Dijk van de SP zei naar aanleiding van de situatie in Amsterdam dat artikel 23 het vrijwel onmogelijk maakt om islamitische, christelijke en joodse scholen aan te pakken. Hij wees erop dat schoolbestuurders niet kunnen worden ontslagen als er sprake is van antidemocratisch onderwijs of wanneer integratie wordt tegengewerkt. Hij wil de wet op dat punt aanscherpen.

Ook historicus Carel Verhoef, auteur van het boek Inperking vrijheid van onderwijs, mengde zich via Trouw in de discussie. Volgens hem moet artikel 23 zodanig worden ingeperkt ‘dat het niet langer mogelijk is om scholen op te richten en te onderhouden op grond van een godsdienstige overtuiging’. Het openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs op godsdienstige grondslag zouden wat hem betreft moeten worden samengevoegd tot ‘de gemengde school voor alle gezindten’.

‘Het gaat ons niet om vrijheid van onderwijs’

AIVD-baas Dick Schoof zegt nu in de Volkskrant dat het niet de bedoeling was om met het uitsturen van het ambtsbericht over het Cornelius Haga Lyceum een discussie los te maken over de houdbaarheid van artikel 23. ‘Door de publiciteit ontstond het beeld dat wij het debat hebben aangejaagd (…). Dat klopt niet. Het gaat ons (…) niet om de vrijheid van onderwijs.’

Het gaat de AIVD er wel om, zo zegt Schoof tegen de krant, ‘dat jonge kinderen niet onder invloed komen van zulk gedachtegoed’. Hij doelt daarmee op het salafisme. Ook zegt hij het belangrijk te vinden dat dit ‘probleem’ nu ruimschoots maatschappelijk en politiek is geagendeerd.

Lees meer…

Wat staat er in inspectierapport Cornelius Haga?

Het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam wil volgens de Inspectie van het Onderwijs leerlingen niet afzijdig houden van de samenleving. Ook zou de omstreden school niet aanzetten tot onverdraagzaamheid of integratie willen belemmeren. Wel zou de school een ‘onrechtmatig financieel beleid’ hebben gevoerd. De Volkskrant meldt dat dit in een inspectierapport staat.

In het inspectierapport staat volgens de krant ook dat de school onvoldoende afstand neemt van personen met een omstreden reputatie. De school heeft contact gehad met de shariageleerde Haitham al-Haddad, aan wie haatzaaiende uitspraken over Joden worden toegeschreven. Ook is er contact geweest met internetprediker Fouad el Bouch. Van hem wordt gezegd dat hij sympathiseert met Syriëgangers. Deze omstreden mannen zouden geen contact hebben gehad met leerlingen van de school.

Haatzaaien

De inspectie meldt volgens de krant ook dat dagelijks bestuurder Söner Atasoy met zijn ‘provocatieve gedrag’ de samenwerking met andere instanties belemmert. Hij noemde na berichtgeving over extremistische islamitische invloeden binnen zijn school burgemeester Femke Halsema van Amsterdam een ‘domme gans’. Bij de geheime dienst AIVD zouden volgens Atasöy alleen maar ‘randdebielen’ werken.

Zelfverrijking

In het inspectierapport zou ook staan dat de school zich schuldig heeft gemaakt aan ‘onrechtmatig financieel beleid’. Atasöy zou zichzelf hebben verrijkt. Ook zou er onderwijsgeld zijn besteed aan zaken die daarvan niet mochten worden betaald.

Het rapport is nog niet gepubliceerd en de school wil dat graag zo houden, zo blijkt uit het feit dat het Cornelius Haga Lyceum daartoe een kort geding heeft aangespannen.

Lees meer…

‘Artikel 23 maakt onderwijs mogelijk dat we niet willen’

Het blijft dweilen met de kraan open zolang we artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs ongemoeid laten. Dat stelt historicus Gert Jan Geling in een opiniestuk in Trouw naar aanleiding van de situatie rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Het onderwijs aan het Cornelius Haga Lyceum zou niet goed zijn voor de democratie en gericht zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Privileges confessioneel onderwijs

Volgens Geling zit de kern van het probleem in de huidige vorm van artikel 23. Hij wijst met name op lid 6 en lid 7, die het confessioneel onderwijs privileges verleent op grond waarvan scholen als het Haga Lyceum gesticht en in stand gehouden kunnen worden.

‘Zolang we een grondwetsartikel hebben dat dit soort scholen de vrijheid geeft om zich te vestigen, blijft het proberen dit tegen te gaan onbegonnen werk. We kunnen dan wel zeggen ‘dit willen we niet’, maar dankzij de Grondwet mag het uiteindelijk gewoon wel, en moeten gemeenten, en de Rijksoverheid, zich in de gekste bochten wringen om de oprichting en verspreiding van dergelijke salafistische scholen te voorkomen.’

Lees meer…

Steun bij aanpak van salafisten

Gemeenten en scholen krijgen steun bij de aanpak van grensoverschrijdend gedrag door salafistische organisaties, om te voorkomen dat kinderen worden geïsoleerd van onze samenleving. Daar is een handreiking voor ontwikkeld.

Dit schrijft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer. Salafistische organisaties worden in kaart gebracht en lokale overheden en onderwijsinstellingen worden geholpen met een handreiking, waarmee beoordeeld kan worden of het gedrag van een religieuze organisatie grensoverschrijdend is. In het Normatief Kader problematisch gedrag, dat is gepubliceerd als bijlage bij de brief, staan voorbeelden van gedragingen en daarbij passende voorbeelden van maatregelen en acties.

De minister zegt in zijn brief de zorgen van de Tweede Kamer over de opkomst van het salafistisch gedachtegoed in ons land te delen. ‘Voor intolerantie moeten we intolerant zijn’. Tegelijkertijd wil het kabinet geen religie verbieden of treden in de persoonlijke geloofsopvatting van mensen, omdat individuele vrijheid de basis is van onze rechtsstaat. Maar tegen haatzaaien en ronselen voor de gewapende strijd wordt streng opgetreden. Organisaties die zich niet aan de wet houden, kunnen verboden worden. ‘Maar ook bij gedrag dat niet onwettig maar wél onwenselijk is, zijn er middelen om op te treden’, aldus Asscher in zijn brief aan de Tweede Kamer.

Hij noemt als voorbeeld de situatie waarbij een omstreden prediker door een salafistische organisatie wordt uitgenodigd om te spreken. Als het een EU-ingezetene betreft, kan een visum niet geweigerd worden, maar een gemeente kan wel degelijk in actie komen, de conferentie verbieden of de politie inzetten.