‘Begrotingsoverschot naar onderwijssalarissen’

De helft van de Nederlanders vindt dat het kabinet het begrotingsoverschot moet aanwenden voor hogere salarissen in onder andere het onderwijs. Dat blijkt uit een enquête in opdracht van de NOS.

Op de vraag waar het kabinet het begrotingsoverschot vooral zou moeten besteden, noemen de mensen eerst gezondheidszorg, gevolgd door ouderenzorg. Onderwijs staat op het prioriteitenlijstje op nummer 3.

Onder jongeren scoort onderwijs hoger dan onder ouderen. Verder blijkt dat hoogopgeleiden meer prioriteit geven aan onderwijs dan laagopgeleiden.

De enquête is afgenomen in het kader van Prinsjesdag.

Lees meer…

Minister Wiebes ziet niets in hogere lerarensalarissen

‘Onderwijs is een van mijn favorieten. En dan praat ik niet over hogere lonen voor leraren, want dat leidt niet tot een hoger verdienvermogen voor de samenleving. Het gaat hier om hervormingen van ons onderwijssysteem.’ Dat stelt minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat in het Financieele Dagblad (FD).

Het FD vroeg Wiebes wat volgens hem de speerpunten moeten zijn van een economische groeiagenda voor Nederland. Onderwijs is wat hem betreft een van de speerpunten, maar dat betreft volgens hem dus niet een verhoging van de lerarensalarissen.

‘Weinig veranderd’

Hij richt volgens het FD zijn pijlen op het curriculum en onderwijsmethoden. ‘Het valt mij op als ik naar de school van mijn kinderen ga, dat daar, op het schoolbord na, weinig veranderd is in vergelijking met mijn eigen schooltijd veertig jaar geleden. Kijk naar het curriculum bijvoorbeeld. Moeten we nog altijd lessen Frans of Grieks geven? Gaan we daar binnen twintig jaar nog de Chinezen mee verslaan?’

‘Interactief als een baksteen’

Ook plaatst hij, zo meldt de krant, kritische kanttekeningen bij de huidige onderwijsmethoden. ‘We praten nu al tien jaar over een digitale geïndividualiseerde leeromgeving. Toch zie ik mijn tienerzoon nog altijd met zijn neus in een papieren scheikundeboek zitten, wat zo interactief is al een baksteen. Als hij zijn huiswerk af heeft, gaat hij gamen. Dat is juist zo interactief als maar kan. Waarom kunnen we niet zo’n leeromgeving vormgeven en toepassen op scheikunde? Dan staat de leerkracht niet voor de klas, maar ín de klas. Dat doen we jammer genoeg nog steeds niet.’

Lees meer…

‘Weg met de leraar!’

Op Twitter meldt de lerarengroep PO in Actie op basis van het artikel in het FD dat de VVD, de partij van Wiebes, niets op heeft met de leraren:

Sociale partners gaan weer praten over CAO PO

De sociale partners gaan na maanden weer met elkaar praten over de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs. Dat blijkt uit een reactie van CNV Onderwijs op een oproep daartoe van onderwijsminister Arie Slob.

Onderwijsminister Arie Slob wil dat de PO-Raad en de vakbonden hun ruzie over de cao bijleggen en weer met elkaar in gesprek gaan. In reactie daarop zegt CNV-bestuurder Joyce Rosenthal dat die oproep overbodig is.

‘Wij hebben al afgesproken om weer in overleg te gaan, omdat we onze verantwoordelijkheid kennen en nemen. Geld dat voor arbeidsvoorwaarden is bedoeld, moet naar het onderwijspersoneel’, aldus Rosenthal op de website van CNV Onderwijs.

Ruzie over salarissen

Zij vermeldt er niet bij wanneer de sociale partners het cao-overleg hervatten. Het overleg ligt al maanden stil, omdat er ruzie is over hoeveel geld de leraren in het primair onderwijs erbij moeten krijgen.

Minister Slob dreigt dat 285 miljoen euro voor de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs er niet komt als de sociale partners niet met elkaar afspreken waar dat geld aan wordt besteed.

Lees meer…

Kabinet: 285 miljoen voor arbeidsvoorwaarden

Er komt structureel 285 miljoen euro beschikbaar voor de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs. Onderwijsminister Arie Slob geeft als suggestie aan de sociale partners mee dat ze het geld kunnen inzetten voor hogere salarissen voor leraren en schoolleiders. Het gaat echter niet om extra geld voor hogere salarissen, maar om een indexatie van de personele lasten.

De PO-Raad en de vakbonden bepalen uiteindelijk wat ermee gaat gebeuren. Zij hebben echter ruzie met elkaar over de salarissen en de arbeidsvoorwaarden. Er wordt al maanden niet meer gepraat.

‘Ik doe aan hen een dringende oproep om weer om tafel te gaan en dit geld te gebruiken voor leraren. Als de schoolbesturen en vakbonden niets doen, gaat het geld de reserves in. Dat zou zonde zijn’, aldus Slob.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) weerspreekt de suggestie van het ministerie van OCW als zou de 285 miljoen euro extra geld voor het primair onderwijs zijn. ‘Het gaat om de gewone loonruimte van iets meer dan 3 procent. Deze loonruimte geldt voor alle ambtenaren, alle medewerkers in het onderwijs, alle agenten en al het zorgpersoneel’, aldus AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen.

‘Door vandaag te focussen op het basis- en speciaal onderwijs lijkt het of er extra wordt gewerkt aan het lerarentekort. Dat is volstrekt onjuist’, zo stelt de AOb-voorzitter.

Indexatie

De PO-Raad stelt dat de 285 miljoen euro van Slob de indexatie is van de personele bekostiging. Het bedrag voorkomt volgens de sectororganisatie dat het personeel in het primair onderwijs erop achteruitgaat.

Adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB bevestigt dat het niet om extra geld gaat, maar slechts om de indexatie van de personele lasten. De 285 miljoen van Slob kan dus niet worden gebruikt voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden.

Lees meer…

Diederik Samsom verkiest onderwijs boven koopkracht

‘Grote investeringen en vergaande keuzes voor beter onderwijs. Dat is wat Nederland nu het hardst nodig heeft.’ Dat vindt PvdA’er Diederik Samsom, zo schrijft hij in de Volkskrant.

Hij wil onder andere ‘veel meer uren onderwijs en veel meer voorbereidingstijd voor docenten’. Leraren verdienen volgens hem een ‘drastische herwaardering’. Ze moeten wat hem betreft beter worden opgeleid en aan hogere eisen voldoen. Ook moeten hun salarissen van leraren omhoog, vindt Samsom.

Investeringen in onderwijs zijn volgens de PvdA’er veel meer waard dan meer koopkracht of een hoger bruto binnenlands product.

Lees meer…

Zzp-leerkracht zoekt flexibiliteit en uitdaging

‘Ik wil meer doen dan enkel voor de klas staan. Dat vaste contract, die vastigheid, dat boeit me niet zoveel.’ Dat zegt basisschoolleerkracht Daniëlle van Rijn, die zelfstandige zonder personeel (zzp’er) is. De lokale Amsterdamse krant Het Parool schrijft over haar en twee andere zzp’ende leraren uit het basisonderwijs.

Als zzp’er in het onderwijs werken is volgens Van Rijn veel fijner: ‘Ik hoef me niet bezig te houden met alle rompslomp om het lesgeven heen. Geen verplichte vergaderingen, geen studiedagen, geen administratieve taken. Nu dat allemaal wegvalt, houd ik meer tijd over voor andere dingen.’ Behalve meer tijd, houdt Van Rijn ook meer geld over.

Dat geldt eveneens voor Rozemarie Ordelmans-Zandbergen. Zij zag als zzp’er haar bruto-inkomsten verdubbelen. Zij ziet dit als een manier om de overheid onder druk te zetten om de salarissen in het onderwijs te verhogen.

Het Parool schrijft ook over zzp’er Jan Hoetmer. Hij vond het steeds minder interessant om vast voor een klas te staan. Hij geeft nu op verschillende plekken les en dat is volgens hem behalve afwisselend ook goed voor zijn ontwikkeling.

Lees het artikel in Het Parool over de opkomst van zzp’ende leraren.

Minste loonstijging in onderwijs

In het eerste kwartaal van dit jaar zijn de cao-lonen het minst gestegen in het onderwijs, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De cao-lonen stegen in het eerste kwartaal met gemiddeld 2,2 procent. Het onderwijs zat daar met 1,4 procent onder.

Vorig jaar was het onderwijs juist koploper. ‘In 2018 stegen bijvoorbeeld de lonen van het onderwijzend personeel in de cao van het primair onderwijs meer, doordat het salarisverschil verkleind werd met docenten in het voortgezet onderwijs’, aldus het CBS.

Prijzen stijgen meer dan lonen

De statistici wijzen er verder op dat in het eerste kwartaal van dit jaar de consumentenprijzen met 2,5 procent stegen. Dat is dus meer dan de stijging van de cao-lonen, maar dit betekent niet automatisch dat werknemers er reëel in koopkracht op achteruit gaan.

‘Het nettoloon is namelijk ook afhankelijk van de veranderingen in de premies die werknemers betalen voor pensioen, sociale verzekeringen (inclusief zorg) en de loonheffing’, zo licht het CBS toe.

Lees meer…

Helft leraren primair onderwijs gaat vrijdag staken

Iets meer dan de helft van de leraren in het primair onderwijs zegt vrijdag te gaan staken. Dat meldt DUO Onderwijsonderzoek op basis van onderzoek onder basisschoolleraren.

De onderwijsstaking aanstaande vrijdag 15 maart in Den Haag wordt georganiseerd door onder andere de Algemene Onderwijsbond (AOb). De staking krijgt geen steun van de vakbonden CNV Onderwijs en AVS en ook niet van de PO-Raad.

Stevige boodschap

De meeste leraren die gaan staken, geven volgens DUO Onderwijsonderzoek aan dat ze een ‘stevige boodschap’ willen afgeven aan de samenleving en de politiek dat er oplossingen moeten komen voor de problemen die het onderwijs ervaart.

Anderen geven aan dat ze gaan staken omdat ze vinden dat de werkdruk omlaag moet en/of dat ze meer salaris willen. Ook wordt aangegeven dat de kwaliteit van het onderwijs en het imago van de leraren reden is om te gaan staken.

Al veel bereikt

Van de respondenten geeft 42 procent aan niet te gaan staken. Ze doen dat niet, omdat het volgens hen de problemen in het onderwijs niet oplost. Een deel geeft aan dat een staking voorbarig is of dat die ouders en leerlingen in problemen brengt. Ook wordt aangegeven dat er al veel is bereikt en dat een staking dus niet nodig is.

Een deel van de leraren geeft aan niet gaan staken omdat het schoolbestuur dit keer gestaakte uren niet doorbetaalt. Uit het onderzoek blijkt dat twee op de drie schoolbesturen het salaris van stakende leraren niet doorbetalen.

Ga naar het onderzoek

Oproep van schooldirecteur: betaal geen rekeningen meer!

Schooldirecteuren moeten overgaan tot acties die de economie raken, zoals rekeningen niet meer betalen. Dat heeft meer effect dan tijdelijk geen vervanging regelen van zieke leraren. De stelt directeur Frank Sessink van openbare basisschool De Schakel in Winterswijk.

Sessink reageert in dit ingezonden stuk op de actie van de schoolleidersvakbonden AVS en CNV Schoolleiders. Die roepen directeuren in het primair onderwijs op een week lang geen vervanging van zieke leraren te regelen. Daarmee willen de vakbonden laten zien dat het werk van directeuren onmisbaar is. De eis van de bonden is dat de werkdruk van directeuren omlaag gaat en hun salarissen omhoog.

Economie raken

De Winterswijkse directeur verwacht niet dat dit veel indruk zal maken. Hij noemt in zijn stuk ‘veel belangrijkere zaken’ waar directeuren zich mee bezighouden, zoals onderwijskundige lijnen uitzetten, een professioneel team leiden en maken van het schoolplan, de schoolgids en het jaarplan. ‘Zij zijn strateeg en leiden hun school naar de toekomst’, aldus Sessink, die hieraan toevoegt dat directeuren vaak ook nog bezig zijn met het verwerken van facturen. Zijn oproep luidt: ‘Stop met al deze zaken!’

Wat volgens hem echt effect zal hebben, is het niet meer betalen van rekeningen. ‘Als alle directeuren in heel Nederland de facturen van bijvoorbeeld een leverancier van schoolmaterialen als Heutink niet meer betalen, moet je eens opletten hoe snel de paniek toeslaat en er actie ondernomen gaat worden. Want ja, dan raakt het de economie en de maatschappij’, aldus Sessink.

Lees het ingezonden stuk

Ministerie gaat niet over salarissen schoolleiders

Het ministerie van OCW heeft geen invloed op de hoogte van de salarissen van schoolleiders. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

De minister reageert op een brief van Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant en openbare basisschool De Singel in Roosendaal over de ‘geldelijke compensatie’ van schoolleiders. De brief stond mede in het teken van het grote lerarentekort.

Slob is het ermee eens dat het werk van schoolleiders van groot belang is voor de kwaliteit van onderwijs. ‘Ik ben me dan ook zeer bewust van het belang van uw werk maar ook van het feit dat u onder complexe omstandigheden uw werk uitvoert. Een probleem als het lerarentekort heeft dan ook dagelijks mijn aandacht.’

Wat betreft de salarissen van schoolleiders, benadrukt hij dat het ministerie van OCW daar niet over gaat. ‘De hoogte van het salaris is onderdeel van de cao-afspraken tussen werkgevers en werknemers. Het ministerie neemt daar geen deel aan’, aldus Slob.

Alleen maar aandacht voor leraren

Onder veel schoolleiders in het primair onderwijs bestaat onvrede over het feit dat zij vorig jaar geen forse salarisverhoging hebben gekregen, in tegenstelling tot hun leraren.

Voorman Jan van de Ven van PO in Actie zei toen dat er bewust alleen maar aan de leraren is gedacht. Dat dit de verhoudingen scheef zou trekken, werd volgens Van de Ven beseft tijdens de cao-onderhandelingen, waar ook de schoolleidersvakbonden AVS en CNV Schoolleiders aan meededen. ‘Wij zeiden: dat is dan maar zo. We hebben echt alle middelen nodig om mensen naar het vak te trekken’, zo citeerde NRC hem.

Na de cao-onderhandelingen, die dus voor schoolleiders niet goed uitpakten, zei voorzitter Petra van Haren van de AVS dat het niet zo kan zijn dat er leraren zijn die meer verdienen dan hun directeuren, maar toen was het al te laat.

Schoolleiders protesteren met e-mailbombardement

Vakbond AVS roept schoolleiders op onderwijsminister Arie Slob en de onderwijswoordvoerders in de Tweede Kamer te bedelven onder een e-mailbombardement. De actie moet leiden tot een ‘passend en eerlijk salaris’ voor schoolleiders.

‘De huidige onderwijspraktijk en toenemende maatschappelijke druk op scholen vragen veel van schoolleiders. Er dreigt (en ís zelfs al) een schoolleiderstekort, vooral in het primair onderwijs. Daarom moet hun positie verstevigd worden’, vindt de AVS.

Vakbondsvoorzitter Petra van Haren zegt dat ‘de roep om een eerlijk salaris moet gelden voor álle werknemers in de sector primair onderwijs, dus óók schoolleiders’.

Het e-mailbombardement is de derde actie van de AVS. In september lieten schoolleiders het brandalarm van hun school afgaan om hun eisen kracht bij te zetten. In oktober waren ze uit protest een dag niet bereikbaar per e-mail.

AVS akkoord met omstreden CAO PO 2018-2019

De AVS behoort tot de sociale partners die akkoord zijn gegaan met de CAO PO 2018-2019. In die cao zijn mede met goedkeuring van de AVS afspraken gemaakt over meer salaris en minder werkdruk voor leraren.

Deze gunstige cao-afspraken gelden niet voor de schoolleiders (en ook niet voor het onderwijsondersteunend personeel overigens). Veel schoolleiders zijn hier boos over. Zij vinden dat ze altijd meer moeten blijven verdienen dan leraren.

Lees meer…

Tweede Kamer vindt prestatiebox leegtrekken goed idee

Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat mee in het plan van CDA en D66 om de prestatiebox leeg te trekken om zo de leraren in het primair onderwijs een extra salarisverhoging te geven. Als onderwijsminister Arie Slob daar elders geld voor vrijmaakt, mag dat wat de Kamer betreft ook. 

CDA-Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66 vinden dat er slechts ‘vage doelen’ aan de prestatiebox zijn verbonden. Het gaat daarbij onder andere om professionalisering, doorgaande leerlijnen en uitdagender onderwijs.

Volgens hen zijn de doelen niet alleen vaag, de scholen zouden ze ook niet halen. Het onderwijs wordt er volgens hen alleen maar slechter van. Daarom zou het beter zijn om het geld uit de prestatiebox (263 miljoen euro of een deel daarvan) te besteden aan een extra salarisverhoging. Rog en Van Meenen denken dat het onderwijs dan vanzelf beter wordt. Een meerderheid in de Tweede Kamer is het met hen eens.

Minister Slob zei eerder dat hij de prestatiebox niet wil leegtrekken, maar hij moet nu van de Tweede Kamer alsnog gaan onderzoeken of dat toch mogelijk is, of dat er wellicht andere mogelijkheden zijn om de lerarensalarissen extra te verhogen.

Het salaris van de leraren in het primair onderwijs is al verhoogd met gemiddeld 8,5 procent. Dat komt neer op een extra maandsalaris. Daarnaast hebben leraren in het primair onderwijs een bonus van 2000 euro gekregen.

Slecht beleid

Ronald Bloemers van VOS/ABB vindt het plan van CDA en D66 om de prestatiebox leeg te trekken voor hogere lerarensalarissen getuigen van slecht beleid. ‘Iedereen die een beetje verstand heeft van onderwijs, weet dat de bekostiging al vele jaren ontoereikend is. Er zijn onderzoeken te over die dat bewijzen. Dan is het geen oplossing om het geld uit de prestatiebox, dat onder andere bedoeld is voor kwaliteitsverbetering en professionalisering, weg te kapen voor een salarisverhoging.’

‘Het is helemaal navrant dat Rog en Van Meenen stellen dat het geld uit de prestatiebox nutteloos over de balk wordt gesmeten en dat volgens hen het onderwijs in Nederland alleen maar slechter wordt. Zij weten natuurlijk ook wel dat dit absoluut niet het geval is, en dat scholen er heel goede dingen mee doen om het onderwijs te verbeteren, met het ontoereikende budget dat ze wel hebben’, aldus Bloemers.

Hij voegt daaraan toe dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) elk jaar weer laat zien dat het onderwijs in Nederland van goede kwaliteit is en dat dit wordt bereikt met relatief weinig geld.

Reactie: Michel Rog van het CDA laat naar aanleiding van bovenstaand bericht weten dat hij het niet eens is met het gebruik van het woord ‘leegtrekken’. Hij formuleert het in politieke termen als volgt: ‘Wij vragen om een tripartiet gesprek gericht op de vraag óf en zo ja hoeveel geld uit prestatiebox anders kan worden aangewend’.

Geen salarisverhoging met geld uit prestatiebox

Onderwijsminister Arie Slob benadrukt dat er geen extra salarisverhoging voor leraren in het primair onderwijs komt. Hij schiet het plan van de coalitiepartijen CDA en D66 af om voor een extra salarisverhoging de prestatiebox leeg te trekken.  Ronald Bloemers van VOS/ABB vindt dat plan van CDA-Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen getuigen van slecht beleid.

Het salaris van leraren is al verhoogd met gemiddeld 8,5 procent. Daarnaast hebben leraren in het primair onderwijs een bonus van 2000 euro gekregen. CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66 vinden dat niet genoeg.

Zij wijzen erop dat er nog steeds een verschil bestaat tussen de lerarensalarissen in het primair onderwijs en de hogere salarissen in het voortgezet onderwijs. Dat verschil is volgens hen niet uit te leggen en moet daarom, zo stellen ze, kleiner worden gemaakt.

Het geld uit de prestatiebox kan hiervoor worden gebruikt, vinden Rog en Van Meenen, omdat volgens hen niet duidelijk is waar dit eerder aan is uitgegeven. ‘De gestelde doelen uitdagender onderwijs, brede onderwijsverbeteringen, professionele scholen en doorgaande ontwikkellijnen zijn niet gehaald, of de resultaten zijn zelfs verslechterd’, aldus CDA en D66.

Minister Slob gaat hier niet in mee, zo liet hij in de Tweede Kamer weten. Hij benadrukte dat er afspraken zijn gemaakt over de prestatiebox en dat hij daar niet aan gaat tornen, in ieder geval niet tot 2020. In dat jaar wordt de prestatiebox geëvalueerd.

Slecht beleid

Ronald Bloemers vindt het plan van CDA en D66 om de prestatiebox leeg te trekken voor hogere lerarensalarissen getuigen van slecht beleid. ‘Iedereen die een beetje verstand heeft van onderwijs, weet dat de bekostiging al vele jaren ontoereikend is. Er zijn onderzoeken te over die dat bewijzen. Dan is het geen oplossing om het geld uit de prestatiebox, dat onder andere bedoeld is voor kwaliteitsverbetering en professionalisering, weg te kapen voor een salarisverhoging.’

‘Het is helemaal navrant dat Rog en Van Meenen stellen dat het geld uit de prestatiebox nutteloos over de balk wordt gesmeten en dat volgens hen het onderwijs in Nederland alleen maar slechter wordt. Zij weten natuurlijk ook wel dat dit absoluut niet het geval is, en dat scholen er heel goede dingen mee doen om het onderwijs te verbeteren, met het ontoereikende budget dat ze wel hebben’, aldus Bloemers.

Hij voegt daaraan toe dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) elk jaar weer laat zien dat het onderwijs in Nederland van goede kwaliteit is en dat dit wordt bereikt met relatief weinig geld.

Cao-lonen in onderwijs stijgen het sterkst

Het onderwijs was in het derde kwartaal van dit jaar de sector met de hoogste stijging van de cao-lonen. De stijging bedroeg gemiddeld 3,2 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Als naar alle sectoren wordt gekeken, stegen de cao-lonen in het derde kwartaal met 2,2 procent. Dat was volgens het CBS de grootste stijging sinds 2009.

De lonen bij de overheid stegen het hardst, met het onderwijs als koploper. Dit heeft te maken met de nieuwe cao’s in het onderwijs. Zo zijn leraren in het primair onderwijs er 8,5 procent op vooruitgegaan.

Mensen die in de financiële dienstverlening, de zorg of in de sector ‘cultuur, sport en recreatie’ werken, gingen er het minst op vooruit. Daar gingen de cao-lonen met 1,2 tot 1,7 procent omhoog.

Lees meer…

‘Hogere lerarensalarissen leiden tot scheve ogen’

De leraren hebben een forse salarisverhoging gekregen van 8,5 procent, terwijl het onderwijsondersteunend personeel het moet doen met 2,5 procent extra. Dat leidt tot scheve ogen, schrijft NRC

In de krant komt onder anderen directeur Judith Reijnen van de openbare P.H. Schreuderschool in Den Haag aan het woord. Zij noemt het ‘heel gek’ dat slechts een gedeelte van haar team ‘een enorme salarisverhoging’ kreeg. Dat veroorzaakt volgens haar onvrede.

Reijnen vindt het jammer, zo staat in NRC, dat de lerarenvakbond PO in Actie alleen vanuit de leraar heeft gedacht. ‘Ik had graag gezien dat het perspectief was: de onderwijskwaliteit.’

‘Dat is dan maar zo’

Jan van de Ven erkent dat zijn vakbond PO in Actie bewust alleen aan de leraren heeft gedacht. Dat dit de verhoudingen scheef zou trekken, besefte hij tijdens de cao-onderhandelingen. ‘Wij zeiden: dat is dan maar zo. We hebben echt alle middelen nodig om mensen naar het vak te trekken’, zo citeert de krant hem.

Hij benadrukt volgens NRC dat het onderwijsondersteunend personeel wel profiteert van het extra geld voor werkdrukvermindering.

Lees meer…

 

‘Gelijkwaardige functies, dus gelijke salarissen’

De lerarenfuncties in het primair onderwijs zijn gelijkwaardig aan die in het voortgezet onderwijs, dus moeten de salarissen ook gelijkwaardig zijn. Dat meldt de PO-Raad op basis van de waardering van actuele functiebeschrijvingen voor het primair onderwijs.

De waardering van actuele functiebeschrijvingen ondersteunt volgens de sectororganisatie de claim dat de salarissen voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs op gelijk niveau moeten liggen. Nu is het nog zo dat de lerarensalarissen in het primair onderwijs lager zijn dan in het voortgezet onderwijs.

De PO-Raad vindt dat onder andere de analysevaardigheden die van leraren in het primair onderwijs worden verwacht en de zwaarte van de contacten de claim voor gelijkwaardige salarissen rechtvaardigen.

Lees meer…

PO-Raad en vakbonden maken einde aan monsterverbond

De PO-Raad en de onderwijsvakbonden hebben de stekker uit PO-Front getrokken. Dat was het monsterverbond waarin de werkgevers en werknemers gezamenlijk optrokken om bij het kabinet meer geld los te krijgen voor hogere lerarensalarissen en minder werkdruk.

In een gezamenlijk persbericht melden de PO-Raad en de vakbonden dat er met PO-Front veel is bereikt. Daarmee doelen ze op de 270 miljoen euro van het kabinet voor hogere salarissen en 430 miljoen euro om de werkdruk aan te pakken.

PO-Front organiseerde stakingen en bleef er tot het einde toe op hameren dat het kabinet met twee keer zoveel geld moest komen, maar onderwijsminister Arie Slob bleef op zijn beurt herhalen dat het kabinet die eis niet kon inwilligen.

Meer dan alleen salarissen

Nu PO-Front niet meer bestaat, meldt de PO-Raad dat het in het primair onderwijs om meer gaat dan alleen de lerarensalarissen en de werkdruk.

Het is volgens de werkgeversorganisatie ook belangrijk dat leidinggevenden en ondersteuners meer geld krijgen, dat de structurele tekorten op de materiële instandhouding worden ingehaald en dat de doelmatigheidskorting wordt geschrapt.

PO in Actie baalt

Lerarenvakbond PO in Actie van Thijs Roovers en Jan van de Ven bracht het einde van PO-Front op Twitter als ‘brekend nieuws’. Wat deze vakbond betreft had PO-Front ‘nog wel even door mogen gaan’. PO in Actie zegt niet te weten hoe het nu verder moet met eventuele vervolgacties voor meer salaris.

Tweede Regeling bekostiging personeel 2018-2019

De Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2018–2019 is gepubliceerd. In de regeling is de ophoging vanwege de kabinetsbijdrage voor de loonbijstelling vanuit de referentiesystematiek 2018 verwerkt. Deze ophoging betreft de hogere cao-salarissen in het primair onderwijs.

Verder betreffen de wijzigingen in de regeling de verwerking van extra geld voor verschillende andere posten:

  • betere arbeidsvoorwaarden (extra verhoging lerarensalarissen);
  • verhoging kleinescholentoeslag;
  • aanpak werkdruk;
  • bezoek aan Rijksmuseum.

Nu zijn alle personele middelen voor het schooljaar 2018-2019 bekend.

In september 2019 zal de definitieve regeling bekostiging 2018-2019 worden gepubliceerd, met daarin de verwerking van de referentiesystematiek voor 2019.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Cao-partners kozen voor verschil in salarisverhoging

Het maken van cao-afspraken is een zaak van de sociale partners, zonder dat de overheid daarbij betrokken is. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen over het feit dat onderwijsondersteunend personeel in het primair onderwijs minder salarisverhoging krijgt dan leraren.

PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul wilde van de minister weten hoe hij aankijkt tegen het feit dat leerkrachten in het basisonderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruitgaan en een bonus krijgen van bijna een half maandsalaris, terwijl onderwijsondersteunend personeel er maar 2,5 procent bij krijgt.

In zijn reactie benadrukt de minister op dat niet de overheid, maar de sociale partners, in casu de PO-Raad en de vakbonden, verantwoordelijk zijn voor de afspraken in de nieuwe CAO PO. Ook merkt hij in dit kader op, dat de vakbonden niet alleen de belangen van leraren, maar ook die van andere personeelsleden, zoals conciërges en klassenassistenten, vertegenwoordigen.

Lees meer…

AOb verwacht enkele duizenden stakers in Rotterdam

De Algemene Onderwijsbond (AOb) verwacht dat er op 12 september enkele duizenden stakende leraren naar Rotterdam komen, meldt RTV Rijnmond.

Op 12 september is de volgende estafettestaking in het primair onderwijs. Er wordt dan gestaakt in de provincies Zuid-Holland en Zeeland. Eerder waren er stakingen in andere regio’s van het land.

De estafettestaking is een initiatief van PO Front, waarin de PO-Raad en de onderwijsvakbonden met elkaar samenwerken om meer geld van het kabinet te krijgen voor hogere salarissen.

Onderwijsminister Arie Slob blijft tot nu toe zeggen dat er geen extra geld komt, bovenop de bedragen van 270 miljoen euro voor minder werkdruk en 450 miljoen euro voor hogere salarissen waarmee het kabinet afgelopen schooljaar kwam.

Volgens het kabinet is de totale loonstijging voor een basisschoolleraar gemiddeld 8,5 procent, wat neerkomt op circa 3100 euro bruto per jaar.

‘Schoolleiders moeten altijd meer verdienen dan leraren’

Schoolleiders moeten altijd meer blijven verdienen dan leraren. Dat vindt voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS). Deze vakbond roept daarom op tot acties.

Uit een enquête van de AVS blijkt dat de salarissen van schoolleiders en ook die van onderwijsondersteunend personeel zouden moeten worden verhoogd. De enquête stond in het teken van de salarisverhoging die leraren krijgen.

Vooral het feit dat adjunct-directeuren na de salarisverhoging voor leraren nu soms minder dan hen gaan verdienen, roept volgens de AVS veel verontwaardiging op. ‘Het kan niet zo zijn dat een leidinggevende, een adjunct, minder verdient dan een leraar, terwijl zijn verantwoordelijkheid veel groter is’, aldus AVS-voorzitter Van Haren.

Om duidelijk te maken dat dit niet kan, roept de AVS schoolleiders op om op woensdag 12 september actie te gaan voeren. Schoolleiders zouden dan massaal alarm moeten slaan door de jaarlijkse ontruimingsoefening van de school te houden.

Nieuwe estafettestaking leraren

Op 12 september wordt ook actiegevoerd door leraren om hun eis voor meer salarisverhoging bij te zetten. PO Front, waarin de PO-Raad en de onderwijsvakbonden zitten (waaronder de AVS), organiseert dan een nieuwe estafettestaking. Dit keer zouden leraren in Zuid-Holland en Zeeland het werk moeten neerleggen.

PO-Front dreigt met nieuwe staking primair onderwijs

Als onderwijsminister Arie Slob niet uiterlijk op 1 september akkoord gaat met de eisen voor de onderwijsvakbonden en de PO-Raad voor meer geld, volgt er een nieuwe estafettestaking in het primair onderwijs.

Dat staat in een brief aan de minister van het PO-Front, waarin de bonden en de sectororganisatie zijn verenigd. In die brief wordt de datum herhaald van de eventuele volgende staking: 12 september. Die was eind mei al als voorlopige stakingsdatum naar buiten gebracht. Er zal dan, als Slob de eisen niet inwilligt, worden gestaakt in het primair onderwijs in Zuid-Holland en Zeeland.

Het PO-Front vindt het door Slob beschikbaar gestelde bedrag van 450 miljoen voor verlagen van de werkdruk en de 270 miljoen voor hogere salarissen in het primair onderwijs ‘volstrekt onvoldoende voor een serieuze oplossing van het lerarentekort’.

Slob heeft tot nu toe gezegd dat hij niet aan de eisen van het PO-Front tegemoet kan en zal komen. Het blijft wat hem betreft bij de hierboven genoemde bedragen.

Lees de brief van PO-Front aan Slob

Directeuren ‘massaal verontwaardigd’ over CAO PO

De Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) roept directeuren en adjunct-directeuren in het primair onderwijs op mee te doen aan acties voor meer salaris. Op 12 september is de kick-off, meldt de AVS.

Volgens de AVS zijn schoolleiders, schoolbestuurders, leraren en onderwijsondersteuners ‘massaal verontwaardigd’ over de uitwerking van het cao-onderhandelaarsakkoord ten aanzien van de salarissen voor schoolleiders en ondersteunend personeel. Een peiling van de AVS zou uitwijzen dat 99 procent vindt dat ook zij een substantiële salarisverbetering moeten krijgen.

‘Vooral het feit dat adjunct-directeuren zelfs minder gaan verdienen dan leerkrachten roept veel verontwaardiging op’, aldus de AVS. Het kan volgens voorzitter Petra van Haren van de schoolleidersvakbond niet zo zijn dat een leidinggevende minder verdient dan een leraar.

Hoe de acties van de AVS eruit gaan zien, is nog niet duidelijk.

Lees meer…

Leraren voortgezet onderwijs krijgen er 4,5% bij

Leraren en ondersteuners in het voortgezet onderwijs krijgen in twee stappen een salarisverhoging van in totaal 4,5 procent, met daarbovenop een eenmalige verhoging van 1 procent. Dat hebben de VO-raad en de onderwijsvakbonden met elkaar afgesproken in het onderhandelaarsakkoord voor de CAO VO 2018-2019.

De salarissen van leraren en ondersteuners worden per 1 juni 2018 verhoogd met 2,35 procent en per 1 juni 2019 nog eens met 2,15 procent. Daarnaast krijgen ze in oktober dit jaar een eenmalige uitkering van 1 procent.

De VO-raad meldt echter dat ‘de belangrijkste afspraak in het akkoord is dat de werkdruk vermindert en dat leraren meer tijd kunnen besteden aan het verbeteren van de kwaliteit en ontwikkeling van het onderwijs’.

Vanaf 1 augustus 2019 wordt er in het takenpakket van de leraar 50 uur op jaarbasis vrijgespeeld om in te zetten als ontwikkeltijd. In de praktijk kan dit er volgens de VO-raad toe leiden dat leraren per week 1 uur minder les gaan geven.

Lees meer…

 

 

 

Sombere leraren balen van kabinet met D66

De kwaliteit van het onderwijs holt achteruit en dat komt door de slechte salarissen. Dat vinden leraren, zo blijkt uit een raadpleging van het Onderwijspanel van de Nationale Onderwijs Tentoonstelling (NOT).

Uit de raadpleging onder 1500 onderwijsprofessionals in het Onderwijspanel van de NOT komt naar voren dat het onderwijsbeleid van het huidige kabinet – met ‘onderwijspartij’ D66 – slechter wordt gevonden dan dat van het vorige kabinet van VVD en PvdA.

Driekwart heeft er weinig vertrouwen in dat er op korte termijn kleinere klassen komen. Ook zien zes van de tien respondenten hun salarissen de komende jaren niet omhoog gaan. Dat laatste staat in contrast met de nieuwe CAO PO, waarmee de leraren in het primair onderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruit gaan.