Aantal voortijdig schoolverlaters blijft dalen

Het aantal jongeren dat voortijdig en zonder diploma de school verlaat, is verder gedaald met 1200 tot 24.451. In het schooljaar 2008-2009 gingen nog 42.600 jongeren zonder startkwalificatie van school. 

Doelstelling gehaald
Minister Jet Bussemaker van OCW, die de nieuwste cijfers vandaag bekendmaakte, is blij dat de daling blijft doorzetten. Zij geeft scholen, wethouders en leerplichtambtenaren een groot compliment. Hiermee is de doelstelling van 25.000 voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) in 2016 gehaald. Maar Bussemaker leunt niet achterover: ze scherpt de doelstelling verder aan tot maximaal 20.000 in 2021.

Het gaat om schooluitval onder leerlingen van het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Vooral de mbo-scholen wisten het laatste jaar veel vooruitgang te boeken: daar daalde de uitval naar 5 procent. Opvallend is dat de grootste daling te vinden is onder jongeren die ouder zijn dan 18 jaar. Ook in de vier grote steden gingen minder jongeren voortijdig van school. In Utrecht daalde het aantal vsv’ers met 25 procent, in Rotterdam met 14 procent, in Amsterdam met 11 procent en in Den Haag was de daling 10 procent. Internationaal gezien doet Nederland het nu goed. In de 28 EU-lidstaten is de schooluitval gemiddeld 11,2 procent; Nederland zit nu op 8,7 procent.

Kwalificatieplicht
Voortijdig schoolverlaters zijn jongeren die van school gaan zonder diploma dat een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt biedt. Dat is een diploma voor havo, vwo, of minimaal tweejarig mbo. Jongeren tot 18 jaar hebben kwalificatieplicht: zij moeten naar school tot zij zo’n startkwalificatie hebben gehaald.

Scholen worden gestimuleerd om werk te maken van de aanpak van schooluitval. ‘Scholen die hier geen werk van maken, laten geld op de plank liggen’, aldus Bussemaker. Zij hecht zoveel belang aan terugdringen van de uitval omdat jongeren die van school gaan zonder diploma vaak geen baan krijgen en daardoor vatbaarder zijn om op het criminele pad te belanden of met drugs in aanraking te komen. Scholen dringen de uitval vaak terug door een efficiënte verzuimaanpak op te zetten.

Meer informatie en filmpjes over de aanpak van de mbo-instellingen Drenthe College en Friesland College.

Aantal voortijdig schoolverlaters blijft dalen

In het schooljaar 2013-2014 zijn weer minder jongeren zonder startkwalificatie van school gaan. De uitval wordt sinds 2001, toen ‘de aanval op de uitval’ begon, gestaag minder, maar OCW blijft erin investeren.

In het schooljaar 2001/2002 stopten nog ruim 70.000 jongeren voortijdig met hun opleiding. Afgelopen schooljaar waren dat er 25.970. ‘De daling is te danken aan grote inspanningen van mbo-instellingen, maar ook vo-scholen, gemeenten en andere ketenpartners in de regio hebben goed werk verricht’, zegt minister Jet Bussemaker in een brief aan de Tweede Kamer. In de regio Drenthe was de daling het grootst: -25,7 procent.

Sinds de start van ‘de aanval op de uitval’ is veel geïnvesteerd in voortijdig schoolverlaters. Jongeren die nog geen diploma havo, vwo of mbo-niveau 2 hebben, zijn tegenwoordig tot hun 18e jaar leerplichtig. Sinds 2013 stelt het kabinet jaarlijks 150 miljoen euro beschikbaar voor kwaliteitsverbetering in het mbo. Hiermee wordt de onderwijstijd in het eerste leerjaar van het mbo uitgebreid en wordt intensievere begeleiding in de vorm van loopbaanoriëntatie en coaching van studenten mogelijk.

Download het rapport met de voorlopige schooluitvalcijfers over het schooljaar 2013-2014.