Nashville-verklaring past bij reformatorisch onderwijs

Documentatie van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) over seksuele diversiteit komt op hoofdlijnen overeen met wat er in de Nashville-verklaring staat, meldt de VGS. In reactie op de omstreden verklaring heeft onder andere het openbare Rembrandt College in Veenendaal de regenboogvlag gehesen, omdat die symbool staat voor diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect. 

‘Het begin van het nieuwe jaar is helaas minder rustig gestart dan gehoopt’, zo meldt de VGS naar aanleiding van de commotie over de omstreden Nashville-verklaring. Deze verklaring is onder anderen door dominees uit reformatorische kringen overgenomen van de Southern Baptist Convention, met 15 miljoen leden het grootste protestants-christelijke kerkgenootschap in de Verenigde Staten.

In de verklaring staat onder meer dat alle niet-heteroseksuelen een geaardheid hebben die niet past bij de Bijbelse uitgangspunten zoals God die zou hebben bedoeld. Het homohuwelijk wordt afgewezen en het zou een zonde zijn om transgenders te accepteren. Critici stellen dat met de verklaring uitsluiting wordt gepredikt van iedereen die een niet-heteroseksuele geaardheid heeft.

De VGS meldt in reactie op de commotie te hechten aan een eigen visienota uit 2008 en een brochure over (homo)seksualiteit in het reformatorisch onderwijs en tevens aan een brochure uit 2014 over sociale veiligheid en seksuele diversiteit. De Nashville-verklaring komt hier volgens de VGS op hoofdlijnen mee overeen, ‘maar heeft een andere achtergrond, doelstelling en doelgroep’. Dat laatste wordt verder niet gespecificeerd.

Heldere Bijbelse lijn

In het Reformatorisch Dagblad zei voorzitter Pieter Moens van de VGS dat hij hoopt ‘dat we in de huidige discussie rond de Nashville-verklaring als gereformeerde gezindte met één stem blijven spreken’. De krant citeert hem ook als het over de inhoud van de omstreden verklaring gaat. Moens stelt dat de Nashville-verklaring aansluit bij de ‘heldere Bijbelse lijn zoals we die al jaren hanteren’.

Uit de ontstane ophef leidt Moens af dat er in het huidige debat geen enkele ruimte meer lijkt voor nuance: ‘Je bent het óf met alles eens óf je bent homofoob’, zo citeert het Reformatorisch Dagblad hem.

Lees meer…

Kernwaarden openbaar onderwijs

De standpunten van het reformatorisch onderwijs over seksuele diversiteit staan haaks op die van het openbaar onderwijs. In de kernwaarden van de openbare scholen is opgenomen dat iedereen welkom is. Het openbaar onderwijs gaat nadrukkelijk uit van gelijkwaardigheid en wederzijds respect en sluit niemand uit.

Onder andere het openbare Rembrandt College in Veenendaal heeft in reactie op de Nashville-verklaring de regenboogvlag gehesen.

Lhbt-leerlingen krijgen veel naar hun hoofd geslingerd

Nog altijd hebben veel niet-heteroseksuele leerlingen het zwaar in het voortgezet onderwijs. Dat meldt COC Nederland op basis van onderzoek dat de belangenorganisatie heeft uitgevoerd in samenwerking met de Amerikaanse Columbia University.

Volgens het COC worden op scholen veel negatieve dingen over homo’s gezegd, zowel door leerlingen als docenten. Bovendien zouden veel leraren niet adequaat optreden als leerlingen aangeven dat ze er last van hebben.

Bijna de helft van de zogenoemde lhbt-leerlingen werd het afgelopen jaar uitgescholden wegens hun seksuele oriëntatie. Ze zeggen ook dat andere leerlingen hen buitensluiten en over hen roddelen. Leerlingen die met geweld te maken krijgen, melden dit meestal bij het schoolpersoneel, maar dat doet er volgens het COC maar weinig mee.

Lees meer…

Hengelose leerlingen positief over seksuele diversiteit

Minister Ingrid van Engelshoven van OCW complimenteert mede namens onderwijsminister Arie Slob de leerlingen van groep 8 van de openbare Anninksschool in Hengelo voor de positieve manier waarop zij met het thema seksuele diversiteit bezig zijn.

De complimenten volgen op kritische vragen van Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul van de PvdA. Zij stelde die vragen naar aanleiding van een artikel in de Twentse krant Tubantia. Deze krant meldde dat de directeur van de school het geen goed idee vond om twee jongens in de eindmusical van groep 8 een stelletje te laten spelen. Dat zou bezwaarlijk kunnen zijn voor een meisje van ouders die tot de Jehovah’s Getuigen behoren.

‘Ik weet hoe mensen van dit geloof hierover denken. Je mag wel homo zijn, maar je mag het niet praktiseren. Ik achtte dus de kans zeer groot dat het bewuste meisje niet meer mee zou mogen doen met de musical, als we dit er in zouden laten. En mijn uitgangspunt is dat álle kinderen bij dit afscheid van school moeten zijn’, zo citeerde Tubantia de directeur van de Anninksschool.

Van den Hul plaatste de keuze van de directeur in een homofoob kader. Van de minister wilde ze onder andere horen dat ook kinderen van Jehovah’s Getuigen moeten worden voorbereid ‘op de Nederlandse samenleving waarin wèl mensen voorkomen die homoseksualiteit praktiseren en dat ook hun goed recht is’.

Respect en diversiteit

De minister benadrukt in haar antwoorden dat alle leerlingen op school les moeten krijgen over het respectvol omgaan met diversiteit, waaronder ook seksuele en genderdiversiteit. ‘Daarnaast is de school verantwoordelijk voor een sociaal veilig en inclusief klimaat, voor alle leerlingen, ongeacht seksuele oriëntatie, genderidentiteit, genderexpressie en ongeacht geloof’, aldus Van Engelshoven.

Op de vraag van Van den Hul wat de minister in deze zaak gaat ondernemen, antwoordt Van Engelshoven dat het hier gaat om ‘een debat dat in de school moet worden gevoerd’. Uit contact met de schooldirecteur blijkt volgens haar dat dit debat volop en op een positieve manier wordt gevoerd.

Om dit te illustreren, wijst de minister erop dat zowel de leerlingen van de musicalklas als de directeur in roze shirts naar school zijn gekomen, dat er gesprekken zijn geweest met ouders en dat de school met homobelangenorganisatie COC in gesprek is over het ontwikkelen van een protocol voor dit soort situaties.

Van Engelshoven spreekt nadrukkelijk haar complimenten uit voor de wijze waarop de leerlingen van groep 8 van de Anninksschool met het thema ‘seksuele diversiteit’ omgaan.

Lees meer…

‘Godsdienstleraar kan moslimleerling beter overtuigen’

Een juf op een openbare basisschool kan een islamitische leerling minder goed overtuigen dan een godsdienstleraar op een islamitische school, stelt Marietje Beemsterboer in NRC. Zij deed als promovenda aan de Universiteit Leiden onderzoek naar de religieuze identiteit van islamitische basisscholen in de maatschappelijke context waarin deze scholen zich bevinden.

Beemsterboer interviewde voor haar onderzoek directeuren, leraren en godsdienstleerkrachten van negentien islamitische basisscholen. Haar conclusie is dat islamitisch onderwijs de integratie van moslims kan bevorderen.

‘Door de geborgen omgeving kunnen moeilijke onderwerpen worden besproken. Als een boodschap met veel tact en respect voor de islamitische achtergrond wordt gebracht, is de kans groter dat een leerling zich ervoor openstelt. Hij of zij komt dan niet in een loyaliteitsconflict met de thuissituatie’, zo citeert NRC haar.

Homoseksualiteit

Als voorbeeld noemt ze homoseksualiteit. ‘Op een openbare basisschool zal de juf vertellen dat je verliefd kunt zijn op zowel mannen als vrouwen. Kinderen uit een islamitisch gezin denken dan: ‘Mijn juf weet dat misschien niet, maar die boodschap geldt niet voor mij.’

Op een islamitische basisschool wordt het onderwerp niet behandeld door de juf, maar door een godsdienstleerkracht. ‘Die wordt door leerlingen en ouders vertrouwd. Als díe vertelt dat homoseksualiteit in Nederland geaccepteerd is, en dat je niets te maken hebt met het privéleven van een ander, dan is de kans groter dat de boodschap aankomt’, aldus Beemsterboer.

Lees meer…

Waar begin je? Gratis tool over seksuele diversiteit

Onderwijsteams die het thema seksuele diversiteit met meer gemak willen benaderen, kunnen daarvoor de nieuwe gratis tool Waar begin je? gebruiken.

Het maatschappelijk debat over seksuele diversiteit kan soms fel zijn. Dit komt ook de klas in. Leraren kunnen het lastig vinden om hierop in te gaan. De tool Waar begin je? kan onderwijsteams hierbij helpen.

De tool wordt gratis ter beschikking gesteld door de Stichting School & Veiligheid.

Lees meer…

Kamervragen na schrappen homorol uit eindmusical

PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul wil van onderwijsminister Arie Slob weten hoe hij denkt over het schrappen van een homorol uit een eindmusical in groep 8.

De vragen van Van der Hul volgen op een artikel in de Twentse krant Tubantia over openbare Anninksschool in Hengelo. In de krant staat dat de directeur van deze school het geen goed idee vond om twee jongens in de eindmusical van groep 8 een stelletje te laten spelen. Dat zou bezwaarlijk kunnen zijn voor een meisje van ouders die tot de Jehovah’s Getuigen behoren.

‘Ik weet hoe mensen van dit geloof hierover denken. Je mag wel homo zijn, maar je mag het niet praktiseren. Ik achtte dus de kans zeer groot dat het bewuste meisje niet meer mee zou mogen doen met de musical, als we dit er in zouden laten. En mijn uitgangspunt is dat álle kinderen bij dit afscheid van school moeten zijn’, zo citeert Tubantia de directeur van de Anninksschool.

Bij Van der Hul schoot dit in het verkeerde keelgat. Zij plaatst de keuze van de directeur in een homofoob kader. Van de minister wil ze onder andere horen dat ook kinderen van Jehovah’s Getuigen moeten worden voorbereid ‘op de Nederlandse samenleving waarin wèl mensen voorkomen die homoseksualiteit praktiseren en dat ook hun goed recht is’.

Lees meer…

Leerlingen denken positiever over homo’s

In Nederland denken leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs steeds positiever over homo’s, lesbiennes en biseksuelen, maar het is voor een deel van de Nederlandse jongeren die niet heteroseksueel zijn nog steeds onmogelijk om op school uit de kast te komen. Dat blijkt uit het rapport Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Leerlingen in het voortgezet onderwijs schatten op basis van de situatie op hun school in of het mogelijk is om daar te vertellen dat ze niet heteroseksueel zijn. Eén op de vijf geeft aan dit tegen niemand te kunnen zeggen. Ruim de helft geeft aan dat dat wel kan.

Zoenen

Net als Nederlandse volwassenen denken scholieren negatiever over twee zoenende jongens of twee zoenende meisjes dan over een jongen en een meisje die zoenen. Een beperkt deel geeft aan dat lesbische, homoseksuele of biseksuele jongeren niet hun vrienden mogen zijn.

Lees meer…

Tweede Kamer eist aandacht voor seksuele diversiteit

Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat er ‘passende maatregelen’ moeten volgen als blijkt dat een school geen aandacht heeft voor seksuele diversiteit.

De Kamer nam hiertoe een motie aan van SP’er Jasper van Dijk. De regeringsfractie van VVD, CDA en ChristenUnie stemden tegen, net als DENK, de SGP en Forum voor Democratie. Voorstemmers waren coalitiegenoot D66 en de oppositiefracties van PVV, SP, GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren en 50PLUS, die samen een meerderheid vormen.

De aanleiding voor Van Dijk om de motie in te dienen, was de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat 14 procent van de scholen in het primair en voortgezet onderwijs zich niet houdt aan de aangescherpte eisen met betrekking tot seksuele diversiteit.

Het wordt uit de motie niet duidelijk wat met ‘passende maatregelen’ wordt bedoeld.

Kalender met themadagen seksuele diversiteit

Gay & School presenteert de Aan de slag kalender voor het basisonderwijs. Daarop staan themadagen waarop in de klas aandacht kan worden besteed aan seksuele diversiteit.

‘Voor een kind bestaat seksuele diversiteit bijvoorbeeld uit het feit dat alle kinderen in de klas een andere thuissituatie hebben, soms ook met twee moeders of juist geen moeder’, aldus Gay & School, dat onderdeel is van School & Veiligheid.

‘Ook verschillen de kinderen in de dingen die ze leuk vinden om te doen (voetbal, ballet, vloggen) en in de kleren waarin ze zich prettig voelen. Niet alle jongens en niet alle meisjes vinden hetzelfde leuk. Op wie je verliefd wordt en hoe je je voelt en gedraagt als jongen/meisje: het speelt bij ieder kind in de klas.’

Gay & School wijst erop dat in de jaarplanning van het basisonderwijs themadagen staan waarbij deze onderwerpen goed aansluiten. ‘Denk aan Valentijnsdag, de Week van de Lentekriebels, Moederdag en de Nationale Voorleesdagen.’ De kalender speelt daarop in.

Lees meer…

 

Publicatie ‘Seks op school’ over seksuele integriteit

De nieuwe publicatie Seks op school laat zien voor welke uitdagingen scholen staan als het gaat om de seksuele integriteit van leerlingen en medewerkers.

De publicatie van de stichting School en Veiligheid biedt scholen handvatten om zich niet alleen reactief op te stellen als het gaat om seksueel gedrag, maar ook proactief werk te maken van respect voor seksualiteit en seksuele diversiteit. De nieuwe publicatie is voor schoolleiders, beleidsmakers en leraren in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.

Lees meer…

Download Seks op school

 

Op 27 november kunt u bij VOS/ABB in Woerden een workshop over seksuele diversiteit bijwonen. Deze workshop voor leden van VOS/ABB wordt verzorgd door directeur Peter Dankmeijer van Edudivers. Deelname is gratis. 

Máxima praat met leerlingen over seksuele diversiteit

Koningin Máxima heeft woensdagochtend een bezoek gebracht aan het interconfessionele Hofstad Lyceum in Den Haag. Ze sprak daar met leerlingen over seksuele diversiteit.

De koningin kwam specifiek voor de Gender & Sexuality Alliance (GSA) van de Haagse school, meldt de Rijksvoorlichtingsdienst.

GSA’s zijn groepen scholieren die vinden dat iedereen op school de vrijheid heeft te kunnen zijn wie die is, zonder zich daarvoor te hoeven schamen of te verantwoorden. Het gaat hierbij vooral om de acceptatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele, trans- en interseksuele leerlingen.

De leerlingen gaven korte presentaties over hun activiteiten, zoals het organiseren van acties tegen pesten, het geven van voorlichting en hoe leerlingen voor elkaar kunnen opkomen. Máxima sprak ook met de rector, docenten en andere leerlingen.

Seksuele diversiteit en veilig schoolklimaat

In de nieuwe publicatie Waar begin je? Met leerlingen en leraren in gesprek over respect voor seksuele diversiteit staat hoe scholen kunnen werken aan een veilig klimaat voor lhbti-leerlingen.

Lesbische, homoseksuele, biseksuele, trans- en intersekse (lhbti) leerlingen kunnen zich op school niet veilig voelen. Daarom is het bevorderen van lhbti-acceptatie sinds 2012 verplicht in het primair en voortgezet onderwijs.

Sindsdien wordt er op meer scholen aandacht besteed aan seksuele diversiteit, maar de kwaliteit hiervan laat volgens de samenstellers van de nieuwe publicatie nog te wensen over. Het boekje is bedoeld om daar in positieve zin verandering in te brengen.

Het is een publicatie van de Stichting School & Veiligheid, COC Nederland en EduDivers.

Het boekje is gratis . U kunt het online bestellen.

Veiligheid op scholen blijft aandachtspunt

Er wordt minder gepest, maar staatssecretaris Sander Dekker van OCW signaleert nog steeds problemen met de veiligheid op scholen. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer over het rapport Sociale veiligheid in en rond scholen

Twee jaar geleden gaf 14 procent van de kinderen in het primair onderwijs aan gepest te worden. Dit is gedaald naar 10 procent. In het voortgezet onderwijs is sprake van een daling van 11 naar 8 procent. Dekker brengt deze positieve ontwikkeling in verband met de wettelijke plicht die scholen sinds 2015 hebben om werk te maken van sociale veiligheid.

Het veiligheidsgevoel van leerlingen en personeel is ‘stabiel hoog’, zo meldt de staatssecretaris. Van de leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs voelt respectievelijk 97 procent en 95 procent zich veilig. Bij het personeel ligt dat op 96 procent en 88 procent.

Veiligheid personeel

Naar aanleiding van dat laatste, relatief lage, percentage uit het voortgezet onderwijs merkt Dekker op dat docenten en ander personeel zich veilig moeten kunnen voelen. ‘Werkgevers- en werknemersorganisaties moeten zich blijven inzetten om het veiligheidsgevoel van het personeel op scholen in het voortgezet onderwijs te borgen’, aldus de staatssecretaris.

Een ander aandachtspunt is seksueel geweld op scholen, omdat er in het voortgezet onderwijs meer meldingen zijn over seksuele uitbuiting. Van de leerlingen geeft 6 procent aan slachtoffer te zijn van seksueel geweld. Dekker noemt dat een ‘onaanvaardbaar hoog percentage’. Tegelijkertijd geeft hij aan dat een overgrote meerderheid van de scholen toeziet op respectvol omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit.

LHBT’ers

Hij constateert dat de positie van lesbische, homo- en biseksuele en transgenderleerlingen en -personeelsleden (LHBT’ers) zorgelijk blijft. Zij geven aan meer met pesten en geweld te worden geconfronteerd dan andere groepen. ‘Inzet om de veiligheid van LHBT-leerlingen en LHBT-personeel te vergroten blijft dan ook hard nodig’, aldus de staatssecretaris.

Lees meer…

Seksuele diversiteit krijgt steeds meer aandacht

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW zijn positief over de groeiende aandacht van scholen voor seksuele diversiteit. Dat melden ze in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van de resultaten van een onderzoek door de Inspectie van het Onderwijs.

Het onderzoek maakt volgens Bussemaker en Dekker duidelijk dat het lesaanbod nog wel ‘meer planmatig en gestructureerd moet worden ingevuld om te borgen dat scholen voldoende aandacht besteden aan deze thema’s’.

Seksuele diversiteit en respect

De inspectie keek naar de randvoorwaarden die goede invulling van de kerndoelonderdelen bevorderen. ‘De factoren die scholen helpen, liggen vooral in de pedagogisch-didactische sfeer en in het versterken van de sturing door de schoolleiding’, aldus Bussemaker en Dekker.

Dit houdt volgens hen in dat ‘scholen die een positief schoolklimaat weten te realiseren, waarin sprake is van aansluiting bij de leefwereld van hun leerlingen en van een goede relatie tussen leerlingen en docenten, ook beter zijn in het bevorderen van respectvolle omgang met seksualiteit en (seksuele) diversiteit’.

‘Seksualiteit’ en ‘seksuele diversiteit’ behoren sinds december 2012 tot de kerndoelen van het primair en voortgezet onderwijs.

Seksualiteit onderwerp van onderzoek inspectie

De Inspectie van het Onderwijs komt deze zomer met een rapport over de manier waarop scholen aandacht besteden aan seksualiteit en seksuele diversiteit, meldt minister Jet Bussemaker van OCW aan de Tweede Kamer.

De minister kondigt het inspectierapport aan in antwoorden op Kamervragen van de PvdA. Die vragen volgden op een onderzoek van kenniscentrum Rutgers en het NOS Jeugdjournaal, waaruit naar voren kwam dat veel kinderen van 9 tot 12 jaar aangeven geen les te krijgen over onderwerpen als verliefdheid, relaties, puberteit en seksualiteit.

Seksualiteit in kerndoelen

Bussemaker benadrukt in haar antwoorden dat het tot de opdracht van het onderwijs behoort om aandacht te besteden aan seksualiteit en seksuele diversiteit. ‘Deze thema’s zijn sinds 2012 expliciet opgenomen in de kerndoelen’, aldus de minister.

Het onderzoek van de inspectie, waarvan de minister de resultaten in de zomer verwacht, moet duidelijk maken hoe en in hoeverre scholen hieraan invulling geven.

Versterking van Onderwijsalliantie seksuele diversiteit

Het samenwerkingsverband ‘Seksualiteit & diversiteit’ van de landelijke vereniging van psychologen en pedagogen (NIP en NVO) sluit zich aan bij de landelijke Onderwijsalliantie voor Seksuele Diversiteit.

Vicevoorzitter Jeroen Muller van het algemeen bestuur van het NIP zegt dat het samenwerkingsverband een belangrijke bijdrage kan leveren aan ‘een professionele gender- en cultuursensitieve hulpverlening aan LHBTI-jongeren’. Hiermee worden lesbische, homo- en biseksuele, transgender en interseksuele jongeren bedoeld.

Lees meer…

Beleid rond seksuele diversiteit slechts vrijblijvend

In Nederland worden scholen nauwelijks geleid door richtlijnen over sociale veiligheid en integratie. Daardoor hebben ze bijna volledige vrijheid om negatieve uitingen over seksuele diversiteit te negeren. Dat stelt de Global Alliance for LGBT Education (GALE).

Ter gelegenheid van de Internationale dag tegen homofobie heeft GALE in kaart gebracht hoe landen scoren op de uitvoering van het recht op onderwijs voor lesbische, homoseksuele, biseksuele, transseksuele en interseksuele leerlingen (LHBTI).

Ierland scoort hoogst met 74 procent. Afghanistan, Irak en Liberia zijn hekkensluiters met 0 procent. Nederland staat op de achtste plaats met 68 procent. Van alle staten die tot nu toe zijn onderzocht, is 9,5 procent ondersteunend voor LHBTI-leerlingen. Bijna een kwart doet niets aan LHBTI-rechten voor leerlingen.

GALE stelt dat in Nederland scholen nauwelijks worden geleid door richtlijnen over sociale veiligheid en integratie. ‘Scholen krijgen daardoor een bijna volledige vrijheid om negatieve uitingen te negeren en LHBTI-pesten toe te staan. Doorgaans wordt in formeel beleid het aandachtspunt seksuele diversiteit niet genoemd.’

Als voorbeelden noemt GALE het concept van de anti-pestwet en het Actieplan Sociale Veiligheid van de sectorraden PO-Raad en VO-raad. ‘Men gaat ervan uit dat docenten ‘sensitief’ moeten zijn om dit ‘mee te nemen’. Helaas is daar in de praktijk geen sprake van’, aldus GALE.

Hoe besteedt uw school aandacht aan seksuele diversiteit?

Met de nieuwe gratis visievormer Dilemma’s in beeld kunt u samen met collega’s bepalen hoe u op uw school aandacht kunt besteden aan seksuele diversiteit.

In twaalf minifilmpjes laat Gay & School (onderdeel van Stichting School & Veiligheid) dilemma’s zien waar veel scholen mee te maken hebben. Op basis van de dilemma’s en aan de hand van het pakket van Dilemma’s in beeld kunt in uw team een discussie starten en tot actie komen.

Dilemma’s in beeld is gebaseerd op de documentaire Alleen in die week hebben wij homo’s in huis. In deze documentaire geven leerlingen, docenten, schoolleiders en een zorgcoördinator in het voortgezet onderwijs een inkijkje in de worsteling van hun scholen met de (verplichte) voorlichting over seksuele diversiteit.

Bussemaker steunt actie voor ‘genderneutrale’ toiletten

Minister Jet Bussemaker van OCW staat achter de actie van belangenorganisatie COC voor ‘geslachtsloze’ wc’s in scholen. Dat blijkt uit antwoorden van haar op Kamervragen van oud-PVV’er Joram van Klaveren, die nu met eveneens oud-PVV’er Louis Bontes een eigen fractie vormt.

‘Nee, ik vind de actie van het COC om aandacht te vragen voor de positie van transgenderleerlingen op school niet onwenselijk. Overigens was de insteek van de actie niet zozeer het overal invoeren van ‘onzijdige’ toiletten, maar vooral om met scholen het gesprek aan te gaan over dagelijkse problemen waar transgenderleerlingen tegenaan lopen’, aldus Bussemaker.

Van Klaveren wilde dat de subsidie van het COC zou worden verlaagd met het bedrag dat de organisatie gebruikt voor de campagne voor ‘onzijdige’ schooltoiletten. De minister gaat daar niet op in: ‘Het COC heeft de ruimte om zelf nadere invulling te geven aan een specifieke actie’, aldus Bussemaker.

De actie voor ‘genderneutrale’ wc’s komt het Gay-Straight Alliance Netwerk van het COC en het Transgender Netwerk Nederland. Het is komen overwaaien uit Amerika.

In de media kwam de 18-jarige Laurens aan het woord. Hij is transgender en vindt het lastig om elke dag op school te moeten kiezen voor de jongens- of de meisjes-wc. ‘Veel transgenders zijn daar zo bang voor, dat ze het de hele dag ophouden en pas thuis naar het toilet durven te gaan. Het zou veel fijner zijn als toiletten er voor iedereen zijn.’

Enkele letters maken het verschil…

Het maakt nogal wat uit of je het woordje ‘of’ of ‘hoe’ gebruikt. Dat blijkt uit een artikel in Trouw, waarin voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad wordt geciteerd. Door het woord ‘of’ te gebruiken suggereerde de krant ten onrechte dat zij aandacht voor het thema seksuele diversiteit in het onderwijs niet belangrijk zou vinden.

Het bewuste artikel in Trouw gaat over de invloed van de adviezen van de commissie-Dijsselbloem. Een van die adviezen uit 2008 was dat de politiek meer ruimte moest geven aan de scholen zelf. Dat is op zich natuurlijk een prima uitgangspunt.

De journaliste van Trouw wekte met de woordenwissel ten onrechte de suggestie dat scholen wat de voorzitter van de PO-Raad betreft zelf mogen beslissen of ze aandacht geven aan het thema seksuele diversiteit. Er stond volgens haar dat ‘de keuze of je voorlichting geeft over homoseksualiteit precies zo’n thema is dat je aan de leerkracht en de school zelf moet overlaten’. Dat had moeten zijn: ‘de keuze hoe je voorlichting geeft’.

De wet bepaalt dat scholen aandacht móeten hebben voor seksuele diversiteit. Dat is dus geen keuze. Sinds eind 2012 maakt seksuele diversiteit deel uit van de kerndoelen van het primair en voortgezet onderwijs.

In een reactie aan ons bevestigt Den Besten dat voorlichting over homo- en biseksualiteit en transgenders verplicht aan de orde moet komen op scholen. Het ‘hoe’ moet volgens haar aan de scholen worden overgelaten en niet door de politiek, het ministerie van OCW of de Inspectie van het Onderwijs worden bepaald. ‘Het Trouw-artikel heeft niet voorgelegen bij ons voor akkoord, anders had ik deze nuance er zeker in aangebracht’, aldus Den Besten.

Ze benadrukt dat in het plan van aanpak Sociale Veiligheid van de PO-Raad, dat voor 1 oktober naar de Tweede Kamer moet, voorlichting over seksuele diversiteit nadrukkelijk genoemd staat, omdat dit vaak een grond is voor pesten. Ik ben blij dat Den Besten hiermee de eventuele verwarring wegneemt die door de onzorgvuldige formulering van Trouw kan zijn ontstaan.

Laat ik afsluiten met de toelichting dat we in het openbaar onderwijs uitgaan van onze kernwaarden. Daartoe behoren algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid. Aandacht voor diversiteit, ook seksuele, op basis van wederzijds respect hoort daarbij. De openbare scholen staan immers open voor iedereen, ongeacht levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid, afkomst, geslacht of seksuele geaardheid.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Meldpunt voor slechte voorlichting over seksuele diversiteit

Belangenvereniging Expreszo heeft een meldpunt gelanceerd voor slechte voorlichting op scholen over homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders.

Voorlichting over seksuele diversiteit behoort sinds 2012 tot de kerndoelen van het primair en voortgezet onderwijs. Expreszo zegt regelmatig klachten te krijgen van jongeren over slechte of helemaal geen voorlichting.

De Inspectie van het Onderwijs gaat er in het nieuwe schooljaar strenger op toezien of scholen zich houden aan de verplichting om voorlichting te geven over seksuele diversiteit.

Ga naar het meldpunt.

Hoofdprijs voor lesmateriaal over seksuele diversiteit

Basisschooldocent Piet Karsten heeft de hoofdprijs gewonnen van de lesmaterialenwedstrijd over seksuele diversiteit. 

De jury viel volgens de jury op, omdat de benadering persoonlijk is, goed aansluit bij leerlingen van groep 8 en iedere week wordt herhaald. ‘Daardoor komt het onderwerp van homoseksualiteit op een vanzelfsprekende manier aan de orde’, aldus de jury.

De homoseksuele Karsten geeft les op de rooms-katholieke Jozefschool in het Noord-Hollandse dorp Venhuizen. De prijs is aan hem uitgereikt op Roze Zaterdag in Eindhoven door onderwijswethouder Jannie Visscher van die gemeente en haar collega Bianca van Kaathoven, die diversiteit in haar portefeuille heeft.

In het septembernummer van magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs komt een artikel over de lesmaterialenwedstrijd, die was georganiseerd door de Onderwijsalliantie voor Seksuele Diversiteit

Bussemaker wil aandacht seksuele diversiteit vasthouden

Minister Jet Bussemaker van OCW reageert verheugd op de uitkomsten van het rapport Anders in de klas van het Sociaal en Cultureel Planbureau. In dat rapport over de aandacht in het onderwijs voor seksuele diversiteit staat onder andere dat lesbische, homoseksuele en biseksuele leerlingen en transgenders (lhbt) zich veiliger zijn gaan voelen.

‘Het is blijkbaar effectief om al op de basisschoolleeftijd aandacht te hebben voor seksuele diversiteit’, aldus Bussemaker in een brief aan de Tweede Kamer. Wat betreft het voortgezet onderwijs merkt ze op dat ook daar niet-heteroseksuele leerlingen zich veiliger zijn gaan voelen.

‘Leerlingen zijn aan het denken gezet, leraren zijn alerter geworden, en er is meer draagvlak op school’, schrijft de minister. Ze verwacht dat aandacht voor seksuele diversiteit op de lange termijn zijn vruchten blijft afwerpen, maar dan moeten scholen hier wel actief op blijven.

Voorlichting seksuele diversiteit vergroot acceptatie

Aandacht voor homo- en biseksualiteit en transgenders vergroot de acceptatie hiervan op scholen. Dat blijkt uit een evaluatie van een pilot op ruim 130 scholen, waarover het Sociaal en Cultureel Planbureau het rapport Anders in de klas heeft gepubliceerd.

Het effect van voorlichting over seksuele diversiteit blijkt het grootst in het basisonderwijs. In het evaluatierapport staat echter dat ook leerlingen in het voortgezet onderwijs die lesbische, homoseksuele of biseksuele gevoelens hebben of transgender zijn (LHBT) zich veiliger gaan voelen in de klas.

‘De tolerantie voor en veiligheid van LHBT’ers op de scholen is daarmee echter niet voltooid’, schrijft het SCP. Het woord ‘homo’ wordt nog onverminderd gebruikt als scheldwoord. Verder blijkt dat voorlichting door LHBT’ers effectief kan zijn, mits de voorlichting goed is ingebed in lessen op school.

Daarnaast blijkt het effectief wanneer leerlingen zelf in de klas vertellen over LHBT’ers uit hun familie of vriendenkring. Voorwaarde is een open en veilige sfeer in de klas.

E-zine ‘School en seksualiteit’ met achtergrondinfo en tips

De Stichting School en Veiligheid/PPSI heeft het elektronische magazine ‘School en seksualiteit’ uitgebracht. Het e-zine richt zich op het primair en voortgezet onderwijs.

In het e-zine, dat is gemaakt in opdracht van het ministerie van OCW, krijgen scholen praktische tips, achtergrondinformatie en voorbeelden uit de onderwijspraktijk.

Later volgt een toolkit met informatie, tips en handige tools voor onderwijsprofessionals in het primair en voortgezet onderwijs die aan de slag willen met het thema seksualiteit of die te maken hebben met grensoverschrijdend seksueel gedrag van leerlingen.

Lees het e-zine ‘School en seksualiteit’