Dekker verwacht van scholen dat ze werkdruk verlagen

Schoolbestuurders en schoolleiders moeten meer doen om de werkdruk die veel leraren ervaren te verlagen. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW woensdag gezegd op Radio 1.

Dekker was te gast in het Radio 1-programma De Ochtend om terug te blikken op zijn staatssecretarisschap van de afgelopen vier jaar. Het gesprek ging onder meer over de recente staking in het basisonderwijs, die bedoeld om de aandacht te vestigen op de werkdruk die als hoog wordt ervaren en op de volgens veel leraren te lage salarissen.

Dekker erkende dat de werkdruk in het onderwijs hoog is, maar dat komt volgens hem niet door zijn beleid. Hij wees erop dat veel scholen onnodige regels over verantwoording zelf in het leven hebben geroepen. De staatssecretaris verwacht van schoolbestuurders en schoolleiders dat ze daar het mes in zetten.

Lerarensalarissen

Over de verhoging van de lerarensalarissen in het basisonderwijs herhaalde Dekker dat dit een kwestie is voor een volgend kabinet. Het huidige demissionaire kabinet zal, zo benadrukte hij nogmaals, geen besluiten nemen die extra kosten met zich meebrengen.

In de terugblik met Dekker werd ook ingegaan op pesten en de wettelijke plicht die scholen tegenwoordig hebben om te zorgen voor een in alle opzichten veilige leeromgeving. Het is een goede zaak, zo zei hij, dat die plicht er is, omdat scholen vroeger weliswaar een pestprotocol hadden, maar daar volgens hem over het algemeen weinig of niets mee deden.

Achterstanden

Het onderwijsachterstandenbeleid kwam ook ter sprake. De staatssecretaris sprak tegen dat daarop wordt bezuinigd. Wel komt er minder geld voor beschikbaar, maar dat komt volgens hem doordat het aantal leerlingen afneemt en het gemiddelde opleidingsniveau van ouders toeneemt.

Over de herverdeling van het onderwijsachterstandengeld zei hij dat grote steden nu verhoudingsgewijs meer geld krijgen dan kleinere gemeenten. Dat is volgens hem niet eerlijk. Daarom moeten grote steden geld inleveren ten gunste van kleinere gemeenten, zo zei Dekker.

BELUISTER HET GESPREK MET DEKKER

Weinig vertrouwen in Bussemaker en Dekker

Minister Jet Bussemaker van OCW wint wat aan vertrouwen, maar staatssecretaris Sander Dekker verliest het juist. Dat blijkt uit de jongste politieke barometer van DUO Onderwijsonderzoek.

Voor de politieke barometer is gekeken naar het vertrouwen dat Bussemaker en Dekker hebben onder directeuren in het voortgezet onderwijs.

Een enkele directeur heeft zeer veel vertrouwen (1 procent) in de minister, 11 procent heeft veel vertrouwen in Bussemaker, 50 procent geeft haar het voordeel van de twijfel en 18 procent heeft (helemaal) geen vertrouwen in haar.

Ten opzichte van de vorige meting in november 2014 is het vertrouwen in de minister enigszins gegroeid, maar het blijft achter bij het vertrouwen dat directeuren direct na de installatie van het kabinet in november 2012 in haar hadden.

Wie heeft er nog vertrouwen in Sander Dekker?

Staatssecretaris Dekker verliest het vertrouwen van directeuren in het voortgezet onderwijs, ook ten opzichte van de situatie in november 2014.

Slechts 5 procent heeft (veel) vertrouwen in hem, terwijl 23 procent hem het voordeel van de twijfel geeft. Ruim de helft (52%) heeft (helemaal) geen vertrouwen meer in de staatssecretaris.

Lees meer…

‘Dekker aardige man, maar geeft nooit toe’

D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen vergelijkt staatssecretaris Sander Dekker van OCW met een automobilist die een blok beton ziet, maar in volle vaart door blijft rijden.

‘Het is een aardige man, maar hij geeft nooit toe. Dat wordt vast gedoceerd op VVD-trainingen’, aldus Van Meenen in het Algemeen Dagblad. De twee kennen elkaar al jaren uit Den Haag, waar Dekker onderwijswethouder was en Van Meenen schoolbestuurder.

De opmerking van de D66’er staat in het kader van de onder andere de rekentoets en de diagnostische tussentijdse toets. Dekker blijft daar voorstander van, terwijl er in de Tweede Kamer en daarbuiten veel kritiek op is. Aan de andere houdt de staatssecretaris diverse zaken tegen, terwijl de Kamer en het onderwijs die juist wel willen. Een voorbeeld is het extra geld voor onderwijs aan asielzoekerskinderen.

Dekker ligt slecht in eigen VVD

De krant citeert ook VVD’ers, maar die willen anoniem blijven. Zo zou een partijgenoot over Dekker hebben gezegd dat de glans inmiddels wel van de staatssecretaris af is. ‘De vraag is of zijn echte passie wel in de politiek ligt, bij dat staatssecretariaat, als hij liever de Tour de France fietst.’ Dekker is een fervent wielrenner.

Een andere VVD’er, die ook niet met zijn of haar naam in de krant durft, zegt dat Dekker werd genoemd als opvolger van Mark Rutte, maar dat niemand dat nog ziet zitten.

Het AD laat Dekker niet reageren op de deels anonieme kritiek.

‘Motivatie samenspel van leerling en leraar’

Motivatie (of een gebrek daaraan) is een samenspel van leerling en leraar, stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in jongerenkrant 7 Days.

De krant vroeg jongeren om zelf met ideeën te komen om het onderwijs te verbeteren. De beste twintig ideeën zijn door de krant aan Dekker overhandigd. ‘Dit zouden we vaker moeten doen’, zo citeert 7 Days de staatssecretaris.

Motivatie op school liet te wensen over….

Dekker concludeert op basis van de input dat scholieren zich blijkbaar niet genoeg uitgedaagd voelen. Hij herkent dat: ‘Ik was zelf een bèta-leerling en had geen zin om door moeilijke literatuur te akkeren. Maar toen we bij Engels een keer geen boek hoefden te lezen maar songteksten mochten analyseren, ging ik helemaal los op Pink Floyd.’

Het is volgens de staatssecretaris de truc voor leraren om niet alleen een goede les te maken, maar eentje die ook bij de belevingswereld van jongeren past. ‘Een gebrek aan motivatie ligt niet alleen aan jou. Het is uiteindelijk een samenspel van leerling en leraar’, aldus Dekker.

Lees meer…

OCW vindt tegengaan van segregatie totaal irrelevant

Het tegengaan van segregatie in het onderwijs is voor het ministerie van OCW totaal geen issue meer. Het gaat staatssecretaris Sander Dekker om verbetering van de onderwijskwaliteit. Dat blijkt uit antwoorden van hem op Kamervragen van de SP.

De Tweede Kamerleden Jasper van Dijk en Sadet Karabulut hadden de staatssecretaris vragen gesteld naar aanleiding van een onderzoek van instituut FORUM voor multiculturele vraagstukken. Daaruit kwam naar voren dat als schoolbesturen zich actief inzetten om segregatie tegen te gaan, de lokale politiek, de media en de ouders het thema oppakken.

Pilots
Uit het onderzoek bleek ook dat de segregatie de afgelopen jaren wat minder is geworden. Dat zou te danken aan gerichte pilots in 12 grote gemeenten, waaronder Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Aan die pilot deden in totaal 315 basisscholen mee. Op tweederde van die scholen nam de segregatie af.

Op de vraag van de SP’ers of de volgens hen succesvolle pilots moeten worden voortgezet, antwoordt Dekker dat de gemeenten daar zelf over mogen beslissen. Hij wijst ook op een eerder onderzoek dat Regioplan in 2012 uitvoerde en waaruit blijkt ‘dat de resultaten van maatregelen die lokaal zijn genomen maar zeer gering zijn’.

Gemeenteraad
De staatssecretaris beaamt dat het wettelijk verplicht is dat gemeenten en schoolbesturen met elkaar in gesprek gaan over het tegengaan van segregatie in het onderwijs. In gemeenten waarin het college van B&W die wettelijke taak niet op zich neemt, zo benadrukt Dekker, dient de gemeenteraad ervoor te zorgen dat het college dit toch doet.

Voorts meldt hij dat het ministerie van OCW regelmatig met de PO-Raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) spreekt over het steunen van lokale initiatieven om segregatie tegen te gaan. De staatssecretaris ziet echter verder op dit terrein geen taak voor hem en zijn ministerie weggelegd. Uit de antwoorden van Dekker blijkt dat het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs voor hem de absolute prioriteit heeft.

Van Bijsterveldt
De reactie van de staatssecretaris sluit aan op de beleidswijziging die in 2011 door voormalig minister Marja van Bijsterveldt van OCW werd ingezet. Zij schoof de verantwoordelijkheid voor het al of niet mengen van leerlingenpopulaties door naar de gemeenten.

In het juninummer van magazine School!, dat op 26 juni verschijnt, komt het onderwerp segregatie aan bod. Het artikel gaat over de situatie in Tilburg.

Aan het woord komt Marius Liebregts van de Stichting Opmaat voor openbaar primair onderwijs in onder andere Tilburg. Hij vindt het niet erg dat het tegengaan van segregatie van de politieke agenda is: ‘Beschouw de leerlingenpopulatie van scholen liever als een gegeven en houd je bezig met dingen waar je wél invloed op hebt.’

Verlengde onderwijstijd werkt niet vanzelf

Verschillende factoren kunnen de effectiviteit van onderwijstijdverlenging vergroten. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

In 2009 begon een vierjarige pilot met onderwijstijdverlenging om onderpresteren tegen te gaan. Nu de pilot is afgelopen, maakt Dekker de balans op. Hoewel er volgens hem geen blauwdruk bestaat voor een aanpak die overal toepasbaar is, zijn er wel verschillende factoren die de effectiviteit van onderwijstijdverlenging kunnen vergroten.

Hieronder staan de belangrijkste elementen die hij in zijn brief aan de Tweede Kamer noemt:

  • Effectief onderwijsaanbod: het effect van onderwijstijdverlenging is het grootst als het onderwijsaanbod goed aansluit bij het doel dat wordt beoogd. ‘Hoewel muziekles of excursies bij kunnen dragen aan de bredere ontwikkeling van leerlingen, blijkt (…) dat het effect van degelijke activiteiten op de taal- en rekenprestaties beperkt is’, aldus Dekker.
  • Positief imago en hoge ambitie: uit de pilot blijkt dat het mogelijk is om extra onderwijstijd tot iets ‘begeerlijks’ te maken door een positieve toonzetting, een nadruk op schoolsucces en het stellen van een hoge ambitie. ‘In plaats van te trekken aan kinderen, wordt het aanbod daarmee aantrekkelijk voor kinderen’, zo staat in de brief.
  • Strenge selectie: extra onderwijstijd is vooral effectief als een leerling gemotiveerd is, zelfstandig kan werken en een goede werkhouding heeft. ‘De hoge ambitie van de school moet overeenkomen met de verwachtingen en leergierigheid van de leerling. Hiermee moet bij de selectie van leerlingen rekening worden gehouden’, schrijft de staatssecretaris.
  • Topdocenten: Dekker verwacht van docenten dezelfde werkhouding en ambitie als van de deelnemende leerlingen. ‘Dit vereist dat zij werken aan continue kwaliteitsverbetering door scholing, (onderlinge) coaching en klassenbezoeken.’
  • Krachtige aansturing: het verwezenlijken van de hoge ambitie vraagt volgens Dekker om een sterke (onderwijskundige) projectleider. ‘Deze dient niet enkel het project te coördineren, maar levert tevens een concrete bijdrage aan het creëren van een omgeving waarin leerlingen worden uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen.’
  • Duur en intensiteit: extra onderwijstijd heeft enkel een structureel effect op de ontwikkeling van leerlingen indien er sprake is van een ‘frequent en beduidend onderwijsaanbod’. Een paar uur per week gedurende een maand volstaat niet, benadrukt Dekker.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Onderwijsraad maakt gehakt van tbo-maatregel

De Onderwijsraad heeft geen goed woord over voor de voorgestelde terbeschikkingstelling aan het onderwijs (tbo-maatregel). De raad vindt de maatregel niet noodzakelijk en effectief, twijfelt aan de uitvoerbaarheid ervan en stelt bovendien dat het onderwijsperspectief ontbreekt. Het advies aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW is om de tbo-maatregel niet in te voeren.

De voorgestelde terbeschikkingstelling aan het onderwijs houdt in dat rechters de mogelijkheid zouden moeten krijgen om jongeren van 12 tot 23 jaar die voor een misdrijf worden veroordeeld te verplichten naar school te gaan. Als zij hieraan niet meewerken, moeten ze naar een justitiële (jeugd)inrichting.

Het voorstel komt van staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie. De ministerraad heeft er in maart mee ingestemd. De tbo-maatregel kreeg al eerder de steun van minister Jet Bussemaker, staatssecretaris Sander Dekker van OCW en staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken. Het idee om veroordeelde jongeren ter beschikking van het onderwijs te stellen komt van PvdA-Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch. Hij kwam er al in 2010 mee.

De Onderwijsraad concludeert nu echter dat de voorgestelde maatregel te eenzijdig vanuit het strafrecht is benaderd en dat het onderwijsperspectief ten onrechte ontbreekt. ‘Hierdoor staat de tbo-maatregel op gespannen voet met de algemene taken en verantwoordelijkheden van het onderwijs als zodanig’, zo staat in een advies aan Dekker.

Daarnaast is de raad niet overtuigd van de noodzaak, effectiviteit en uitvoerbaarheid van de tbo-maatregel. ‘Het staat onvoldoende vast dat bestaande mogelijkheden tot scholing van de beoogde doelgroep binnen en buiten het strafrecht ten volle worden benut. Bovendien is het twijfelachtig of dwang tot scholing via de tbo-maatregel ertoe zal leiden dat deze jongeren meer gemotiveerd raken een opleiding af te ronden.’

Het advies van de Onderwijsraad is om bestaande maatregelen aan te passen en de tbo-maatregel niet in te voeren.

Dekker is gedoe met evangelische basisscholen spuugzat

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW maakt gebruik van zijn aanwijzingsbevoegdheid: hij grijpt in bij de falende Stichting voor Evangelische Scholen (sVES).

De onderwijskwaliteit van de evangelische basisscholen die onder deze stichting vallen, schiet structureel ernstig tekort. In november 2013 werd bekend dat Evangelische Basisschool Timon om deze reden werd gesloten. De Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge reageerde daar verheugd op. Hij noemde het toen op Twitter ‘de beste oplossing voor de leerlingen’.

In maart van dit jaar werd bekend dat het bestuur van sVES zijn activiteiten zou staken. Dat besluit volgde op indringende gesprekken met de Inspectie van het Onderwijs. Naar nu blijkt, is het bestuur gewoon doorgegaan. Staatssecretaris Dekker is het nu echt meer dan zat en gebruikt daarom zijn aanwijzingsbevoegdheid.

‘Uit zorg voor de continuïteit en de kwaliteit van het onderwijs voor alle leerlingen, ben ik genoodzaakt om in te grijpen. Ik zal het bestuur een aanwijzing geven op grond van artikel 163b van de Wet op het primair onderwijs. Indien het bestuur de aanwijzing niet opvolgt, tref ik een bekostigingssanctie’, zo schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

Met andere woorden: de scholen krijgen dan geen geld van de overheid meer, wat zo goed als zeker tot sluiting zal leiden. Dekker heeft niet de wettelijke bevoegdheid om deze scholen te sluiten, omdat het geen openbare maar bijzondere scholen zijn. Dit heeft te maken met lid 2, 3 en 4 van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

Onder sVES vallen zes evangelische basisscholen, die volgens de website van de stichting bijbelgetrouw en kindvriendelijk kwaliteitsonderwijs op maat bieden. Die scholen staan in Utrecht, Amsterdam, Apeldoorn, Tilburg, Den Haag en Hoofddorp.

Dekker over collectieve verantwoordelijkheid voor toetsen

Scholen hun besturen zijn mede verantwoordelijk voor een evenwichtige toetsing van leerlingen. Ook de leraren, de ouders, de media en de overheid hebben hierin hun verantwoordelijkheid. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

Dekker acht het ‘cruciaal om balans te houden tussen toetsing als pedagogisch-didactisch hulpmiddel en als hulpmiddel voor de externe beoordeling van de kwaliteit’ van het onderwijs. Hij vindt ook dat een evenwichtig gebruik van toetsen van belang is voor het ‘vertrouwen in de professionaliteit op schoolniveau en landelijke waarborgen’ en voor de ‘intrinsieke motivatie van leraren voor goed onderwijs en extrinsieke legitimering van schooleigen toetsing’.

Van leraren verwacht de staatssecretaris dat zij ‘bewuste keuzes maken over welke toetsen zij al dan niet gebruiken’. Zij moeten hierover met andere leraren, de schoolleiding, het bestuur en met ouders het gesprek aangaan. ‘Het eigenaarschap ten aanzien van toetsing ligt immers primair bij leraren’, schrijft de staatssecretaris.

Dekker doet ook een beroep op de scholen en hun besturen. die moeten ‘hun eigen, brede verhaal goed voor het voetlicht brengen en (…) zichtbaar maken op welke manier leerlingen gewerkt hebben aan een bredere voorbereiding op hun toekomst’. Hij noemt hierbij de omstreden ranglijstjes in de media.

Het is volgens de staatssecretaris aan de scholen en hun besturen om die ranglijstjes in perspectief te plaatsen. Van de ouders en de media vraagt Dekker dat zich niet blindstaren op scores en rankings, ‘maar dat men zich verdiept in de bredere ontwikkeling die leerlingen op school doormaken’.

Wat de taak van de overheid betreft, merkt hij op dat die ‘zorgvuldig omgaat met het gebruik van toetsresultaten als instrument voor beleid en toezicht’. De Inspectie van het Onderwijs geeft zich volgens hem bij de kwaliteitsbeoordeling rekenschap van de bredere opdracht van het onderwijs en betrekt daarbij de context van de school en achtergrondkenmerken van leerlingen.

Ten slotte merkt de staatssecretaris op dat de overheid terughoudend en zorgvuldig moet zijn ten aanzien van het opleggen van nieuwe toetsverplichtingen.

Digitale leermiddelen blijven onder hoge btw-tarief

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW stelt dat de btw op digitale leermiddelen alleen omlaag kan als dit in Europees verband wordt geregeld. Hij zei dit woensdag tijdens overleg met Tweede Kamer.

De opmerking van Dekker is op zijn minst opmerkelijk, omdat in Duitsland, België, Luxemburg en Frankrijk de btw op digitale leermiddelen wel is verlaagd, zonder dat deze landen dat in Europees verband hebben geregeld.

Bovendien werd in 2008 besloten om de btw op educatieve cd-roms, die toen in opmars waren, te verlagen van destijds 19 naar 6 procent. VOS/ABB had jarenlang geijverd voor deze belastingverlaging. Het zou niet meer dan logisch zijn om nu dezelfde maatregel te nemen voor de huidige digitale leermiddelen.

Voor digitale leermiddelen geldt nu het hoge btw-tarief van 21 procent, terwijl schoolboeken onder het lage btw-tarief van 6 procent vallen. Vanuit de Tweede Kamer klinkt de roep om de btw op digitale leermiddelen te verlagen. Ook de PO-Raad en VO-raad willen dat.

Sectorplan primair onderwijs naar Tweede Kamer

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft het sectorplan primair onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd. Hij legt de Kamer uit wat de relatie is tussen dit plan en het Nationaal Onderwijsakkoord.

Het sectorplan primair onderwijs is mede namens het Participatiefonds en het Vervangingsfonds en gesteund door organisaties van werkgevers en werknemers in het primair onderwijs opgesteld door het Arbeidsmarktplatform PO.

In het sectorplan staan drie punten centraal:

  1. Regionale transfercentra voor bemiddeling van werk naar werk in die regio’s waar nog tot 2020 krimp zal zijn. Daarmee kan de sector minimaal 840 boventallige personeelsleden behouden en wordt hun instroom in de WW voorkomen.
  2. Landelijke mobiliteitstools voor de transfercentra en andere samenwerkingsverbanden van schoolbesturen elders in het land. Voorbeelden zijn een ‘helpdesk mobiliteit’ en een ‘PO-makelaar’.
  3. Hogere instroom van jongere leraren en onderwijsondersteuners door bijvoorbeeld oudere collega’s andere taken te geven naast het lesgeven. Schoolbesturen nemen dan onder andere – ook – additioneel een jonge werkloze leraar in dienst.

Deze en andere punten zijn vervat in een factsheet. Ze zijn volgens Dekker aanvullend op wat in het Nationaal Onderwijsakkoord is afgesproken. Daarin staat dat in 2013 (te besteden in 2014) een incidenteel bedrag van 150 miljoen euro beschikbaar wordt gesteld om in het primair onderwijs (85 miljoen) en voortgezet onderwijs (65 miljoen) de instellingen in de gelegenheid te stellen jonge leraren in dienst te houden en te nemen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Krimp: beleidsmakers lopen achter de feiten aan

De voorstellen om in het kader van demografische krimp de wetgeving voor het onderwijs te versoepelen komen te laat. Dat schrijft beleidsmedewerker en adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB in reactie op de initiatiefnota van PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma over krimp en samenwerkingsscholen.

Ypma komt net als staatssecretaris Sander Dekker van OCW met ‘goede en ambitieuze voorstellen tot versoepeling van de wetgeving op het gebied van vorming van samenwerkingsscholen’, aldus Bloemers. Hij schrijft ook, ‘een resumé van die goede punten is echter niet opsommingswaardig’.

De praktijk is namelijk al verder, zo benadrukt hij. ‘Elke wettelijke drempel die er nog ligt, zal een drempel meer zijn dan het veld nu ervaart met de vorming van een informele samenwerkingsschool. Krimp geeft de mogelijkheid op uitstel doorgaans juist niet. Wachten tot een wet genoegzaam zal zijn gewijzigd, is niet doeltreffend.’

‘Het is wat VOS/ABB betreft dan ook wrang te vernemen’, zo concludeert hij, ‘dat de politiek nog met wijzigingen voor het verleden bezig is, terwijl het veld de toekomst al aan het inrichten is’. Hij adviseert de politiek om naar de huidige vorm van het onderwijsveld te kijken en ‘in lijn daarmee daadwerkelijk grondige herzieningsvoorstellen te doen’.

Lees de initiatiefnota van Ypma

Lees de reactie van Bloemers

Einde financiering maatschappelijke stage voldongen feit

Ook de Eerste Kamer wil dat scholen voor voortgezet onderwijs zelf kunnen bepalen of leerlingen een maatschappelijke stage volgen. De PvdA in de Senaat is overstag.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil af van het verplichte karakter van de maatschappelijke stage. Dat was al opgenomen in het regeerakkoord. De Tweede Kamer nam dit over, maar in de Eerste Kamer waren nog twijfels bij de PvdA. Die is nu overstag, nadat senator Janny Vlietstra haar fractie had geadviseerd voor het regeringsvoorstel te zijn.

De invoering van het facultatieve karakter van de maatschappelijke stage is in feite een bezuiniging van 75 miljoen euro per jaar. De financiering ervan wordt namelijk stopgezet. Scholen voor voortgezet onderwijs die ervoor kiezen om deze vorm van stages te handhaven, krijgen er vanaf het schooljaar 2015-2016 geen geld meer voor. Volgens Dekker kunnen scholen ook zonder dat geld de stages prima zelf organiseren. Voor het schooljaar 2014-2015 is er overigens nog een financiële overbruggingsregeling.

De verplichte maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd in het schooljaar 2011-2012. Dit vloeide destijds voort uit de normen-en-waardendiscussie onder het kabinet van CDA-premier Jan Peter Balkenende. Het was Marja van Bijsterveldt van de christendemocraten die als minister van OCW de maatschappelijke stage invoerde en daarvoor geld beschikbaar stelde.

Dekker over voortgang plan van aanpak tegen pesten

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak tegen pesten.

De brief van Dekker gaat onder andere over de regiobijeenkomsten over pesten die eerder dit schooljaar zijn gehouden. Tijdens deze bijeenkomsten praatten ouders, leerlingen, leraren en schoolleiders over hun aanpak tegen pesten.

‘Gezamenlijk hebben we tijdens de bijeenkomsten praktische ideeën en acties verzameld om pesten tegen te gaan’, aldus Dekker. Hij verwijst naar het verslag van de bijeenkomsten.

De staatssecretaris wijst er verder op dat in de wet wordt vastgelegd dat iedere school een vertrouwenspersoon en een anti-pestcoördinator moet hebben. ‘De anti-pestcoördinator wordt het aanspreekpunt voor leerlingen met vragen over pesten, pestsituaties en gepest worden’, aldus Dekker.

Een ander onderdeel uit het plan van aanpak dat verder is uitgewerkt, is de monitoring van pesten en de veiligheid op school. Elke twee jaar wordt al de veiligheidsmonitor afgenomen op een steekproef van scholen. Daarnaast komt in de wet dat vanaf het schooljaar 2015/2016 alle scholen verplicht een schriftelijke monitor moeten uitvoeren.

Tot slot wordt ingegaan op de 13 anti-pestprogramma’s die onlangs door de Commissie Anti-pestprogramma’s voorlopig zijn goedgekeurd. Scholen zijn vanaf augustus 2015 verplicht om een anti-pestprogramma te gebruiken dat door de commissie als ‘theoretisch effectief’ is aangemerkt.

‘Rekentoets volgens planning laten meetellen’

Verder uitstel van het laten meetellen van de rekentoets voor de slaag/zakregeling in het voortgezet onderwijs is niet verstandig. Dat staat in de startrapportage Rekenen in het vo over het intensiveringstraject voor rekenen in het voortgezet onderwijs.

Het advies om de rekentoets zoals gepland te laten meetellen voor de slaag/zakregeling, sluit aan bij wat staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil. Hij liet in april in reactie op een verzoek tot uitstel van PvdA-Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing weten dat uitstel er wat hem betreft niet komt. Het voortgezet onderwijs heeft volgens Dekker genoeg tijd gekregen om zich erop voor te bereiden. De rekentoets zal als het aan hem ligt vanaf het schooljaar 2015-2016 meetellen voor de slaag/zakbeslissing.

De afwijzende reactie van Dekker op het verzoek van Jadnanansing was voor CDA-Kamerlid Michel Rog aanleiding een motie aan te kondigen. Daarin staat dat de rekentoets in elk geval tot het schooljaar 2016-2017 niet mag meetellen voor het eindexamen.

In de rapportage, die in opdracht van het ministerie van OCW is opgesteld door het Steunpunt taal en rekenen vo, staan meer adviezen aan Dekker. Zo zou er tijdelijk een relatieve normering kunnen worden gehanteerd  om te voorkomen dat veel leerlingen buiten de boot vallen. De rekentoets zou ook een minder doorslaggevende plaats kunnen krijgen in de slaag/zakregeling.

Sander Dekker ontkent onderwijs te willen bevoogden

Het is niet waar dat de overheid de vrijheid van de scholen steeds verder inperkt en almaar meer verantwoording van ze vraagt. Dat stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer.

De vragen hadden betrekking op het Plan van aanpak toptalenten 2014-2018, dat Dekker in maart naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het CDA merkte naar aanleiding van dit plan op dat de overheid steeds meer op de stoel van de scholen gaat zitten.

Volgens Dekker is dat niet waar, zo stelt hij in zijn beantwoording van de Kamervragen. ‘Ik herken het beeld niet dat de overheid meer op de stoel van de school gaat zitten. Scholen krijgen in Nederland juist heel veel ruimte, zowel in de besteding van hun financiën als in wet- en regelgeving.’

Hij herkent ook niet het beeld dat het CDA neerzet als zou de overheid het onderwijs steeds meer inkaderen en almaar meer verantwoording van de scholen zou vragen. ‘In het plan van aanpak toptalenten constateerde ik dat er al veel mogelijk is binnen de huidige kaders, maar dat scholen soms tegen beperkingen in wet- en regelgeving aan lopen als zij maatwerk willen bieden of hun onderwijs willen vernieuwen’, aldus Dekker.

Hij vervolgt: ‘Een aantal van deze belemmeringen neem ik weg, bijvoorbeeld door het versoepelen van de normen voor onderwijstijd en het aanpassen van het Eindexamenbesluit VO. Ook in het Sectorakkoord VO 2014-2017 heb ik afspraken gemaakt met de VO-Raad over het inventariseren en wegnemen van knelpunten. Hiermee werken we dus juist aan meer ruimte voor scholen.’

Samenvatting van uitgewerkte beleidsvisie op krimp

Adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een verhelderende samenvatting gemaakt van de uitgewerkte beleidsvisie op demografische krimp. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft die uitwerking naar de Tweede Kamer gestuurd. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting ervan downloaden.

Op 29 mei 2013 kwam Dekker met zijn beleidsvisie op krimp. Hij presenteerde die toen in brede school Het Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk. Sindsdien was het wachten op een vervolg met concrete maatregelen. Dat vervolg is er nu eindelijk.

Dekker kondigt in zijn uitwerking veel maatregelen aan, zowel voor het primair onderwijs als voor het voortgezet onderwijs. Het gaat onder meer over de fusietoets, de samenwerkingsschool en de kleinescholentoeslag.

Lees de uitwerking van de beleidsvisie op krimp

Lees de samenvatting door Ronald Bloemers (voor leden)

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Slechts deel van anti-pestmethodes voldoet

Dertien methodes die scholen kunnen gebruiken bij de aanpak van pesten zijn veelbelovend. Dit stelt de Commissie anti-pestprogramma’s die in opdracht van staatssecretaris Sander Dekker van OCW 61 methodes heeft beoordeeld.

Staatssecretaris Dekker en Kinderombudsman Marc Dullaert willen dat alle scholen vanaf schooljaar 2015-2016 het pesten op effectieve wijze aanpakken. Omdat er een groot aanbod van anti-pestmethodes is, lieten zij door een commissie van onafhankelijke deskundigen 61 methodes tegen het licht houden.

De commissie concludeert dat bij 48 van de ingediende methodes niet aannemelijk is dat ze pesten terugdringen. Tekortkomingen van beoordeelde anti-pestmethodes variëren. Zo komt het voor dat er in de methode simpelweg geen onderdeel pesten is opgenomen of dat de aanpak alleen gericht is op het pedagogisch handelen door de leerkracht.

Een aantal afgewezen methodes kan wel werken om bijvoorbeeld weerbaarheid of sociale vaardigheden te bevorderen, maar dit heeft volgens de commissie niet direct betrekking op de reductie van pesten.

Dekker zal na de zomer een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer indienen waarmee de verantwoordelijkheid van de school voor het tegengaan van pesten in de wet wordt verankerd.

Lees het rapport Beoordeling anti-pestprogramma’s

De actualiteitenrubriek Nieuwsuur besteedde maandagavond aandacht aan pesten. Lees meer en bekijk de uitzending

Regels voor samenwerkingsscholen vereenvoudigd

De ministerraad heeft ingestemd met een vereenvoudiging van de regels voor samenwerkingsscholen. Openbare en bijzondere scholen die vanwege krimp samen verder willen gaan, hoeven niet langer te wachten tot ze op omvallen staan.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW meldt op de website van het ministerie dat hij goed en bereikbaar onderwijs voor ieder kind centraal stelt, ook in krimpgebieden. ‘We helpen scholen daarom om binnen hun regio tot een gezamenlijke aanpak te komen. Samenwerken wordt gemakkelijker en aantrekkelijker.’

Het ministerie meldt verder dat kleine scholen die fuseren nog zes jaar lang de kleinescholentoeslag behouden, ‘waardoor zij niet financieel gestraft worden voor hun samenwerking’. Ook wordt het gemakkelijker een school te verplaatsen of van identiteit te doen veranderen. Scholen kunnen met geld van het rijk een regionale coördinator aanstellen die hen helpt om tot afspraken over samenwerking te komen.

De maatregelen zijn een uitwerking van de visie op leerlingendaling die de staatssecretaris een jaar geleden in brede school Het Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk presenteerde. In het regeerakkoord is afgesproken dat in krimpgebieden alle vormen van samenwerking tussen scholen mogelijk moeten zijn en dat denominatie noch de fusietoets daar een belemmering voor mogen vormen.

Samenvatting
Adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een samenvatting gemaakt van de uitgewerkte beleidsvisie op krimp zoals staatssecretaris Sander Dekker van OCW die naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting downloaden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Echte samenwerking vereist snelle actie van wetgever

De stichting openbaar onderwijs moet samenwerkingsscholen in stand kunnen houden en ook kinderopvang kunnen ontplooien. Dat vindt niet alleen VOS/ABB, ook de staatssecretaris heeft gezegd dat hij dat wil. Alleen de wetsvoorstellen daartoe zijn er ondanks toezeggingen van hem nog steeds niet.

Demografische krimp zet in steeds meer regio’s het behoud van goed onderwijs voor alle kinderen onder druk. Samenwerking tussen verschillende scholen en hun besturen kan een oplossing zijn, maar de wet zit samenwerking in de weg.

De staatssecretaris ziet dat ook in. Hij kondigde in mei vorig jaar aan, toen hij in brede school Het Samenspel in Wolphaartsdijk zijn beleidsvisie op krimp presenteerde, dat hij rond de jaarwisseling met wetsvoorstellen zou komen. Hij zei er niet bij welke jaarwisseling. De beloofde wetsvoorstellen zijn er nog steeds niet.

Ondertussen gaat de krimp natuurlijk gewoon door – die maakt niet even pas op de plaats als het in Den Haag stroperig stil blijft. Als gevolg van die traagheid en stilte, behoudt het openbaar onderwijs onnodig lang zijn achtergestelde positie ten opzichte van het bijzonder onderwijs.

De stichting openbaar onderwijs kan immers, in tegenstelling tot besturen voor bijzonder onderwijs, volgens de huidige wet- en regelgeving geen samenwerkingsschool in stand houden. Bovendien hebben openbare schoolbesturen op dit moment nog niet de wettelijke mogelijkheid om in integrale kindcentra onderwijs en kinderopvang met elkaar te combineren.

Het lijkt er helaas op dat de langverwachte actie van de staatssecretaris verder wordt uitgesteld, omdat het Nederlands Centrum van Onderwijsrecht (NCOR) onlangs heeft aangegeven dat het grondwettelijk niet mogelijk zou zijn om samenwerkingsscholen onder stichtingen voor openbaar onderwijs te hangen. Volgens het NCOR zou een samenwerkingsschool slechts in stand kunnen worden gehouden door een samenwerkingsbestuur, dat per definitie niet openbaar kan zijn.

Het is wrang te moeten vrezen dat het openbaar onderwijs hierdoor in ieder geval langer dan nodig zijn achtergestelde positie behoudt. Dit is extra wrang, omdat juist in de stichting openbaar onderwijs iedereen zijn plaats heeft en zijn eigen rol kan vervullen onder extern toezicht van de democratisch gekozen gemeenteraad. Dat is pas echt samenwerking!

Het is daarom zaak dat de staatssecretaris, ondanks de kritische bevindingen van het NCOR, haast maakt met zijn toegezegde voorstellen om recht te doen aan de gelijkwaardigheid van het openbaar en bijzonder onderwijs.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Tablets zijn iets heel anders dan kerstpakketten!

De mogelijkheid die staatssecretaris Sander Dekker van OCW ziet voor het onbelast verstrekken van digitale tablets aan personeelsleden in het onderwijs, getuigt van weinig realiteitszin.

Dekker reageerde onlangs op een brief van de Stichting Carmelcollege over de belastingtechnische problemen die deze stichting ondervindt wat betreft het verstrekken van digitale tablets aan personeelsleden.

Schoolbesturen kunnen dit onbelast doen, maar dan moeten in dit geval de tablets na werktijd op de werkplek achterblijven of moet worden aangetoond dat ze voor 90 procent of meer voor zakelijk gebruik worden ingezet. Dekker erkent dat dit ‘indruist tegen de bedoeling waarmee de school de tablets verstrekt’.

Vrije ruimte in WKR
Een oplossing kan volgens hem zijn dat schoolbesturen de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) hiervoor gebruiken. De vrije ruimte is een generieke vrijstelling van 1,5 procent van de totale loonsom bij een werkgever. In de vrije ruimte kunnen alle voorzieningen met een gemengd karakter worden ondergebracht waarvoor geen aparte regeling bestaat.

‘Dit biedt scholen de mogelijkheid om de verstrekking van tablets te regelen’, aldus Dekker. Hij wijst erop dat dit uiteraard ten koste gaat van andere zaken die in de vrije ruimte ondergebracht kunnen worden, zoals kerstpakketten, fietsen en parkeergelden.

Tablet is geen kerstpakket!
De VO-raad wijst erop dat een tablet, die een docent verplicht is om te gebruiken bij het lesgeven, niet past in het rijtje van kerstpakketten, fietsen en parkeergelden.

Oud-staatssecretaris Frans Weekers van Financiën zou in het najaar van 2013 de Tweede Kamer informeren over de mogelijkheid om een noodzakelijkheidscriterium bij de nieuwe WKR in te voeren. Dat is niet gebeurd. In het Belastingplan 2014 is alleen formeel geregeld dat de verplichte toepassing van de WKR verschuift naar 2015.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Dekker onwrikbaar in discussie maatschappelijke stage

Scholen krijgen meer ruimte voor eigen keuzes als de maatschappelijke stage niet meer wettelijk verplicht is. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW blijft dit argument gebruiken ter camouflage van het feit dat het kabinet geen geld meer in de maatschappelijke stage wil steken.

De verplichte maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd in het schooljaar 2011-2012. Dit vloeide destijds voort uit de normen-en-waardendiscussie onder het kabinet van CDA-premier Jan Peter Balkenende. Het was Marja van Bijsterveldt van de christendemocraten die als minister van OCW de maatschappelijke stage invoerde.

Om 75 miljoen euro te bezuinigen, heeft het huidige kabinet besloten het verplichtende karakter van de stage te halen. De financiering ervan wordt in het schooljaar 2014-2015 stopgezet. De scholen mogen de maatschappelijke stage nog wel als facultatief onderdeel blijven aanbieden, maar ze krijgen er dan dus geen geld meer voor. In februari stemde een meerderheid van de Tweede Kamer voor het afschaffen van de verplichting.

In zijn memorie van antwoord op kritische vragen uit de Eerste Kamer herhaalt Dekker zijn argument om een einde te maken aan de wettelijke verplichting. Hij blijft erop hameren dat de scholen er meer beleidsvrijheid door krijgen, terwijl het in feite om een bezuiniging gaat. De staatssecretaris erkent wel dat de maatschappelijke stage een waardevol onderdeel kan zijn om invulling te geven aan de burgerschapstaak van het onderwijs.

Meerderheid ouders vreest invoering passend onderwijs

Zeventig procent van de ouders vreest dat leraren niet zijn toegerust om een kind met een beperking in een reguliere klas les te geven. Dat blijkt uit onderzoek dat bureau Centron heeft uitgevoerd in opdracht van het NCRV-programma ‘Altijd wat’.

Uit het onderzoek blijkt ook dat 61 procent van de ouders bang is dat hun kind minder aandacht krijgt als er meer kinderen met een beperking in de klas komen. Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek heeft Balans, de oudervereniging van kinderen met een leer- of gedragsstoornis, een brandbrief aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW gestuurd.

In ‘Altijd wat’ was dinsdagavond een reportage te zien over drie leerlingen die een keuze moeten maken tussen regulier en speciaal onderwijs.

Besturen gaan over inzet professionaliseringsgeld

‘Zeker voor wat de prestatiebox betreft liggen er bestuurlijke afspraken dat het geld ook echt ingezet wordt voor de doelen die we hebben afgesproken in de bestuursakkoorden uit 2011-2012.’ Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen over de invoering van passend onderwijs.

SP-Kamerlid Jasper van Dijk had Kamervragen gesteld naar aanleiding van een bericht van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Daarin stond dat de scholen nog niet klaar zijn voor de invoering van passend onderwijs per 1 augustus 2014.

Een van de vragen had betrekking op de inzet van de professionaliseringsgelden. Hierop antwoordt Dekker dat schoolbesturen verantwoordelijk voor de inzet van dat geld. ‘Dit budget is voor een deel ondergebracht in de lumpsum, en daarbinnen weer voor een deel in de prestatiebox van de schoolbesturen en wordt verantwoord in het jaarverslag en de bijbehorende jaarrekening van de schoolbesturen’, aldus de staatssecretaris.

Hij wijst erop dat de controle zowel op het niveau van de jaarrekening als op dat van het personeel zelf ligt. ‘Het personeel heeft via de medezeggenschapsraad een adviesbevoegdheid op de vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid en kan in die zin ook controleren of het geld wordt uitgegeven waarvoor het bestemd is.’

Klassengrootte
Van Dijk had ook een vraag gesteld over de klassengrootte in het reguliere onderwijs die als gevolg van de invoering van passend onderwijs zou toenemen. Dekker relativeert die angst: ‘Als samenwerkingsverbanden ervoor kiezen op termijn minder naar het speciaal onderwijs te verwijzen, ontstaat er meer ruimte voor extra ondersteuning in het regulier onderwijs. Bijvoorbeeld voor extra handen in de klas, het inrichten van speciale arrangementen of het kleiner maken van klassen.’

Het is volgens de staatssecretaris een misvatting dat er ten gevolge van passend onderwijs per klas drie tot vier extra leerlingen bij komen. ‘Zelfs in het theoretische geval dat alle leerlingen uit het speciaal onderwijs teruggeplaatst zouden worden naar het regulier onderwijs, hetgeen in de praktijk geenszins het geval zal zijn, verandert de klassengrootte hiermee heel beperkt.’

‘Heel beperkt’ wordt door Dekker gekwantificeerd: ‘Wanneer de bestaande 70.000 plekken in het speciaal onderwijs niet meer zouden bestaan, betekent dit dat er in het basisonderwijs per school gemiddeld vier leerlingen bij komen op een gemiddelde van 213 leerlingen per school. In het voortgezet onderwijs gaat het om gemiddeld 28 leerlingen per vestiging op een gemiddelde van 700 leerlingen per vestiging.’

In dit theoretische geval zou de klassengrootte volgens hem zelfs naar beneden kunnen gaan, ‘omdat de middelen van het speciaal onderwijs dan ook in het regulier onderwijs ingezet zouden worden. Die middelen zouden dan kunnen worden ingezet voor kleinere klassen.’

Passend onderwijs ook voor hoogbegaafde leerlingen

Passend onderwijs is niet alleen bedoeld voor leerlingen met een beperking of leerprobleem, maar ook voor hoogbegaafde leerlingen. Dat benadrukt staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar aanleiding van een motie van de VVD en de PvdA.

De Tweede Kamerleden Karin Straus van de VVD en Loes Ypma van de PvdA dienden in april vorig jaar een motie in, waarin zij aandacht vroegen voor hoogbegaafdheid in relatie tot passend onderwijs. De motie werd gesteund door vrijwel de gehele Tweede Kamer. Alleen de SGP stemde tegen. De staatssecretaris reageert nu op de motie door te benadrukken dat passend onderwijs inderdaad ook bedoeld is voor hoogbegaafde leerlingen.

Hij verwijst in zijn Kamerbrief naar aanleiding van de motie naar de extra impuls van 29 miljoen euro die vanaf 1 augustus 2015 structureel wordt toegevoegd aan de lumpsum van de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. ‘Het is de bedoeling dat de middelen worden ingezet om de brede doelstelling van passend onderwijs vorm te geven: passend onderwijs voor alle leerlingen, niet alleen voor leerlingen met een beperking of leerproblemen maar ook voor hoogbegaafde leerlingen’, aldus Dekker.

Om samenwerkingsverbanden te ondersteunen in het vormgeven van een passend aanbod voor hoogbegaafde leerlingen zal de voorlichting en ondersteuning vanuit het Informatiepunt Onderwijs & Talentontwikkeling worden geïntensiveerd. In het najaar wordt de aftrap gegeven met een landelijke bijeenkomst gericht op samenwerkingsverbanden en scholen. Hoogbegaafdheid zal daar aan bod komen.