OCW mag geen fusiecompensatie terugvorderen

Het kan niet zo zijn dat het ministerie van OCW na een fusie van scholen de spelregels verandert en dan ineens met terugwerkende kracht fusiecompensatie terugvordert. Dat heeft de rechtbank Oost-Brabant bepaald.

OCW vorderde ruim 3,5 ton terug van Stichting GOO. De reden hiervoor was dat bij de samenvoeging in 2014 van de protestants-christelijke Ds. Swildenschool en de rooms-katholieke Michaëlschool in Gemert tot Kindcentrum De Samenstroom geen leerlingen van de eerstgenoemde school naar de fusieschool overgingen. De Inspectie van het Onderwijs oordeelde op basis hiervan dat er in feite geen sprake was van een fusie, waarvoor OCW wel geld beschikbaar had gesteld.

Stichting GOO voerde aan dat ten tijde van de samenvoeging nergens vermeld stond dat er leerlingen naar de fusieschool moesten overgaan. Het vereiste van een substantiële instroom op de fusieschool is pas voor het eerst in april 2015 vermeld. Dat was dus ná het samengaan van de Ds. Swindenschool en de Michaëlschool.

De rechtbank oordeelt dat Stichting GOO op het moment van de fusie inderdaad niet kón weten dat de minister de overgang van een substantieel deel van de leerlingen zou gaan eisen. Daarom mag het ministerie de fusiecompensatie niet terugvorderen.

Lees de uitspraak

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

 

Terugvordering fusiegeld kost 100 voltijdsbanen

Met de terugvordering van fusiegeld is een bedrag aan fusiescholen ontrokken waarmee honderd voltijdsbanen van leraren kunnen worden betaald. Dat blijkt uit antwoorden van de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob op vragen vanuit de Tweede Kamer over de tweede suppletoire begroting 2018.

Een fusieschool heeft recht op fusiecompensatie als ná de fusie blijkt dat er daadwerkelijk leerlingen zijn overgegaan van de opgeheven school naar de fusieschool. Het bestuur van de fusieschool maakt echter al daarvóór kosten, bijvoorbeeld voor leraren die overgaan naar de fusieschool.

Dus terwijl de fusiecompensatie vanaf de fusiedatum wordt toegekend, wordt achteraf op basis van de eerste leerlingentelling ná de fusie bekeken hoe het daadwerkelijk zit met de leerlingenstroom. Dan kan worden besloten tot terugvordering van fusiegeld.

Overheid wentelt risico af

VOS/ABB heeft er herhaaldelijk op gewezen dat schoolbesturen niet door een glazen bol in de toekomst kunnen kijken, terwijl ze wel genoodzaakt zijn om voor de ongewisse toekomst kosten te maken.

De terugvordering van 6,8 miljoen euro aan fusiegelden door de Inspectie van het Onderwijs is het navrante bewijs voor het feit dat de rijksoverheid de financiële risico’s die aan fusies zijn verbonden op de besturen van fusiescholen afwentelt.

De ministers erkennen in hun antwoorden dat het inderdaad zo werkt: ‘Dit is mogelijk omdat ouders van leerlingen van de opgeheven school de vrijheid hebben om hun kind niet naar de door het bestuur gekozen fusieschool te laten gaan.’

Het probleem speelt bij de besturen van 18 fusiescholen voor primair onderwijs.

Honderd banen

Als het bedrag dat de inspectie terugvordert wordt afgezet tot het aantal voltijdsbanen voor leraren, dan kan op basis van de genormeerde gemiddelde personeelslast van bijna 68.000 euro worden gesteld, dat de terugvordering 100 lerarenbanen kost.

Scholen in problemen door terugvordering gewichtengeld

‘De leerlingen van nu mogen niet de dupe worden van de onhandig ingestoken en ondoorzichtige regeling voor gewichtengeld’, benadrukt directeur Marco Janssen van openbare basisschool ’t Startblok in Cuijk.

Janssen heeft een brief geschreven aan Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks naar aanleiding van de terugvordering van volgens het ministerie van OCW te veel uitgekeerd ‘gewichtengeld’ voor het tegengaan van onderwijsachterstanden.

Met zijn brief laat hij zien dat het niet aan de scholen, maar aan de onwerkbare gewichtenregeling ligt dat er te veel geld is uitgekeerd. Nu het ministerie van OCW dat gaat terugvorderen, komen de scholen, waaronder obs ’t Startblok, volgens hem in de problemen.

‘Recentelijk werd ons duidelijk dat (…) we een bedrag van maar liefst 198.590 euro moeten terugbetalen. Er wordt ook nog verwacht dat dit voor 1 mei gebeurt.  Dit zijn 3 fulltime leerkrachten. Moet ik die dan ontslaan?’, aldus Janssen.

Veel werk en duur bureau

Hij wijst er ook op dat de controles op de leerlinggewichten zijn school veel werk hebben gekost. Bovendien is er, zo benadrukt hij, veel geld gaan zitten in de inzet door het ministerie van OCW van ‘een duur bureau dat de werkzaamheden van de administratie, directie en leerkrachten (gezamenlijk ongeveer 100 uren werk) nog eens dunnetjes over kwam doen’.

‘De bedragen die uitgegeven zijn aan dit commerciële bedrijf zouden zo maar ten goede hebben kunnen komen aan de tekorten die in het basisonderwijs zichtbaar zijn. Op welke manier dragen deze controles bij aan de kwaliteit van het onderwijs?’, zo vraagt Janssen zich in zijn brief aan de Tweede Kamer af.

Eerlijke inzet gewichtengeld

Aanvullend benadrukt de directeur uit Cuijk tegenover VOS/ABB dat hij altijd te goeder trouw handelt en meewerkt aan een zo eerlijk mogelijke inzet van gewichtengeld.

‘Als ik had kunnen bevroeden dat ik deze middelen ooit terug zou moeten betalen, had ik ze nooit ingezet. Nu wordt een volgend cohort kinderen er de dupe van. Dat risico kan en mag ik, als directeur van een school die letterlijk en figuurlijk op de kleintjes moet letten, gewoonweg niet nemen’, aldus Janssen.

OCW neemt geen standpunt meer in over doorbetalen

Het ministerie van OCW geeft geen antwoord meer op de vraag of schoolbesturen zonder risico op terugvordering van rijksbekostiging stakers mogen doorbetalen. Het enige wat de woordvoerder van onderwijsminister Arie Slob erover kwijt wil, is dat het aan de werkgevers is om hier een besluit over te nemen.

In december meldde het ministerie van OCW aan VOS/ABB expliciet dat het níet zou korten op de bekostiging als schoolbesturen tijdens de landelijke staking op 12 december stakende werknemers zouden doorbetalen. ‘We kunnen bevestigen dat OCW niet de bekostiging gaat terugvorderen bij besturen die salaris doorbetalen tijdens de staking van 12 december’, zo liet het ministerie toen weten.

Daarmee stelde OCW zich op hetzelfde standpunt dat het innam voorafgaand aan de staking op 5 oktober. Toen liet een woordvoerder van het ministerie aan VOS/ABB weten dat OCW niet voornemens was ‘om schoolbesturen te straffen als die besluiten om werknemers die (…) aan de staking meedoen door te betalen’.

OCW laat schoolbesturen in luchtledige

Deze woorden hadden echter alleen betrekking op de stakingen op 5 oktober en 12 december, zo benadrukte de woordvoerder van onderwijsminister Arie Slob. Daarom vroeg VOS/ABB hem of het ministerie hetzelfde standpunt zou innemen wat betreft de eerste regionale estafettestaking op 14 februari in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe.

Het antwoord was dat niet kon worden gemeld dat het ministerie dezelfde lijn hanteerde als in oktober en december, maar het bleef onduidelijk welke lijn dan wel zou worden gehanteerd. Uiteindelijk kwam de mededeling dat het ministerie er geen standpunt meer over zou innemen.

Desgevraagd laat dezelfde woordvoerder nu weten dat dit ook geldt voor de regiostaking op 14 maart in Noord-Holland, Flevoland en Utrecht. Het ministerie vindt er dus niets meer van. Het is geen ‘ja’ en geen ‘nee’. De schoolbesturen worden door OCW dus in het luchtledige gelaten.

Waarom het ministerie geen standpunt meer inneemt, blijft onduidelijk. Het is niet goed in te schatten wat de eventuele gevolgen hiervan kunnen zijn.

Doorbetalen: hoe zit het juridisch?

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB geven aan dat strikt genomen volgens de wet leraren niet mogen worden doorbetaald. Ten eerste geldt het principe ‘geen arbeid, geen loon’ en ten tweede zou doorbetaling kunnen worden beschouwd als onrechtmatige besteding van rijksbekostiging.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Slob vordert 32 miljoen euro gewichtengeld terug

Het ministerie van OCW vordert 32 miljoen euro aan gewichtengeld terug. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob meldt aan de Kamer dat de terugvordering volgt op controles die in 2014 en 2015 bij zijn uitgevoerd naar aanleiding van ‘fouten die zijn geconstateerd in de administratie van scholen met betrekking tot de huidige gewichtenregeling’.

‘In totaal wordt circa 32 miljoen euro teruggevorderd, omdat de aanpassing van de leerlinggewichten doorwerkt in de bekostiging van de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018’, aldus de minister.

Gewichtenregeling veel te complex

In 2012 constateerde de Inspectie van het Onderwijs dat veel basisscholen fouten maken bij het toekennen van de leerlinggewichten. VOS/ABB benadrukte toen dat dit niet aan de scholen lag, maar aan de complexiteit van de gewichtenregeling.

In 2013 maakte voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW bekend dat de scholen verlost zouden worden van de gewichtenregeling. Hij kondigde toen een verdeelmodel aan op basis van databestanden buiten de school.

Dat wordt een systeem op basis van CBS-indicatoren. Dit nieuwe systeem zal echter leiden tot een herverdeling van onderwijsachterstandsgeld. Er zijn scholen die volgens het nieuwe systeem meer geld krijgen, maar ook scholen die het met (veel) minder moeten doen.

Leerlingen de dupe

Het is pijnlijk dat de scholen nu de rekening gepresenteerd krijgen van fouten die het gevolg zijn van een onmogelijke regeling die door de rijksoverheid is ingevoerd. Het toegekende gewichtengeld is al besteed aan goed onderwijs. Het zijn de leerlingen van de betreffende scholen die de dupe worden van de terugvordering.

In de brief kondigt de minister een terugbetalingsregeling aan die ervoor moet zorgen dat ‘de continuïteit van het onderwijs niet in het geding komt’. Er lopen verschillende beroepsprocedures van schoolbesturen tegen terugvorderingen.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Dekker dringt aan op afspraken over lokpremies

Scholen doen er volgens staatssecretaris Sander Dekker van OCW verstandig aan bij het werven van personeel afspraken te maken over eventuele lokpremies. 

SP-Kamerlid Peter Kwint wilde van Dekker weten hoe hij dacht over de lokpremies van 10.000 euro van het protestants-christelijke Andreas College in Katwijk voor een wiskunde- en ICT-docent. Onlangs kwam ook de katholieke Stichting Primenius in Groningen en Drenthe met een lokpremie. Pas afgestudeerde pabo’ers die aan de slag gaan bij deze stichting, krijgen hun collegegeld van 6000 euro terug.

In zijn antwoorden geeft Dekker aan dat hij schoolbesturen aanmoedigt om onderlinge afspraken te maken over eventuele lokpremies. ‘Zo hoeven scholen niet tegen elkaar op te bieden’, aldus de staatssecretaris. Ook is het volgens hem wenselijk dat schoolbesturen met elkaar overleggen over de invulling van vacatures. ‘Daar zie ik veel mooie voorbeelden van, bijvoorbeeld een gezamenlijke regionale vacaturewebsite.’

Lokpremies (niet) verboden?

De staatssecretaris suggereert met zijn antwoorden dat lokpremies kunnen worden betaald uit de rijksbekostiging. Hij vermeldt althans niet dat deze premies verboden zijn.

Volgens jurist Ronald Bloemers van VOS/ABB is er in de cao’s voor het primair respectievelijk voortgezet onderwijs geen grond voor dergelijke bonussen. Het risico van terugvordering van het geld door het ministerie van OCW is gering, zegt Bloemers, ‘maar is net als bij te gortige ontslagvergoedingen wel aanwezig’.

Het feit dat Dekker schoolbesturen nu aanmoedigt om afspraken te maken over dergelijke premies, wijst erop dat het ministerie hier niet moeilijk over doet en dat er van terugvordering zeer waarschijnlijk geen sprake zal zijn.

Extra voorwaarde: terugvordering fusiecompensatie

De extra voorwaarde dat minstens de helft van de leerlingen van samen te voegen scholen mee moet naar de fusieschool, is gepubliceerd in de Staatscourant. Deze extra voorwaarde kan in krimpgebieden vele tientallen leraren in het basisonderwijs hun baan  kosten, omdat het ministerie van OCW kan overgaan tot terugvordering van fusiecompensatie.

VOS/ABB en collega-organisaties drongen er vorig jaar in een brief aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW op aan de omstreden voorwaarde aan de fusiecompensatie te schrappen. De reden daarvoor was onder andere dat door deze extra voorwaarde de bekostiging afhankelijk wordt gemaakt van de leerlingenstroom waarvoor een bevoegd gezag niet verantwoordelijk is of mag zijn. Ouders bepalen immers waar een kind onderwijs volgt en dat mag niet door een bestuur worden afgedwongen.

De extra voorwaarde vergroot het risico dat fusiecompensatie uitblijft. Dat zal leiden tot minder bereidheid tot samenwerking, terwijl Dekker met de fusiecompensatie juist het tegenovergestelde beoogt.

Terugvordering

Bovendien kan nu een aantal schoolbesturen worden geconfronteerd met terugvordering van fusiecompensatie, omdat ze achteraf niet aan de (extra) voorwaarde voldoen. Het betreft miljoenen euro’s, zo blijkt uit meldingen die bij ons is binnengekomen.

Als de terugvorderingen feit worden, zullen vele tientallen banen in het primair onderwijs verloren gaan. Dit staat haaks op het kabinetsbeleid om het onderwijs ook in krimpgebieden kwalitatief op peil te houden.

Informatie: Ronald Bloemers, 06-51914694, rbloemers@vosabb.nl

Geconfronteerd met terugvordering fusiecompensatie?

Wij willen graag weten of u bent geconfronteerd met een voorgenomen besluit om reeds toegekende fusiecompensatie terug te vorderen. Ook als u een vermoeden hebt dat uw organisatie hiermee zal worden geconfronteerd, kunt u zich melden bij onze politiek en juridisch adviseur Ronald Bloemers, die vervolgens kan kijken welke actie nodig is om deze kwestie aan de orde te stellen bij de politiek.

Het betreft mogelijke terugvorderingen vanwege de voorwaarde die aan de fusiecompensatie is toegevoegd dat minstens de helft van de leerlingen van twee samen te voegen scholen de fusie moeten volgen.

Wij hebben hierover in maart vorig jaar met de profielorganisaties Verus, VGS, LVGS, VBS en ISBO een brief gestuurd aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW. In die brief gaven we aan de extra voorwaarde onacceptabel te vinden. Inmiddels lijkt OCW op grond van de extra voorwaarde fusiecompensatie te willen gaan terugvorderen.

Het betreft miljoenen euro’s, zo blijkt uit een beperkt aantal meldingen dat tot nu toe bij ons is binnengekomen. Als de terugvorderingen feit worden, zullen vele tientallen banen in het primair onderwijs verloren gaan. Dit staat haaks op het kabinetsbeleid om het onderwijs ook in krimpgebieden kwalitatief op peil te houden.

Bent u al of wordt u waarschijnlijk geconfronteerd met een terugvordering? Meld u dan onder vermelding van ‘Terugvordering fusiecompensatie’ bij onze politiek en juridisch adviseur Ronald Bloemers: rbloemers@vosabb.nl.

Minister in beroep tegen uitspraak over VO-gelden

De minister is het niet eens met deze uitspraken van afgelopen maart en april. De rechter oordeelde dat vo-leerlingen meetellen voor de bekostiging als ze zijn ingeschreven bij de vo school, ook al volgen ze hun lessen elders. Het ministerie had dat geld teruggeëist en in hoger beroep vordert de minister alsnog dat dit terecht was. In beide gevallen gaat het om bedragen rond de vier ton.

Daarbij beroept de minister zich op uitspraken van twee andere rechtbanken, Den Haag en Rotterdam. Deze rechtbanken kwamen in vergelijkbare zaken in mei tot een ander oordeel dan de rechtbanken Utrecht en Middelburg, namelijk dat de minister wél mocht overgaan tot het terugvorderen van de verstrekte bekostiging omdat de vo-leerlingen niet voldeden aan het vereiste van ‘werkelijk schoolgaand’. 

In dit geval ging het om de besturen van het Grotius College in Delft en het College VOS in Vlaardingen. Zij tekenen dezer dagen hoger beroep aan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor beiden staat voorop dat hun integer handelen door de bekostigingssanctie ten onrechte in twijfel is getrokken, en dat alleen al hierom hoger beroep geboden is.

Verder zijn er ook voldoende juridische argumenten. Zo beroept de rechtbank Den Haag zich erop dat de betrokken AMA’s geen vo-opleiding volgden, terwijl de Wet voortgezet onderwijs zo’n afwijkend curriculum juist mogelijk maakt. De rechtbank Rotterdam beroept zich op de ratio tussen het aantal leerlingen en docenten enerzijds en de omvang van de bekostiging anderzijds, die zou rechtvaardigen dat de minister geen bekostiging verleent voor vo-leerlingen die onderwijs volgen op een ROC. Deze redenering staat echter nergens expliciet in de regelgeving.

Het is nu aan de Afdeling bestuursrechtspraak om te bepalen wat onder het begrip ‘werkelijk schoolgaand’ moet worden verstaan en of de minister in deze zaken terecht geld van de scholen heeft teruggevorderd.

Juristen van VOS/ABB staan de schoolbesturen bij. Wij houden u op de hoogte van het vervolg. De eerdere berichtgeving hierover vindt u in de rechterkolom hiernaast.