‘WWZ wordt voor onderwijs aangepast’

De Wet werk en zekerheid (WWZ) wordt in de volgende kabinetsperiode zodanig aangepast dat scholen weer makkelijker invalkrachten kunnen inzetten, meldt de NOS.

De WWZ komt uit de koker van nu nog demissionair PvdA-minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij wilde ermee bereiken dat meer mensen een vaste baan zouden krijgen. De problemen die het onderwijs met de WWZ ervaart, is dat tijdelijke vervangers snel een vast contract moeten krijgen. Dat is onbetaalbaar, waardoor de inzet van vervangers een groot probleem werd.

Asscher enige fan van WWZ

Nu de PvdA bij de Tweede Kamerverkiezingen is gedecimeerd en daarom besloot niet aan te schuiven aan de onderhandelingstafel voor een nieuw kabinet, verdwijnt Asscher uit het centrum van de macht. Hij is nu dan nog wel demissionair minister, maar de PvdA’er keert als fractieleider terug naar de Tweede Kamer zodra het nieuwe kabinet er is. Dat wordt zo goed als zeker gevormd door VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

De VVD trok eind vorig jaar, in aanloop naar de verkiezingen, al zijn handen af van de WWZ, omdat die wet volgens die partij in feite slechts tot problemen leidt. D66 zag er ook geen heil meer in. Het CDA en ChristenUnie kwamen eveneens tot het inzicht dat deze wet grondig zou moeten worden herzien.

De NOS meldt nu dat de nieuwe coalitiepartners de WWZ zodanig willen aanpassen dat scholen weer gemakkelijker invalkrachten kunnen inzetten. Hoe het er precies gaat uitzien, is nog niet bekend. Wel meldt de NOS dat het ‘volgens ingewijden’ nog een hele juridische kluif wordt om voor het onderwijs een uitzonderingspositie te creëren.

WWZ geldt (nog) niet voor openbaar onderwijs

De vervangingsproblematiek als gevolg van de WWZ speelt tot nu toe alleen in het bijzonder onderwijs. De WWZ geldt nog niet voor het openbaar onderwijs, omdat de werknemers daar de status van ambtenaar hebben en de WWZ nog niet op hen van toepassing is. Dat gaat veranderen vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, die naar verwachting ingaat op 1 januari 2020.

Het was overigens op het nippertje dat kon worden voorkomen dat de WWZ niet ging gelden voor het openbaar onderwijs. De PO-Raad stond in maart 2016 tijdens de cao-onderhandelingen op het punt ermee akkoord te gaan dat de WWZ ook voor het openbaar onderwijs zou gaan gelden.

Een aantal leden van de PO-Raad vormde toen de Initiatiefgroep Openbaar Onderwijs. Deze groep schreef een brief waarin werd benadrukt dat de wetgever er bewust voor had gekozen de WWZ nog niet door te voeren voor ambtenaren, dus ook niet voor de werknemers in het openbaar onderwijs. VOS/ABB stelde op hun verzoek een notitie op over de WWZ in relatie tot het openbaar onderwijs.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Eerste Kamer akkoord met Wet werk en zekerheid

De Eerste Kamer heeft dinsdag de Wet werk en zekerheid aangenomen.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt dat met deze nieuwe wet de verhoudingen tussen mensen met een vast en een tijdelijk arbeidscontract eerlijker wordt. ‘We mogen geen tweedeling accepteren, daarom krijgen mensen met tijdelijke contracten meer recht op fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en worden de ontslagvergoedingen eerlijker verdeeld’, meldt de minister.

In de nieuwe wet wordt onder meer geregeld dat werknemers met tijdelijke contracten sneller een vast contract krijgen. Vanaf 1 juli 2015 moeten flexwerkers na twee jaar, en niet zoals nu na drie jaar, een vast contract krijgen. Het gebruik van nul-urencontracten wordt beperkt.

Vervangingen te duur
De sectororganisaties PO-Raad en VO-raad hebben tegen de Wet werk en zekerheid geprotesteerd. Ze vrezen dat de nieuwe wet ertoe zal leiden dat het te duur wordt zieke leraren te vervangen. Vervangers zullen namelijk in vaste dienst moeten worden genomen.

Dit zal ertoe leiden, zo stellen de PO-Raad en VO-raad, dat klassen moeten worden samengevoegd of dat leerlingen naar huis worden gestuurd als de vaste leerkracht ziek is of om een andere reden geen les kan geven.

Minder vaste contracten in primair onderwijs

Steeds minder werknemers in het primair onderwijs krijgen een vast contract. Dat blijkt uit een analyse van data uit het Personeels- en mobiliteitsonderzoek 2012 (POMO 2012). De analyse is uitgevoerd door CAOP Research in opdracht van het Arbeidsmarktplatform PO.

Bijna de helft van de nieuwe werknemers in het primair onderwijs wordt aangesteld zonder dat zij uitzicht hebben op een vast dienstverband. Twee jaar geleden gold dat nog voor iets meer dan een kwart van de nieuwelingen. Vooral jonge werknemers krijgen een tijdelijk contract.

De toename van het aantal tijdelijke contracten weerhoudt medewerkers met een vast contract ervan om van baan te veranderen. Bijna de helft van het personeel denkt moeilijk een andere baan te kunnen vinden als dat moet. Twee jaar terug was dat nog eenderde. Het gebrek aan vacatures wordt het meest genoemd als reden voor deze onzekerheid, maar ook de eigen leeftijd.