Geen kans op verdere verruiming ketenbepaling

De ketenbepaling wordt voor het onderwijs niet verder opgerekt, benadrukt minister Arie Slob in reactie op vragen uit de Tweede Kamer.

De VVD’ers Rudmer Heerema en Dennis Wiersma wilden van de minister weten hoe de verruiming van de ketenbepaling voor het primair onderwijs wordt ervaren. ‘Biedt deze verruiming voldoende soelaas of is er meer nodig dan de verruiming bij kortdurende vervangingen?’, aldus de twee liberale politici.

Minister Slob antwoordt dat de verruiming van de ketenbepaling voor het primair onderwijs pas van kracht is per 1 augustus jongstleden. Daardoor is het nog niet te zeggen hoe deze maatregel wordt ervaren. ‘Wel verwacht ik dat de uitzondering veel praktische problemen zal wegnemen die scholen tot voor kort ondervonden bij het vinden en tijdelijk aanstellen van invallers voor zieke leraren’, aldus de minister.

Een verdere verruiming van de ketenbepaling is niet aan de orde, benadrukt hij. Dat zou niet bijdragen, zo stelt Slob, ‘aan het verder tegengaan van het lerarentekort aangezien de ketenbepaling met de algehele uitzondering reeds maximaal is opgerekt’.

Lees meer…

Ketenbepaling in Wet werk en zekerheid

Sinds de invoering van de wet Wet werk en zekerheid (WWZ) vallen scholen in het bijzonder onderwijs* onder de ketenbepaling. Dit betekent dat invalleerkrachten na een aantal tijdelijke contracten recht krijgen op een vaste baan.

Voor het primair onderwijs blijkt de ketenbepaling lastig in te passen. Leraren die invallen voor zieke collega’s, komen soms maar een dagje of enkele dagen bijspringen. Ze zijn dan al snel door hun maximumaantal contracten heen. Daarom is afgesproken dat de ketenbepaling niet geldt bij invalkrachten die invallen voor zieke leraren in het primair onderwijs.

Deze maatregel staat in de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), die minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid na de zomer naar de Tweede Kamer stuurt. Daarop vooruitlopend wilden de werkgevers en werknemers in het primair onderwijs de ketenbepaling al per cao buiten werking stellen. Minister Koolmees heeft dit verzoek goedgekeurd.

*De WWZ is nog niet van kracht voor het openbaar onderwijs, omdat de werknemers daar nog de status van ambtenaar hebben. Dat gaat veranderen vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

Geen ketenbepaling bij vervanging wegens ziekte

In de maanden januari tot en met maart zijn tijdelijke contracten voor invalkrachten voor vervanging wegens ziekte wederom uitgezonderd van de ketenbepaling in de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Dat heeft onderwijsminister Arie Slob in december gemeld in antwoord op een vragen van CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66.

Slob wees er vorige maand op dat in het regeerakkoord is afgesproken dat in het primair onderwijs tijdelijke contracten voor invalkrachten voor vervanging wegens ziekte uitgezonderd zijn van de ketenbepaling. Maar voor deze afspraak moet de wet nog worden gewijzigd.

‘Totdat de wetswijziging van kracht is, kan het primair onderwijs gebruikmaken van de Regeling ketenbepaling bijzondere functies. Die regeling staat afwijking toe van de ketenbepaling in de maanden januari tot en met maart voor ten hoogste 14 kalenderdagen bij vervanging wegens onvoorzien ziekteverzuim’, aldus de minister.

Om van deze regeling gebruik te maken, is een afspraak tussen de sociale partners nodig. Voor 2018 is deze afspraak gemaakt, meldde Slob in zijn antwoorden. Zo nodig kan dat in de jaren daarna eveneens gebeuren als de wetswijziging onverhoopt nog niet is gerealiseerd.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

‘WWZ wordt voor onderwijs aangepast’

De Wet werk en zekerheid (WWZ) wordt in de volgende kabinetsperiode zodanig aangepast dat scholen weer makkelijker invalkrachten kunnen inzetten, meldt de NOS.

De WWZ komt uit de koker van nu nog demissionair PvdA-minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij wilde ermee bereiken dat meer mensen een vaste baan zouden krijgen. De problemen die het onderwijs met de WWZ ervaart, is dat tijdelijke vervangers snel een vast contract moeten krijgen. Dat is onbetaalbaar, waardoor de inzet van vervangers een groot probleem werd.

Asscher enige fan van WWZ

Nu de PvdA bij de Tweede Kamerverkiezingen is gedecimeerd en daarom besloot niet aan te schuiven aan de onderhandelingstafel voor een nieuw kabinet, verdwijnt Asscher uit het centrum van de macht. Hij is nu dan nog wel demissionair minister, maar de PvdA’er keert als fractieleider terug naar de Tweede Kamer zodra het nieuwe kabinet er is. Dat wordt zo goed als zeker gevormd door VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

De VVD trok eind vorig jaar, in aanloop naar de verkiezingen, al zijn handen af van de WWZ, omdat die wet volgens die partij in feite slechts tot problemen leidt. D66 zag er ook geen heil meer in. Het CDA en ChristenUnie kwamen eveneens tot het inzicht dat deze wet grondig zou moeten worden herzien.

De NOS meldt nu dat de nieuwe coalitiepartners de WWZ zodanig willen aanpassen dat scholen weer gemakkelijker invalkrachten kunnen inzetten. Hoe het er precies gaat uitzien, is nog niet bekend. Wel meldt de NOS dat het ‘volgens ingewijden’ nog een hele juridische kluif wordt om voor het onderwijs een uitzonderingspositie te creëren.

WWZ geldt (nog) niet voor openbaar onderwijs

De vervangingsproblematiek als gevolg van de WWZ speelt tot nu toe alleen in het bijzonder onderwijs. De WWZ geldt nog niet voor het openbaar onderwijs, omdat de werknemers daar de status van ambtenaar hebben en de WWZ nog niet op hen van toepassing is. Dat gaat veranderen vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, die naar verwachting ingaat op 1 januari 2020.

Het was overigens op het nippertje dat kon worden voorkomen dat de WWZ niet ging gelden voor het openbaar onderwijs. De PO-Raad stond in maart 2016 tijdens de cao-onderhandelingen op het punt ermee akkoord te gaan dat de WWZ ook voor het openbaar onderwijs zou gaan gelden.

Een aantal leden van de PO-Raad vormde toen de Initiatiefgroep Openbaar Onderwijs. Deze groep schreef een brief waarin werd benadrukt dat de wetgever er bewust voor had gekozen de WWZ nog niet door te voeren voor ambtenaren, dus ook niet voor de werknemers in het openbaar onderwijs. VOS/ABB stelde op hun verzoek een notitie op over de WWZ in relatie tot het openbaar onderwijs.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Brochure over vervangingsbeleid en Wwz

De sociale partners hebben de brochure Vervangingsbeleid en nieuwe contractvormen in de CAO PO 2016-2017 uitgebracht.

Aanleiding voor het uitbrengen van deze brochure is de Wet werk en zekerheid (Wwz) en alle vragen die deze wet met zich mee heeft gebracht.

DOWNLOAD BROCHURE

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Wwz: vervangingsproblematiek vereist meer actie

Op korte termijn zijn extra investeringen en inspanningen nodig van de centrale overheid, de sociale partners en de pabo’s om het tekort aan vervangers in het primair onderwijs tegen te gaan. Deze aanbeveling staat in het rapport Vervanging geregeld dat over de gevolgen van de Wet werk en zekerheid (Wwz) gaat.

Het rapport is gebaseerd op de resultaten van een quickscan die is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW. Aanleiding waren de klachten uit met name het bijzonder onderwijs dat het door de Wwz erg lastig is geworden vervanging te regelen.

In het rapport staat dat door de Wwz ‘de positie van de vervanger is veranderd, er meer structurele banen voor vervangingswerk zijn gekomen, er ander werkgeverschap vereist is, het tekort aan vervangers significanter is geworden, de administratieve last is toegenomen, de werkdruk op scholen is gestegen en de afspraken in de CAO PO voor velerlei uitleg vatbaar is’.

Er blijkt verder uit de quickscan dat het van belang is de afspraken omtrent de Wwz in te laten spelen op de regionale arbeidsmarkt. ‘In regio’s met een groot tekort aan vervangers is al sprake van een versterkte positie van het personeel, waardoor de Wwz in zijn huidige vorm een beperking is’, zo staat in het rapport.

Aanbevelingen

De opstellers van het rapport komen met drie aanbevelingen:

  1. Het opleiden en anderszins binnenhalen van kwalitatief goede vervangers en afgestudeerden van de pabo dient de hoogste prioriteit te krijgen. Op korte termijn zijn extra investeringen en inspanningen nodig van de centrale overheid, de sociale partners en de opleidingen.
  2. Bij de afspraken van de ketenbepaling moet rekening worden gehouden met de regionale arbeidsmarkt. Onderzocht moet worden of het mogelijk is cao-afspraken te maken over differentiatie per regio.
  3. De sociale partners moeten een eenduidige en niet voor meerdere uitleg vatbare regeling ontwerpen die zich richt op tijdelijke vacatures.

Wwz niet voor openbaar onderwijs

Het Burgerlijk Wetboek geldt alleen voor werknemers in het bijzonder onderwijs. De Wwz is om die reden (nog) niet van toepassing in het openbaar onderwijs, waarvoor (nog) de Ambtenarenwet geldt. Dat gaat veranderen vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

Er zijn op dit moment al uitzonderingen: de Wwz geldt wél voor het openbaar onderwijs als een openbare school onder een samenwerkingsbestuur valt met bijzonder onderwijs. Openbare schoolbesturen kunnen er ook zelf voor kiezen om de Wwz toe te passen.

In de CAO PO 2016-2017 staat dat het bijzonder onderwijs verplicht is een vervangingsbeleid op te stellen met instemming van de personeelsgeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (PGMR). Voor het openbaar onderwijs geldt die verplichting niet, maar bestaat de mogelijkheid een keuze te maken.

Lees meer…

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Uitzondering ketenbepaling ook voor niet-leden PO-Raad

De tijdelijke buitenwerkingstelling van de ketenbepaling van de Wet werk en zekerheid (WWZ) geldt in tegenstelling tot wat de PO-Raad beweert wel degelijk ook voor schoolbesturen die niet bij de sectororganisatie zijn aangesloten. De Helpdesk van VOS/ABB bevestigt uitleg hierover van collega-organisatie Verus.

Medio december werd bekend dat de ketenbepaling van de WWZ van januari tot en met maart niet van kracht is. Dit moet de invalproblematiek in het (bijzonder) onderwijs verlichten, zo staat in een brief van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer. De kwestie heeft geen betrekking op het openbaar onderwijs, omdat de WWZ daar vooralsnog niet voor geldt.

Tijdelijke contracten

Het buiten werking stellen van de ketenbepaling betekent dat in de maanden januari, februari en maart, wanneer de ziektevervanging over het algemeen het meest nijpend is, tijdelijke contracten voor ziektevervanging niet meetellen voor de WWZ.

Het aantal contracten voor een vervanger is onbeperkt in deze maanden, maar de afzonderlijke contracten moeten wel kortdurend zijn (maximaal 14 dagen).

Lid worden van PO-Raad…

In verband met de tijdelijke buitenwerkingstelling van de ketenbepaling zijn er nieuwe artikelen in de cao opgenomen: artikel 3.5a en artikelen 4.6a1 en 4.6a2.

Door het opnemen van deze artikelen is er formeel sprake van een nieuwe CAO PO 2016-2017. Deze cao is aangemeld bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het duurt waarschijnlijk nog tot februari voordat de cao algemeen verbindend is, maar de aangepaste CAO PO 2016-2017 geldt al wel (vanaf 1 januari).

De PO-Raad is echter van mening dat de nieuwe cao nog niet geldt voor niet-leden zolang die nog niet algemeen verbindend verklaard is. Daardoor zou volgens de sectororganisatie de tijdelijke buitenwerkingstelling van de ketenbepaling niet van kracht zijn voor schoolbesturen die niet bij de raad zijn aangesloten, zo staat in een brief van de PO-Raad.

… niet nodig

Uit onderzoek van Verus blijkt echter dat het helemaal niet nodig is om lid te zijn van de PO-Raad. De profielorganisatie voor christelijk onderwijs baseert zich hierbij op het gezaghebbende handboek CAO-recht van de W.J.P.M. Fase en J. van Drongelen.

‘De auteurs gaan ervan uit, zich baserend op bestaande jurisprudentie van de Hoge Raad, dat werkgevers die geen lid zijn van een cao–partij, maar die de cao geheel volgen door deze standaard door te contracteren in de individuele arbeidsovereenkomsten, gebruik kunnen maken van cao-bepalingen in hun sector waarin (…) van de wet wordt afgeweken’, meldt Verus. De Helpdesk van VOS/ABB ondersteunt deze lezing.

Voor het onderwijs betekent dit dat volgens deze opvatting schoolbesturen die geen lid zijn van de PO-Raad, maar die standaard de CAO PO in de akte van benoeming van toepassing verklaren, evenzeer gebruik kunnen maken van de doorgevoerde versoepeling van de WWZ.

WWZ nog niet in openbaar onderwijs

De vervangingsproblematiek speelt tot nu toe in het bijzonder onderwijs, omdat daar de WWZ geldt. Dat is nog niet het geval voor het openbaar onderwijs, omdat de werknemers daar de status van ambtenaar hebben. De WWZ is nog niet van toepassing op ambtenaren, maar dat gaat veranderen vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Ketenbepaling WWZ tijdelijk buiten werking

De ketenbepaling van de Wet werk en zekerheid (WWZ) zal van januari tot en met maart niet van kracht zijn. Dit moet de invalproblematiek in het (bijzonder) onderwijs verlichten, zo staat in een brief van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer.

Het buiten werking stellen van de ketenbepaling betekent dat in de maanden januari, februari en maart, wanneer de ziektevervanging over het algemeen het meest nijpend is, tijdelijke contracten voor ziektevervanging niet meetellen voor de WWZ.

Het aantal contracten voor een vervanger is onbeperkt in deze maanden, maar de afzonderlijke contracten moeten wel kortdurend zijn (maximaal 14 dagen).

Wanneer er in de cao voor 2018 geen nieuwe afspraken zijn gemaakt, kan in het begin van dat jaar deze tijdelijke regeling ook worden gebruikt.

Minister kan afwijken van ketenbepaling

De tijdelijke verlichting van de vervangingsproblematiek is het resultaat van overleg tussen de PO-Raad, de onderwijsbonden en verkenner Jacques Tichelaar. Hij is door minister Asscher aangesteld om de problemen met de WWZ in het onderwijs in kaart te brengen.

De afspraak past binnen de ruimte die de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft om van de WWZ af te wijken.

Bijzonder onderwijs

De vervangingsproblematiek speelt tot nu toe in het bijzonder onderwijs, omdat daar de WWZ geldt. Dat is nog niet het geval voor het openbaar onderwijs, omdat de werknemers daar de status van ambtenaar hebben. De WWZ is nog niet van toepassing op ambtenaren, maar dat gaat veranderen vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Min/max-contracten in primair onderwijs

Al enige tijd werken de juridische helpdesks van de profielorganisaties ISBO, VBS, Verus, VGS en VOS/ABB intensiever met elkaar samen. De samenwerking bestaat uit het met elkaar bespreken van juridische vraagstukken die spelen in het primair en voortgezet onderwijs. Ook zullen geregeld gezamenlijke publicaties worden gemaakt. De eerste daarvan gaat over min/max-contracten in het primair onderwijs.

De publicatie over min/max-contracten in het primair onderwijs komt van juridisch adviseur René Tromp van de helpdesk van de Vereniging Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS). Hij gaat in de toelichting in op onder andere de Wet Werk en Zekerheid, de ketenbepaling en verschillen tussen bijzonder en openbaar onderwijs.

Ga naar de toelichting

Vervangingsfonds publiceert reglement 2017

Het Vervangingsfonds (Vf) heeft het nieuwe reglement gepubliceerd dat op 1 januari 2017 ingaat.

Het Vf meldt dat het reglement op de volgende punten is aangepast:

  • Termijn voor het indienen van inzetverantwoording vervangingspool
  • Vervanging directielid door leraar
  • Termijn extra uitgevraagde gegevens en/of documenten bij cases in ‘Mijn Vf’
  • Tussentijds instapmoment boven bestuurlijke vervangingspool
  • Keuzemogelijkheid openbaar onderwijs voor vervangingsbeleid bijzonder onderwijs

Lees meer…

Scholen hebben steeds meer moeite met WWZ

Steeds meer basisscholen hebben moeite invalleerkrachten te vinden, als gevolg van de Wet werk en zekerheid. Vandaag berichten dagblad De Telegraaf en RTL Nieuws erover. Vorige week schreven de besturen van het openbaar onderwijs in Midden-Drenthe een brandbrief aan de Tweede Kamer.

Volgens de nieuwe regelgeving in de WWZ mogen scholen een vervanger nog maar maximaal zes keer inhuren, daarna moet de invaller een contract krijgen óf een halfjaar wegblijven.De wet maakt geen verschil tussen vervangers die één dag invallen of een paar maanden. Voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS) legde vandaag bij RTL Nieuws uit wat het gevolg hiervan is in de praktijk: ‘Scholen zijn huiverig om zee te gaan met invalkrachten, terwijl de invallers soms niet komen opdagen voor één of twee dagen les. Zij geven de voorkeur aan langere invalbeurten’. Schoolbesturen hebben geen geld om de invallers in vaste dienst te nemen.

Peiling onder schoolleiders
De AVS hield in september een peiling onder schoolleiders, waaruit ook al bleek dat ze moeite hebben met het regelen van vervanging bij ziekte van leerkrachten. ‘Er zijn wel invallers, maar die mogen niet altijd worden benoemd om verplichtingen te voorkomen’, aldus de AVS in de rapportage. Invallers mogen maar een paar keer komen, terwijl scholen juist graag vaste invalkrachten voor de klas hebben. Een ruime meerderheid van de schoolleiders (67%) zegt in het onderzoek niet direct over vervanging te kunnen beschikken als dat nodig is.
Lees hier de volledige uitslag van het AVS-onderzoek. 

‘WWZ-problemen opgelost met cao-akkoord’

Het akkoord voor een nieuwe cao voor het primair onderwijs biedt mogelijkheden om als bestuur binnen de kaders van de Wet werk en zekerheid (WWZ) een vervangingsbeleid te voeren. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW in reactie op bezwaren van de Stichting Katholiek Primair Onderwijs Etten-Leur (SKPOEL) tegen de WWZ.

SKPOEL wilde in het kader van de WWZ een uitzondering op de ketenbepaling vanwege de vervangingsproblematiek. Het katholieke schoolbestuur uit Etten-Leur noemde nog een aantal andere bezwaren met betrekking op de nieuwe wet.

Uit de brief van Dekker blijkt dat hij zich daar niets van aantrekt: ‘Inmiddels is er een onderhandelingsresultaat met mogelijkheden om als bestuur binnen de kaders van de WWZ een vervangingsbeleid te voeren dat rekening houdt met de genoemde knelpunten.’

Hij wijst erop dat er gewerkt kan worden ‘met een mix van vaste, vaste/flexibele en als sluitstuk flexibele aanstellingen’. Het cao-akkoord geeft werkgevers ‘ruimte om in samenspraak met bijvoorbeeld de medezeggenschap en desgewenst in samenwerking met andere schoolbesturen, een personeelsbeleid-op-maat te voeren’, aldus de staatssecretaris.

WWZ niet voor openbaar onderwijs

De WWZ geldt vanaf 1 juli 2016 voor het bijzonder onderwijs. Zolang werknemers in het openbaar onderwijs onder het ambtenarenrecht vallen, is de WWZ niet op hen van toepassing.

Lees meer…

Sociale partners moeten WWZ-problemen oplossen

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt dat het aan de sociale partners in het onderwijs is om aan de cao-tafels oplossingen te vinden voor problemen die worden ervaren met de Wet werk en zekerheid (WWZ). Dat liet hij woensdag blijken tijdens het WWZ-debat in de Tweede Kamer.

Asscher wil met de WWZ werknemers meer zekerheid bieden. In het onderwijs klinkt echter de klacht dat de nieuwe wet onuitvoerbaar is, omdat vervangers na drie tijdelijke contracten (ook als dat maar voor een dag(deel) is) een vaste aanstelling moeten krijgen. Veel schoolbesturen zeggen dat ze daar het geld niet voor hebben.

De minister houdt echter voet bij stuk, zo bleek tijdens het debat in de Kamer. Wel is hij bereid om een ‘verkenner’ van zijn ministerie mee te laten denken over een oplossing van de problemen die het onderwijs ervaart.

De WWZ treedt op 1 juli in werking voor het bijzonder onderwijs. Het is nog niet zeker of de nieuwe wet dan ook van kracht zal zijn voor het openbaar onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

CNV relativeert Fries protest tegen WWZ

De Friese schoolbesturen die de kont tegen de WWZ-krib hebben gegooid, moeten als de wiedeweerga aan het werk om invalpools in te richten op bovenbestuurlijk niveau. Dat vindt voorzitter Helen Adriani van CNV Onderwijs.

De christelijke onderwijscoöperatie CBO Fryslân voert actie tegen de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) door al volgens die omstreden wet te werken. Dit betekent volgens CBO Fryslân dat er bij verlof of ziekte slechts op beperkte schaal vervanging kan worden ingezet.

De gezamenlijke christelijke basisscholen in Friesland achten de WWZ onuitvoerbaar vanwege de ketenbepaling. Die heeft onder andere tot gevolg dat vervangers na drie tijdelijke contracten een vast dienstverband moeten krijgen, ook als het contracten betrof voor bijvoorbeeld maar één dag. Dit zou onoverkomelijke financiële gevolgen hebben.

De beperkte mogelijkheid om vervangers in te zetten, zou er in het ergste geval toe leiden dat kinderen naar huis moeten worden gestuurd, maar er wordt volgens CBO Fryslân alles aan gedaan om dat voorkomen: ‘We voegen, mits verantwoord, groepen samen en personeelsleden, die ambulant zijn, vangen groepen op. Ook hebben we aan de organisaties die scholing aanbieden gevraagd dit buiten de schooluren te verzorgen.’

Naar huis sturen hoeft echt niet
Volgens voorzitter Adriani van CNO Onderwijs is het allemaal niet zo erg als CBO Fryslân denkt. Het is volgens haar niet nodig om klassen naar huis te sturen als de WWZ per 1 juli voor het bijzonder onderwijs van kracht wordt. Invallers kunnen een vast contract krijgen als er, zoals in onder andere de Achterhoek, Amsterdam en Zeeland, met bovenbestuurlijke invalpools wordt gewerkt.

CNV Onderwijs wil daarnaast zoeken naar een oplossing via de cao. Ook moet er volgens de christelijke vakbond nog worden gekeken naar een oplossing voor incidentele vervanging, zoals bij een griepgolf.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Asscher: WWZ leidt niet tot problemen bij vervangingen

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verwacht niet dat de Wet werk en zekerheid (WWZ) zal leiden tot problemen bij de tijdelijke vervanging van leerkrachten. Hij zegt dat mede namens staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen van de VVD.

De VVD-Kamerleden Karin Straus en Anne Mulder wilden van Asscher en Dekker weten of die het eens zijn met de conclusie dat de nieuwe verplichting om na drie flexibele contracten een werknemer in vaste dienst te nemen zou kunnen leiden tot grote problemen rond (tijdelijke) vervangingen. Asscher reageert ontkennend. Er blijven volgens hem voldoende mogelijkheden om flexibiliteit te organiseren:

  • Via interne flexibiliteit, door gebruik te maken van de eigen parttime docenten of die van een andere school;
  • Via vervangingspools, waarmee zekerheid en flexibiliteit kunnen worden gecombineerd. Veel scholen in het primair onderwijs hebben zo al flexibiliteit georganiseerd.

In de WWZ zijn ook bepalingen opgenomen, zo benadrukt Asscher, die meer flexibiliteit mogelijk maken:

  • De afwijkingsmogelijkheid van de ketenbepaling bij cao van zes contracten in vier jaar. Dit is mogelijk als het werken met tijdelijke contracten gegeven de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering noodzakelijk is;
  • Gebruik oproepcontracten. Volgens de WWZ kan de loondoorbetalingverplichting (net als nu) worden uitgesloten voor de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst. Daarna is uitsluiting van de loondoorbetalingverplichting nog mogelijk voor bij cao te bepalen functies, indien de werkzaamheden in die functies incidenteel van aard zijn en geen vaste omvang kennen. Dit is bijvoorbeeld voor het verrichten van piekwerkzaamheden en voor vervanging in het geval van ziekte.
  • Gebruik van min/max-contracten, waarin de minimale en maximale omvang aan ziekteverzuim per bijvoorbeeld maand of jaar het uitgangspunt voor het contract is, zodat alle benodigde vervanging kan worden ingevuld.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Handreiking over WWZ en vervangingsbeleid

De PO-Raad heeft een handreiking laten maken over het organiseren van goed vervangingsbeleid binnen de regels van de nieuwe Wet werk en zekerheid (WWZ).

De handreiking gaat uit van nieuwe vormen van flexibiliteit. Die worden binnen de handreiking niet alleen gevonden in tijdelijke contracten, maar ook in de flexibele inzet van medewerkers met een vast contract.

De handreiking sluit volgens de PO-Raad aan bij de inzet van de sectororganisatie voor de onderhandelingen over een nieuwe cao voor het primair onderwijs.

Let op: de WWZ heeft (nog) geen betrekking op besturen die alleen scholen voor openbaar onderwijs hebben.

U kunt de handreiking downloaden. Bij de handreiking hoort het Model vervangingsbehoefte.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Vervangingsfonds moderniseert: premies lager

Het Vervangingsfonds gaat stapsgewijs moderniseren. De eerste wijzigingen zijn al doorgevoerd per 1 januari 2015: minder vergoedingen, lagere premies.

Op deze manier werkt het Vervangingsfonds toe naar een nieuw stelsel, ‘waarin het onderwijs een meer actieve rol kan spelen in verzuim- en vervangingsbeleid’. Per 1 januari 2015 is het reglement vereenvoudigd en zijn de mogelijkheden om eigenrisicodrager (ERD) te worden, verruimd. Ook schoolbesturen met een lumpsum lager dan 20 miljoen euro kunnen hier voortaan – onder bepaalde voorwaarden – voor kiezen.

Een andere wijziging is dat vervanging bij rechtspositioneel verlof op grond van de CAO PO niet langer wordt vergoed. Het gaat dan onder meer om verlof vanwege verhuizing, huwelijk of ziekte van echtgenoot. Voortaan komt alleen vervanging bij ziekte en schorsing voor bekostiging in aanmerking. De schoolbesturen lopen hierdoor dus iets meer risico, maar ze betalen ook een lagere premie. De premies zijn gedaald van 7,7 naar 6,5 procent. Meer wijzigingen volgen per 1 augustus en per 1 januari 2016.

Meer informatie over de wijzigingen bij het Vervangingsfonds

 

Asscher: Wet werk en zekerheid prima uit te voeren

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) benadrukt dat er voor het onderwijs geen specifieke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat scholen in de knel raken door de nieuwe Wet werk en zekerheid (WWZ).

CDA’er Pieter Heerma stelde dinsdagmiddag tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer vragen aan Asscher naar aanleiding van bezwaren van het christelijke schoolbestuur CBO Fryslân. Dit bestuur wijst erop dat de zogenoemde ketenbepaling zoals die in de WWZ staat tot onoverkomelijke problemen bij vervangingen gaat leiden.

‘Als de wet ongewijzigd wordt ingevoerd, dan betekent dit, dat iedere invalkracht die een aantal keren bij een schoolbestuur invalt (en let wel, het gaat dan vaak maar om enkele dagen) een vast contract krijgt. Voor een schoolbestuur is dit financieel onhoudbaar. Schoolbesturen moeten dus voorkomen, dat invallers recht krijgen op een vast dienstverband. Dat kan door deze invallers een half jaar niet te laten vervangen. Het aantal vervangers is beperkt en de consequentie is, dat we vooral in een griepperiode geen vervanging meer kunnen regelen’, schrijft CBO Fryslân op zijn website.

Als de wet ongewijzigd wordt ingevoerd, dan zal dit volgens CBO Fryslân ertoe leiden dat leerlingen bij ziekte van hun leerkracht vanwege het ontbreken van een vervanger naar huis zullen worden gestuurd. ‘Dit komt de kwaliteit van ons onderwijs niet ten goede en bij de ouders zorgt dit voor organisatorische problemen.’ Het bestuur heeft ouders opgeroepen in verzet te komen tegen de WWZ in de hoop dat de wet wordt aangepast.

Asscher voelt hier getuige zijn reactie in het vragenuurtje niets voor. Hij wees erop dat ook jonge docenten en invallers behoefte hebben aan zekerheid van werk en inkomen. Schoolbesturen kunnen volgens hem prima werken met interne flexibiliteit, regionale vervangingspools en/of uitzendkrachten. De WWZ houdt daar volgens hem allemaal rekening mee. ‘Als scholen hun energie goed inzetten, kunnen ze prima voldoen aan hun vraag naar invallers’, aldus Asscher.

Openbaar onderwijs
De nieuwe WWZ zal in twee fases in werking treden: per 1 januari en 1 juli 2015. Omdat het openbaar onderwijs niet onder het reguliere arbeidsrecht valt en er nog niets is geregeld in de onderwijs-cao’s, geldt de WWZ vooralsnog alleen voor besturen voor bijzonder onderwijs, waaronder samenwerkingsbesturen.

Arbeidsjurist José van Snek van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een toelichting geschreven over de gevolgen van de WWZ voor het onderwijs. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de toelichting downloaden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wet werk en zekerheid: ‘PO-Raad doet aan paniekvoetbal’

CNV Onderwijs stelt dat de PO-Raad met de brandbrief over de Wet werk en zekerheid (WWZ) aan paniekvoetbal doet.

De PO-Raad roept de scholen op een brandbrief naar de Eerste Kamer te sturen over de gevolgen van de WWZ. In die brief wordt gesteld dat de nieuwe wet ervoor zal zorgen dat voor zieke leerkrachten geen vervangers meer kunnen worden geregeld. Scholen zouden in zo’n geval leerlingen weer naar huis moeten sturen, aldus de PO-Raad.

In de WWZ staat dat een werknemer na drie tijdelijke benoemingen recht heeft op een vaste aanstelling. Dat geldt ook voor invalkrachten.

CNV Onderwijs wijst erop dat er alternatieven zijn voor het aantrekken van tijdelijke oproepkrachten. Zo wijst de bond op de mogelijkheid vervangingspools op te richten, waarin vaste krachten beschikbaar zijn voor invalwerk.

Lees meer…

Na de pabo tegenwoordig vooral vervangingen

Het aandeel reguliere banen voor net afgestudeerde pabo-studenten neemt af, terwijl het aandeel vervangingsbanen in alle regio’s voor deze groep leraren toeneemt. Dat blijkt  uit onderzoek van het Arbeidsmarktplatform PO.

Uit het onderzoek blijkt ook dat naarmate de krimp van het aantal leerlingen in een regio groeit, ook het aandeel vervangingsbanen toeneemt. In krimpregio’s ligt dat aandeel gemiddeld op meer dan de helft van het totale aantal banen.

Verder vindt 79 procent van de studenten binnen een halfjaar na hun afstuderen een (tijdelijke) onderwijsbaan. Daarmee is het beroepsrendement relatief hoog. Daarnaast blijkt hun verhuisbereidheid voor een onderwijsbaan vrij groot te zijn. Bijna de helft van de afgestudeerde pabo-studenten is al verhuisd of is hiertoe bereid.

Ga naar de website van het Arbeidsplatform PO voor een uitgebreider bericht.

Pilot vervangingsbekostiging uitgesteld

Reden van het uitstel is dat veel schoolbesturen hebben aangegeven meer tijd nodig te hebben om deelname aan de pilot zorgvuldig af te wegen en te bespreken met de MR.

Het pilotproject is bedoeld om te testen of het primair onderwijs toe is aan de opheffing van de verplichte aansluiting bij het Vervangingsfonds. Veel schoolbesturen geven aan zelf verantwoordelijk te willen zijn en net als in het voortgezet onderwijs zelf te bepalen hoe zij goede vervanging regelen. De besturen die aan de pilot meedoen, zijn in die periode al niet meer verzekerd bij het Vervangingsfonds. Zij kiezen zelf hoe ze zich verzekeren.

Alle informatie en het aanmeldformulier vindt u hier.

Stopzetting declaraties vervanging dreigt

Het gaat specifiek om de declaraties voor ziektevervanging van de nieuwe salarisverwerkers, die sinds 1 januari 2008 bij een groot aantal besturen gestart zijn. Ongeveer een kwart van de schoolbesturen in het primair onderwijs is op die datum overgestapt van Randstad (Caso) naar een ander salarisadministratiebureau (m.n. ADP en Raet).

De salarisbetaling op tijd is wel gelukt, maar het blijkt dat deze nieuwe salarisverwerkers problemen hebben met het op correcte wijze aanleveren van de juiste premie-, declaratie-, en verantwoordingsgegevens aan het Vervangingsfonds (en in mindere mate aan het Participatiefonds voor wat betreft de premieafdrachten).

Overigens beperken die problemen zich niet tot het Vervangingsfonds, ook in het verkeer van deze salarisverwerkers met bijvoorbeeld de belastingdienst en het Abp deden en doen zich knelpunten voor.

Gevolgen?

De gevolgen kunnen ernstig zijn. Als de declaratie van de kosten van vervanging niet tot betaling leidt, kan er een serieus financieel probleem ontstaan. Het bestuur blijft verantwoordelijk voor een tijdige salarisbetaling, ook aan de vervanger. Het hangt van de financiële ruimte bij een bestuur af of die een periode kan overbruggen, zo niet dan zal die ongetwijfeld het administratiekantoor/salarisbureau financieel aanspreken.

In het ergste geval kan het voor een individueel bestuur betekenen dat die moet besluiten geen vervangers meer aan te stellen. Dan komt uiteindelijk het gevolg bij de school terecht: de leerlingen, de leerkrachten, de ouders en de directie. Als er geen vervanger is, kan het in het uiterste geval betekenen dat een groep naar huis moet worden gestuurd!

Gelukkig is het nog niet zo ver. Tot nu toe heeft het Vervangingsfonds de problemen opgevangen door soepel met de regels om te gaan. Voor het Vf is nu echter de grens bereikt. Het Vf heeft formeel alleen te maken met het schoolbestuur. Het bestuur dat werk uitbesteedt aan een administratiekantoor of salarisverwerker, zal moeten nagaan wat er in het contract is opgenomen bij het in gebreke blijven van tijdige en juiste levering van gegevens. Daarbij kan ook aan de orde zijn wat het contract inhoudt tussen het administratiekantoor en het salarisbureau.

Meer over dit probleem in het artikel van Bé Keizer, senior beleidsmedewerker VOS/ABB, in de rechterkolom hiernaast. Informatie: Bé Keizer, 0348-405152, bkeizer@vosabb.nl.

Bijlagen

Vervanging directeur wordt makkelijker

Op dit moment is het lastig om goede vervanging voor directieleden te vinden. Dat komt door de krapte op de arbeidsmarkt. Bovendien bestaat er nog steeds weerstand tegen de aanstelling van directieleden die niet zelf voor de klas hebben gestaan. Daardoor kunnen zogenaamde ‘bazen van buiten’ vaak niet worden aangesteld, laat staan dat ze als vervanger kunnen optreden. En dit terwijl uit onderzoek blijkt dat deze ‘bazen van buiten’ het vaak beter doen dan de managers ‘met krijt aan de vingers’.

Door bovenstaande problemen is het in veel gevallen onontkoombaar dat een interim-manager wordt aangesteld om de school draaiende te houden. Maar tot nu toe liepen schoolbesturen dan tegen het volgende probleem op: het Vf accepteert geen declaratie van een bestuur als het om interim-management van een school gaat. Diverse andere wijzen van vervanging worden wel geaccepteerd, zoals vervanging door een leraar, een externe directeur die in dienst komt van het bestuur of detachering door een ander bestuur. Maar dus geen interim-manager, terwijl dat wel mogelijk is en geregeld voor bovenschools management.

Deze kwestie is bij het Vf aan de orde gesteld door een schoolbestuur voor openbaar onderwijs in Den Haag. Naar aanleiding daarvan heeft het Vf een nieuw besluit genomen. 

Er komt een nieuw artikel 22b Extern personeel, op grond waarvan het mogelijk wordt directietaken te vervangen door extern personeel (dat overigens voldoet aan de aanstellingseisen). De vergoeding vanuit het Vervangingsfonds bedraagt ten hoogste het netto-loon dat samenhangt met het maximum van het schaalsalaris dat met de werkzaamheden van de afwezige directeur overeenkomt conform de CAO PO.

Deze nieuwe bepaling gaat in per 1 augustus 2008.

Informatie: Bé Keizer, 0348-405251, bkeizer@vosabb.nl.

Doorbetaling salaris na vervanging

De Helpdesk geeft aan dat er verschillende mogelijkheden zijn. Hieronder enkele voorbeelden ter verduidelijking.

Voorbeeld 1: Vervanging met tijdelijke uitbreiding
Een leerkracht heeft een vervangingsaanstelling per 1 februari, daarnaast krijgt zij per 15 maart een tijdelijke uitbreiding. Betrokkene heeft recht op doorbetaling tot 1 augustus voor wat betreft de vervangingsaanstelling. De tijdelijke uitbreiding eindigt op de laatste schooldag. Er vindt geen doorbetaling tot 1 augustus plaats over deze tijdelijke uitbreiding.

Voorbeeld 2: Ziektevervanging met aansluitend vervanging zwangerschaps- en bevallingsverlof
Een leerkracht gaat vanaf 1 februari vervangen voor ziekte en daarna aansluitend voor zwangerschaps- en bevallingsverlof van een leerkracht. Betrokkene heeft recht op doorbetaling tot 1 augustus. Wanneer echter het zwangerschaps- en bevallingsverlof in de zomervakantie afloopt, bijvoorbeeld op 18 juli, dan krijgt deze werknemer ontslag op 18 juli en vindt er geen doorbetaling tot 1 augustus plaats.

Voorbeeld 3: Gelijk aan voorbeeld 2 maar dan met aansluitend nogmaals ziektevervanging
Gaat deze werknemer aansluitend aan de zomervakantie werken voor ziekte van een leerkracht, die al vanaf 1 augustus ziek is, dan krijgt betrokkene, ook al is nog niet duidelijk hoe lang de vervanging gaat duren, wel betaald vanaf 1 augustus, omdat betrokkene al de laatste 2 maanden in het vorige schooljaar heeft gewerkt.

Voorbeeld 4: Gelijk aan voorbeeld 2 maar dan met aansluitend vervanging zwangerschaps- en bevallingsverlof
Gaat deze werknemer aansluitend aan de zomervakantie opnieuw een zwangerschaps- en bevallingsverlof vervangen dat op 25 augustus ingaat, dan krijgt betrokkene vanaf 1 september betaald wanneer dit de eerste schooldag is.

Voorbeeld 5: Vervanging bij werkgever A en daarna vervanging bij werkgever B
Een leerkracht heeft vanaf begin van het schooljaar tot 1 april bij werkgever A in een vervangingsbetrekking gewerkt. Aansluitend gaat betrokkene werken bij werkgever B. Betrokkene krijgt doorbetaald tot 1 augustus over zijn aanstelling bij werkgever B.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Plan voor pilot Vervangingsfonds

Het voorstel voor een pilot moet nog worden voorgelegd aan de Tweede Kamer. Binnenkort verschijnt een uitwerkingsnotitie. Het is de bedoeling dat de pilot per 1 januari 2009 van start gaat en twee jaar duurt. Zeker 15 tot 20 procent van de schoolbesturen in het po moet meedoen. Die looptijd om omvang zijn nodig om de effecten goed te kunnen meten. Op basis van de evaluatie wordt besloten of de verplichte verzekering wordt gehandhaafd of  opgeheven, of dat de pilot wordt uitgebreid.

Minder rompslomp
Op dit moment draagt ongeveer de helft van alle besturen in het PO meer af aan het Vervangingsfonds dan dat er wordt gedeclareerd. Het is duidelijk dat deze besturen in principe staan te dringen om mee te doen aan de pilot. Het nieuwe stelsel geeft meer vrijheid, is eenvoudiger, dereguleert en geeft minder administratieve rompslomp. Er moet wel een mogelijkheid tot vrijwillige verzekering zijn en de kwaliteit en kwantiteit van de vervanging mogen er niet onder lijden.

Er zijn echter ook ongeveer evenveel besturen, die meer terugkrijgen van het Vf dan zij ervoor betalen. Die zullen lang niet allemaal staan te trappelen om deel te nemen, maar de opzet van de pilot is dat deze een representatief beeld moet geven van het hele PO-veld. Daarom moeten er grote, middelgrote en kleine schoolbesturen deelnemen, en eveneens besturen die momenteel financieel voordeel hebben van het VF, ongeveer quitte spelen of financieel nadeel hebben van het VF.

Loten en selecteren
Onder de besturen uit de eerste categorie moet waarschijnlijk geloot worden. Bij te weinig deelname uit een bepaalde categorie worden besturen actief benaderd. De werkgevers-, werknemersorganisaties en OCW selecteren gezamenlijk de besturen die aan de eerste stap deelnemen, op grond van afgestemde criteria. Voor de groep pilotscholen blijven de bestaande voorzieningen van het VF in het kader van de bedrijfsgezondheidszorg beschikbaar.

Financieel specialist Bé Keizer van VOS/ABB heeft een uitvoerig artikel geschreven over dit onderwerp. Dat kunt u downloaden uit de rechterkolom hiernaast.

Bijlagen