‘Standaardiseer op scholen voorlichting over lachgas’

De voorlichting op scholen over de risico’s van het gebruik van lachgas moet worden gestandaardiseerd. Deze aanbeveling staat in het rapport Roes met een luchtje van het Trimbos Instituut en het Bonger Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

Lachgas (distikstofmonoxide) wordt onder anderen door scholieren gebruikt om een kortstondige roes te ervaren. Het blokkeert een neurotransmitter in de hersenen, waardoor waarnemingen in elkaar overlopen. Vaak gaat het gebruik van lachgas gepaard met een lacherig gevoel.

Het gas wordt gewoon in de winkel verkocht in patronen voor slagroomspuiten. Wie lachgas gebruikt, laat het uit het patroon in een ballon stromen, zet die vervolgens aan de mond en ademt het gas langzaam in.

Onder scholieren vindt het gebruik van lachgas onder meer plaats in de buurt van scholen (daar liggen vaak lege lachgaspatronen), maar ook thuis op feestjes als de ouders er niet bij zijn.

Hoewel de directe gezondheidsrisico’s gering zijn, kunnen er op de lange termijn negatieve effecten optreden, zoals concentratieproblemen, tintelingen, moeheid en duizelingen. In het rapport van het Trimbos Instituut en het Bonger Instituut staat dat het risico van verslaving niet kan worden uitgesloten.

Lees meer…

Voorlichting passend onderwijs wordt geïntensiveerd

De voorlichting over passend onderwijs aan ouders wordt geïntensiveerd. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW na klachten van ouders en vragen vanuit de Tweede Kamer. 

Naar aanleiding van een recent artikel in dagblad Trouw heeft Dekker zich laten informeren bij het Steunpunt Passend Onderwijs. Op basis daarvan concludeert hij dat het geen klachten regent, maar dat er de laatste tijd wel meer vragen zijn binnengekomen dan in dezelfde periode vorig jaar.

Daaruit maakt Dekker op dat het steunpunt voorziet in een behoefte, maar er kan volgens hem niet uit worden afgeleid dat er meer kinderen worden verwezen naar het speciaal onderwijs. ‘Wel signaleren de vertegenwoordigers van het steunpunt dat veel scholen al wel informatie kunnen geven over passend onderwijs in het algemeen maar dat zij vaak nog niet kunnen aangeven hoe de ondersteuning voor een kind er concreet uit zal zien’, aldus Dekker.

Dit laatste is al eerder gesignaleerd en daarom is er in december een onderzoek gestart naar de mate waarin scholen en ouders zijn geïnformeerd over en betrokken bij de invoering van passend onderwijs. Medio februari hadden al 39.000 ouders gereageerd op de vragenlijst, plus ruim 1000 directeuren en 5500 personeelsleden van scholen.

Hiermee kan een beeld worden gevormd van de situatie per samenwerkingsverband. Daarna wil Dekker in samenwerking met de onderwijsorganisaties gericht samenwerkingsverbanden ondersteunen bij de versterking van hun informatievoorziening.

Dekker wijst in zijn brief ook op goede voorbeelden: samenwerkingsverbanden die juist al heel ver zijn in het informeren en betrekken van ouders. Hij noemt Rotterdam, waar een website met schoolprofielen is gemaakt, en Utrecht, waar sinds augustus 2013 al gewerkt wordt met passend onderwijs. Verder meldt de staatssecretaris dat er inmiddels 160.000 brochures voor leraren naar de scholen zijn gestuurd en is de brochure voor ouders geactualiseerd.

De Kamerbrief over passend onderwijs en voorlichting aan ouders