Uitval van leerlingen verder afgenomen

De uitval in het voortgezet onderwijs is in het schooljaar 2015-2016 verder verlaagd van 0,5 naar 0,4 procent van het aantal leerlingen. Dat meldt demissionair minister Jet Bussemaker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

De uitval is met 0,2 procent het laagst in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. In de bovenbouw van havo en vwo samen is de uitval 0,4 procent, wat neerkomt op ruim 900 leerlingen. In de bovenbouw van het vmbo is de uitval met 1,1 procent het hoogst. Dit komt overeen met 2360 leerlingen.

Lees meer…

Aantal voortijdig schoolverlaters blijft dalen

Het aantal voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) is verder afgenomen, meldt minister Jet Bussemaker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

‘De teller staat nu op 22.948 nieuwe vsv’ers (voorlopig cijfer). Dat betekent dat er in schooljaar 2015/2016 ruim 1400 vsv’ers minder waren dan het jaar ervoor’, aldus Bussemaker.

De afname is volgens haar te danken aan ‘de voortdurende inzet van docenten, RMC1-medewerkers, leerplichtambtenaren, loopbaanbegeleiders, verzuimcoördinatoren, wethouders en andere betrokkenen binnen scholen en gemeenten’. Ze noemt het ‘een prestatie om trots op te zijn’.

In het schooljaar 2001-2002 waren er nog 71.000 vsv’ers. Er is sprake van voortijdig schoolverlaten als een jongere het onderwijs verlaat zonder een diploma op minimaal havo-, vwo- of mbo-2-niveau.

Download Bijlage met cijfers voortijdig schoolverlaten

Overzicht met informatie over voortijdig schoolverlaten

Het ministerie van OCW heeft een actueel overzicht gepubliceerd met informatie over voortijdig schoolverlaten.

Het overzicht bestaat uit websites met daarbij een korte beschrijving van wat die sites te bieden hebben. Er is sprake van voortijdig schoolverlaten als een jongere het onderwijs verlaat zonder een diploma op minimaal havo-, vwo- of mbo-2-niveau.

Ga naar het overzicht

Segregatie beïnvloedt voortijdige schooluitval

Basisschoolleerlingen met een autochtoon Nederlandse achtergrond in een school met meer dan driekwart allochtone kinderen, hebben in het voortgezet onderwijs een verdubbelde kans op voortijdig schoolverlaten. Dat blijkt uit promotie-onderzoek van de United Nations University en de Universiteit Maastricht.

Promovenda Cheng Boon Ong baseert bovenstaande conclusie op een meerjarige studie onder ruim 47.000 kinderen die in 2000 begonnen op een basisschool in Amsterdam. De verdubbeling van de kans op voortijdig schoolverlaten (dus zonder diploma) hangt volgens haar niet samen met kwaliteitsverschillen tussen de 241 Amsterdamse scholen die bij het onderzoek zijn betrokken, maar lijkt te maken te hebben met negatieve groepseffecten.

Het omslagpunt ligt volgens de onderzoekster op een aandeel van 77,7 procent allochtone leerlingen. Daarboven verdubbelt de kans op voortijdige schooluitval. Als de samenstelling van de school minder gesegregeerd is dan 70 procent, is er nauwelijks een invloed te meten.

De resultaten van het onderzoek laten ook zien dat het regelmatig veranderen van basisschool een sterke voorspeller is van voortijdige schooluitval.

Cheng Boon Ong benadrukt dat de Amsterdamse resultaten niet een-op-een te vertalen zijn naar de rest van Nederland. Daarvoor is volgens haar verder onderzoek nodig.

De promotie in Maastricht vindt plaats op 14 november.

Vmbo’er pas uitschrijven na inschrijving in mbo

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW staan positief tegenover voorstellen om het aantal voortijdig schoolverlaters verder omlaag te brengen.

De VO-raad en MBO Raad kwamen met verschillende voorstellen om de schooluitval te verminderen. Een van de voorstellen is om het aanmeldmoment voor vmbo-leerlingen die naar het mbo gaan te vervroegen naar 1 mei. Bovendien zouden leerlingen zich pas kunnen uitschrijven uit het vmbo als ze staan ingeschreven in het mbo.

Verder wordt gestreefd naar de inrichting van zomerscholen of schakelvoorzieningen ter overbrugging van de lange zomerperiode. Ook moet er een ‘warme overdracht’ komen van met name kwetsbare leerlingen, waarbij indien nodig deze leerlingen langer op het vmbo blijven.

Bussemaker en Dekker schrijven in een brief aan de Tweede Kamer dat zij deze voorstellen omarmen.

Minder voortijdige schooluitval
De daling van het aantal voortijdige schoolverlaters heeft zich ook in 2012-2013 voortgezet. In het rapport Nieuwe voortijdig schoolverlaters dat het aantal vsv’ers in 2012-2013 op 27.950 lag (is 2,1 procent). Dat waren er minder dan het streefgetal van 29.500.

Vergeleken met 2001-2002 is het aantal vsv’ers fors afgenomen. Toen waren er nog 71.000 jongeren die zonder startkwalificatie van school gingen, wat overeenkwam met 5,5 procent van de leerlingen. Het is de bedoeling dat in 2014-2015 het aantal vsv’ers verder daalt naar 25.000 (2 procent).