Na jarenlange afname meer voortijdig schoolverlaters

Het aantal voortijdig schoolverlaters is voor het eerst sinds jaren weer licht gestegen. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau in De sociale staat van Nederland 2018.

In het schooljaar 2016-2017 stroomden ongeveer 28.650 jongeren voortijdig uit het onderwijs. Dat waren er ruim 1200 meer dan een jaar daarvoor. Jongens verlaten het onderwijs vaker zonder startkwalificatie dan meisjes.

Het aandeel voortijdig schoolverlaters is het hoogst onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond. Wel is het zo dat het percentage voortijdig schoolverlaters in deze groep daalt, terwijl het percentage jongeren zonder niet-westerse migratieachtergrond die voortijdig het onderwijs verlaten, min of meer op hetzelfde niveau blijft.

Lees meer…

Uitval van leerlingen verder afgenomen

De uitval in het voortgezet onderwijs is in het schooljaar 2015-2016 verder verlaagd van 0,5 naar 0,4 procent van het aantal leerlingen. Dat meldt demissionair minister Jet Bussemaker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

De uitval is met 0,2 procent het laagst in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. In de bovenbouw van havo en vwo samen is de uitval 0,4 procent, wat neerkomt op ruim 900 leerlingen. In de bovenbouw van het vmbo is de uitval met 1,1 procent het hoogst. Dit komt overeen met 2360 leerlingen.

Lees meer…

Aantal voortijdig schoolverlaters blijft dalen

Het aantal voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) is verder afgenomen, meldt minister Jet Bussemaker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

‘De teller staat nu op 22.948 nieuwe vsv’ers (voorlopig cijfer). Dat betekent dat er in schooljaar 2015/2016 ruim 1400 vsv’ers minder waren dan het jaar ervoor’, aldus Bussemaker.

De afname is volgens haar te danken aan ‘de voortdurende inzet van docenten, RMC1-medewerkers, leerplichtambtenaren, loopbaanbegeleiders, verzuimcoördinatoren, wethouders en andere betrokkenen binnen scholen en gemeenten’. Ze noemt het ‘een prestatie om trots op te zijn’.

In het schooljaar 2001-2002 waren er nog 71.000 vsv’ers. Er is sprake van voortijdig schoolverlaten als een jongere het onderwijs verlaat zonder een diploma op minimaal havo-, vwo- of mbo-2-niveau.

Download Bijlage met cijfers voortijdig schoolverlaten

Overzicht met informatie over voortijdig schoolverlaten

Het ministerie van OCW heeft een actueel overzicht gepubliceerd met informatie over voortijdig schoolverlaten.

Het overzicht bestaat uit websites met daarbij een korte beschrijving van wat die sites te bieden hebben. Er is sprake van voortijdig schoolverlaten als een jongere het onderwijs verlaat zonder een diploma op minimaal havo-, vwo- of mbo-2-niveau.

Ga naar het overzicht

Voortijdige schooluitval flink gedaald

Het aantal voortijdig schoolverlaters blijft dalen. In tien jaar tijd is hun aantal afgenomen van 10,8 procent naar 5,4 procent. Jongens met een niet-westerse achtergrond stoppen het vaakst voortijdig met hun opleiding.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag. Het gaat voornamelijk om uitval uit het middelbaar beroepsonderwijs (21.000 jongeren). Ook in het voortgezet onderwijs zijn in het schooljaar 2014/15 ruim 5000 leerlingen zonder startkwalificatie van school gegaan (0,5 procent). Dit is een flinke daling sinds 2004/05, toen hun aantal nog rond de 2 procent lag. In de periode daarna is de overheid begonnen met de aanpak ‘Aanval op de uitval’.

Voortgezet onderwijs
In het voortgezet onderwijs gaat het vooral om vmbo-leerlingen die van school gaan. Ook jongeren met een vmbo-diploma die niet verder leren, worden geteld als voortijdig schoolverlater, omdat het vmbo-diploma niet wordt gezien als een startkwalificatie. Jongeren moeten minimaal een opleiding hebben op mbo-2-niveau. Jongeren die na het behalen van een havo- of vwo-diploma stoppen met leren, hebben wel een startkwalificatie en worden dus niet beschouwd als voortijdig schoolverlaters.

Jongens gaan vaker voortijdig van school dan meisjes en dat geldt met name voor jongens met een niet-westerse achtergrond. De voortijdige schooluitval is het hoogst in de grote steden in Noord- en Zuid-Holland, en het laagst in Friesland, Drenthe en Overijssel.

Meer informatie

Vavo wordt opengesteld voor jongere leerlingen

Voor het vavo wordt de toegangsleeftijd verlaagd. Dat staat in een brief van minister Jet Bussemaker van OCW aan de Tweede Kamer.

Bussemaker komt tegemoet aan de wens van de Kamer om het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs open te stellen voor leerlingen die in het lopende schooljaar 18 jaar worden. Nu ligt de leeftijdsgrens voor toelating tot het vavo nog op 18 jaar, maar in de nieuwe situatie zullen dus ook leerlingen van 17 jaar naar het vavo kunnen.

Medio 2017 gaat komt een wetswijziging die de verlaging van de toegangsleeftijd mogelijk maakt. De maatregel moet schooluitval tegengaan.

Geen uitbesteding categoraal aan vavo

In de brief van de minister staat ook dat zij niet tegemoet komt aan de wens van de Kamer om het voor categorale vo-scholen mogelijk te maken leerlingen les te laten volgen in schoolsoorten binnen het vavo die de categorale school zelf niet aanbiedt.

Volgens Bussemaker zou er oneigenlijke concurrentie kunnen ontstaan als bijvoorbeeld een categorale mavo door middel van uitbesteding eveneens havo- en vwo-opleidingen kan aanbieden.

Vmbo’er pas uitschrijven na inschrijving in mbo

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW staan positief tegenover voorstellen om het aantal voortijdig schoolverlaters verder omlaag te brengen.

De VO-raad en MBO Raad kwamen met verschillende voorstellen om de schooluitval te verminderen. Een van de voorstellen is om het aanmeldmoment voor vmbo-leerlingen die naar het mbo gaan te vervroegen naar 1 mei. Bovendien zouden leerlingen zich pas kunnen uitschrijven uit het vmbo als ze staan ingeschreven in het mbo.

Verder wordt gestreefd naar de inrichting van zomerscholen of schakelvoorzieningen ter overbrugging van de lange zomerperiode. Ook moet er een ‘warme overdracht’ komen van met name kwetsbare leerlingen, waarbij indien nodig deze leerlingen langer op het vmbo blijven.

Bussemaker en Dekker schrijven in een brief aan de Tweede Kamer dat zij deze voorstellen omarmen.

Minder voortijdige schooluitval
De daling van het aantal voortijdige schoolverlaters heeft zich ook in 2012-2013 voortgezet. In het rapport Nieuwe voortijdig schoolverlaters dat het aantal vsv’ers in 2012-2013 op 27.950 lag (is 2,1 procent). Dat waren er minder dan het streefgetal van 29.500.

Vergeleken met 2001-2002 is het aantal vsv’ers fors afgenomen. Toen waren er nog 71.000 jongeren die zonder startkwalificatie van school gingen, wat overeenkwam met 5,5 procent van de leerlingen. Het is de bedoeling dat in 2014-2015 het aantal vsv’ers verder daalt naar 25.000 (2 procent).

Veel noordelijke havo’ers en vwo’ers haken af

Havo- en vwo-scholieren in Friesland en Drenthe maken opvallend vaak hun school niet af. Dat meldt het Friesch Dagblad.

Het percentage leerlingen dat afhaakt en zich inschrijft voor een mbo-opleiding ligt in de provincies Friesland en Drenthe fors hoger dan gemiddeld in Nederland. In Friesland stapt 3,6 procent en in Drenthe 4 procent zonder diploma over naar het mbo. Het landelijke gemiddelde ligt op 2,5 procent.

Utrecht en Limburg scoren met 2 respectievelijk 2,1 procent ruim onder het landelijke gemiddelde. De oorzaak van de regionale verschillen is niet duidelijk.

Vrees dat uitval toeneemt door rekentoets

De PvdA is bang dat door de verplichte rekentoets het aantal voortijdig schoolverlaters zal toenemen. Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing vindt dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW dit moet voorkomen.

De rekentoets wordt nu al in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs afgenomen, maar leerlingen die de toets niet halen, kunnen nog gewoon hun diploma halen. Vanaf het schooljaar 2015-2016 wordt het halen van de rekentoets verplicht.

Jadnanansing stelt dat het rekenonderwijs nog van onvoldoende kwaliteit is om leerlingen een eerlijke kans te geven. ‘Terwijl we bezig zijn om het aantal vroegtijdig schooluitvallers terug te dringen, dreigen we een groep gedwongen schooluitvallers te creëren’, zo citeert de Volkskrant haar.

De kwaliteit van het rekenonderwijs moet volgens haar eerst worden verbeterd, voordat de rekentoets een verplichtend karakter kan krijgen. Ze hoopt dat de verplichting nog niet in het schooljaar 2015-2016 wordt ingevoerd.