In onderwijs weinig zorg over behoud van baan

Mensen die in het onderwijs werken, behoren tot de werknemers die zich het minste zorgen maken over het behoud van hun baan. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Maakte in 2013 nog 24 procent van de mensen in het onderwijs zich zorgen over het behoud van hun baan, in 2015 was dat gedaald naar 18,1 procent.

Daarmee is het onderwijs een sector waarin relatief veel baanzekerheid wordt ervaren. Alleen in de horeca (15,4 procent) en de landbouw en visserij (12,5 procent) maken nog minder mensen zich zorgen over hun baan.

De grootste onzekerheid wordt ervaren door werknemers in de financiële sector (33,1 procent), vervoer en opslag (29,3 procent) en informatie en communicatie (28,6 procent).

Lees meer…

Landkaart laat bestuurlijke samenwerking zien

Welke schoolbesturen werken regionaal met elkaar samen om werkgelegenheid te behouden en mobiliteit te stimuleren? Dit is te zien op een landkaart die is gemaakt door het Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs.

Op de landkaart zijn regionale transfercentra en andere samenwerkingsvormen te vinden.

Werkgelegenheid: krimp in PO, groei in VO

In het primair onderwijs is de werkgelegenheid in 2015 afgenomen, terwijl het voortgezet onderwijs toen een toename van het aantal voltijdbanen heeft laten zien. Dat blijkt uit de personeelsgegevens van DUO, meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

In het primair onderwijs nam de werkgelegenheid in 2015 met ongeveer 1700 voltijdbanen af ten opzichte van 2014. ‘Deze daling wordt vooral verklaard door de dalende leerlingaantallen in het primair onderwijs’, aldus Dekker.

De afname betrof ook het totale aantal leraren jonger dan 35 jaar, maar hun relatieve aandeel groeide licht van 31,1 tot 31,2 procent. ‘Dit is een trendbreuk na jaren van daling van dit aandeel. Dat deze dalende trend is gestopt, beschouw ik als een positieve ontwikkeling’, zo schrijft de staatssecretaris.

Hij meldt verder dat in 2015 het percentage jonge pabo-afgestudeerden dat binnen een halfjaar na afstuderen een baan vindt binnen het primair onderwijs is toegenomen van 68,8 tot 70,9 procent. ‘Bovendien kreeg in 2015 ruim 38 procent van de pas afgestudeerde leraren een reguliere baan (ten opzichte van 36 procent in 2014). Het aandeel vervangingsbanen nam tussen 2014 en 2015 juist af.’

Werkgelegenheid voortgezet onderwijs

In het voortgezet onderwijs is tussen 2014 en 2015 het aantal voltijdbanen voor onderwijsgevend personeel gegroeid met ongeveer 500 fte. Deze toename hangt volgens Dekker samen met een lichte stijging van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs.

De gegroeide werkgelegenheid is vrijwel geheel ten goede gekomen van jonge leerkrachten. ‘Het relatieve aandeel jonge leraren nam in het voortgezet onderwijs de afgelopen jaren al licht toe. In 2015 is deze groei nog sterker dan voorgaande jaren’, aldus Dekker.

De staatssecretaris meldt over het voortgezet onderwijs ook dat het aandeel pas afgestudeerde vo-leraren dat direct na afstuderen een baan vindt binnen het onderwijs is toegenomen tot 59 procent. Ruim tweederde van de pas afgestudeerde vo-leraren vindt binnen een halfjaar een baan in het onderwijs.

Lees meer…

Vacatures vooral in Randstad

In de Randstad zijn de meeste vacatures in het onderwijs, in Friesland en Zeeland de minste. Dat meldt vacaturezoekmachine Adzuna.

Landelijk zijn er meer dan 4000 vacatures in het onderwijs. Meer dan 50 procent betreft de Randstad, waarbij Zuid-Holland de koploper is. Binnen die provincie zijn de meeste onderwijsvacatures in Den Haag.

Er worden ook veel docenten gezocht in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Almere.

Vacatures buiten Randstad

Zeeland en Friesland hebben slechts 2,3 procent van het aanbod. Er zijn ook weinig vacatures in Drenthe en Limburg.

De meest gevraagde vacatures in het voortgezet onderwijs zijn voor docenten wiskunde, Nederlands en Engels.

Lees meer…

 

Onderwijs heeft minder banen, maar meer vacatures

Het aantal banen in het onderwijs is in het eerste kwartaal van dit jaar met circa 1000 afgenomen ten opzichte van het laatste kwartaal van 2015. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het aantal vacatures in het onderwijs echter nam in het eerste kwartaal van dit jaar toe tot 4600. In het laatste kwartaal van vorig jaar waren het er 4100.

Als naar de gehele arbeidsmarkt wordt gekeken, waren er in het eerste kwartaal van 2016 circa 24.000 werklozen minder dan het kwartaal daarvoor. Het werkloosheidspercentage daalde daarmee van 6,7 naar 6,5 procent.

Lees meer…

 

Krimp of groei? Bekijk de regionale verschillen!

Hoe groot is de krimp van het aantal leerlingen in uw regio? Of is er juist sprake van groei? Het Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs heeft regionale verschillen in kaart gebracht.

De informatie van het Arbeidsmarktplatform PO laat bijvoorbeeld zien dat vooral in de vier grote steden veel vacatures zijn. Ook blijkt dat met name in Zuid- en Midden-Limburg en Friesland naar verhouding veel oudere leerkrachten werken die de komende jaren met pensioen gaan, terwijl het aantal pabo-afgestudeerden afneemt.

Lees meer…

Fors minder onderwijsbanen in krimpgebieden

In regio’s met demografische krimp is het aantal banen in het onderwijs van 2008 tot 2014 met 11,8 procent afgenomen. Dat is een aanmerkelijk sterkere afname dan het Nederlandse gemiddelde van 3,2 procent. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In de bedrijfstakken waar het aantal banen over heel Nederland terugliep, was de daling in de krimpgebieden naar verhouding sterker dan gemiddeld. Het onderwijs is de sector met verhoudingsgewijs het grootste verschil.

De sterke afname van het aantal banen in het onderwijs in krimpgebieden hangt volgens het CBS samen met het afnemende aantal kinderen in de basisschoolleeftijd. De komende jaren zal vooral het voortgezet onderwijs in krimpgebieden te maken krijgen met een forse daling van het aantal leerlingen.

Ondanks het afnemende aantal banen in het onderwijs, verwacht uitkeringsinstantie UWV dat er de komende jaren ook in krimpgebieden personeelstekorten ontstaan. Dat heeft te maken met de vergrijzing – veel oudere leraren gaan de komende jaren met pensioen – en het relatief geringe aantal jongeren dat voor een baan in het onderwijs kiest.

Als voorbeelden van regio’s met een sterke bevolkingskrimp noemt het CBS Oost-Groningen, Zuidoost-Drenthe, de Achterhoek, Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen.

Ondanks krimp verwacht UWV personeelstekorten

De werkgelegenheid in het onderwijs blijft de komende jaren krimpen. Tot 2020 gaat het om een krimp van 7000 voltijdbanen. Ondanks deze krimp moet het onderwijs rekening houden met een groeiend tekort aan personeel. Dit staat in de Sectorbeschrijving Onderwijs van uitkeringsinstantie UWV.

Het UWV meldt dat na een periode van groei de werkgelegenheid in het onderwijs tussen 2009 en 2013 flink terugliep door dalende leerlingenaantallen en door een moeilijke financiële positie van sommige onderwijsinstellingen.

Het primair onderwijs zag het aantal voltijdbanen met 15.000 afnemen, terwijl in het voortgezet onderwijs en het mbo samen het aantal voltijdbanen met 8000 daalde. Door de krimp werden veel (tijdelijke) contracten van onderwijspersoneel stopgezet en liep met name in het primair onderwijs het aantal WW-uitkeringen sterk op.

Minder leerlingen
Tussen 2015 en 2020 verwacht het UWV een verdere krimp van de werkgelegenheid. In het primair onderwijs gaat het om een afname van 2700 voltijdbanen, in het voortgezet onderwijs verdwijnen 4000 voltijdbanen. De daling is het gevolg van verder afnemende leerlingenaantallen, eerst in het primair onderwijs en later ook in het voortgezet onderwijs.

Ondanks de dalende werkgelegenheid zijn er in het onderwijs relatief veel vacatures. Tot 2017 zal de vacaturemarkt naar verwachting met 7 procent groeien. Het personeelsbestand in het onderwijs is sterk vergrijsd, waardoor veel ouder onderwijspersoneel de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

Substantiële lerarentekorten
Het primair onderwijs verwacht in 2017 al substantiële lerarentekorten. De uitstroom van ouder personeel wordt er niet gecompenseerd door de instroom, onder andere doordat het aantal afgestudeerde pabo-studenten terugloopt. In 2020 loopt het tekort vermoedelijk op tot 4000 voltijdbanen. Vooral in de grote steden wordt meer vraag naar onderwijskrachten verwacht.

Het voortgezet onderwijs kent nu al tekorten aan docenten exacte vakken, Nederlands en Engels. Dit biedt volgens het UWV goede kansen voor afgestudeerden van lerarenopleidingen.

Meer banen in het onderwijs

In het derde kwartaal waren er in het onderwijs 7000 banen meer dan in het tweede kwartaal, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek

De groei van het aantal banen in het onderwijs was minder groot dan bij de uitzendbureaus en in de sector ‘handel, vervoer en horeca’, maar groter dan in de zakelijke dienstverlening, cultuur en recreatie en landbouw en visserij.

De zorg is de grootste daler. Daar nam het aantal banen in het derde kwartaal met 7000 af. Ook in de financiële dienstverlening en de bouw daalde het aantal banen.

Als wordt gekeken naar het aantal vacatures, dan scoort het onderwijs magertjes. In het tweede kwartaal waren er in het onderwijs 4000 en in het derde kwartaal 3800 vacatures. De sectoren met de meeste vacatures zijn de handel, de zakelijke dienstverlening en de zorg.

Dekker gaat uit van juiste besteding extra geld

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW gaat ervan uit dat schoolbesturen het extra geld voor het behoud van jonge leraren daar daadwerkelijk voor inzetten. Hij reageert daarmee op PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma, die hem vragen had gesteld naar aanleiding van een bericht van de NOS over het geringe aantal banen voor jonge leraren.

De staatssecretaris antwoordt dat hij het niet als zijn taak ziet om schoolbesturen erop te wijzen dat zij zelf keuzes kunnen maken bij het aanstellen van jonge leraren. Hij schrijft ook dat vrijwel alle schoolbesturen het belang inzien van een gemêleerd lerarenkorps met jonge en oudere (meer ervaren) leraren.

Dekker gaat ervan uit dat de 150 miljoen euro uit het Nationaal Onderwijsakkoord die is bedoeld voor baankansen voor jonge leraren daarvoor is gebruikt. Hij wijst er echter ook op dat schoolbesturen zelf kunnen bepalen hoe zij hun middelen inzetten.

‘Dat is het gevolg van de keuze voor de lumpsumsystematiek die we met elkaar hebben gemaakt. Ik ben geen voorstander van het oormerken van dergelijke middelen. Uw Kamer heeft er ook nadrukkelijk mee ingestemd om deze middelen in te zetten via de lumpsum, zodat het niet leidt tot nieuwe administratieve lasten’, aldus Dekker.

Het is volgens hem wel belangrijk dat scholen transparant zijn en laten zien wat zij doen, ‘zodat de eigen medezeggenschapsraden en de inspectie hun controlerende taak goed uit kunnen voeren.’

Dekker zegt de Tweede Kamer toe in het najaar in de zogenoemde arbeidsmarktbrief met meer informatie te komen over de werkgelegenheid voor jonge leraren.

Zeeuws transfercentrum voor behoud werkgelegenheid

Het Transfercentrum Onderwijs Zeeland (TCOZ) is officieel per 1 juli van start gegaan. Hierin werken 23 schoolbesturen in het primair onderwijs met elkaar samen om zoveel mogelijk leraren in dienst te houden.

Zeeland heeft als krimpregio te maken met een sterke leerlingendaling. Tot 2023 verwachten de deelnemende besturen een gezamenlijke afname van ruim 2000 leerlingen. Tegelijkertijd vergrijst het personeelsbestand. Eén op de vijf Zeeuwse leraren gaat de komende jaren met pensioen. De jonge leraren die nu geen of voor slechts een beperkt aantal uren werk vinden, zijn straks dus hard nodig.

Het TCOZ is een gezamenlijke vervangingspool. Daarin zitten vaste leraren, vervangers en nieuw personeel. ‘Leraren die door de huidige leerlingendaling boventallig zijn verklaard, kunnen nu blijven werken’, zegt Rinus Voet, bestuursvoorzitter van TCOZ.

Het TCOZ is jonge leraren als vervangers aan het werven. ‘Via de vervangingspool doen zij werkervaring op en zorgen we ervoor dat jonge leraren behouden blijven voor het onderwijs. De vervangingspool biedt zo werkbehoud, werkzekerheid en werkcreatie’, aldus Voet.

Ook in andere regio’s komen regionale transfercentra, zoals in Zuid-Limburg, Groningen, Noord-Holland, het Groene Hart en Utrecht. De centra krijgen cofinanciering vanuit het sectorplan PO van het Arbeidsmarktplatform PO, het Participatiefonds en het Vervangingsfonds. Ook het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid betaalt eraan mee.

AOb mobiliseert MR’s in zoektocht naar geld voor banen

De Algemene Onderwijsbond (AOb) roept medezeggenschapsraden op aan hun schoolbesturen te vragen waaraan die het geld voor extra banen hebben besteed.

De investering werd door het kabinet gekoppeld aan 3000 extra banen voor docenten, maar tegelijkertijd werd afgesproken dat de 150 miljoen euro zou worden toegevoegd aan de lumpsumfinanciering. Dat betekent dat de schoolbesturen kunnen bepalen wat zij met het geld doen, zo benadrukte staatssecretaris Sander Dekker van OCW onlangs in de Tweede Kamer.

Hij zei toen ook ervan overtuigd te zijn dat het geld door de schoolbesturen goed is besteed. Hij wees erop dat er meer dan 8000 scholen zijn en dat het dus niet zo is dat met de investering van 150 miljoen euro er op alle scholen extra docenten kunnen zijn aangesteld.

Waar is het geld gebleven?
De AOb neemt hier geen genoegen mee. Daarom roept de bond de medezeggenschapsraden op ‘na te gaan waar het geld is gebleven’. Om de MR’s op gang te helpen, heeft de bond een interactieve kaart gemaakt, waarop staat hoeveel extra geld elk schoolbestuur voor werkgelegenheid heeft gekregen.

Lees meer…

Schoolbesturen bepalen waar zij extra geld aan besteden

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft vorig jaar afgesproken dat het aan de schoolbesturen is om te bepalen hoe zij de in totaal de 150 miljoen euro voor extra werkgelegenheid besteden. Dat werd woensdag nog eens benadrukt in de Tweede Kamer.

De investering werd gekoppeld aan 3000 extra banen voor docenten, maar tegelijkertijd werd afgesproken dat de 150 miljoen euro zou worden toegevoegd aan de lumpsumfinanciering van de scholen. Dat betekent dat de schoolbesturen, die bestedingsvrijheid hebben, kunnen bepalen wat zij met het geld doen.

Dekker zei woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamer dat hij ervan overtuigd is dat het geld goed is besteed. Vooral de oppositiepartijen SP en CDA denken dat schoolbesturen het geld veelal niet aan extra personeel hebben uitgegeven.

De staatssecretaris benadrukte in de Tweede Kamer dat er meer dan 8000 scholen zijn en dat het dus niet zo is dat met de investering van 150 miljoen euro er op alle scholen extra docenten kunnen zijn aangesteld.

Onderwijs blijft achter met aantal vacatures

Terwijl het totale aantal vacatures toeneemt, blijft de werkgelegenheid in het onderwijs achter. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het herstel op de arbeidsmarkt zet volgens het CBS in het eerste kwartaal van 2015 door, al is het in lager tempo. Het aantal banen nam per saldo toe met circa 6000 tot 9,8 miljoen, waar in het laatste kwartaal 2014 nog ongeveer 40.000 banen erbij kwamen. De werkloosheid zakte vergeleken met het vorige kwartaal met circa 2000 naar 635.000 mensen, oftewel 7,1 procent van de beroepsbevolking. Vooral jongeren vonden meer werk. De langdurige werkloosheid onder vooral 45-plussers is iets toegenomen.

Als wordt gekeken naar het onderwijs, dan valt op dat het aantal vacatures gering is. Het onderwijs is zelfs de sector met de minste vacatures: 7 per duizend banen. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2014 nam het aantal banen in het onderwijs in het eerste kwartaal van dit jaar af met ongeveer 300.

Regioverschillen op arbeidsmarkt voortgezet onderwijs

De Regionale Arbeidsmarkt Ramingen 2015-2020 zijn beschikbaar op de website van Voion, het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs.

De ramingen geven een prognose over de regionale arbeidsmarkt voor leraren in het voortgezet onderwijs voor de periode 2015-2020.

Scholen kunnen de ramingen van hun regio als benchmark gebruiken voor de werkgelegenheidsontwikkeling van hun eigen school. Ook krijgen zij per regio inzicht in het geraamde tekort voor de verschillende vakken.

Lees meer…

Regionale transfercentra voor behoud werkgelegenheid

Het Arbeidsmarktplatform PO geeft op een handig kaartje weer hoe het ervoor staat met de regionale transfercentra. Op het kaartje staat wie de contactpersonen van deze centra in oprichting zijn.

In regionale transfercentra werken schoolbesturen met elkaar samen voor behoud van werkgelegenheid in hun regio. Ze kunnen daarvoor subsidie krijgen via het Sectorplan PO. De bedoeling is om binnen een aantal maanden van de planfase over te gaan naar de startfase.

Ga naar het overzichtskaartje.

Stage in buitenland vergroot kansen vmbo’ers

Vmbo’ers moeten de kans krijgen in het buitenland een stage te volgen. Dat vergroot hun kansen op de internationale arbeidsmarkt, zegt D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen.

Spitsnieuws.nl meldt dat uit onderzoek van Stageplaza blijkt dat maar 2,7 procent van de vmbo’ers een buitenlandse stage volgt, terwijl 12 procent dat graag zou willen.

Van Meenen zei dinsdag in de Tweede Kamer dat vmbo’ers moeten worden aangemoedigd tot het volgen van een stage in het buitenland, omdat de arbeidsmarkt steeds internationaler wordt. ‘Onze vakmensen moeten we daar zo goed mogelijk op voorbereiden. Dat kan, bijvoorbeeld via uitwisselingen met gastgezinnen’, zo citeert Spitsnieuws hem.

Lees meer…

Sectorplan primair onderwijs voor 1500 banen goedgekeurd

Het sectorplan voor 1500 banen voor leerkrachten in het primair onderwijs wordt uitgevoerd. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het goedgekeurd.

Het Arbeidsmarktplatform PO en het Vervangingsfonds/Participatiefonds zijn verheugd over de goedkeuring van het sectorplan, dat bedoeld is om ontslagen van leraren te voorkomen en jonge leraren aan te trekken.

Het is de bedoeling dat er minimaal 1500 extra onderwijsbanen ontstaan. Hiermee loopt het plan vooruit op de situatie na 2016. Veel oudere leraren gaan dan met pensioen, waardoor er ondanks dalende leerlingenaantallen personeeltekorten worden verwacht.

In het sectorplan staan drie punten centraal:

  1. Regionale transfercentra voor bemiddeling van werk naar werk in die regio’s waar nog tot 2020 krimp zal zijn. Daarmee kan de sector minimaal 840 boventallige personeelsleden behouden en wordt hun instroom in de WW voorkomen.
  2. Landelijke mobiliteitstools voor de transfercentra en andere samenwerkingsverbanden van schoolbesturen elders in het land. Voorbeelden zijn een ‘helpdesk mobiliteit’ en een ‘PO-makelaar’.
  3. Hogere instroom van jongere leraren en onderwijsondersteuners door bijvoorbeeld oudere collega’s andere taken te geven naast het lesgeven. Schoolbesturen nemen dan onder andere – ook – additioneel een jonge werkloze leraar in dienst.

De uitvoering van het plan vindt in twee jaar tijd plaats. Het is aan de schoolbesturen zelf om van de subsidiemogelijkheden en tools van het sectorplan gebruik te maken. Met de uitvoering ervan is 16,5 miljoen euro gemoeid.

Lees meer…

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Minder werkgelegenheid, vooral in primair onderwijs

In het primair en voortgezet onderwijs zijn er ten opzichte van vorig schooljaar ongeveer 2800 voltijdsbanen minder. Dat blijkt uit cijfers van het ministerie van OCW. De PO-Raad stelt dat het om verouderde gegevens gaat.

Vooral in het basisonderwijs neemt het personeelsbestand af. Het gaat om een afname van 2400 fulltimebanen vergeleken met vorig schooljaar. Dat komt overeen met een daling van 2,5 procent. Het leerlingenaantal nam af met 1,4 procent.

In het voortgezet onderwijs was er een daling te zien van 400 fulltimebanen, vooral bij directie en docenten. Dat is een afname van 0,5 procent. Het aantal leerlingen daarentegen nam met 1,1 procent toe.

Extra geld
De PO-Raad stelt dat het gaat om verouderde gegevens. ‘In de berichten worden de cijfers van 1 oktober 2013 vergeleken met die van 1 oktober 2012. Dit betekent in feite dat is uitgegaan van de formatieplannen die schoolbesturen voor 1 mei 2013 moesten vaststellen’, aldus de sectororganisatie.

Het extra geld voor het onderwijs op grond van het Nationaal Onderwijsakkoord en het Herfstakkoord is bedoeld om de negatieve werkgelegenheidseffecten teniet te doen. ‘Wat de werkelijke personele gevolgen zijn van alle maatregelen, wordt in oktober en het jaar erop pas zichtbaar’, zo meldt de PO-Raad.

Hoe trekt u de arbeidsmarkt vlot?

Schoolbesturen in het voortgezet onderwijs kunnen tot 1 april een deelplan voor het sectorplan Ruimte voor de regio indienen bij het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds Voion. Dat bundelt de deelplannen tot één sectorplan en vraagt op basis van de Regeling cofinanciering sectorplannen subsidie aan bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De sociale partners in het voortgezet onderwijs hebben in december jongstleden een sectorplan ingediend bij het ministerie van SZW. Met dit plan willen de partijen een aantal knelpunten op de arbeidsmarkt van het voortgezet onderwijs oplossen. In april wordt de beslissing van het ministerie van SZW verwacht over de mogelijke toekenning van subsidie voor dit plan. Voion voert het sectorplan uit.

Omdat de analyse van de vo-arbeidsmarkt laat zien dat knelpunten vaak lokaal en regionaal zijn, krijgen schoolbesturen nu de mogelijkheid om eigen deelplannen te maken. Denkt u bijvoorbeeld aan plannen op het gebied van scholingstrajecten, mobiliteitsactiviteiten of duurzame inzetbaarheid.

De gebundelde deelplannen worden in het tweede tijdvak van de regeling, dat loopt van 1 april tot en met 31 mei, ingediend bij het ministerie van SZW. Sociale partners roepen schoolbesturen op om voor 1 april deelplannen in te dienen om zo een bijdrage te leveren aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt.

Informatiebijeenkomst
Voor scholen die overwegen een deelplan in te dienen, organiseert Voion op 13 maart in Utrecht een gratis informatiebijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst worden voorbeelden gegeven van mogelijke maatregelen voor een deelplan en is er gelegenheid om vragen te stellen over het indienen van een deelplan. Ook is er gelegenheid om met collega’s uit de sector ideeën uit te wisselen.

Ideeënbus voor behoud werkgelegenheid

Hoe kunnen we in het primair onderwijs werkgelegenheid veiligstellen? Uw ideeën zijn meer dan welkom bij het Arbeidsmarktplatform PO.

In het kader van het Sociaal Akkoord heeft het kabinet vorig jaar de Regeling cofinanciering sectorplannen in het leven geroepen. Deze regeling is bedoeld om werkzekerheid te bieden en werkloosheid te voorkomen. Sociale partners kunnen voor sectorplannen cofinanciering aanvragen.

Het Arbeidsmarktplatform PO roept schoolbesturen in het primair onderwijs op om deelplannen in te leveren. Dat kan nog tot 14 maart. De ideeën worden gebundeld en vervolgens als het sectorplan ‘Regio aan zet’ bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingediend.

Lees meer op de website van het Arbeidsmarktplatform PO.