Dekker verklaart aannamebeleid Den Haag illegaal

De gemeente Den Haag en de schoolbesturen in die stad moeten hun gezamenlijke aannamebeleid aanpassen, omdat het niet voldoet aan de Wet op het primair onderwijs (WPO). Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen van de VVD.

VVD-Kamerlid Karin Straus wilde de mening van Dekker over het beleid in Den Haag dat ouders hun kind vóór de leeftijd van drie jaar moeten aanmelden bij een basisschool. De staatssecretaris wijst er in zijn antwoorden op dat dit niet strookt met de Wet op het primair onderwijs (WPO). In artikel 40 staat dat ouders een kind kunnen aanmelden vanaf de dag waarop het kind de leeftijd van drie jaar bereikt. ‘Dus niet daarvoor’, aldus de staatssecretaris.

Het is volgens hem ook niet in lijn met de wet dat ouders bij de aanmelding van hun kind slechts één school mogen aangeven. In hetzelfde artikel 40 van de WPO staat dat ze voor meer scholen mogen kiezen. Ze moeten dit dan wel aangeven aan de betreffende scholen. ‘Schoolbesturen mogen onderling geen afspraken maken die deze mogelijkheid verbieden’, schrijft Dekker.

Hij benadrukt dat het Haagse convenant ‘moet worden aangepast op een manier dat het binnen de kaders van de WPO past’. De gemeente Den Haag en de deelnemende schoolbesturen zijn volgens hem op zoek naar ‘een passende oplossing’.

Lees meer…

Ook openbaar schoolbestuur mag IKC in stand houden

In een rapport van onder andere de Inspectie van het Onderwijs wordt herbevestigd dat een bestuur voor openbaar onderwijs integrale voorzieningen in stand kan houden.

In de Rapportage afstemming toezicht op geïntegreerde voorzieningen voor onderwijs en opvang, die op verzoek van de ministeries van OCW en SZW door onder andere de Inspectie van het Onderwijs is opgesteld, wordt onder andere ingegaan op artikel 48, vierde lid van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Daarin staat dat schoolbesturen voor openbaar onderwijs geen andere activiteiten dan onderwijs mogen aanbieden.

De bepaling is niet van toepassing op het bijzonder onderwijs. Tot nu deed zich daardoor het probleem voor dat het bijzonder onderwijs werd bevoordeeld ten opzichte van het openbaar onderwijs. VOS/ABB heeft daarom intensief gelobbyd voor een ruimere interpretatie van het wetsartikel, opdat ook openbare schoolbesturen integrale voorzieningen in stand kunnen houden, waarin onderwijs en kinderopvang samenkomen.

In juli liet staatssecretaris Sander Dekker van OCW in zijn Kamerbrief over een moderne interpretatie van de vrijheid van onderwijs weten dat hij de bepaling inderdaad ruimer interpreteert, zoals door VOS/ABB is bepleit.

Dit wordt nu herbevestigd in het rapport van onder andere de Inspectie van het Onderwijs:

‘Volgens artikel 48, vierde lid WPO, mogen schoolbesturen openbaar onderwijs geen andere activiteiten dan onderwijs aanbieden. Dit vormt voor integrale voorzieningen onder een bestuur voor openbaar onderwijs een belemmering om één rechtspersoon te vormen. Dit knelpunt is inmiddels opgelost. Staatssecretaris Dekker heeft (…) aangegeven een ruime interpretatie van artikel 48, vierde lid WPO te hanteren, waardoor dit verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs is weggenomen.’

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wat mag wel/niet met geld uit lumpsum?

Hoe strikt moet artikel 148 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) over de lumpsumfinanciering worden uitgelegd? De Helpdesk van VOS/ABB krijgt die vraag geregeld voorgelegd.

Schoolbesturen in het primair onderwijs worstelen nogal eens met de vraag of zij geld uit de lumpsum anders mogen besteden dan strikt genomen in artikel 148 staat vermeld. Vaak hebben die vragen betrekking op onderwijshuisvesting.

Er was al eens onduidelijkheid over geld uit de lumpsum dat werd gebruikt voor leerlingenvervoer. In 2013 maakte de Raad van State een einde aan die onduidelijkheid: lumpsumgeld is niet bedoeld voor het vervoer van leerlingen.

Nieuwbouw
In januari jongstleden heeft de rechtbank Noord-Holland bepaald dat lumpsumgeld ook niet mag worden gebruikt voor nieuwbouw. Deze uitspraak ging over een geschil over een convenant tussen de gemeente Zaanstad en de onderwijsstichting Zaan Primair.

In dat convenant was een bepaling opgenomen voor een financiële bijdrage van het schoolbestuur aan nieuwbouw. De stichting liet echter aan de gemeente weten op basis van de WPO niet tot naleving van dit onderdeel van het convenant te kunnen voldoen.

De rechtbank bevestigt dat de lumpsumfinanciering moet worden besteed aan personele kosten en kosten van materiële instandhouding. Artikel 91 van de WPO bepaalt dat gemeenten zorg dragen voor de voorziening in de huisvesting.

De enige uitzondering op dit uitgangspunt vormen aanvullende uitgaven op het gebied van huisvesting die worden gefinancierd uit reserves die zijn opgebouwd vóór 1 augustus 2006 of uit privévermogen. Daarvan was in de betreffende kwestie geen sprake.

De bepaling uit het convenant is nietig verklaard, omdat die in strijd was met de wet. De gemeente kan nakoming van de bepaling dus niet vorderen.

De conclusie op grond van het voorgaande is dat de bestedingsmogelijkheden zoals genoemd in artikel 148 van de WPO strikt worden uitgelegd. Het aanwenden van lumpumgeld voor nieuwbouw valt daarbuiten.

Verruiming?
Het is mogelijk dat het investeringverbod voor huisvesting minder strikt wordt. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft in december jongstleden laten weten dat hij daar mogelijk toe bereid is als er sprake is van terugverdieneffecten.

Als de PO-Raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hierover afspraken maken, dan is Dekker bereid te onderzoeken wat er wettelijk mogelijk is. Er zou dan in elk geval aan de volgende voorwaarden moeten worden voldaan:

  • Schoolbesturen mogen alleen investeren in zaken die boven de eisen van het Bouwbesluit uitgaan;
  • De investeringen van schoolbesturen moeten beperkt blijven tot investeringen ter voorkoming van onnodige financiële risico’s;
  • Duidelijk moet zijn binnen welke termijn schoolbesturen hun investering terugverdienen.

Het is nog niet duidelijk of en zo ja wanneer de mogelijkheden worden verruimd. Tot die tijd is een strikte uitleg van artikel 148 van de WPO het uitgangspunt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Met truc kan opheffing openbare school in augustus 2014

Het is mogelijk om een basisschool van een verzelfstandigd bestuur voor openbaar primair onderwijs met ingang van 1 augustus 2014 op te heffen, maar dat gaat niet zomaar. Het ministerie van OCW meldt dat de medezeggenschapsraad met een bepaalde truc moet instemmen, omdat die ‘juridisch niet helemaal is dichtgetimmerd’. 

Het ministerie laat aan VOS/ABB weten dat ‘strikt juridisch genomen naar de letter van de wet’ niemand bevoegd is om een openbare school van een verzelfstandigd bestuur op te heffen met ingang van 1 augustus 2014.

Dit heeft te maken met het feit dat door de inwerkingtreding per 1 januari 2014 van het nieuwe artikel 159 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) de gemeente niet meer bevoegd is tot de vrijwillige opheffing van een dergelijke school. Tevens geldt dat het verzelfstandigde schoolbestuur nog niet bevoegd is tot opheffing per 1 augustus 2014.

Het ministerie van OCW meldt in een mailwisseling met VOS/ABB dat verzelfstandigde schoolbesturen voor openbaar onderiwjs ‘op grond van het nieuwe artikel alleen vóór 1 augustus 2014 een besluit kunnen nemen dat ze de school per 1 augustus 2015 willen sluiten’. Daarbij geldt dat de gemeente tot 1 februari 2015 de tijd heeft om de openbare basisschool over te nemen.

Het ministerie erkent dat dit ‘een wat onhandige situatie’ is. Achteraf bezien was het volgens OCW beter geweest als er in overgangsrecht voor deze situatie was voorzien, maar dat is dus niet gebeurd.

Het volgende is nu de te volgen weg, meldt het ministerie, om opheffing van een openbare basisschool alsnog per 1 augustus 2014 mogelijk te maken: de openbare rechtspersoon neemt een besluit tot opheffing > de gemeenteraad stemt hiermee in > de gemeenteraad neem het besluit de school niet zelf in stand te houden.

‘De intentie van het nieuwe artikel 159 blijft overeind – we wijken alleen af van de termijnen die in dit nieuwe artikel genoemd zijn’, aldus het ministerie.

OCW wijst nog op twee aandachtspunten:

  • In zowel de oude als de nieuwe situatie mag een school niet gesloten worden als het de laatste openbare school in een straal van 10 km is.
  • Omdat het juridisch niet helemaal is dichtgetimmerd, is het van belang te weten of ook de medezeggenschapsraad het met sluiting van de school eens is. Anders valt niet te voorzien hoe de situatie uitpakt als de MR hiertegen bezwaar maakt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wetswijzigingen ten gunste van openbaar onderwijs

De Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op de expertisecentra (WEC) worden op drie voor het openbaar onderwijs belangrijke punten gewijzigd. De door staatssecretaris Sander Dekker van OCW voorgestelde wetswijzigingen zijn na advies van de Raad van State ingediend bij de Tweede Kamer.

De drie punten waarop de WPO en de WEC worden gewijzigd, zijn de afgelopen jaren door VOS/ABB geregeld onder de aandacht gebracht bij kabinet en parlement. VOS/ABB is dan ook verheugd over het feit dat de wetswijzigingen nu ter goedkeuring bij de Tweede Kamer liggen.

Niet meer via college van B&W
Zo krijgt een stichting voor openbaar onderwijs het recht om bij de gemeenteraad een verzoek in te dienen tot het stichten van een nieuwe openbare basisschool. Tot nu toe moet hiervoor de weg via het college van B&W worden bewandeld, waardoor het openbaar onderwijs afhankelijk is van de politieke medewerking van het college. De nieuwe situatie, waarin de stichting zich tot de gemeenteraad zal kunnen wenden, doet recht aan de bestuurlijke zelfstandigheid van het openbaar onderwijs en aan de lokale democratie.

Bovenstaande situatie heeft gespeeld in het Limburgse dorp Maasbree in de gemeente Peel en Maas. Daar wilde het bij VOS/ABB aangesloten bestuur Akkoord! op verzoek van een groep ouders een openbare basisschool stichten. Dit initiatief kwam niet van de grond doordat er destijds van het college van B&W onvoldoende medewerking was, terwijl de gemeenteraad er wel sympathie voor had.

Openhouden? Gemeente betaalt!
De wet wordt ook gewijzigd op het punt dat een stichting voor openbaar onderwijs zelf mag beslissen om een openbare school op te heffen. De gemeenteraad kan vervolgens besluiten dat de gemeente deze school zelf in stand houdt. Hiermee wordt voorkomen dat het schoolbestuur wordt geconfronteerd met de financieel  onverantwoorde situatie om een school tegen beter weten in open te houden, alleen omdat de gemeenteraad dat zo graag wil.

Een voorbeeld van zo’n situatie deed zich in april 2011 voor in de gemeente Franekeradeel. De gemeenteraad besloot dat het openbare basisschooltje Moskeflapper in het dorp Herbaijum open moest blijven. Dit was een succes voor het actiecomité in het dorp, dat de school per se open wilde houden. Het comité kreeg steun van de Friese weerman Piet Paulusma. De bij VOS/ABB aangesloten stichting Radius wilde het schooltje sluiten, en kreeg door het besluit van de gemeenteraad de rekening gepresenteerd.

Steve Jobsscholen
De derde wijziging betreft het recht van ouders om onder bepaalde voorwaarden het initiatief te nemen tot het stichten van een nieuwe openbare school. Het komt erop neer dat dit in de WPO en de WEC wordt geregeld zoals het ooit was vastgelegd in de Lager onderwijswet. Deze wijziging kan gunstig zijn voor de zogenoemde Steve Jobsscholen van Maurice de Hond.

In de huidige situatie is het vrijwel onmogelijk om deze nieuw op te richten scholen, die het onderwijs via de iPad centraal stellen, openbaar te maken. Zodra de wetswijziging voor het initiatiefrecht van ouders is doorgevoerd, wordt dat makkelijker.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl