Toegang tot onderwijs beïnvloedt inkomens(on)gelijkheid

Als het onderwijs voor de burger duurder wordt, kan dit de economische ongelijkheid vergroten. Dat staat in de verkenning Hoe ongelijk is Nederland? van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

De WRR verwijst voor de kosten van het onderwijs voor de burger naar de zogenoemde tertiaire inkomensverdeling door de verzorgingsstaat. In die verdeling wordt de toegang tot publieke voorzieningen zoals het onderwijs meegenomen.

De tertiaire inkomensverdeling is van invloed op de samenleving, zo staat in de WRR-verkenning, omdat de toegang tot het onderwijs zijn weerslag kan hebben op de toekomstige inkomensverdeling. ‘Anders gezegd: een hoger prijskaartje aan (…) het onderwijs kan de inkomensongelijkheid vergroten.’

Toenemende inkomensongelijkheid, zoals de WRR die in Nederland signaleert, kan er vervolgens toe leiden dat er minder wordt geïnvesteerd in menselijk kapitaal, waartoe investeringen in het onderwijs worden gerekend. Dit kan weer leiden tot minder economische groei, wat weer een versterkende negatieve invloed kan hebben op de investeringen in menselijk kapitaal.

De WRR verwijst hierbij naar theorieën van vooraanstaande economen.

‘Docent krijgt waardering die past bij uitdaging’

‘Als docent krijg je een uitdaging van formaat en de waardering die daarbij past.’ Dat staat in de reactie van het kabinet op het advies Naar een lerende economie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

De waardering van docenten uit zich volgens het kabinet in vertrouwen, status en arbeidsvoorwaarden. ‘Het in de spotlight zetten van excellente, inspirerende leraren kan daarbij katalyserend werken. Wij geven met de verdere uitwerking van de Lerarenagenda invulling aan die ambities’, zo melden de ministers Jet Bussemaker van OCW en Henk Kamp van Economische Zaken in hun reactie.

De ministers gaan ook in op de openheid die volgens hen in het onderwijs groter moet worden. ‘Onderwijsinstellingen en docenten leren nog onvoldoende van elkaar en hun omgeving. Het onderwijsveld moet zelf deze verantwoordelijkheid nog meer nemen.’

Bussemaker en Kamp schrijven voorts dat het onderwijsstelsel en de daarbij horende regelgeving ruimte moeten bieden om verbeteringen te realiseren. ‘Het kabinet gaat daarbij uit van verdiend vertrouwen en ruimte voor de professional’, aldus de ministers.

Digitaal
Over het gebruik van ICT in onderwijs, stellen ze dat op dit gebied nog veel mogelijkheden niet worden benut. ‘De stijgende lijn en alle goede initiatieven ten spijt wordt ICT nog steeds onvoldoende gebruikt als een instrument om de grote uitdagingen van het onderwijs aan te gaan.’

Dit is de reden, zo benadrukken ze, waarom het kabinet vorig jaar het startsein heeft gegeven voor het Doorbraakproject ICT en onderwijs. Dit project richt zich in eerste instantie op het beschikbaar krijgen van voldoende aantrekkelijke digitale leermiddelen.

WRR: Nederland moet onderwijs versterken

Nederland moet zijn onderwijs versterken om ook in de toekomst een welvarend land te blijven. Dat concludeert de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

De WRR voorziet dat de Nederlandse economie in de toekomst internationaal gezien kan verzwakken. Dit hangt samen met de cocurrentiekracht van lagelonenlanden die zich ontwikkelen tot toonaangevende kenniseconomieën. Als Nederland wil blijven meedoen, moet het meer doen dan innoveren. Er is volgens de WRR in een lerende economie een permanent proces nodig ‘van schaven en bijstellen waarbij iedereen betrokken is’.

Het onderwijs heeft hierin een essentiële rol. De WRR merkt op dat het Nederlandse onderwijs altijd goed is geweest, maar ‘inmiddels voorzichtig achteruitgaat’.  Dat heeft onder andere te maken met het gedaalde opleidingsniveau van de gemiddelde leraar in het primair en voortgezet onderwijs. ‘Minder dan de helft van de basisscholen voldoet aan de belangrijkste kwaliteitsnormen, en op middelbare scholen wordt meer dan één op de vijf lessen gegeven door een onbevoegde docent.’ Dit steekt volgens de WRR schril af tegen de situatie in andere West-Europese landen.

De WRR merkt hierbij op dat Nederland nog meer dan omringende landen sterk afhankelijk is van goed onderwijs vanwege zijn heterogene economische structuur. Er moet daarom meer aandacht komen voor onderwijsaanpassingen. Onderdeel daarvan zou volgens de WRR behoren te zijn dat het basis- en voortgezet onderwijs werkt met universitair geschoolde leraren.

Lees het WRR-rapport Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland.