Dekker geeft uitleg over fusie in Zuid-Limburg

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft aan de Tweede Kamer uitleg gegeven over een bestuurlijke fusie in Zuid-Limburg. Hoewel die fusie niet voldoet aan de eisen die daarover in de wet staan, heeft Dekker er zijn goedkeuring aan gegeven.

Het gaat om de voorgenomen bestuurlijke fusie tussen Stichting Katholiek Onderwijs Mergelland en de Stichting jong Leren voor onder andere openbaar primair onderwijs. De Commissie Fusietoets (CFTO) oordeelde negatief over deze fusie, omdat die niet voldeed aan artikel 64c van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Dit artikel bepaalt dat een bestuurlijke fusie mag als een school met opheffing wordt bedreigd. Daarvan is in dit geval geen sprake.

De staatssecretaris laat weten dat inderdaad niet is voldaan aan artikel 64c WPO, maar dat hij desalniettemin tot een ander besluit is gekomen dan de CFTO. Duurzame kwaliteitsborging is voor hem belangrijker dan het tegengaan van schaalvergroting, het behoud van keuzevrijheid en het in stand houden van het duale onderwijsaanbod.

‘In betreffende regio zijn de gevolgen van demografische krimp in het basisonderwijs zeer sterk voelbaar. Dat brengt risico’s met zich mee voor de kwaliteit van het onderwijsaanbod in zijn geheel in deze regio. De fusie had als belangrijkste motief om de kwaliteit duurzaam te kunnen borgen tegen deze achtergrond’, aldus Dekker.

De voorgenomen fusie had als bijzonder kenmerk dat die onderdeel was van een regionaal plan met als doel een optimale spreiding van het onderwijsaanbod over de regio met behoud van kwaliteit. ‘Juist een dergelijke regionale samenwerking, waarbij er een visie is op welke scholen in stand moeten blijven in plaats van dat er wordt afgewacht welke scholen moeten sluiten, zorgt voor het behoud van een verantwoord onderwijsaanbod en daarmee keuzevrijheid’, zo stelt de staatssecretaris.

In het Regeerakkoord staat dat in gebieden met demografische krimp alle vormen van samenwerking mogelijk moeten zijn. Denominatie noch fusietoets mag daarbij in de weg staan. De reden waarom de regering dit mogelijk wil maken, sluit volgens Dekker aan op een optimale spreiding van het onderwijsaanbod over de regio met behoud van de kwaliteit.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Zuid-Limburg ziet ouderinitiatief krimp niet zitten

De gezamenlijke schoolbesturen voor primair onderwijs in Zuid-Limburg zien geen heil in het initiatief om ouders in dorpen het bestuur van hun basisschool te laten overnemen. Het Zeeuwse PvdA-lid Jan Schuurman Hess denkt dat op die manier kleine basisscholen overeind kunnen blijven.

Schuurman Hess stelt voor om kleine basisscholen op het platteland onder te brengen in coöperaties van ouders. Die coöperaties zouden kunnen bestaan uit schooltjes verspreid over het land. In een gezamenlijke brief aan de vaste Kamercommissie voor OCW schrijven de Zuid-Limburgse schoolbesturen dat zij dit een sympathiek plan vinden ‘mede door de grotere participatie van ouders’, maar ook dat ze betwijfelen of het een duurzaam concept is.

De twijfel van de Zuid-Limburgers heeft te maken met de afnemende inkomsten voor de schoolbesturen als gevolg van dalende leerlingenaantallen door demografische krimp, de toenemende onderwijskwaliteit die van de scholen wordt verwacht en de invoering van de Wet passend onderwijs per 1 augustus 2014. De verevening die aan dat laatste is gekoppeld, pakt voor de schoolbesturen in Zuid-Limburg negatief uit.

De schoolbesturen schrijven aan de Tweede Kamer dat zij ‘vanuit het gemeenschappelijke belang voor een duurzame en kwalitatief hoogstaande onderwijsinfrastructuur’ met elkaar samenwerken om op een positieve manier om te gaan met de gevolgen van demografische krimp. Ze gaan met de drie grote gemeenten in hun regio, de provincie Limburg en het ministerie van Binnenlandse Zaken de Transitieatlas Zuid-Limburg opstellen, met als doel ‘toekomstbestendige basisscholen’.

De Zuid-Limburgse schoolbesturen vrezen dat het plan van Schuurman Hess ‘afbreuk doet aan de inspanningen die ouders, schoolteams, besturen en gemeenten doen om te komen tot een verantwoord aanbod van basisonderwijs nu en morgen’. Uitvoering van het Zeeuwse plan zou ertoe leiden dat voor Zuid-Limburg de klok werd teruggedraaid. De besturen vragen de vaste Kamercommissie ‘eenduidige politieke signalen’ om ervoor te zorgen dat het plan van Schuurman Hess in elk geval voor Zuid-Limburg geen realiteit wordt.

Pragmatische stap naar verlaten duale bestel

Een aanstaande bestuursfusie in Zuid-Limburg laat zien dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW onderwijskwaliteit belangrijker vindt dan behoud van het duale bestel. Dat is een goede ontwikkeling, zeker voor regio’s waar het onderwijs de gevolgen van demografische krimp voelt.

De staatssecretaris gaf afgelopen mei in basisschool Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk, waar openbaar en protestants-christelijk onderwijs met elkaar samenwerken, zijn visie op de aanpak van de gevolgen van krimp. Hij benadrukte toen dat in de specifieke aanpak per regio samenwerking tussen verschillende schoolbesturen centraal moet staan.

Dat samenwerking niet vrijblijvend is, bleek uit zijn plan om de kleinescholentoeslag af te bouwen, omdat die wordt gezien als obstakel dat samenwerking in de weg zit. In plaats daarvan moet er een financiële prikkel komen om scholen tot elkaar te brengen.

Gelijkwaardige positie
Dekker beantwoordde in zijn beleidsvisie in positieve zin een aantal verzoeken van VOS/ABB om de bestuurlijke positie van het openbaar onderwijs gelijk te stellen aan die van het bijzonder onderwijs. Die gelijkwaardigheid is nodig voor een adequate aanpak van de krimpproblematiek.

De versoepeling van de fusietoets was een ander positief element uit de krimpvisie van Dekker. Van onze leden vernemen wij geregeld dat de fusietoets samenwerking in de regio tegenwerkt. Het voorstel van de staatssecretaris om in het primair onderwijs de grens voor de fusietoets te verhogen van 10 naar 30 scholen en in het voortgezet onderwijs de grens op 20 scholen te leggen, is een goede ontwikkeling.

Nú in actie komen!
Voordat de plannen van Dekker kunnen worden uitgevoerd, moet eerst de wet worden gewijzigd. De datum 1 augustus 2016 is uitgangspunt voor inwerkingtreding van wijzigingsvoorstellen. Het democratische proces in een rechtsstaat als de onze heeft tijd nodig. De krimpproblematiek vraag echter nú om actie en niet pas over een paar jaar, want dan is het voor veel kleine scholen al te laat.

De staatssecretaris ziet dat ook. Daarom is hij amper een maand na de openbaarmaking van zijn krimpvisie al wetsoverstijgend in actie gekomen. In Zuid-Limburg is een bestuurlijke fusie aanstaande tussen een samenwerkingsbestuur met openbare en bijzonder-neutrale scholen enerzijds en een katholiek schoolbestuur anderzijds. Het betreft opnieuw de vorming van een samenwerkingsbestuur.

Wettelijke eisen
Hiervoor dient eerst te worden voldaan aan de eisen van de vorming van een samenwerkingsbestuur, waarna de fusietoets volgt. Voorwaarde voor goedkeuring is dat met de fusie de opheffing van één of meer scholen wordt voorkomen. Alleen in dat geval biedt de wet ruimte om bijzonder en openbaar onderwijs onder één bestuurlijk dak te brengen.

In de Zuid-Limburgse casus is niet voldaan aan die belangrijke eis: de fusie zelf redt geen scholen die met opheffing worden bedreigd. De Commissie Fusietoets oordeelde dan ook negatief. De staatssecretaris gaf toch zijn goedkeuring voor de fusie, omdat hij het noodzakelijk vindt om nú actie te ondernemen. Hij stelt in zijn besluit:

Duurzame kwaliteitsborging is het belangrijkste motief voor de fusie en dat belang weegt voor mij zwaarder dan het algemene belang van het tegengaan van schaalvergroting, het behoud van keuzevrijheid en het in stand houden van het duale onderwijsaanbod met de scheiding tussen openbaar en bijzonder onderwijs.

VOS/ABB is blij met dit besluit, en wel om twee redenen. Ten eerste laat de staatsecretaris zien dat hij de urgentie van de krimpaanpak erkent en daarnaar wil handelen. Zijn beleidsvisie heeft hij als uitgangspunt genomen en naast de specifieke omstandigheden van het geval gelegd. Via een belangenafweging, zonder de wet (geheel) los te laten, heeft hij de situatie bekeken en daarover een zorgvuldig oordeel geveld. Hij heeft een handvat gevonden voor de aanpak van krimp en geeft dat mee aan het onderwijsveld.

Ten tweede is het positief dat Dekker het uitgangspunt van kwaliteitsborging boven het duale bestel plaatst. Dit punt sluit aan bij de visie van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs, dat we naar het concept ‘school’ moeten streven. Dit concept stijgt boven de denominaties uit.

Verlaten duale bestel
De krimpvisie van Dekker, de visie van het kabinet op artikel 23 van de Grondwet (onder andere richtingvrij plannen) en de beslissing tot goedkeuring van de Zuid-Limburgse besturenfusie geven een eenduidig beeld: dit kabinet is de weg opgegaan naar het verlaten van het duale bestel.

Het is schoolbesturen aan te raden het besluit van Dekker erop na te slaan om te bezien of zij dit kunnen gebruiken voor aanstaande fusies die eerst kansloos leken vanwege de wettelijke bepalingen. De visie van de staatssecretaris en het daarop gebaseerde besluit over de fusie in Zuid-Limburg bieden de mogelijkheid om krimp denominatie-overstijgend en daarmee slagvaardig aan te pakken.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB