Zwembadpersoneel overbelast: veiligheid in geding

Personeel in zwembaden staat onder te hoge werkdruk. Daardoor is er niet altijd voldoende toezicht, waardoor de veiligheid in het geding is. Dat meldt FNV Sport en Bewegen op basis van een enquête onder badmeesters en -juffen.

De vakbond verwijst naar een verdrinking in zwembad ’t Gastland in Rhenen. Daar verdronk in 2015 tijdens het schoolzwemmen een 9-jarig Syrisch meisje dat op een basisschool in die plaats zat. Zij kon nog niet zwemmen.

De tragische verdrinking leidde tot een rechtszaak. Drie zwemleraren werden veroordeeld tot taakstraffen, omdat zij onvoldoende toezicht zouden hebben gehouden. Zij gingen in hoger beroep, omdat ze vinden dat de schuld voor de dood van het meisje niet bij hen ligt, maar bij de school.

Lees meer…

Zwemleraren: school verantwoordelijk voor verdrinking

De drie veroordeelde zwemleraren van het zwembad in Rhenen waar in 2015 het Syrische meisje Salam is verdronken, leggen de verantwoordelijkheid voor haar dood bij haar school. De zwemleraren gaan daarom tegen hun veroordeling in beroep.

De advocaten Mariska Pekkeriet en Anno Huisman staan de zwemleraren juridisch bij. Hun cliënten kunnen zich niet vinden in het oordeel van de rechtbank in Utrecht dat zij schuld hebben aan de dood van het toen 9-jarige meisje, zo staat op de website van het kantoor Vlug Huisman Maarsingh.

Zwemleraren niet verantwoordelijk

De advocaten stellen dat het waarschijnlijk is dat Salam, die niet kon zwemmen, in het diepe bassin is terechtgekomen ná het douchen na afloop van de zwemles. Het moment van overdracht van de leerlingen is belangrijk, benadrukken zij, omdat het een schoolzwemles betrof. ‘Het moment dat de kinderen gaan douchen is het moment van overdracht van verantwoordelijkheden aan de school’, aldus de advocaten.

De rechtbank sprak de betrokken twee leraren van de school vrij, omdat de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het schoolzwemmen primair bij de zwemleraren lag. Wel oordeelde de rechtbank dat de leraren een fout hebben gemaakt door onvoldoende zicht te houden op Salam, maar dit betekent volgens de rechtbank niet dat er bij hen in strafrechtelijke zin sprake is van schuld.

De drie zwemleraren werden elk veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur.

Leerkrachten vrijgesproken van dood door schuld

De rechtbank in Utrecht heeft twee leerkrachten vrijgesproken van de basisschool waar het verdronken Syrische meisje Salam op zat. Drie zwemleraren van het zwembad in Rhenen waar het ongeluk gebeurde, zijn wel veroordeeld voor dood door schuld.

Salam kon niet zwemmen en had samen met een klasgenootje les in het ondiepe bad. Aan het einde van het schoolzwemmen mochten alle kinderen vrij zwemmen. Daarna gingen de leerkrachten van de school en kinderen naar de kleedkamer.

De rechtbank stelt dat ook vanaf dat moment er steeds iemand aanwezig is geweest bij het diepe bad. Dit sluit uit dat Salam vanuit de kleedkamers is teruggelopen naar het diepe bad. Zij is tijdens of direct aansluitend op het vrij zwemmen verdronken.

Verantwoordelijkheid bij zwmeleraren

Volgens de rechtbank lag de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het schoolzwemmen primair bij de zwemleraren. ‘Door een gebrek aan waakzaamheid en een gebrek aan communicatie zijn zij in meerdere opzichten tekortgeschoten in het toezicht. De dood van Salam was een ongeluk, maar wel een ongeluk dat voorkomen had kunnen worden als minder op ervaring en routine was gevaren en beter was gecommuniceerd tussen alle toezichthouders’, zo meldt de rechtbank.

Omdat de zwemleraren er na de ontdekking van Salam in het diepe bad alles aan hebben gedaan om haar nog te redden, zij het ongeluk als traumatisch ervaren en zij de rest van hun leven met zich meedragen dat er tijdens hun toezicht een meisje is verdronken, heeft de rechtbank hun taakstraffen van 60 uur op. Er waren taakstraffen van 120 uur geëist.

Leerkrachten vrijgesproken

De leerkrachten van de school zijn vrijgesproken, hoewel de rechtbank oordeelt dat zij wel een fout hebben gemaakt door onvoldoende zicht te houden op Salam. Dit betekent volgens de rechtbank echter niet dat er bij hen in strafrechtelijke zin sprake is van schuld.

‘De leerkrachten waren niet op de hoogte van de protocollen, waarin staat dat zij samen met de zwemleraren verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de zwemmende leerlingen’, zo stelt de rechtbank, die het de school aanrekent dat de leerkrachten hiervan niet op de hoogte waren. ‘De leerkrachten grepen terug op wat zij in de praktijk gewend waren: tijdens het zwemmen nemen de zwemleraren de verantwoordelijkheid over. Zij wisten niet beter dan dat zij een ondersteunende rol hadden’, aldus de rechtbank.

DOWNLOAD DE UITSPRAAK