Deze week stemde de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel Planmatige aanpak onderwijshuisvesting. Dit wetsvoorstel komt voort uit een akkoord tussen het onderwijsveld en de VNG van bijna 10 jaar geleden. Met de behandeling in de Tweede Kamer werden er nog een aantal moties en amendementen (wijzigingsvoorstellen) ingediend, waarvan een deel is aangenomen. We gaan in op de belangrijkste punten voor onze leden:

Wat dit wetsvoorstel regelt:

  • Met de invoering van deze wet worden gemeenten verplicht om samen met schoolbesturen een integraal huisvestingsplan (IHP) op te stellen. Het wetsvoorstel regelt dat na inwerkingtreding van de wet een eerste IHP op grond van de wet wordt opgesteld. Via een amendement is de termijn verkort van drie naar twee jaar na inwerkingtreding.
  • Schoolbesturen dienen binnen een jaar na inwerkingtreding van de wet een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) op te stellen. Oorspronkelijk was in het wetsvoorstel voorzien dat elk schoolbestuur dit plan binnen twee jaar na inwerkingtreding voor het eerst zou vaststellen, maar deze termijn is via een amendement verkort naar één jaar.
  • Renovatie wordt wettelijk erkend als alternatief voor nieuwbouw.
  • Het investeringsverbod in het primair onderwijs vervalt via een motie.

Wat het wetsvoorstel niet regelt:

  • De staatsecretaris erkent, net als alle rapporten hierover, dat er aanvullende middelen nodig zijn om de opgave van de verouderde gebouwenvoorraad aan te pakken. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel is hiervoor door de staatssecretaris geen concrete oplossing geboden.
  • Schoolbesturen verschillen onderling, in typen scholen, gebouwen en ook in omvang van het vermogen. Door het vervallen van het investeringsverbod kunnen besturen met een (hoog of bovenmatig) eigen vermogen deze middelen inzetten voor de aanpak van hun huisvestingsopgave. Dit leidt tot een ongelijk speelveld tussen besturen die deze financiële ruimte wel hebben en besturen die die mogelijkheden niet hebben, terwijl zij met vergelijkbare huisvestingsopgaven te maken hebben.


Inwerkingtreding afhankelijk van Eerste Kamer, verwachting: 1 januari 2027

Wanneer de wet precies ingaat, hangt af van de behandeling in de Eerste Kamer. De verwachting is dat dit per 1 januari 2027 is. Via een aangenomen motie in de Tweede Kamer is wel bepaald dat de regering voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet een nulmeting uitvoert van de kwaliteit van schoolgebouwen, waaronder de bouwkundige staat, het binnenklimaat en energieprestatie. Dit is een omvangrijke opgave en dat de nodige tijd zal vergen.

Reactie VOS/ABB: steun voor doelen, maar onvoldoende randvoorwaarden
VOS/ABB heeft input geleverd op het wetsvoorstel en onderschrijft de doelen. Daarnaast constateert VOS/ABB dat verschillende onderdelen in de praktijk al worden toegepast sinds de start van het wetsontwerp. Tegelijkertijd ontbreekt volgens VOS/ABB een de vierde randvoorwaarde voor effectieve sturing: gemeenten en schoolbesturen zijn onvoldoende toegerust om de opgave rond onderwijshuisvesting goed vorm te geven. Ook is de bekostiging niet toereikend, terwijl het stelsel juist uitgaat van toereikende middelen. Hierdoor worden ongelijke situaties gelijk behandeld, wat de ongelijkheid kan vergroten.

Deel dit bericht: