Wet samenwerkingsschool aangenomen

De Eerste Kamer heeft dinsdag de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool aangenomen. Deze maakt fusiescholen mogelijk waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt gegeven.

Aan dit besluit ging een stevig debat vooraf waarin twee moties werden ingediend. Uiteindelijk stemden de fracties van VVD, PvdA, 50PLUS, SP, D66 en PVV voor het wetsvoorstel, terwijl de fracties van SGP, ChristenUnie, CDA, GroenLinks, PvdD en OSF tegen stemden.

SP-senator Gerkens diende een motie in waarin hij vroeg om een maatschappelijk debat over de grondwettelijke bescherming van de vrijheid van onderwijs. Een aantal tegenstemmers is van mening dat de nieuwe wet op de samenwerkingsschool mogelijk in strijd is met artikel 23 van de Grondwet. Staatssecretaris Dekker zag echter geen aanleiding voor deze discussie. De motie werd verworpen.

Een tweede motie, ingediend door senator Bruijn (VVD) haalde het wel. Deze motie wilde bevorderen dat de identiteit van de samenwerkingsschool statutair wordt vastgelegd. Dekker vond dit een ondersteuning van het wetsvoorstel.

Lang traject naar samenwerkingsschool

Aan deze nieuwe Wet vereenvoudiging samenwerkingsschool is een lang traject en veel discussie voorafgegaan. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel eind vorig jaar al aan. VOS/ABB deed recent nog een oproep aan de Eerste Kamer om ook akkoord te gaan, omdat – met name in krimpgebieden – veel samenwerkingstrajecten lopen waarbij verbinding wordt gezocht tussen het openbaar en bijzonder onderwijs. Dit is vaak de enige manier om goede onderwijsvoorzieningen voor elk kind te behouden, maar tot nu toe was de vorming van een formele samenwerkingsschool praktisch onmogelijk. De nieuwe wet verruimt niet alleen de mogelijkheden om een samenwerkingsschool te starten, maar geeft ook gelijke rechten aan het bijzonder en openbaar onderwijs om zo’n school te besturen.