De vader van een leerling is tijdens de middag onaangekondigd de school binnengekomen en heeft hij in een werkkamer bij de intern begeleider (ib’er) inzage in het leerlingdossier van de leerling gevraagd dan wel geëist. Toen de vader van de leerling bij het ophaalmoment kort daarna ontdekte dat de leerling afwezig was en al enkele dagen geleden door haar moeder was ziekgemeld, is hij het klaslokaal ingegaan. Daar heeft hij, in bijzijn van de ib’er, de groepsleerkracht aangesproken over het feit dat de school hem niet over de ziekmelding had geïnformeerd. Er is een woordenwisseling ontstaan en daarop is de directeur tussenbeide gekomen. De school heeft het incident bij de politie gemeld. Naar aanleiding van dit incident heeft de school aan vader een locatieverbod opgelegd, geldend tot nader bericht. De school heeft ook de leerling geïnformeerd over het incident. De vader van de leerling heeft een klacht ingediend bij de LKC. De LKC komt tot onderstaand advies.

Vanwege de toedracht van het incident heeft de school in redelijkheid kunnen besluiten om de vader een locatieverbod op te leggen. De onderbouwing van de toedracht is met name gebleken uit het verweerschrift en de verklaring van de school ter zitting. Ten tijde van het besluit zelf ontbrak een voldoende motivering. Verder heeft de school geen termijn aan het locatieverbod verbonden. Ook heeft de school geen uitleg gegeven waarom zij geen termijn zou kunnen noemen. Verder heeft de school niet op school, besluiten om de leerling over het incident en het locatieverbod te informeren.

De gehele uitspraak kunt u hier vinden.  (zaaknummer 128339)

Deel dit bericht: