Onderwijs staat er financieel beter voor

‘We zien dat de onderwijsinstellingen er in 2015 financieel weer beter voor staan dan het jaar daarvoor. Dat betekent dat ze voorzichtig met hun (extra) geld zijn omgegaan. ‘Dat meldt de Inspectie van het Onderwijs in De financiële staat van het onderwijs 2015.

Bij het positieve beeld past volgens de inspectie wel een kanttekening. ‘Tussen sectoren zitten soms belangrijke verschillen, net als tussen de scholen binnen een sector. Zo zijn er instellingen die een forse spaarpot hebben aangelegd omdat ze teruglopende inkomsten verwachten vanwege de daling van het aantal leerlingen in hun regio. Ook zien we instellingen die spaarden voor verbouwingen of voor andere noodzakelijke verbeteringen.’

Financiële marges

Bij de liquiditeitspositie valt op dat kleine besturen ruimere (procentuele) marges aanhouden dan grote besturen. Dat komt doordat een klein bestuur minder mogelijkheden heeft om potentiële tegenvallers op te vangen dan een groot bestuur.

Uit het rapport blijkt verder dat de schoolbesturen in het funderend onderwijs in 2015 meer geld hebben uitgegeven aan personeel dan in 2014. In het voortgezet onderwijs komt dat door een absolute stijging van het aantal docenten in verband met de stijging van het aantal leerlingen.

In het primair onderwijs is al enige jaren sprake van leerlingendaling, maar waar er tussen 2011 en 2012 sprake was van een forsere personeelsreductie dan op basis van de leerlingenontwikkeling mocht worden verwacht, zijn er in 2014 en 2015 weer meer leraren aangenomen.

Passend onderwijs

Voor het eerst heeft de inspectie ook cijfers opgenomen over de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. ‘Zij bleken in 2015 zeer voorzichtig. We zagen betrekkelijk weinig financiële beleidskeuzes en als ze er al zijn ontbreekt de onderbouwing ervan.’

De inspectie merkt verder op dat het verstandig als scholen een reserve aanhouden, ‘maar de appeltjes voor de dorst moeten wel in verhouding blijven staan tot de reële risico’s die scholen lopen’. Sparen mag geen doel in zichzelf worden, benadrukt de inspectie, ‘en het mag zeker nooit ten koste gaan van noodzakelijke en gewenste investeringen in de kwaliteit van het onderwijs’.

Lees het rapport

Geld passend onderwijs blijft deels op plank liggen

Een deel van de samenwerkingsverbanden zet het beschikbare budget voor passend onderwijs nog niet of nog niet in zijn geheel in. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW vindt dat geen goed teken.

Dekker baseert zich een analyse van de jaarverslagen over 2015 van alle samenwerkingsverbanden. Hij is onaangenaam verrast, zo blijkt uit een brief aan de Tweede Kamer, omdat hij ook hoort dat kinderen geen passende plek in het onderwijs krijgen wegens geldgebrek.

In totaal is circa 9 procent van het budget in het primair onderwijs en ruim 10 procent in het voortgezet onderwijs (nog) niet ingezet. Er zijn daarbij volgens Dekker grote verschillen tussen samenwerkingsverbanden. ‘Er zijn verbanden met een kleine min en verbanden waar meer dan 20 procent van het budget nog niet is besteed’, zo schrijft hij.

Goed onderbouwen in jaarverslag

Het aanhouden van enige reserve is nodig als borging van de continuïteit, maar de reden en de omvang van de reserves moeten volgens Dekker goed worden onderbouwd in het jaarverslag en aansluiten bij de reële onzekerheden en risico’s. ‘Dat gebeurt vaak nog niet’, aldus de staatssecretaris.

De komende periode worden acties in gang gezet om te stimuleren dat het beschikbare geld wordt uitgegeven en de jaarverslaglegging wordt verbeterd:

  • De inspectie bespreekt als onderdeel van het financieel toezicht de inzet van het geld voor extra ondersteuning met zowel de schoolbesturen als de samenwerkingsverbanden.
  • In de eerste maanden van 2017 worden regiobijeenkomsten georganiseerd voor samenwerkingsverbanden om hen te informeren over de noodzakelijke onderdelen van de jaarrekening en het jaarverslag en te bespreken hoe zij hun jaarverslagen inhoudelijk kunnen verbeteren. Ook wordt een brochure gemaakt.
  • Passend onderwijs wordt meegenomen in een brief aan besturen en samenwerkingsverbanden als een van de beleidsprioriteiten om over te rapporteren in het jaarverslag.

Lees meer…

Passend onderwijs draait soms te veel om de centen

In passend onderwijs staat het belang van de leerling niet altijd voorop, stelt directeur Nathalie Schotanus van de Herman Broerenschool in Roermond op de website van de christelijke profielorganisatie Verus.

Schotanus merkt dat binnen sommige samenwerkingsverbanden met een negatieve verevening het financiële plaatje zwaarder weegt dan de inhoud.

Passend onderwijs is volgens haar niet ontstaan vanuit inhoud, maar vanuit bezuinigingen. ‘Natuurlijk moeten we heel kritisch blijven kijken of een leerling naar het speciaal onderwijs moet of dat hij met extra ondersteuning op een reguliere school kan blijven. We doen het goed wanneer een leerling op de meest passende onderwijsplek zit’, aldus Schotanus.

Lees meer…

Verevening bij lwoo en pro niet verstandig

Bij de verdeling van het geld voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) zou niet moeten worden overgegaan tot verevening. Dat is de conclusie van het rapport Naar een nieuwe bekostigingssystematiek voor lwoo en praktijkonderwijs.

Op dit moment is er sprake van een ongelijke verdeling van de middelen voor lwoo en pro: de ene regio heeft een hoger percentage lwoo- en pro-leerlingen dan de andere regio.

Verevening onverstandig

Onderzoek naar de mogelijkheid om de middelen voor lwoo en pro te verevenen wijst uit dat de verwachte behoefte aan lwoo en pro niet gelijk is verdeeld over het land en dat er daarom niet verevend zou moeten worden.

De bekostigingssystematiek zou rekening moeten houden met sociaaleconomische aspecten in de verschillende regio’s, zoals het opleidingsniveau van de ouders.

Het onderzoek hoort bij de Negende voortgangsrapportage passend onderwijs.

Achterstandsgeld niet via samenwerkingsverbanden

Het is op dit moment niet verstandig om om de uitvoering van de gewichtenregeling over te hevelen naar de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

VVD-Kamerlid Karin Straus kwam met het idee om de gewichtenregeling te laten uitvoeren door de samenwerkingsverbanden. Dekker heeft laten onderzoek of dit een verstandige keuze zou zijn. Zijn conclusie is dat (nog) niet het geval is.

Een van zijn argumenten om het idee van Straus niet uit te voeren, is dat de samenwerkingsverbanden nog maar relatief korte tijd operationeel zijn en de uitvoering van de gewichtenregeling nu nog niet op zich zouden kunnen nemen.

Daarbij komt dat een overheveling van de achterstandsgelden naar de samenwerkingsverbanden zou samenlopen met de verevening van de bekostiging passend onderwijs. Dit zou het ongewenste effect met zich mee kunnen brengen dat samenwerkingsverbanden achterstandsmiddelen inzetten voor het opvangen van de verevening.

Op termijn, na afronding van de verevening in 2020, zou het idee van Straus nogmaals verkend kunnen worden, schrijft Dekker. ‘Ik ben namelijk van mening dat de samenwerkingsverbanden hierin een belangrijke bijdrage zouden kunnen leveren.’

Thuiszitters hoog op agenda van inspectie

Het risicogerichte onderzoek van Inspectie van het Onderwijs bij de samenwerkingsverbanden passend onderwijs moet er in principe toe leiden dat die per 1 augustus 2016 het basisarrangement hebben. Dat blijkt uit een toelichting die de inspectie onder andere aan VOS/ABB heeft gegeven tijdens een bijeenkomst met diverse andere belangenorganisaties van het primair en voortgezet onderwijs.

In het lopende onderzoek van de inspectie bij de samenwerkingsverbanden (swv’s) staat het terugdringen van het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit hoog op de agenda. Het beleid hieromtrent is nog onvoldoende uitgewerkt.

De swv’s spannen zich op dit punt in, maar de praktijk wijst uit dat het tijd nodig heeft om in de regio goede afspraken te maken. Soms worden belemmeringen ervaren door regelgeving bij het ontwerp van arrangementen.

Verder blijkt dat verevening speelt een belangrijke rol speelt. Dat geldt ook voor communicatie met ouders. Het algemene beeld is dat dit meer aandacht verdient.

De inspectie signaleert voorts dat het interne toezicht nog niet overal goed is geregeld. Wanneer het interne toezicht op een afdoende wijze is georganiseerd, wil de inspectie meer terugtreden. Ondersteuningsplanraden worden hier doorgaans goed bij betrokken.

Vanaf augustus 2016 wordt het toezicht op swv’s aangepast. Ze krijgen dan in principe allemaal het basisarrangement, tenzij er dan nog voortgangsgesprekken worden gevoerd. Het zal dan dus zo zijn dat niet meer alle swv’s door de inspectie worden bezocht.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Passend onderwijs loopt goed, maar is nog niet af

Door het jaar heen zijn scholen, ouders en samenwerkingsverbanden beter bekend geraakt met de wet- en regelgeving en beginnen zij de ruimte te gebruiken die hun hiermee wordt geboden. Dat staat in de zevende voortgangsrapportage over passend onderwijs, die staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In de voortgangsrapportage staat onder andere dat leerlingen die zonder onderwijs thuiszitten steeds beter in beeld komen: ‘Onderwijs en gemeenten registreren beter over welke leerlingen het gaat en maken afspraken over hoe voor alle leerlingen een passende plek gevonden kan worden. Meer dan de helft van de samenwerkingsverbanden organiseert, al dan niet met de gemeenten, een doorzettingsmacht om een plek te realiseren als de partijen er samen niet uit komen. Concreet betekent dit dat één persoon mandaat heeft gekregen om een passend aanbod te doen.’

De rapportage gaat ook in op de maatregelen die zijn genomen om de knelpunten op te lossen die scholen en ouders ervaren in het onderwijs voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking. Dit voorjaar was daar veel discussie over. ‘Naar aanleiding daarvan is een regeling gemaakt voor aanvullende bekostiging, is er één formulier waarmee voor deze groep leerlingen een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs kan worden aangevraagd en kunnen ouders en scholen een beroep doen op de onderwijszorgconsulenten om bij onenigheid samen tot een oplossing te komen.’

Hoewel er dus positieve ontwikkelingen zijn, is passend onderwijs nog niet af. ‘Scholen en samenwerkingsverbanden leren van hun ervaringen en kunnen daarmee hun werkwijze verbeteren. De komende periode staat in het teken van het doorontwikkelen van passend onderwijs.’

Ondersteuning VOS/ABB
VOS/ABB kan op het gebied van passend onderwijs ondersteuning bieden aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. U kunt daarvoor contact opnemen met Anna Schipper (06-30056066, aschipper@vosabb.nl).

U kunt natuurlijk ook bellen of mailen met de Helpdesk van VOS/ABB: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl.

Zelfevaluatie en quickscan passend onderwijs

VOS/ABB heeft een handreiking gemaakt die samenwerkingsverbanden passend onderwijs kunnen gebruiken voor zelfevaluatie. Bij de handreiking zit een praktische quickscan.

De samenwerkingsverbanden zijn nu bijna een schooljaar bezig om hun weg te vinden in de nieuwe organisatie van passend onderwijs. Het was een schooljaar van overgangen, waarin oude werkwijzen werden vervangen door nieuwe.

Nu het einde van het eerste schooljaar met passend onderwijs nadert, is het tijd de ontwikkelingen van afgelopen jaar te evalueren. Hoe zijn deze verlopen en waar zijn nog verbeteringen denkbaar of nodig?

De beleidsmedewerkers Anna Schipper en Simone Baalhuis van VOS/ABB hebben de handreiking voor zelfevaluatie geschreven. Er worden verschillende domeinen benoemd, zoals governance, management & organisatie, communicatie en resultaten.

Bij de handreiking zit een quickscan om snel een overzicht te krijgen van het reilen en zeilen van het samenwerkingsverband.

De handreiking en quickscan kunnen door samenwerkingsverbanden die bij VOS/ABB zijn aangesloten worden gedownload uit het besloten gedeelte van deze website:

Handreiking en quickscan passend onderwijs 

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Samenwerkingsverbanden goed van start

De samenwerkingsverbanden en scholen zijn per 1 augustus goed van start gegaan met passend onderwijs. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer. Eind november komt er een voortgangsrapportage.

‘Passend onderwijs krijgt nu echt invulling in het land’, aldus Dekker in zijn brief aan de Tweede Kamer. Hij noemt daarbij de eerste toelaatbaarheidsverklaringen voor het speciaal onderwijs die door de nieuwe samenwerkingsverbanden zijn afgegeven. Het is volgens hem goed om te zien dat scholen en samenwerkingsverbanden de extra ruimte gebruiken die ze hebben gekregen om voor leerlingen een passend plek in het onderwijs te vinden.

Wat volgens Dekker nog aandacht vraagt, is de bedrijfsvoering van de samenwerkingsverbanden. ‘Dit sluit aan bij het beeld zoals in juni is geschetst in de vorige voortgangsrapportage passend onderwijs’, aldus Dekker.

Meerjarenbegroting samenwerkingsverbanden
VOS/ABB ziet ook dat er meer aandacht nodig is voor de bedrijfsvoering van de samenwerkingsverbanden. Daarom zijn er na de herfstvakantie twee bijeenkomsten voor het primair respectievelijk voortgezet onderwijs over de meerjarenbegroting.

Aan deze bijeenkomsten wordt meegewerkt door onze financieel experts Bé Keizer en Ron van der Raaij en door Eric de Vries van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De organisatie van de twee bijeenkomsten ligt in handen van Anna Schipper, die binnen VOS/ABB de specialist is op het gebied van passend onderwijs.

Lees meer en meld u online aan…

Samenwerkingsverbanden klaar voor passend onderwijs

De samenwerkingsverbanden zijn klaar voor de invoering van passend onderwijs, maar het schort nog wel aan de informatie aan ouders en onderwijspersoneel. Dat blijkt uit de Vijfde voortgangsrapportage.

‘Alle mijlpalen zijn gehaald en die prestatie van de samenwerkingsverbanden is een compliment waard’ en er is ‘voldoende vertrouwen in een succesvolle start’, zo staat in de voortgangsrapportage. Passend onderwijs wordt op 1 augustus ingevoerd, als het schooljaar 2014-2015 officieel begint.

Maatwerk
In de voortgangsrapportage staat ook dat de ondersteuningsplannen grote diversiteit laten zien. ‘De verschillen zorgen ervoor dat aangesloten kan worden bij de lokale situatie en maatwerk voor leerlingen mogelijk wordt’.

Per 1 augustus zal er nog weinig veranderen: ‘Samenwerkingsverbanden kiezen voor een geleidelijke overgang, waarbij de komende jaren een doorontwikkeling zal plaatsvinden’. Dit betekent dat het nieuwe schooljaar grotendeels begint zoals het huidige wordt beëindigd: ‘De begeleiding aan leerlingen die nu een rugzakje hebben wordt bijvoorbeeld veelal voortgezet.’

Informatie
Belangrijk aandachtspunt voor de komende periode, zo vervolgt de voortgangsrapportage, is het informeren en betrekken van ouders en onderwijspersoneel. ‘Uit de tweede meting onder ouders blijkt dat zij iets beter weten wat passend onderwijs betekent in vergelijking met de meting uit februari.’

Ouders van leerlingen met een rugzakje die aan hebben gegeven nog niet in contact te zijn met de school, ontvangen binnenkort een brief waarin opgeroepen wordt in gesprek te gaan met school. Ouders kunnen daarbij ondersteuning vragen bij het steunpunt passend onderwijs voor ouders.

Onderwijspersoneel wil graag weten wat er komend schooljaar in hun eigen klas verandert. ‘Zij zijn onzeker over de ambigue boodschappen die zij krijgen: via officiële kanalen horen zij dat er vooralsnog weinig verandert, maar het beeld in de media zorgt voor onrust.’

Rust
Het ministerie van OCW roept scholen en onderwijspersoneel daarom nogmaals op om duidelijkheid te creëren over wat er voor leraren in de klas verandert. ‘Het geeft leraren rust als zij weten dat er op hun school komend schooljaar nog weinig verandert’, zo staat in de voortgangsrapportage.

Geen extra geld voor autisten in regio Eindhoven

Het Regionaal Samenwerkingsverband Passend Voortgezet Onderwijs Eindhoven-Kempenland krijgt geen extra geld. Daar was (opnieuw) om gevraagd vanwege het hoge percentage leerlingen met een stoornis in het autismespectrum (ASS).

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wijst er in een brief aan het samenwerkingsverband op dat de regio Eindhoven weliswaar relatief veel leerlingen met ASS heeft, maar dat het onderzoek waaruit dat blijkt voor hem geen reden is om een uitzondering te maken op de verevening. Hij benadrukt dat dit al zo is bepaald bij de behandeling in de Eerste Kamer van het wetsvoorstel voor de invoering van passend onderwijs.

De Evaluatiecommissie Passend Onderwijs (ECPO) kwam in 2011 al tot de conclusie dat er onvoldoende aanleiding was voor een afwijkende verevening vanwege van het relatief grote aantal ASS-leerlingen in Eindhoven en omgeving. Het komt er volgens de staatssecretaris op neer dat daar inderdaad meer ASS-leerlingen zijn dan gemiddeld, maar dat er minder leerlingen zijn met andere ondersteuningsbehoeften.

Bovendien is Eindhoven niet de enige regio met veel ASS-leerlingen. Ook de regio’s Zwolle en Geleen-Sittard scoren wat dat betreft hoog.

Passend onderwijs: instemmingsrecht ouders geregeld

Ouders krijgen instemmingsrecht op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief. Dit en andere punten staan in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker op vragen van de Vaste Kamercommissie voor OCW over passend onderwijs.

De staatssecretaris laat weten dat de procedure in gang is gezet om het instemmingsrecht van ouders op het handelingsdeel van het ontwikkelperspectief in de onderwijswetten (WEC, WPO en WVO) te regelen. Voor eventuele geschillen kan de Landelijke Geschillencommissie passend onderwijs worden ingeschakeld. De Inspectie van het Onderwijs krijgt de taak om te controleren of het handelingsdeel door de ouders is ondertekend.

In de antwoorden van de staatssecretaris staat ook dat de inspectie steekproefsgewijs zal checken of de begeleiding van het ontwikkelingsperspectief naar tevredenheid geschiedt. De inspectie kan dit bijvoorbeeld doen aan de hand van klachten van ouders over de school en de begeleiding van leerlingen. Ook kijkt de inspectie naar het aantal klachten per samenwerkingsverband en hoe dat die klachten afhandelt.

Overtollig personeel
Een ander opmerkelijk punt dat Dekker noemt, betreft deskundigen op het gebied van passend onderwijs in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Omdat het mbo diensten Europees moet aanbesteden, komt het nogal eens voor dat ze liever zelf deskundigen in dienst nemen. Zo werft het mbo ambulant begeleiders uit scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Dit kan worden gezien als een positieve ontwikkeling voor samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs met overtollig personeel.

Wat de bekostiging merkt de staatssecretaris op dat de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) de groeiregeling van structureel 35 miljoen euro nog één keer uitvoert. De kosten van de groei tussen 1 oktober 2013 en 16 januari 2014 bedroegen 17,5 miljoen euro (ongeveer 1100 leerlingen). DUO zal de kosten kosten van de groeiregeling eenmalig in mindering brengen op de lumpsumfinanciering van de samenwerkingsverbanden. Vanaf augustus 2015 wordt het volledige groeibudget aan lumpsum van de swv’s toegevoegd.

Geen compensatie
Er is sprake van een overgangsbekostiging om de overgang van de oude naar de nieuwe swv’s soepel te doen verlopen. Financiële compensatie is niet aan de orde, omdat de administratieve lasten volgens de staatssecretaris eerder afnemen (met 0,5 procent) dan toenemen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Herfstakkoord ingevuld: vele handen, licht werk!

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW lichten in de brief aan de Tweede Kamer toe waar het onderwijsgeld uit het Herfstakkoord heen gaat. Er komen meer klassenassistenten en conciërges om de hoge werkdruk van de leraren te verlagen.

In de brief staat dat er ‘met het oog op het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs’ vanaf 2015 een bedrag van 325 miljoen euro wordt toegevoegd aan de lumpsum van de onderwijsinstellingen. ‘Hiervan wordt 150 miljoen euro generiek toegevoegd aan de lumpsum van alle onderwijssectoren. Het resterende deel van in totaal 175 miljoen euro wordt toegevoegd aan de prestatiebox/kwaliteitsafspraken en wordt ingezet in het funderend en middelbaar beroepsonderwijs voor de doelen: meer en betere handen in de klas en het voorkomen van zittenblijven.’

Bussemaker en Dekker schrijven dat ze in de sectorakkoorden in het primair en voortgezet onderwijs nadere afspraken willen maken over het bereiken van deze doelen. ‘De instellingen zijn vervolgens zelf verantwoordelijk hoe zij deze middelen inzetten om de doelen te halen’, zo stellen de bewindslieden.

Meer handen
De hoge werkdruk die veel leraren in het primair en voortgezet onderwijs zeggen te ervaren, wordt verlaagd door het aantal klassenassistenten en conciërges uit te breiden. In de brief staat ook dat er een kwaliteitsslag wordt gemaakt door leraren te stimuleren een masterdiploma te halen, door hun innovatieve slagkracht te versterken en door hun vaardigheden op het gebied van ICT te vergroten. Verder moet de begeleiding van startende docenten worden verbeterd.

Een ander doel is om onderpresteren en zittenblijven zo veel mogelijk te voorkomen. ‘Er wordt ingezet op intensivering en verlenging van de onderwijstijd, door bijvoorbeeld het opzetten van zomerscholen en schakelklassen. Deze instrumenten helpen leerlingen hun capaciteiten maximaal te benutten en zorgen voor een betere aansluiting op de vervolgopleiding.’

Samenwerkingsverbanden
Het passend onderwijs wordt ontzien, zo blijkt uit de brief. ‘Er is in totaal 50 miljoen euro structureel beschikbaar voor het passend onderwijs. De bezuiniging op de
samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs van in totaal 21 miljoen euro
structureel vanaf 2016 wordt ongedaan gemaakt. Daarnaast wordt er 29 miljoen euro structureel toegevoegd aan de lumpsum van de samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs.’

Als onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014 is een andere bezuiniging van 185 miljoen euro teruggedraaid. Het gaat om de voorgenomen bezuiniging door de ouders weer de schoolboeken van leerlingen in het voortgezet onderwijs te laten betalen. De schoolboeken in het voortgezet onderwijs blijven voor de ouders dus gratis.

Download de brief aan de Tweede Kamer.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Zachte landing’ bij verevening passend onderwijs

Er wordt structureel 29 miljoen euro toegevoegd aan de lumpsum van de samenwerkingsverbanden. Het voorstel is om een deel van het geld te gebruiken om de negatieve gevolgen van de verevening in het kader van de invoering van passend onderwijs te verzachten. Dat meldt de ChristenUnie.

Het bedrag maakt deel uit van een eerder geschrapte bezuiniging van 50 miljoen euro. In het Herfstakkoord werd op initiatief van de zogenoemde constructieve oppositie van ChristenUnie, SGP en D66 deze voorgenomen bezuiniging teruggedraaid. Het ging toen specifiek om de 21 miljoen euro voor het leerwegondersteunend onderwijs en het praktijkonderwijs.

Het is nu duidelijk geworden dat van het structurele bedrag van 50 miljoen euro dat in het Herfstakkoord vermeld staat, 29 miljoen euro bedoeld is voor passend onderwijs. Dit geld gaat ongeoormerkt naar de lumpsum van de samenwerkingsverbanden.

Verevening verzachten
Voorgesteld wordt, zo meldt de ChristenUnie, dat van dit budget in 2016 en 2017 een bedrag van 4,6 miljoen euro per jaar wordt gebruikt om de negatieve verevening, die vooral krimpregio’s raakt, te verzachten.

Doordat het budget voor passend onderwijs wordt herverdeeld over het land, krijgen sommige regio’s minder budget dan in het verleden is vastgesteld. Onderwijswoordvoerder Joël Voordewind van de ChristenUnie over de gevolgen van de verevening: ‘Hierdoor zouden regio’s in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland extra geraakt worden. Met ontslag van personeel en minder begeleiding van zorgleerlingen als gevolg. Door de extra middelen kan de afbouw geleidelijker gaan dan gepland.’

Volgens Voordewind is het van belang om de verevening ‘soepel te laten verlopen in kwetsbare krimregio’s’. Hij spreekt in dit kader van ‘een zachte landing’. Het voorstel is om de afbouwpercentages voor de schooljaren 2016/17 en 2017/18 aan te passen van respectievelijk 90 naar 95 en van 75 naar 80.

Onderkant én bovenkant
Bij de toevoeging van de 29 miljoen euro aan de lumpsum van de samenwerkingsverbanden wordt verder uitgegaan van een brede definitie van de doelstelling van passend onderwijs. Het moet zowel naar leerlingen ‘aan de onderkant’ als om leerlingen ‘aan de bovenkant’ (hoogbegaafden).

Het is voorts ‘van prioritair belang’, zo staat in een toelichting die de ChristenUnie aan VOS/ABB heeft gemaild, ‘dat leraren de complexe vaardigheden beheersen als het gaat om de invulling van passend onderwijs’. Hiermee wordt gedoeld op het omgaan met verschillen. Dat zou moeten worden meegenomen bij de uitwerking van de lerarenagenda.

Informatie: Heklpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Presentatie Bé Keizer over LWOO en PRO

De presentatie van Bé Keizer over de financiering van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs staat online. Zijn presentaties over de financiering van passend onderwijs in het primair respectievelijk voortgezet onderwijs zijn op aanvraag verkrijgbaar.

Keizer gaf deze presentaties dinsdag op twee VOS/ABB-bijeenkomsten in Woerden. De ochtendbijeenkomst was voor mensen uit het primair onderwijs die in hun organisatie nauw betrokken zijn bij de invoering van passend onderwijs per 1 augustus 2014. De middagbijeenkomst was voor geïnteresseerden uit het voortgezet onderwijs.

Leden van VOS/ABB kunnen op het besloten ledengedeelte van deze website de presentatie over LWOO en PRO downloaden. Niet-leden kunnen de presentatie aanvragen bij het secretariaat van VOS/ABB.

De presentaties van Bé Keizer over de financiering van passend onderwijs in het primair respectievelijk voortgezet onderwijs komen niet online beschikbaar, maar ook deze presentaties zijn bij het secretariaat van VOS/ABB aan te vragen via
welkom@vosabb.nl.

Vermeld in uw e-mail welke presentatie(s) u per post wilt ontvangen. Vermeld ook uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en het adres waarnaar het secretariaat de presentatie(s) kan versturen.

Helpdesk
Advies nodig over de financiering van passend onderwijs? U kunt daarvoor contact opnemen met de Helpdesk van VOS/ABB: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl.

De Helpdesk geeft gratis eerste- en tweedelijnsadvies. Ook dossierbehandeling is in de meeste gevallen gratis.

Let op: de Helpdesk werkt alleen voor leden van VOS/ABB. Is uw organisatie niet bij VOS/ABB aangesloten? Lees alles over het lidmaatschap!  

Zuid-Limburg ziet ouderinitiatief krimp niet zitten

De gezamenlijke schoolbesturen voor primair onderwijs in Zuid-Limburg zien geen heil in het initiatief om ouders in dorpen het bestuur van hun basisschool te laten overnemen. Het Zeeuwse PvdA-lid Jan Schuurman Hess denkt dat op die manier kleine basisscholen overeind kunnen blijven.

Schuurman Hess stelt voor om kleine basisscholen op het platteland onder te brengen in coöperaties van ouders. Die coöperaties zouden kunnen bestaan uit schooltjes verspreid over het land. In een gezamenlijke brief aan de vaste Kamercommissie voor OCW schrijven de Zuid-Limburgse schoolbesturen dat zij dit een sympathiek plan vinden ‘mede door de grotere participatie van ouders’, maar ook dat ze betwijfelen of het een duurzaam concept is.

De twijfel van de Zuid-Limburgers heeft te maken met de afnemende inkomsten voor de schoolbesturen als gevolg van dalende leerlingenaantallen door demografische krimp, de toenemende onderwijskwaliteit die van de scholen wordt verwacht en de invoering van de Wet passend onderwijs per 1 augustus 2014. De verevening die aan dat laatste is gekoppeld, pakt voor de schoolbesturen in Zuid-Limburg negatief uit.

De schoolbesturen schrijven aan de Tweede Kamer dat zij ‘vanuit het gemeenschappelijke belang voor een duurzame en kwalitatief hoogstaande onderwijsinfrastructuur’ met elkaar samenwerken om op een positieve manier om te gaan met de gevolgen van demografische krimp. Ze gaan met de drie grote gemeenten in hun regio, de provincie Limburg en het ministerie van Binnenlandse Zaken de Transitieatlas Zuid-Limburg opstellen, met als doel ‘toekomstbestendige basisscholen’.

De Zuid-Limburgse schoolbesturen vrezen dat het plan van Schuurman Hess ‘afbreuk doet aan de inspanningen die ouders, schoolteams, besturen en gemeenten doen om te komen tot een verantwoord aanbod van basisonderwijs nu en morgen’. Uitvoering van het Zeeuwse plan zou ertoe leiden dat voor Zuid-Limburg de klok werd teruggedraaid. De besturen vragen de vaste Kamercommissie ‘eenduidige politieke signalen’ om ervoor te zorgen dat het plan van Schuurman Hess in elk geval voor Zuid-Limburg geen realiteit wordt.

Gratis praktijktoets voor samenwerkingsverbanden

Samenwerkingsverbanden kunnen zich aanmelden voor de gratis praktijktoets. Daarmee kunt u erachter komen in hoeverre uw samenwerkingsverband klaar is voor de invoering van passend onderwijs.

Uitgangspunt voor de praktijktoets zijn casussen van leerlingen. Een zogenoemd spiegelteam neemt deze casussen met het samenwerkingsverband door. Het spiegelteam bestaat uit vier personen:

  • Een deskundige vanuit het ouderperspectief.
  • Een deskundige op het gebied van passend onderwijs.
  • Een collega uit een ander samenwerkingsverband.
  • Een onafhankelijk gespreksleider.

De praktijktoets duurt één dag en is gratis

Op de website van het Informatiepunt Passend Onderwijs staat meer informatie. Daar staat ook hoe u zich kunt aanmelden.

Wilt u graag van VOS/ABB meer informatie over de praktijktoets? Neemt u dan contact op met Anna Schipper: 06-30056066, aschipper@vosabb.nl.

Rekenkamer twijfelt aan haalbaarheid passend onderwijs

De Algemene Rekenkamer zet grote vraagtekens bij de haalbaarheid van passend onderwijs. Het evenwicht tussen wat basisscholen aan kunnen en wat van ze gevraagd wordt, is wankel. ‘Zeker leraren moeten balanceren tussen enerzijds de eisen die aan hen worden gesteld en anderzijds de tijd die ze daarvoor hebben en de mate waarin ze voor hun taken toegerust zijn.’

Schoolbesturen merken dat ze via de lumpsumfinanciering minder geld krijgen, onder vanwege demografische krimp en de afname van het aantal leerlingen die daarvan het gevolg is. Ze merken ook dat de kosten niet in dezelfde verhouding dalen als de inkomsten. Als de financiële fitheid van de schoolbesturen blijft afnemen, kan dit er volgens de Algemene Rekenkamer toe leiden dat het voor de schoolbesturen moeilijker wordt om de prestaties te leveren die van ze worden verwacht.

Tot nu toe laten algemene onderzoeken nog geen verontrustend beeld zien, maar op individueel niveau van de schoolbesturen blijkt dat de financiële ontwikkelingen wel verontrustend zijn. Als de buffer sectorbreed in het huidige tempo blijft afnemen, zo stelt de Algemene Rekenkamer, dan komen naar alle waarschijnlijkheid veel besturen al binnen enkele jaren in de problemen. Dit betekent dat ze proactief moeten handelen. De Algemene Rekenkamer adviseert de bewindslieden van OCW te onderzoeken of de ambities voor het basisonderwijs nog wel in balans zijn met de beschikbare mensen, middelen en tijd.

Er is ook naar de inkomsten van de schoolbesturen vanuit de gemeenten gekeken. Ook deze inkomsten zullen voor de schoolbesturen de komende jaren afnemen, doordat de gemeenten bezuinigen. De Algemene Rekenkamer adviseert de gemeenten om de verstrekking van financiële middelen aan het basisonderwijs niet plotseling stop te zetten.

De Algemene Rekenkamer constateert dat de situatie van basisscholen op het terrein van financiën en personeel geen ideale uitgangspositie is voor een succesvolle invoering van passend onderwijs. Er zijn drie belangrijke punten die op korte termijn aandacht vragen van de schoolbesturen en de samenwerkingsverbanden:

  1. Ruimte voor onderwijsinhoudelijke afwegingen
    Ondanks de financiële positie van schoolbesturen kan de nieuwe bekostigingssystematiek van passend onderwijs ook ruimte bieden om het probleem van de personele bezetting te verlichten. Dit kan door de ondersteuningsmiddelen gerichter in te zetten.
  2. Toerusting van leraren
    Leraren geven aan dat zij vaardigheden moeten ontwikkelen voor het omgaan met leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, maar dat daar in de praktijk vaak geen geld of tijd voor is. Met de terugloop in personeel lijkt het niet waarschijnlijk dat hier verandering in gaat komen. De Algemene Rekenkamer ziet dit dan ook als een risico voor de invoering van passend onderwijs.
  3. Draagvlak op scholen voor passend onderwijs
    De lange periode van onzekerheid over de middelen die een school vanuit het samenwerkingsverband krijgt voor het uitvoeren van passend onderwijs, draagt niet bij aan het draagvlak onder de mensen die passend onderwijs straks in de praktijk moeten brengen.

Het advies van de Algemene Rekenkamer aan de bewindslieden van OCW, de schoolbesturen en de scholen luidt dan ook om de komende tijd te investeren in het vergroten van de draagkracht van scholen in het algemeen en van het onderwijspersoneel in het bijzonder.

Daarnaast ziet de Algemene Rekenkamer een belangrijk punt voor het beleid van OCW, namelijk de dominante rol van de opbrengsten op het gebied van taal en rekenen en het toezicht dat daarop wordt gehouden. Het spanningsveld rond de opbrengsten neemt met de komst van passend onderwijs toe. Dit kan ertoe leiden dat de kwaliteit van de scholen, gemeten volgens de huidige methodiek, omlaag gaat. Het kan er bovendien toe leiden dat scholen geen leerlingen aannemen als blijkt dat die extra ondersteuning nodig hebben, uit angst voor een negatieve beïnvloeding van de leeropbrengsten.

De conclusie van de Algemene Rekenkamer is dat de financiële positie van het basisonderwijs kwetsbaar is geworden en naar alle waarschijnlijkheid de komende jaren niet zal verbeteren. De wankele verhouding tussen mensen, middelen, taken en tijd in het basisonderwijs vormt een risico voor een succesvolle invoering van passend onderwijs.

Reacties
De PO-Raad laat in een reactie weten veel elementen uit het rapport van de Algemene Rekenkamer te herkennen. De sectororganisatie benadrukt echter dat van de schoolbesturen niet mag worden verwacht dat zij nog meer dan al het geval is de financiële tering naar de nering zetten. Het probleem van de hoge werkdruk die onder het onderwijspersoneel wordt ervaren, waarover de Algemene Rekenkamer schrijft, kan volgens de PO-Raad worden ondervangen met een op maat gesneden flexibele cao.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW ziet in het rapport van de Algemene Rekenkamer een bevestiging van het kabinetsbeleid om het onderwijs bij de bezuinigingen te ontzien. Het primair onderwijs heeft volgens hem een streepje voor, omdat in deze sector de jaarlijkse prijsbijstelling wettelijk verplicht is. Dekker wijst in zijn reactie ook op het geld dat het ministerie van OCW investeert in de professionalisering van leraren, onder meer om hen voor te bereiden op passend onderwijs.

Tijdens het overleg woensdag in de Tweede Kamer over passend onderwijs zei Dekker dat het niet nodig is om aan de noodrem te trekken. Hij kwam met die opmerking nadat de invoering van passend onderwijs was vergeleken met de krakkemikkige en stilgevallen hogesnelheidstrein Fyra. Wel erkende de staatssecretaris dat het rapport van de Algemene Rekenkamer pijnpunten laat zien.

Dekker verdedigt bezuiniging op lwoo en pro

De bezuiniging op het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) is gerechtvaardigd. Dat vindt staatssecretaris Sander Dekker van OCW. Hij reageert op een brief van VOS/ABB, waarin staat dat het onverteerbaar is dat het ministerie van OCW bezuinigt op het onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.

In de brief aan Dekker uitte VOS/ABB grote zorgen over de structurele bezuiniging van 50 miljoen euro op lwoo en pro. ‘Het mag niet zo zijn dat u de invoering van passend onderwijs gebruikt om structureel 50 miljoen euro weg te halen bij de meest kwetsbare leerlingen in het voortgezet onderwijs.’

VOS/ABB drong er bij Dekker op aan om de bezuiniging te heroverwegen, maar de staatssecretaris gaat dat niet doen. Hij vindt een bezuiniging gerechtvaardigd, omdat in het stelsel van passend onderwijs de ondersteuning van lwoo- en pro-leerlingen in één hand komt te liggen, namelijk bij het samenwerkingsverband. ‘Dat betekent dat de ondersteuning efficiënter kan worden ingericht’, aldus Dekker.

De staatssecretaris wijst er vervolgens op dat de bezuiniging na de invoering van passend onderwijs minder draconisch wordt dan de eerder genoemde 50 miljoen euro. Hij zet daarvoor 29 miljoen euro in die nu beschikbaar is voor de invoering van passend onderwijs en daarna vrijvalt.

De resterende 21 miljoen euro wordt gekort op de budgetten voor de regionale verwijzingscommissies (7 miljoen), de regionale expertisecentra (4 miljoen) en de samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs (10 miljoen).

Dekker schrijft dat hij met zijn keuzes de leerlingen zoveel mogelijk ontziet. VOS/ABB ziet dat anders. Onderwijskwaliteit is mede afhankelijk van een solide bestuurlijke en organisatorische basis. Wie het fundament verzwakt, loopt het risico op onherstelbare schade aan het gebouw, waarin in dit geval de groep meest kwetsbare leerlingen zit.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl