Overeenkomst over fusieschool Zeeuws-Vlaanderen

De nieuwe school die per 1 augustus ontstaat uit de fusie van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen, zal uitgaan van actieve pluriformiteit. Dit houdt in dat de school op basis van gelijkwaardigheid aandacht zal hebben voor diversiteit zoals die in de huidige samenleving bestaat. Bovendien zal geen enkele leerling of leerkracht kunnen worden geweigerd op grond van onder meer levensovertuiging, godsdienst of seksuele geaardheid.

Dit hebben VOS/ABB, de Stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen en de gemeente Terneuzen nadrukkelijk met elkaar afgesproken. Zij hebben daartoe een overeenkomst gesloten, waarin de actief pluriforme opdracht van de nieuwe school expliciet wordt benoemd. Zo ontstaat er een school die op basis van gelijkwaardigheid actief aandacht zal hebben voor diversiteit. Dit zal uiterlijk op 1 maart 2019 zijn opgenomen in het strategisch beleidsplan van de school.

De gemeenteraad heeft een toezichthoudende rol ten aanzien van de algemeen toegankelijk van de school. Daarom zal samen met de gemeente Terneuzen een toezichtkader worden ontwikkeld, waarin de algemene toegankelijkheid van de school centraal staat. In het toezichtkader zal ook het actief pluriforme onderwijs een duidelijke plaats krijgen.

VOS/ABB, de Stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen en de gemeente Terneuzen zijn blij dat de overeenkomst op een positieve en constructieve wijze tot stand is gekomen. De drie partijen benadrukken dat dit van groot belang is voor goed en toekomstbestendig voortgezet onderwijs voor álle kinderen in de regio Zeeuws-Vlaanderen.

Nu deze overeenkomst is gesloten, heeft VOS/ABB een kort geding over de totstandkoming van de fusieschool in Terneuzen ingetrokken.

VOS/ABB voorstander van afschaffing fusietoets

VOS/ABB heeft sinds de invoering in 2011 ervaren dat de wet fusietoets niets bijdraagt aan de toekomstbestendigheid van het onderwijs en steunt dan ook de voorgestelde afschaffing van deze wet. 

Dit staat in de bijdrage van VOS/ABB aan de internetconsultatie over het wetsvoorstel Afschaffing van de fusietoets in het funderend onderwijs. In deze bijdrage staat ook dat de fusietoets veel bureaucratie en administratieve lasten met zich meebrengt, ‘wat leidt tot een onwerkbare situatie’. Bovendien zorgt de fusietoets voor een afschrikwekkende werking, ‘waardoor in verschillende regio’s samenwerking niet van de grond kwam, terwijl dat wel nodig was’.

In de bijdrage wijst VOS/ABB er verder op dat de fusietoets voor het openbaar onderwijs in feite overbodig is, omdat de gemeenteraad altijd kan ingrijpen als blijkt dat de grondwettelijke vereiste alomtegenwoordigheid van het openbaar onderwijs in het geding is.

Iedereen kan een bijdrage leveren aan de internetconsultatie. Dat kan tot 6 augustus.

Minister doet niets met ideeën Commissie Fusietoets

Minister Ingrid van Engelshoven van OCW voelt niets voor het voorstel van de Commissie Fusietoets Onderwijs om nog een meldpunt of een ondersteuningsfaciliteit voor medezeggenschapsraden in stand te houden.

De Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO) houdt op te bestaan. De minister had gevraagd om met ideeën te komen om de kennis en ervaring van de commissie te borgen. De CFTO gaf aan dat er een meldpunt en een ondersteuningsfaciliteit voor medezeggenschapsraden zouden kunnen komen.

Van Engelshoven heeft in een brief aan CFTO-voorzitter Lenie Dwarshuis echter laten weten daar niets voor te voelen. Ze wil wel dat de CFTO een conferentie organiseert of een bundel presenteert om de kennis en ervaring van de commissie over te dragen.

De CFTO verdwijnt, omdat het kabinet heeft besloten de fusietoets in het basis- en voortgezet onderwijs af te schaffen.

Inspectie verbreedt onderzoek VMBO Maastricht

De Inspectie van het Onderwijs voert naar aanleiding van het examendebacle bij VMBO Maastricht een breder onderzoek uit bij scholen en het bestuur van stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO). 

Het inspectieonderzoek naar VMBO Maastricht wordt uitgebreid met een steekproefonderzoek bij andere scholen die onder het LVO-bestuur vallen. Ook onderzoekt de inspectie het bestuurlijk handelen van het LVO-bestuur, waarvan het omstreden PvdA-Eerste Kamerlid André Postema de voorzitter is.

Postema legt de schuld voor het examendebacle bij VMBO Maastricht herhaaldelijk bij de inspectie. Die had volgens hem de examens niet ongeldig mogen verklaren.

Lees meer…

Verus-voorzitter Loes Ypma wordt wethouder in Almere

Voorzitter Loes Ypma van de christelijke profielorganisatie Verus wordt namens de PvdA wethouder in Almere. Eerder was ze Tweede Kamerlid en daarvoor wethouder in haar woonplaats Woerden.

De fractie van de PvdA in de gemeenteraad van Almere meldt dat Ypma is voorgedragen als wethouder. Haar partij roemt haar ‘verbindende kwaliteiten’ en noemt haar ‘een echte teamspeler’. Ypma krijgt de portefeuille Wonen en Floriade. Ze volgt in Almere Tjeerd Herrema op, die in juni terugtrad nadat het vertrouwen in hem was opgezegd vanwege vermeende seksuele intimidatie.

De raad van toezicht van Verus meldt dat die het vertrek van Ypma niet had verwacht. De RvT zal ‘op korte termijn in gesprek gaan met de OR en met de directie, zich beraden over de ontstane situatie en noodzakelijke acties ondernemen’.

Loes Ypma werd in september 2017 voorzitter van Verus. Haar vertrek bij de christelijke profielorganisatie komt dus binnen een jaar.

Lees meer…

André Postema geen fractieleider meer in Eerste Kamer

Voorzitter André Postema van het college van bestuur van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) heeft zich teruggetrokken als fractieleider van de PvdA in de Eerste Kamer. Hij blijft wel namens die partij lid van de Eerste Kamer.

In een verklaring laat de omstreden bestuursvoorzitter van LVO weten dat zijn vertrek als fractievoorzitter wat hem betreft volledig losstaat van het examendebacle bij VMBO Maastricht, waarvoor hij als LVO-bestuursvoorzitter de verantwoordelijkheid draagt. Zijn besluit om het fractievoorzitterschap neer te leggen volgt, zo meldt hij, op onrust die hij in de PvdA-fractie ervaart. ‘Ik betreur dit. Het is echter ook aan de fractievoorzitter om te voorkomen dat we als fractie in een patstelling of zelfs onderling conflict geraken’, aldus Postema.

Hij benadrukt in zijn verklaring dat zijn werkzaamheden voor LVO volstrekt losstaan van zijn  Eerste Kamerlidmaatschap: ‘Dat is de enige manier om het belangrijke deeltijdwerk van Senator te kunnen doen. Ik heb dit sinds mijn lidmaatschap van de Eerste Kamer sinds juni 2011 altijd kunnen bewaken: als vice-voorzitter van de Universiteit Maastricht en vervolgens als voorzitter van het Limburgs Voortgezet Onderwijs.’ Hij verwijt de media en Tweede Kamerleden dat zij een verband leggen tussen de twee functies.

‘Schuld ligt bij inspectie’

Hoewel Postema benadrukt dat er voor hem geen enkel verband is tussen zijn lidmaatschap van de Eerste Kamer en zijn LVO-bestuursfunctie, gaat hij in zijn verklaring toch in op de situatie bij VMBO Maastricht door de schuld voor het examendebacle niet bij hemzelf, maar bij de Inspectie van het Onderwijs te leggen.

‘Ik heb mij na de premature bekendmaking van de Inspectie dat de eindexamens van alle leerlingen ongeldig zijn verklaard, ten volle ingezet om de leerlingen en docenten van het VMBO Maastricht zo snel mogelijk weer een perspectief te kunnen bieden’, zo staat in zijn verklaring die als Eerste Kamerlid heeft verstuurd. In een eerdere verklaring die hij als LVO-vbestuursoorzitter deed uitgaan, legde hij de schuld voor het examendebacle ook al bij de inspectie.

Op 22 juni werd bekend dat de Inspectie van het Onderwijs de centrale examens van 354 leerlingen van het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege, die samen VMBO Maastricht vormen, ongeldig had verklaard, omdat bleek dat deze scholen hun leerlingen niet alle schoolexamens hadden laten maken.

André Postema blijft zitten en legt schuld bij inspectie

De omstreden bestuursvoorzitter André Postema van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) neemt verantwoordelijkheid voor het examendebacle bij VMBO Maastricht op basis van nog uit te voeren onderzoek naar zijn bestuurlijk handelen, zo staat in een verklaring van hem op de website van LVO.

Postema benadrukt in zijn verklaring dat het college van bestuur van LVO (in casu Postema zelf, want de andere bestuurder van het voorheen tweekoppige bestuur is vanwege het examendebacle weggestuurd) veel maatregelen heeft genomen ‘om onze leerlingen zo snel mogelijk duidelijkheid en perspectief te bieden’.

‘Als bestuursvoorzitter van 23 prachtige en sterke Limburgse scholen heb ik mijn verantwoordelijkheid genomen om deze aangeslagen VMBO-afdeling in Maastricht weer veilig in de haven te krijgen, alles in het belang van de getroffen leerlingen’, aldus Postema.

Hij zegt verder graag aan de raad van toezicht van LVO verantwoording af te leggen over het bestuurlijk handelen voor en tijdens de crisis. Dat wil hij ook doen ‘naar de Maastrichtse samenleving en iedereen die met het lot van deze leerlingen en hun school begaan is’.

Botte bijl van inspectie

Postema legt in zijn verklaring de schuld voor de chaos bij VMBO Maastricht bij de Inspectie van het Onderwijs. Die zou met de botte bijl hebben gehakt. Op 22 juni werd bekend dat de inspectie de centrale examens van 354 leerlingen van VMBO Maastricht ongeldig had verklaard, omdat veel schoolexamens niet waren gehaald.

Lees de volledige verklaring

Goed burgerschapsonderwijs met aandacht voor diversiteit

Goed burgerschapsonderwijs vereist actieve aandacht voor diversiteit van levensbeschouwingen en culturen. Dat staat in een gezamenlijke bijdrage van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) aan de internetconsultatie over het wetsvoorstel voor beter burgerschapsonderwijs.

VOS/ABB en VOO vinden ook dat het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind expliciet moet worden benoemd. ‘Het is namelijk essentieel dat kinderen hun eigen rechten en plichten kennen en dat dit verdrag ook binnen het onderwijs wordt nageleefd’, zo staat in de gezamenlijke bijdrage aan de internetconsultatie.

Ook zou er in de scholen meer aandacht moeten zijn voor democratie als een way of living. Het gaat dus meer dan alleen om kennisnemen van democratische waarden. ‘De school zou een democratische samenleving moeten zijn, waar kinderen actief participeren en meebeslissen.’

Een ander punt uit de gezamenlijke bijdrage is dat burgerschap zowel op micro- als macroniveau van groot belang is. ‘Ontwikkelingen zoals globalisering en digitalisering zorgen er immers voor dat de wereld vandaag de dag voor iedereen heel dichtbij is.’ VOS/ABB en VOO zien in dit kader ‘treden’ van burgerschap van gezin, school en buurt naar de woonplaats, Nederland, Europa en de wereld.

Lees de gezamenlijke bijdrage

‘Zonder fusie minder geld naar onderwijs’

Zonder fusie en nieuwbouw kunnen de basisscholen in de Overijsselse gemeente Olst-Wijhe miljoenen euro’s minder aan goed onderwijs besteden, meldt de Stentor.

In de regionale krant staat dat elf basisscholen in de gemeente Olst-Wijhe zonder fusie en nieuwbouw de komende vijftien jaar een tekort oplopen van ruim 5 miljoen euro op onderhoud, energie en schoonmaak. Het gaat om geld dat anders naar onderwijs gaat.

Als er wel wordt gefuseerd, gaat het aantal basisscholen terug van elf naar zes. Dat worden nieuwe scholen, waarvan de gemeente de bouw betaalt.

Stichting De Mare voor openbaar primair onderwijs en de stichting Mijnplein voor christelijk en algemeen bijzonder onderwijs hebben uitgerekend dat ze na de geplande scholenfusies voldoende geld van het Rijk krijgen voor onderhoud, energie en schoonmaak, zodat er meer geld kan naar het onderwijs in de klas.

Lees meer…

Internetconsultatie over afschaffen fusietoets

Tot 6 augustus kunt u meedoen aan de internetconsultatie over het afschaffen van de fusietoets in het primair en voortgezet onderwijs.

In april maakte het kabinet bekend de fusietoets in het funderend onderwijs te willen afschaffen. VOS/ABB is buitengewoon positief over dit voorstel, omdat de fusietoets samenwerking belemmert tussen schoolbesturen. Dit speelt met name in gebieden met demografische krimp en afnemende leerlingenaantallen.

Het afschaffen van de fusietoets zal er volgens het kabinet niet toe leiden dat er automatisch meer grote scholen komen. ‘Vaak gaat het om bestuurlijke fusies en blijven leerlingen gewoon in hetzelfde gebouw met dezelfde leraren les krijgen. In sommige situaties is het juist zo dat grote besturen het mogelijk maken om kleine scholen overeind te houden’, zo lichtte het kabinet in april het besluit toe.

Tot 6 augustus staat er een internetconsultatie open over het voorstel om de fusietoets af te schaffen. U kunt de internetconsultatie gebruiken om uw visie kenbaar te maken.

Ga naar de internetconsultatie

U schuift onder tijdsdruk Grondwet opzij. Mag dat?

Het fusieplan in Zeeuws-Vlaanderen dat voorziet in de opheffing van het openbaar voortgezet onderwijs in dat gebied en daarmee de Grondwet opzijschuift, is volgens onderwijsminister Arie Slob onder grote tijdsdruk tot stand gekomen. Dat heeft de minister gezegd tijdens een algemeen overleg in de Tweede Kamer over de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs.

In Zeeuws-Vlaanderen bestaat het plan om de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen samen te voegen tot een nieuwe christelijke school voor voortgezet onderwijs. In de statuten van de nieuwe organisatie staat niets vermeld dat nog verwijst naar het openbaar onderwijs.

Als de fusie volgens plan doorgaat, zou in heel Zeeuws-Vlaanderen geen openbaar voortgezet onderwijs meer zijn, terwijl in artikel 23 van de Grondwet heel duidelijk de eis van alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs staat vermeld. Het fusieplan is dus in strijd met de Grondwet.

VOS/ABB heeft hierover aan de bel getrokken in een brief aan de Tweede Kamer. Verschillende Kamerleden, onder wie Kirsten van den Hul van de PvdA, Roelof Bisschop van de SGP en Peter Kwint van de SP, wilden hierover opheldering van de minister. Die antwoordde dat het fusieplan onder grote tijdsdruk tot stand is gekomen.

Eppo Bruins, net als de minister van de ChristenUnie, benadrukt in reactie op het standpunt van VOS/ABB, dat de aanwezigheid van openbaar onderwijs van groot belang is voor een pluriform en divers aanbod.

De reactie van de minister doet de vraag rijzen of tijdsdruk een rechtvaardiging kan zijn om de Grondwet opzij te schuiven.

Stop ongrondwettelijke krimpaanpak Zeeuws-Vlaanderen!

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB geeft in een brief aan de Tweede Kamer aan waarom de voorgenomen fusie van het voortgezet onderwijs in krimpgebied Zeeuws-Vlaanderen indruist tegen artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Hij benadrukt dat er moet worden gekozen voor een andere vorm van samenwerking die wél aan de Grondwet voldoet. Die mogelijkheid is er: de samenwerkingsschool.

Het fusieplan in Zeeuws-Vlaanderen voorziet in de samenvoeging van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen tot een nieuwe christelijke school voor voortgezet onderwijs. In de statuten van de nieuwe organisatie staat niets vermeld dat nog verwijst naar het openbaar onderwijs.

Als de fusie volgens plan doorgaat, zou dus in heel Zeeuws-Vlaanderen geen openbaar voortgezet onderwijs meer zijn, terwijl in artikel 23 van de Grondwet heel duidelijk de eis van alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs staat vermeld.

In de brief aan de Tweede Kamer wordt ook gewezen op inconsequenties in beleid. Zo staat in het regeerakkoord dat het kabinet de vrijheid van onderwijs hoog acht en zelfs wil versterken, terwijl de krimpaanpak in Zeeuws-Vlaanderen diezelfde vrijheid van onderwijs opzijschuift.

Bovendien negeert Slob met zijn aanpak bewust de mogelijkheid van de samenwerkingsschool van openbaar en bijzonder onderwijs. Daarvoor is nota bene na vier decennia politieke discussie de Grondwet gewijzigd. Als in Terneuzen wordt gekozen voor de samenwerkingsschool, wordt wel aan de Grondwet voldaan.

Lees de brief aan de Tweede Kamer

Onafhankelijk onderzoek naar kwaliteit schoolexamens

De VO-raad neemt het initiatief tot een onafhankelijk onderzoek naar de kwaliteit van de schoolexamens en de positie van het programma van toetsing en afsluiting (pta) hierin. Aanleiding is het examenschandaal bij twee vmbo’s in Maastricht van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO).

De sectororganisatie meldt dat het onderzoek tot doel heeft om waar mogelijk verbetering aan te brengen. Het moet ook laten zien dat de scholen voor voortgezet onderwijs het van het grootste belang vinden dat ze het vertrouwen hebben van de politiek en de samenleving.

Naar aanleiding van het vmbo-examenschandaal bij het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege in Maastricht roept de VO-raad ook zijn leden op om kritisch te kijken naar de wijze waarop de schoolexamens in de eigen school of scholen zijn ingericht. Ook wordt de leden gevraagd om de bekijken of de afspraken in het pta helder en werkbaar zijn en of er voldoende checks and balances zijn.

De Inspectie van het Onderwijs heeft de centrale examens van 354 leerlingen van de Maastrichtse vmbo’s ongeldig verklaard, omdat bleek dat zij niet alle schoolexamens hadden gedaan. Dat is voorwaarde om aan de centrale examens te mogen maken.

Lees meer…

Honderden vmbo-examens in Maastricht ongeldig

De Inspectie van het Onderwijs heeft de centrale examens van 354 vmbo-leerlingen van twee scholen in Maastricht ongeldig verklaard. De maatregel volgt op ‘onverantwoord handelen’ van het bevoegd gezag van de twee scholen, meldt onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.  Het gaat om het Sint-Maartenscollege en het Porta Mosana College, die onder de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) vallen.

Het onverantwoord handelen dat Slob noemt, kwam aan het licht via een klokkenluidende docent. Die meldde dat een leerling die voor een bepaald vak het grootste gedeelte van het schoolexamen niet had afgerond, aan het centraal examen in dat vak had deelgenomen. Er was een cijfer voor het schoolexamen geregistreerd, hoewel de leerling maar een beperkt onderdeel daarvan had gemaakt.

Bovendien bleek deze leerling voor andere schoolexamens de cijfers 1 en 1,1 te hebben behaald. Dat had de school moeten melden bij de inspectie, omdat dit kon wijzen op onregelmatigheden, maar de inspectie heeft volgens de minister hierover geen enkele melding ontvangen.

Incorrect en incompleet

Nader onderzoek van de inspectie bracht aan het licht, zo schrijf Slob aan de Tweede Kamer, dat de onregelmatigheden rond de ene leerling mogelijk alle vmbo’ers betrof. De inspectie vroeg de scholen om meer informatie. Toen die door de scholen werd toegestuurd, bleek die aanvullende informatie ‘incorrect en incompleet’, aldus Slob.

Uit het onderzoek van de inspectie komt volgens de minister ‘in elk geval naar voren dat alle 354 eindexamenkandidaten één of meerdere schoolexamens bij één of meer vakken onvolledig hebben afgerond’. Dit betekent volgens hem dat geen enkele vmbo-eindexamenkandidaat van de twee scholen in Maastricht had mogen deelnemen aan de centrale examens.

Lees de brief van minister Slob

Leerlingen en ouders verbolgen

Het besluit van de inspectie om de examens ongeldig te verklaren, heeft geleid tot verbolgen reacties van de leerlingen en hun ouders. Dat bleek vrijdagavond, toen er in het Maastrichtse congrescentrum MECC een bijeenkomst was waarop de inspectie het besluit toelichtte. Deze bijeenkomst verliep rumoerig en de sfeer was af en toe grimmig.

Interim-directeur Loek de Veen van VMBO Maastricht, waar de twee vmbo-scholen van LVO toe behoren, heeft op de regionale nieuwszender L1 gezegd dat er ‘iets niet goed’ is gegaan in de administratie van de school. ‘Het is geen rommeltje hier, maar we vergeten de regels weleens’, aldus De Veen. Hij voegde daaraan toe dat de leraren heel toegewijd zijn, maar ook ‘onvoldoende bewust van regels en procedures’.

Een woordvoerder van LVO stelt eveneens dat de directe oorzaak van de problemen bij de leraren ligt: ‘Onze docenten hebben hun hart op de juiste plaats waar het gaat om educatie, maar in administreren blonken ze niet uit’, aldus de woordvoerder op L1. Hij voegde er de woorden ‘gemakzuchtig’, ‘nonchalant’ en ‘slordig’ aan toe.

Niet leerlingen straffen

Bestuursvoorzitter André Postema van LVO, onder wiens eindverantwoordelijkheid het debacle zich heeft kunnen voltrekken, heeft in Nieuwsuur gezegd dat niet de leerlingen, maar de school en de stichting LVO moeten worden gestraft. Hij wil dat Slob zijn discretionaire bevoegdheid gebruikt om de centrale examens toch geldig te verklaren.

‘Het is het ergste wat leerlingen en een school kan overkomen en ik begrijp dat de inspectie haar werk moet doen, maar dit gaat wel heel ver. Dit besluit is niet in het belang van de kinderen. Bestraf ons, niet de leerlingen’, aldus Postema, die eraan toevoegde dat er aan de gemaakte centrale examens ‘niets mis’ is. Slob heeft laten weten dat hij de mogelijkheid openlaat om de cijfers voor de centrale examens te laten staan, maar dat hij daar nog geen besluit over kan nemen.

Niet bang voor positie

Tegen L1 heeft Postema gezegd dat hij ervan uitging dat het met de examenadministratie wel snor zat. Hoewel hij als bestuursvoorzitter eindverantwoordelijke is, denkt Postema niet aan opstappen: ‘Ik ben niet bang voor mijn positie, maar ik sluit niet uit dat in de loop der tijd nog gaat gebeuren. Maar daar gaat het nu niet om. We willen nu zorgen dat de leerlingen de beste hulp krijgen.’

Bestuurslid Marianne Wegberg is inmiddels wel opgestapt, net als Gerard Bos die in de raad van toezicht van LVO zat. Zij hadden in het bestuur respectievelijk de rvt de portefeuille ‘onderwijs’ onder hun hoede.

Mogelijk fraude

De inspectie heeft tegen L1 gezegd dat er mogelijk meer mis is dan ‘slechts’ administratieve zaken en dat er mogelijk ook fraude in het spel is. ‘Het gaat wel degelijk om situaties waarbij leerlingen bijvoorbeeld de toetsen niet hadden gemaakt, maar er wél een cijfer voor kregen’, aldus een woordvoerder van de inspectie.

Rookvrije schoolpleinen voor gezonde generatie

De GGD Gooi- en Vechtstreek heeft een filmpje online gezet om duidelijk te maken waarom kinderen moeten opgroeien in een rookvrije omgeving. Scholen kunnen hieraan een bijdrage leveren met rookvrije schoolpleinen. STIP Hilversum voor openbaar basisonderwijs steunt de oproep van de GGD.

In het zomernummer van magazine Naar School! staat een artikel over het belang rookvrije schoolpleinen. Het artikel gaat over de rookvrije schoolpleinen van drie openbare scholen voor voortgezet onderwijs: de Regionale Scholengemeenschap Tromp Meesters in Steenwijk, het Edison College in Apeldoorn en het Hoeksch Lyceum in Oud-Beijerland.

Lees het artikel!

Lerarentekort neemt overal toe, ook in krimpregio’s

Het primair onderwijs krijgt tussen nu en 2023 overal in Nederland te maken met een lerarentekort, ook in regio’s met demografische krimp en dalende leerlingenaantallen. Dat blijkt uit 18 regionale arbeidsmarktanalyses van het Arbeidsmarktplatform PO.

In 2018 komt het lerarentekort in het primair onderwijs uit op circa 1300 fte. Dit loopt naar verwachting op tot ruim 4600 fte in 2023. De grootste tekorten worden verwacht in Noord-Holland en Rotterdam-Rijnmond. Maar ook in regio’s met een afnemend aantal leerlingen neemt het lerarentekort toe, bijvoorbeeld in Limburg.

De arbeidsmarktanalyses maken per regio duidelijk wat de belangrijkste oorzaken zijn van het lerarentekort. ‘Daarmee kunnen scholen en pabo’s samen keuzes maken om tekorten aan te pakken’, zegt voorzitter Ton Groot Zwaaftink van het Arbeidsmarktplatform PO.

Ga naar de regionale arbeidsmarktanalyses

Geen richting, dan geen nieuwe school

De minister van OCW heeft de aanvraag voor de bekostiging van een iPad-school in Den Haag terecht afgewezen, vindt de Raad van State.

Het Haagse college van burgemeester en wethouders had de school op verzoek van Stichting SEVA World School opgenomen in het scholenplan. De minister moest nog goedkeuring geven en zorgen voor de bekostiging.

De minister weigerde dat, omdat de stichting in de statuten geen richting had opgenomen, zoals algemeen bijzonder. Bovendien bleek uit de statutair beschreven grondslag niet een godsdienst of levensbeschouwing die als zelfstandige richting binnen het onderwijs is erkend. De Raad van State is het met OCW eens dat op basis hiervan geen goedkeuring kon worden verleend aan de bekostiging.

Er waren ook zorgen over de kwaliteit en de toekomstbestendigheid van de school.

Lees meer…

Achterstandsgeld anders verdeeld: Groningen in de plus

De nieuwe manier waarop het geld voor het tegengaan van onderwijsachterstanden wordt verdeeld, zorgt ervoor dat gemeenten in Groningen er geld bij krijgen, meldt het Dagblad van het Noorden (DvhN).

Het kabinet heeft voor een andere verdeelsleutel gekozen ‘waarmee de onderwijskansen worden vergroot van kinderen die dit het hardst nodig hebben’, zo meldde het ministerie van OCW in april. In het nieuwe systeem gaat minder meetellen waar een kind woont: er wordt meer gekeken naar het risico op een achterstand dan of het kind in een kleine of grote gemeente woont.

Onderwijsminister Slob zei er in april dit over: ‘Ik wil dat ieder kind in Nederland, ongeacht in welke omgeving het opgroeit, de kans krijgt om zijn gaven en talenten tot bloei te laten komen. Alles overwegende lukt dat het beste als we het geld hiervoor op deze manier verdelen.’

Nieuwe indicator CBS

De nieuwe verdeelsleutel op basis van een nieuwe indicator van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) komt erop dat er meer onderwijsachterstandsgeld naar kleine(re) gemeenten en plattelandsgebieden gaat. Dat is te merken in de provincie Groningen, zo meldt het DvhN.

‘De stad Groningen is met ruim 1,4 miljoen euro extra de koploper’, zo staat in de noordelijke krant. Ook andere Groningse gemeenten krijgen volgens de krant meer onderwijsachterstandsgeld: ‘Oldambt krijgt er ruim een miljoen euro bij, Veendam bijna acht ton en Stadskanaal bijna zeven ton. Midden-Groningen krijgt ruim 1,3 miljoen extra.’

Oost-Groningen

Bestuursvoorzitter Jaap Hansen van de Stichting Openbaar Onderwijs Oost-Groningen (SOOOG) zegt in de krant te hopen dat de gemeentebesturen het extra geld ook daadwerkelijk gaan inzetten voor het kind. ‘En niet voor een verfbeurt, nieuwe kozijnen of tapijt. Dit geld moet echt naar de kinderen gaan.’

Hij pleit ervoor het in te zetten voor extra peuteropvang. ‘Alle peuters in de leeftijd van twee, drie jaar moeten eigenlijk vier ochtenden in de week naar de opvang. Er is weliswaar overal peuteropvang, maar de frequentie kan omhoog. We laten nu aan de onderkant nog te veel liggen, waardoor we dat aan de bovenkant op hogere leeftijd moeten repareren. Voor peuters is het belangrijk dat ze op jonge leeftijd met uitdagingen te maken krijgen en lerend spelen. Maar gemeenten moeten dan wel kwaliteitseisen stellen en resultaatgericht gaan werken’, aldus Hansen in het DvhN.

Boek over geschiedenis openbaar onderwijs Tilburg

In Tilburg is vrijdagmiddag het boek Onderwijs, met eenheid in verscheidenheid gepresenteerd. Het gaat over de geschiedenis van het openbaar en bijzonder-neutraal onderwijs in Tilburg en omgeving.

Het eerste exemplaar van het boek werd tijdens een bijeenkomst in het bestuurskantoor van de Stichting Opmaat voor openbaar basisonderwijs in Midden-Brabant overhandigd aan de Tilburgse burgemeester Theo Weterings. Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB, die aan de publicatie heeft meegewerkt, kreeg ook een exemplaar.

Het boek is geschreven door de Tilburgse historicus en geograaf Henk van Doremalen. Sinds 2000 verzorgt hij een eigen serie historische monografieën voor Tilburgse bedrijven, stichtingen en instellingen.

Kamervragen over kansenongelijkheid in voorschool

PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul wil van onderwijsminister Arie Slob weten waardoor in Rotterdam het aantal peuters in de voorschool terugloopt. Zij vreest dat er een verband is met het ineenschuiven gesubsidieerde peuterspeelzalen en commerciële kinderopvang.

Van den Hul stelde Kamervragen naar aanleiding van een artikel in Binnenlands Bestuur (BB). Daarin staat dat de voorschool 20 tot 25 procent van de doelgroep mist.

Met name in Rotterdam doet zich een terugloop voor van het aantal peuters in de voorschool. Rotterdam loopt voorop bij het in elkaar schuiven van gesubsidieerde peuterspeelzalen en commerciële kinderopvang. Dat heeft tot doel om peuters met verschillende sociaal-economische achtergronden bij elkaar te brengen. Het lijkt er echter op dat het beleid een averechts effect heeft.

In wat BB de ‘moeilijkste wijken’ van de stad noemt, loopt het aantal aanmeldingen voor de voorschool terug. Dat zou te maken hebben met de eigen bijdrage die aan ouders wordt gevraagd.

Van den Hul wil nu van Slob weten of het in elkaar schuiven van gesubsidieerde peuterspeelzalen en commerciële kinderopvang inderdaad een averechts effect heeft, waardoor het risico bestaat dat de segregatie en daarmee de kansenongelijkheid van jonge kinderen juist toeneemt.

Lees meer…

Meerderheid Eerste Kamer voor boerkaverbod

In de Eerste Kamer tekent zich een meerderheid af voor een gedeeltelijk boerkaverbod, dat onder andere van kracht wordt in het onderwijs. Dat bleek dinsdag tijdens een debat over het wetsvoorstel dat dit verbod moet regelen.

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het voorgestelde verbod. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het wetsvoorstel is in november 2016 goedgekeurd door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer er ook mee instemt, gaat het boerkaverbod gelden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. De Senaat stemt erover op dinsdag 19 juni.

Meer samenwerking nodig tegen krimp

In het voortgezet onderwijs moet net als eerder in het primair onderwijs nauw worden samengewerkt om de demografische krimp het hoofd te bieden. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer. VOS/ABB is het met Slob eens, maar benadrukt dat samenwerking altijd binnen de kaders van de Grondwet moet plaatsvinden. Dat is iets waar de minister geen enkel oog voor heeft.

Hij wijst erop dat na de krimp die het primair onderwijs de afgelopen jaren al heeft doorgemaakt, nu het voortgezet onderwijs te maken krijgt met forse krimp. ‘De prognoses laten zien dat de leerlingaantallen gestaag zullen blijven teruglopen tot ten minste 2030. In het vo zullen er dan 113.500 leerlingen minder zijn dan in het huidige schooljaar (bijna 12 procent)’, zo staat in de brief van Slob.

Het baart de minister zorgen, zo schrijft hij, dat de helft van de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs nog niet zegt samen te werken met een ander schoolbestuur en dat ook niet van plan is te gaan doen. ‘Daar is nog veel winst te behalen’, aldus Slob.

Als schoolbesturen tijdig gezamenlijk optreden, is het volgens hem mogelijk om leerlingendaling het hoofd te bieden zonder dat de kwaliteit of de continuïteit van het onderwijs in de regio in het geding komt.

Samenwerken binnen kaders van Grondwet

VOS/ABB is het eens met de minister dat meer samenwerking in het voortgezet onderwijs nodig is voor de continuïteit en de kwaliteit van het aanbod, maar het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat dit op de manier gaat zoals nu in krimpregio Zeeuws-Vlaanderen. Daar wordt een scholen- en bestuursfusie voorbereid, waarbij geen enkel oog is voor de grondwettelijke eis dat overal openbaar onderwijs moet zijn.

Het plan in Zeeuws-Vlaanderen is om de enige openbare school voor voortgezet onderwijs, De Rede in Terneuzen, te laten fuseren met het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege tot een nieuwe christelijke school. In die christelijke fusieschool zal, als alles doorgaat, geen enkel aspect van openbaar onderwijs meer herkenbaar zijn.

Het is buitengewoon alarmerend dat de gemeenteraad van Terneuzen onlangs akkoord is gegaan met het fusieplan dat regelrecht tegen de Grondwet indruist. Het is nog alarmerender dat de ChristenUnie-minister de ongrondwettelijke gang van zaken wegwuift, alsof de Grondwet er in krimpregio’s niet toe doet.

Lees meer…

‘Geen voorkeursbehandeling iPad-scholen Amsterdam’

Van een voorkeursbehandeling van de zogenoemde iPad-scholen in Amsterdam met het concept Onderwijs voor een Nieuwe Tijd (O4NT) is nooit sprake geweest, stelt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer.

GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld stelde vragen aan de minister naar aanleiding van de uitzending Ondernemer in onderwijs van het onderzoeksjournalistieke programma Zembla van BBNVARA. Daarin werd beweerd dat de iPad-scholen van O4NT (destijds van Maurice de Hond) in Amsterdam een voorkeursbehandeling kregen van het ministerie van OCW.

Daarvan is echter nooit sprake geweest, benadrukt Slob. ‘De onderhavige scholen zijn gesticht met inachtneming van de wettelijke bepalingen voor schoolstichting (…). Conform die bepalingen zijn de scholen op het plan van scholen van de gemeente Amsterdam geplaatst (…)’, aldus de minister.

Lees meer…

Ouders met jonge kinderen vertrekken uit grote stad

Ouders met jonge kinderen tot vijf jaar vertrekken uit de grote stad. Veel van hen verhuizen naar kleinere gemeenten, blijkt uit cijfers van Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Neem Amsterdam: daar vertrokken in 2017 gezinnen met in totaal 4262 jonge kinderen, terwijl er gezinnen met in totaal 879 jonge kinderen naar die stad verhuisden. Het aantal jonge kinderen en daarmee het aantal leerlingen in Amsterdam neemt dus af.

In Rotterdam is het vertrekoverschot minder groot: daar vertrokken in 2017 gezinnen met in totaal 2195 jonge kinderen, terwijl er zich toen gezinnen met in totaal 1193 kinderen tot vijf jaar vestigden. In Den Haag ging het in 2017 om 1746 respectievelijk 1000, in Utrecht om 1771 respectievelijk 729.

Kleinere gemeenten rond de grote steden waar het aantal jonge kinderen toeneemt, zijn onder andere Aalsmeer, Albrandswaard, Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp, De Bilt en Bunnik.

Ga naar de cijfers van het CBS

 

 

‘Elk samenwerkingsverband één coördinator jeugdzorg’

Het grote probleem van passend onderwijs is dat er te veel organisaties bezig zijn met één kind. Daarom moet elk samenwerkingsverband één coördinator jeugdzorg krijgen. Dat benadrukt oud-VOS/ABB’er Henk Keesenberg, die nu manager is bij het Overijsselse samenwerkingsverband 25-05, tegenover de NOS.

Hij pleit ervoor om terug te gaan naar één coördinator jeugdzorg en een goede onafhankelijke toezichthouder. Zijn wens is dat leerkrachten naar één kantoor kunnen bellen als ze extra hulp nodig hebben voor een kind en dat er dan in de praktijk gekeken wordt wat er voor het kind echt nodig is.

‘Van elf kapiteinen op een schip, terug naar één kapitein, dat lijkt me een stuk eenvoudiger’, aldus Keesenberg. Daarmee doelt hij op ‘één budget, één bestuur en één raad van toezicht’. Het liefst wil hij ook dat elk samenwerkingsverband samenvalt met de regionale indeling van de jeugdzorg.

Lees meer…