Staatsecretaris Tielen heeft de Tweede Kamer met de brief Herziening regels stichten en instandhouden en opheffen geïnformeerd over voorgenomen wijzigingen. Ook kondigt zij wijzigingen aan in het beleid voor dislocaties. De voorstellen moeten volgens het kabinet bijdragen aan een toekomstbestendig scholenaanbod en de druk op personeel en onderwijshuisvesting verminderen.

VOS/ABB is nauw betrokken bij de uitwerking van de plannen en brengt in gesprekken met het ministerie van OCW de ervaringen en belangen van de leden onder de aandacht.

Meer tijd voor onderwijshuisvesting
De evaluatie van de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (MRvNS) laat zien dat de komst van nieuwe scholen gemeenten voor uitdagingen kan stellen bij de onderwijshuisvesting. De staatssecretaris erkent die knelpunten.

Een grotere regierol voor gemeenten bij de komst van nieuwe scholen komt er volgens de staatssecretaris niet. Zij verwijst daarbij naar de Grondwet. Wel werkt zij aan een wetsvoorstel waarmee gemeenten meer tijd krijgen om passende onderwijshuisvesting te realiseren. Ook wil zij het verplichte gesprek tussen initiatiefnemers, gemeenten, schoolbesturen en het samenwerkingsverband passend onderwijs voorafgaand aan de stichting van een nieuwe school meer gewicht geven.

Daarnaast is de staatssecretaris van plan de startbekostiging voor nieuwe scholen eerder in het jaar uit te keren. Daarover schreven wij eerder al: Startbekostiging nieuwe scholen  – VOS/ABB.

De volgende evaluatie van de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen, over de periode 2026-2030, moet meer inzicht geven in de effecten op onder meer onderwijssegregatie, onderwijskwaliteit, het lerarentekort, de positie van bestaande scholen en specifiek het openbaar onderwijs. Lees ook ons eerdere bericht hierover: Evaluatierapport wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen neemt zorgen over positie openbaar onderwijs niet weg   – VOS/ABB

Wijzigingen bij instandhouding en opheffing
Ook de regels voor het in stand houden en opheffen van basisscholen worden aangepast.De staatssecretaris wil een nieuwe uitzonderingsgrond invoeren op basis van een afstandscriterium. Daarbij gaat zij uit van een afstand van 3 kilometer tussen een te kleine school en de dichtstbijzijnde andere school.Daarnaast wil zij een uitzonderingsgrond invoeren voor de laatste school van een richting binnen een nog vast te stellen afstand. Die school kan dan bekostigd blijven, ook als het leerlingenaantal onder de gemeentelijke opheffingsnorm ligt.

De staatssecretaris moedigt schoolbesturen aan om, waar dat aan de orde is, de mogelijkheden voor fusies van kleine scholen te onderzoeken. Tegelijkertijd erkent zij de zorgen die onder meer openbare schoolbesturen hebben geuit over de toegankelijkheid van het openbaar onderwijs. In antwoord op vragen van de Tweede Kamer schrijft zij dat de overheid verantwoordelijk blijft voor voldoende openbaar onderwijs. Daarom blijven aanvullende bepalingen bestaan waardoor de laatste openbare school in een gebied langer bekostigd kan blijven.

Dislocaties
Ook het beleid voor dislocaties wil de staatssecretaris aanpassen. Dislocaties moeten worden geregistreerd en worden ingepast in het reguliere stelsel van wet- en regelgeving. Daarmee moet de inzet van dislocaties beter kunnen worden gereguleerd. Over het onderzoek naar dislocaties en de voorgenomen wijzigingen schreven wij eerder: Onderzoek dislocaties geeft niet alle antwoorden  – VOS/ABB

Denk mee
Heb je een praktijkvoorbeeld of een specifieke casus die relevant kan zijn voor de verdere uitwerking van de plannen? Laat het Ronald Bloemers (sr. beleidsadviseur) weten via rbloemers@vosabb.nl.  We nemen signalen uit de praktijk mee in onze gesprekken met het ministerie. Heb je vragen over de huidige regelgeving of over de voorgenomen wijzigingen? Onze Onderwijsjuristen adviseren en begeleiden je graag. Neem contact op via onderwijsjuristen@vosabb.nl.

Deel dit bericht: