Eén van de koersdoelen van VOS/ABB is het vergroten van de kansengelijkheid onder jongeren. In aanloop naar het Tweede Kamerdebat Onderwijskansen van 3 juni deed VOS/ABB aan de vaste Kamercommissie OCW dan ook de oproep om kansengelijkheid als vertrekpunt van onderwijsbeleid te nemen. Tijdens het debat bleek dat partijen verschillend denken over de definitie van kansengelijkheid en over de maatregelen die daarvoor nodig zijn.

Waar sommige partijen benadrukten dat beleid erop gericht moet zijn om zoveel mogelijk gelijke kansen te creëren, stelden andere partijen vragen bij de manier waarop kansengelijkheid wordt ingevuld. Waarbij het debat niet alleen over maatregelen ging, maar ook over de vraag wat kansengelijkheid precies betekent en hoeveel gewicht eraan gehangen moet worden. Waarbij het helaas weinig partijen maar lukte om stelselbreed naar kansengelijkheid te kijken. Een groot deel van het debat ging over bestaande regelingen en beleidsmaatregelen. Kamerleden spraken onder meer over brede brugklassen, de vrijwillige ouderbijdrage, voorlezen en verschillende subsidieregelingen.

Jonge kind op de agenda
Eén van de thema’s die wél werd benoemd als integraal thema, was de samenhang tussen opvang en onderwijs. Tijdens het debat was er vanuit verschillende partijen aandacht voor het jonge kind en het gescheiden stelsel dat er is voor kinderen onder en kinderen boven de 4 jaar. Namens PRO pleitte Kamerlid Moorman voor een structurele combinatie van opvang en onderwijs. Ook werd aangekondigd dat er een debat zal worden aangevraagd over het jonge kind, waarbij zowel het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid betrokken zijn.

Toezeggingen staatssecretaris
De staatssecretaris meldde niet bijzonder veel nieuwe ontwikkelingen tijdens het debat. Zij kondigde aan dat de Kamer voor de zomer een update ontvangt over later selecteren in de overgang van PO naar VO. Ook loopt er onderzoek naar de regeling voor brede brugklassen. Daarbij wordt gekeken hoe de hiervoor gereserveerde middelen worden ingezet.

Verder ontvangt de Kamer na de zomer een Kamerbrief over het advies van de Onderwijsraad over toetsing. Over de vrijwillige ouderbijdrage gaf de staatssecretaris aan dat het Rijk volgens haar geen aanvullende rol heeft. Volgens haar houdt de Inspectie van het Onderwijs hier toezicht op. Teleurstellend voor de scholen die nu in de praktijk problemen ervaren met ongelijkheid die ontstaat door de verplicht vrijwillige ouderbijdrage.

Deel dit bericht: