Is gerichte bekostiging wel nodig om de onderwijskwaliteit te verbeteren? De tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing van de Tweede Kamer stelt in een op 15 oktober uitgebracht advies kritische vragen bij het wetsvoorstel gerichte bekostiging. Volgens de commissie is onvoldoende onderbouwd waarom dit instrument noodzakelijk is en waarom minder ingrijpende alternatieven niet volstaan.
Met gerichte bekostiging kan de overheid aanvullende verplichtingen verbinden aan onderwijsgeld. De commissie wijst op het risico dat daarmee ook de bestedingsvrijheid van de reguliere bekostiging wordt beperkt. Bovendien vraagt zij zich af waarom de regering dergelijke verplichtingen bij algemene maatregel van bestuur kan vaststellen, zonder dat de Tweede Kamer daar als medewetgever rechtstreeks over beslist.
VOS/ABB: meer geld hoeft niet meer sturing te betekenen
De kritiek is actueel. Een dag na het advies presenteerde het kabinet de Versterkingsagenda Taal en andere basisvaardigheden, waarin vanaf 2028 gerichte bekostiging wordt aangekondigd [link andere nieuwsbericht].
VOS/ABB onderschrijft het belang van structurele investeringen in basisvaardigheden, maar vindt dat scholen ruimte moeten houden om zelf te bepalen hoe zij hun onderwijs verbeteren volgens ons bestel daartoe. Basisvaardigheden behoren immers al tot hun kerntaak. Waarom zijn daarvoor dan aanvullende bestedingsvoorwaarden nodig? En wat levert deze extra sturing op voor de onderwijskwaliteit?
Het advies van de Kamercommissie geeft de Tweede Kamer alle aanleiding deze vragen nadrukkelijk aan het kabinet voor te leggen. Dit advies volgt de rits aan eerdere louter kritische adviezen en oproepen vanuit het veld en adviescolleges over dit wetsvoorstel.