In Bestuur en management, HRM beleid, Nieuws, Politiek, Tweede kamer

‘Of een klas al dan niet als te groot wordt ervaren, hangt niet alleen samen met de feitelijke groepsgrootte.’ Dat benadrukt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen de SP.

De SP’ers Jasper van Dijk en Tjitske Siderius wilden van Dekker weten hoe hij denkt over het bericht dat scholieren in het voortgezet onderwijs ‘nog steeds last hebben’ van grote klassen. De SP baseerde zich op een EenVandaag-onderzoek.

Dekker stelt dat leerlingen relatief kleine klassen als groot kunnen ervaren en andersom. Dat hangt volgens hem niet alleen samen met de feitelijke groepsgrootte, maar ook met bijvoorbeeld de didactische invulling van de les, de pedagogisch-didactische vaardigheden van de docent en de mate waarin de leerlingen geconcentreerd en gemotiveerd zijn.

Uit het EenVandaag-onderzoek kwam weliswaar naar voren dat 30 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs aangaf in een klas te zitten met meer leerlingen dan vorig jaar. Uit datzelfde onderzoek bleek echter ook dat 35 procent van de respondenten in een klas zit met hetzelfde aantal leerlingen en 33 procent met minder leerlingen dan vorig jaar. Het lijkt er dus op dat SP selectief gebruik heeft gemaakt  van het onderzoek.

Delen