Meer inspraak ouders over mogelijke sluiting school

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW komt met drie maatregelen om kleine dorpsscholen open te houden. Zo wil hij de positie van ouders versterken. Dat blijkt uit een brief over alternatieven voor de Kleine Scholen Coöperatie

De Kleine Scholen Coöperatie, die is omgedoopt tot de Verenigde Zelfstandige Dorpsscholen, is een initiatief van de Zeeuw Jan Schuurman Hess om kleine basisscholen in plattelandsdorpen open te houden. De staatssecretaris herhaalt dat dit initiatief niet haalbaar is. Wel wil hij drie alternatieven uitwerken.

Sterkere positie ouders?
Dekker wil de positie van ouders bij de sluiting of een fusie van een school versterken. Dat wil hij doen door in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) op te nemen dat de leden van de medezeggenschapsraad bij advies over een mogelijke sluiting of bij een verzoek om instemming over een eventuele fusie of overdracht van een school, altijd eerst de achterban moeten raadplegen.

Jurist Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB merkt wat dit betreft op dat een medezeggenschapsraad dit nu ook al zou moeten doen. Het plan om dit in de WMS op te nemen zou volgens hem in de praktijk weinig veranderen. Het versterkt de positie van de ouders in feite nauwelijks.

Alternatieven
Verder wil de staatssecretaris met de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS de procedure schetsen die ouders kunnen volgen om bij de sluiting of fusie van een school alternatieven voor te leggen aan het bestuur. ‘De overdracht van een school aan een ander bestuur kan zo’n alternatief zijn’, aldus Dekker.

Bloemers merkt op dat dit nu ook al kan, maar door de procedure te schetsen wordt het voor medezeggenschapsraden duidelijk dat zij actiever kunnen handelen dan nu vaak nog het geval is. ‘Wanneer de medezeggenschapsraad niet mee wil in een fusie of sluiting, dan moet de MR kunnen aangeven waarom niet en of er een beter alternatief is. Is dat er niet, dan wordt het bevoegd gezag bevestigd in zijn besluit. Een heldere procedure kan ervoor zorgen dat medezeggenschapsraden zakelijker meekijken.’

Wat hier van belang is om op te merken, is dat medezeggenschapsraden van openbare scholen altijd het alternatief kunnen voorleggen om de school waarvoor sluiting of fusie wordt overwogen, bestuurlijk onder te brengen bij de gemeente waar die gevestigd is.

Andere richting
Tot slot wil Dekker het mogelijk maken dat een nevenvestiging een andere richting kan hebben dan de hoofdvestiging van een school. ‘Als een nevenvestiging een andere richting mag hebben dan de hoofdvestiging, biedt dat in het algemeen meer ruimte voor maatwerkoplossingen bij dalende aantallen leerlingen’, zo schrijft hij.

Bloemers ziet dit als een stap naar het door Dekker bepleite richtingvrij plannen, maar dan op kleine schaal. ‘Hiermee wordt het begrip ‘richting’ al uitgehold. Met dit voorstel kan het in feite al half worden ingevoerd, zodat het straks gemakkelijker door de Tweede Kamer kan komen’, aldus Bloemers.

Hij merkt daarbij op dat ‘openbaar’ geen richting is. ‘Dit betekent dat dit niet zal kunnen gelden voor openbare scholen. Dat maakt het dan moeilijker voor openbare scholen in krimpgebieden dan voor bijzondere scholen en ook voor samenwerkingsbesturen die eigen scholen willen samenvoegen met behoud van denominatie, waarbij een van die scholen openbaar is.’

‘De vraag is dus of deze oplossing slechts voor het bijzonder onderwijs kan gelden en daardoor extra nadelig zal uitpakken voor het openbaar onderwijs. Kleine scholen zijn overwegend openbare scholen en de vraag is of Dekker dit heeft voorzien’, merkt Bloemers op.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl