Openbaar onderwijs kan zich meer profileren

De openbare scholen kunnen duidelijker benoemen waar ze voor staan en ze zouden dat ook meer moeten uitdragen. Dat heeft voorzitter Boris van der Ham gezegd tijdens een minisymposium over de vrijheid van onderwijs. Het drukbezochte symposium dinsdag in Utrecht was georganiseerd door VOS/ABB in samenwerking met de Universiteit voor Humanistiek.

Van der Ham zat ruim tien jaar voor D66 in de Tweede Kamer en is nu onder andere voorzitter van het Humanistisch Verbond (HV). Hij sprak onder andere over het wetsvoorstel van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de vrijheid van onderwijs te verruimen door naast religies en levensbeschouwingen ook pedagogische en didactische concepten als richtingen te beschouwen.

Wat het openbaar onderwijs betreft merkte hij op dat dat worstelt met de vraag waar het nu eigenlijk voor staat. Hij ziet dat openbare scholen nog altijd terughoudend zijn in het benoemen van waarden en normen. Het zou volgens hem goed zijn als ze duidelijk zijn over waar ze voor staan en dat ook uitdragen. Zo zou het beeld kunnen worden weggenomen als zou slechts het bijzonder onderwijs waarden en normen centraal stellen.

Inperking vrijheid van onderwijs
Historicus Carel Verhoef was ook een van de sprekers. Deze oud-conrector van het christelijke Marnix College in Ede ging in op de boodschap die hij in zijn boek Inperking vrijheid van onderwijs uitdraagt.

Daarin pleit hij in het kader van de maatschappelijke segregatie voor een onderwijsbestel dat boven de verschillen uitstijgt. Artikel 23 blokkeert deze opdracht, benadrukt hij, omdat dat het groepsbelang boven het belang van de samenleving stelt.

Hij stelde bovendien de vraag hoe christelijk een christelijke school nog is, als daar 90 procent niet-christelijke leerlingen op zitten. Hij signaleert dat de waarden die in het bijzonder onderwijs gedefinieerd worden, ethische en universele waarden zijn die niet verschillen van die van het openbaar onderwijs. Daaraan koppelde hij de vraag of het bijzonder onderwijs dan nog wel bestaansrecht heeft.

Sympathiek tegenover openbaar onderwijs
Onderzoeker Vincent Stolk van de Universiteit voor Humanistiek gaf een schets van de manier waarop humanisten na de Tweede Wereldoorlog over openbaar en bijzonder onderwijs dachten.

Ze waren ook na 1945 kritisch over christelijke scholen en bleven sympathiek tegenover openbaar onderwijs staan. Zij zagen echter tevens het belang dat ieder kind onderwijs krijgt. Daarom hechtten zij óók aan bijzonder onderwijs, omdat dat in hun ogen beter was dan geen onderwijs of thuisonderwijs.

Stolk wees er verder op dat humaniteit en (mede)menselijkheid volgens humanisten kenmerkend zijn voor openbaar onderwijs, net als interlevensbeschouwelijke ontmoeting (pluriformiteit) en de mogelijkheid tot humanistisch vormingsonderwijs.

Meer segregatie
Coördinator Guido Walraven van het Kenniscentrum Gemengde Scholen ging net als Verhoef in op de segregatie, die volgens hem in het onderwijs een taai probleem is. Hij ziet dat de overgrote meerderheid van ouders weliswaar zegt voor gemengde scholen te zijn, maar daar niet naar handelt.

Hij wees op het verschil tussen het groepsbelang en het individuele belang: ouders wíllen wel gemengde scholen, maar niet als ze daarin alleen staan. Walraven vreest dat de plannen van staatssecretaris Dekker om artikel 23 te verruimen, de segregatie in het onderwijs zullen bevorderen.