Een nieuwe school open je niet van de een op de andere dag. Dit vraagt veel voorbereiding én dat kost geld. Scholen ontvangen hiervoor startbekostiging. In het primair onderwijs gaat het om een bedrag van circa € 19.000 en in het voortgezet onderwijs circa € 131.000. SEO Economisch Onderzoek heeft in opdracht van OCW een onderzoek uitgevoerd naar de vraag in hoeverre de hoogte van de startbekostiging toereikend is om de kosten voor het stichten van een nieuwe school te kunnen dragen. VOS/ABB is blij met dit onderzoek en de bevestiging die het geeft van de knelpunten die al langer bij leden zichtbaar zijn.
De stichtingsprocedure duurt zo’n 2 jaar. De procedure start met een melding in juni van een jaar (bijv. juni 2026). Een jaar later besluit de minister of de school wordt bekostigd (vóór juni 2027) en weer ruim een jaar later opent de nieuwe school (in dit voorbeeld 1 augustus 2028). SEO heeft in kaart gebracht hoeveel kosten nieuwe scholen maken in de periode van het bekostigingsbesluit tot opening. Alle kosten die vóór het bekostigingsbesluit zijn gemaakt, zijn dus niet meegenomen in het onderzoek. Denk hierbij aan het doen van de aanvraag en het voeren van gesprekken met gemeente, samenwerkingsverband, schoolbesturen en inspectie.
SEO heeft (volgens henzelf) een zeer conservatieve inschatting gemaakt van de stichtingskosten van een po-school. Deze kosten bedragen circa € 42.000. Hierbij gaat het om:
- ca. € 15.000 loonkosten. Dit is exclusief de kosten voor een kwartiermaker (ca. € 20.000) en onbetaalde uren. Zeker waar het gaat om een nieuw schoolbestuur loopt dat op tot ± € 70.000.
- ca. € 27.000 overige kosten, zoals huisvestingslasten, administratieve lasten, apparatuur en leermiddelen.
Vanwege het beperkte aantal gestichte vo-scholen en de beperkte respons heeft SEO geen overzicht kunnen maken van de stichtingskosten voor vo-scholen.
SEO komt tot de conclusie dat:
- de startbekostiging in het po verre van toereikend is.
- de hoogte van de startbekostiging in het vo relatief beter aansluit dan in het po, maar niet toereikend is.
- nieuwe schoolbesturen meer kosten maken dan reeds bestaande schoolbesturen.
- een verzelfstandigde school startbekostiging krijgt, maar nauwelijks extra kosten maakt.
- het juridisch mogelijk is om in de hoogte van de startbekostiging rekening te houden met de hogere kosten voor nieuwe schoolbesturen en lagere kosten in geval van verzelfstandiging.
- de startbekostiging te laat wordt ontvangen. Deze wordt betaald in de 2 maanden voorafgaand aan de opening terwijl 45% van de kosten vóór die tijd al wordt gemaakt.
- er regionale verschillen zijn in het tekortschieten van de startbekostiging vanwege gemeentelijke bijdragen.
- nieuwe scholen subsidies mislopen vanwege het ontbreken van de daarvoor vereiste leerlinggegevens.
- de huidige wetgeving geen rekening houdt met vertragingen van nieuwbouwprojecten. Scholen kunnen door vertraging niet op tijd open en verliezen daardoor het recht op startbekostiging. Of scholen gaan wel op tijd open, maar sluiten doordat ze de vereiste leerlingenaantallen niet halen door vertraging in de bouw. In beide gevallen moet op een later moment de stichtingsprocedure opnieuw worden doorlopen en de daarbij behorende kosten worden gemaakt.
Reactie VOS/ABB
De knelpunten in de startbekostiging zijn al langer bekend. Het is nuttig dat dit onafhankelijke onderzoek deze knelpunten adresseert. Dit onderzoek is een goede motivatie voor OCW om deze knelpunten op te lossen.