Topambtenaar dringt aan op actieplan voor beter onderwijs

Voor meer economische groei op de lange termijn is een breed en ambitieus actieplan nodig voor beter en toekomstbestendig onderwijs. Dat stelt secretaris-generaal Maarten Camps van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in een artikel in vakblad Economisch Statistische Berichten.

Hij wijst erop dat de gemiddelde resultaten van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs geleidelijk afnemen, dat toptalent zich minder goed ontwikkelt en dat de kwaliteitsverschillen tussen scholen toenemen. Tevens noemt hij in zijn artikel de opkomst van particuliere scholen en studiebegeleiding. Die opkomst is volgens hem een signaal dat erop wijst dat de kwaliteit van het reguliere onderwijs onder druk staat. Bovendien werkt deze ontwikkeling kansenongelijkheid in de hand.

Het onderwijs heeft een brede opdracht, zo vervolgt Camps. ‘Een van de doelen is het aanbieden van kennis en vaardigheden waarmee leerlingen worden voorbereid op de volgende stappen in hun leven, waaronder het uitoefenen van een beroep. In een economie die sterk verandert, is dit een belangrijke uitdaging.’

Camps signaleert dat het onderwijs hier niet snel genoeg op anticipeert. Daarom is er volgens hem een breed en ambitieus actieplan nodig voor snelle verbetering en vernieuwing.

Lees het artikel Sturen op economische groei

Ledenraadpleging Actieplan LeerKracht

Stemmen kan via het digitale stemformulier op deze website.

Op 16 april hebben de WvPO en de PO-raad (die na de zomer de rol van de WvPO als werkgeversorganisatie overneemt) na een lang en complex traject het onderhandelaarsakkoord over het Convenant Actieplan LeerKracht ondertekend. Ook de werkgevers- en werknemersorganisaties in het vo, mbo en hbo tekenden dit akkoord met minister Plasterk.

De arbeidsvoorwaardencommissie van de WvPO, die breed is samengesteld uit werkgevers in het po, is steeds betrokken geweest bij de opstelling van de onderhandelingsdelegatie van de WvPO. Deze commissie adviseert positief over het nu bereikte akkoord.

Dat akkoord bevat plus- en minpunten, maar alles afwegende vindt de arbeidsvoorwaardencommissie van de WvPO dat het actieplan voldoende positieve punten kent om ermee door te gaan. Het bestuur van de WvPO en de PO-Raad ondersteunen de positieve conclusie. Daarom wordt het onderhandelaarsakkoord nu voor een ledenraadpleging voorgelegd aan de werkgevers in het po.

Pluspunten uit het akkoord:

–         Het convenant versterkt de positie van de leraar in het primair onderwijs. De wervingskracht  op de arbeidsmarkt en de concurrentiepositie ten opzichte van het vo is toegenomen.  Door het verkorten van de carrièrelijnen en de schaaluitloop gaan de meeste leraren erop vooruit, daarnaast kan de afgesproken schaallengte met uiteindelijk 15 periodieken de vergelijking met vergelijkbare sectoren zoals gemeenten en de zorg doorstaan. De afspraak dat 40% van de leraren (te bereiken in 2014) kan doorstromen naar een LB-functie zorgt ervoor dat het voor leraren in het basisonderwijs niet meer nodig is om voor een LB-functie naar het voortgezet onderwijs over te stappen. Daarnaast kan aan leraren een carrièreperspectief binnen het leraarsberoep worden geboden.

–         Voorafgaand aan de toekenning van de schaaluitloop bij het bereiken van het maximum in LA of LB van € 850,- vindt een beoordeling plaats. Dat biedt werkgevers de gelegenheid om criteria te hanteren en zo ontwikkeling van medewerkers te stimuleren. Op die manier is de kwaliteit van het onderwijs gediend met de salarismaatregel.

–         In het primair onderwijs zal geen directe koppeling worden gelegd tussen opleiding en functie. Het huidige Fuwa PO waarbinnen opleiding naast niveau en complexiteit van de werkzaamheden slechts één van de wegingsfactoren is, zal gehandhaafd blijven.

–         De door de minister voorgestelde bezuiniging op de BAPO is teruggedraaid. Dit geeft de werkgeversvertegenwoordigers de mogelijkheid om met het huidige beschikbare budget afspraken in de CAO PO te maken over een levensfasebewust personeelsbeleid waarbij ook de omvorming van de BAPO wordt betrokken.

–         In de plannen van de minister zou de positie van de leraar zo worden versterkt dat hij het voor het zeggen zou krijgen in de school. Met de afspraken die nu gemaakt zijn over de positie van de leraar wordt de eindverantwoordelijkheid van het bevoegd gezag als werkgever bevestigd. Daarnaast is vastgelegd dat de professionele ruimte van de leraar ook inhoudt dat deze rekenschap geeft over de kwaliteit van diens werk. Afspraken over het professioneel handelen van de leraar worden uitgewerkt in een professioneel statuut.

–         Het extra geld dat beschikbaar komt in het scholingsfonds zal bijdragen aan “vitalisering” van LeerKrachten. Immers wie studeert doet kennis en nieuwe inspiratie op.

 Minpunten uit het akkoord:

–         De afspraak waarbij de invoering van de LB-functies is vastgepind op een percentage op schoolniveau en ook enkele andere afspraken zijn vanwege hun sturende karakter feitelijk in strijd met de autonomievergroting van schoolbesturen en de invoering van de lumpsumfinanciering.

–         De oprichting van een scholingsfonds waardoor de rol van de werkgever met betrekking tot de scholing van zijn personeel, ontkend wordt; het is immers voor de werkgever van belang scholingsinspanningen te verbinden met de doelen van de organisatie.

–         De te gedetailleerde uitwerking van de functiemix door een vloer op schoolniveau.

–         Meer algemeen gezegd is het vooral de eigen ruimte die de minister claimt ten koste van de ruimte van schoolbesturen die zorgen baart. Dit lijkt een omgekeerde weg te zijn ten opzichte van het de veel eerder ingezette lijn van autonomievergroting en decentralisatie.

In de rechterkolom hiernaast staan veelgestelde vragen – met antwoorden.

Informatie: Hans van Willegen, jvanwillegen@vosabb.nl.

Bijlagen