Godsdienst en levensbeschouwing in openbare school

In de openbare school komen leerlingen in aanraking met verschillende godsdienstige, levensbeschouwelijke en culturele achtergronden. Dat benadrukt de Onderwijsraad in aanloop naar een bijeenkomst over artikel 23 van de Grondwet.

Volgens de Onderwijsraad denken sommige ouders dat kinderen op een openbare school niet met godsdienst in aanraking (mogen) komen. Dat beeld klopt absoluut niet, benadrukt de raad.

‘De kerndoelen vanuit de overheid zeggen dat alle scholen – dus ook openbare – aandacht aan geestelijke stromingen moeten besteden. Dat is onderdeel van de wereldoriëntatie en burgerschapsvorming van leerlingen. Onderwijs over godsdienst past dus binnen de openbare school.’

Lees meer…

Medio 2020 brengt de Onderwijsraad een verkenning uit naar de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. Om te horen wat mensen van artikel 23 van de Grondwet vinden, is er op 9 december in het Koningin Wilhelmina College in Culemborg een bijeenkomst over de vraag hoe dit artikel zich verhoudt tot onder andere de toegankelijkheid en de kwaliteit van het onderwijs.

Meer informatie over deze bijeenkomst

Openbaar onderwijs in elke gemeente!

Het uitgangspunt in de Grondwet is dat kinderen in het hele land openbaar onderwijs moeten kunnen volgen. Dat benadrukt de Onderwijsraad in aanloop naar een bijeenkomst over artikel 23.

De overheid garandeert dat niemand genoodzaakt is om onderwijs te volgen dat uitgaat van een specifieke godsdienst of levensbeschouwing. De Grondwet heeft het over openbaar onderwijs in elke gemeente, legt de Onderwijsraad uit.

Een opmerkelijk punt in de tekst van de Onderwijsraad is dat die spreekt over openbaar ‘basisonderwijs’ dat overal in Nederland voorhanden moet zijn, maar dat is niet wat in de Grondwet staat. Artikel 23 gaat over ‘lager onderwijs’. Vooraanstaande juristen wijzen erop dat daar ook het voortgezet onderwijs toe behoort.

Lees meer…

Medio 2020 brengt de Onderwijsraad een verkenning uit naar de vrijheid van onderwijs. Om te horen wat mensen van artikel 23 vinden, is er op 9 december in het Koningin Wilhelmina College in Culemborg een bijeenkomst over de vraag hoe artikel 23 zich verhoudt tot onder andere de toegankelijkheid en de kwaliteit van het onderwijs.

Meer informatie over deze bijeenkomst

Artikel 23 gaat vooral óók over openbaar onderwijs

De Onderwijsraad benadrukt dat artikel 23 van de Grondwet niet alleen over de vrijheid van onderwijs gaat, maar vooral ook over de overheid die ervoor moet waken dat er overal in Nederland voldoende openbaar onderwijs beschikbaar is en blijft.

Vooruitlopend op een bijeenkomst op 9 december over artikel 23 meldt de Onderwijsraad dat dit grondwetsartikel over meer gaat dan alleen de vrijheid van onderwijs. Het bepaalt ook dat de overheid ervoor moet zorgen dat er een goed functionerend onderwijsstelsel is met genoeg openbare scholen in heel Nederland.

Medio 2020 brengt de Onderwijsraad een verkenning uit naar de vrijheid van onderwijs. Om te horen wat mensen van artikel 23 vinden, is er op 9 december in het Koningin Wilhelmina College in Culemborg een bijeenkomst over de vraag hoe artikel 23 zich verhoudt tot onder andere de toegankelijkheid en de kwaliteit van het onderwijs.

Meer informatie over deze bijeenkomst

Wat is nog de betekenis van artikel 23?

Op 9 december kunt u in Culemborg naar een discussiebijeenkomst over de vrijheid van onderwijs. De organisatie is in handen van de Onderwijsraad.

Op de bijeenkomst staat de vraag centraal of het uit 1917 daterende artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs nog wel toekomst heeft. De bijeenkomst staat in het teken van de verkenning naar de betekenis van artikel 23 door de Onderwijsraad. Die komt naar verwachting komend voorjaar met een publicatie hierover.

De discussiebijeenkomst over artikel 23 is op maandag 9 december van 15.30 uur tot 20.00 uur in het christelijke Koningin Wilhelmina College in Culemborg.

U kunt zich tot en met 22 november online aanmelden.

 

Identiteitsgebonden benoemingsbeleid, kan dat nog wel?

Op 25 november is er in Utrecht een symposium over het identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox protestantse scholen in relatie tot de mensenrechten. 

Het symposium gaat vooraf aan de promotie van mr. Niels Rijke. Hij deed onderzoek naar de relatie tussen het identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox protestantse scholen en de mensenrechten. Daarbij gaat het over de vraag of deze scholen kunnen blijven weigeren om bijvoorbeeld ongehuwde moeders, gescheiden vaders, homoseksuelen en mensen met een ‘afwijkend’ geloof aan te nemen.

VOS/ABB vindt dat het niet meer van deze tijd is dat bijvoorbeeld christelijke scholen nog steeds met artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs in de hand leerlingen en personeelsleden buiten de deur kunnen houden als die niet zouden passen bij bepaalde religieuze uitgangspunten. Het is hoog tijd dat algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid wettelijk worden vastgelegd. Door de overheid bekostigd onderwijs behoort immers van en voor iedereen te zijn.

Wanneer, waar en aanmelden

Het symposium is op maandag 25 november van 10.00 tot 11.45 uur in het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht. Om 12.45 uur begint de promotiebijeenkomst.

U kunt zich aanmelden voor het symposium en eventueel ook voor de promotiebijeenkomst via n.a.rijke@ucr.nl.

‘Islamitische scholen zijn de beste, dankzij artikel 23’

Religieuze scholen presteren beter dan openbare scholen, en dat geldt al helemaal voor islamitische scholen. Dat beweren pedagoog en universitair docent Orhan Agirdag en filosoof en hoogleraar Michael S. Merry in een opiniestuk in NRC.

Zij pleiten in de krant voor het behoud van de vrijheid van onderwijs volgens het uit 1917 daterende artikel 23 van de Grondwet, waarin destijds de gelijke bekostiging van het openbaar en bijzonder onderwijs is vastgelegd.

De discussie over het al of niet moderniseren of zelfs afschaffen van artikel 23 wordt volgens hen slechts op ideologische gronden gevoerd. Dat is niet goed, vinden zij. Het moet volgens hen vooral gaan over de kwaliteit van het onderwijs. En die is beter, zo stellen zij, op religieuze en dan met name op islamitische scholen.

‘Uitgerekend islamitisch onderwijs – dat vandaag de dag zo verketterd wordt – levert al vijf jaar de beste leeropbrengsten op bij de eindtoets. Dit is een toonbeeld van succes. We mogen daar als land best wel trots op zijn’, aldus Agirdag en Merry.

Lees meer…

Tweede Kamer steunt ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer heeft helaas ingestemd met het door VOS/ABB bekritiseerde wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen

Het wetsvoorstel dat afkomstig is van onderwijsminister Arie Slob kreeg de steun van de regeringsfracties VVD, CDA, D66 en ChristenUnie en van de oppositiefracties van GroenLinks, Partij voor de Dieren, 50-PLUS, SGP, DENK en Van Haga. De SP, PVV, PvdA, Van Kooten-Arissen en Forum voor Democratie stemden tegen.

De Kamer stemde ook over ingediende amendementen en moties. Zo moet de initiatiefnemer van het stichten van een nieuwe school beschrijven hoe die school bijdraagt aan het tegengaan van segregatie. Ook moet duidelijk zijn hoe de nieuwe school omgaat met de vrijwillige ouderbijdrage en met medezeggenschap.

Hokjesscholen

Als het wetsvoorstel ook wordt aangenomen door de Eerste Kamer, kan straks in principe iedereen een nieuwe school beginnen. VOS/ABB vindt dit een slechte zaak, omdat het versnippering van het funderend onderwijs in de hand zal werken.

Bovendien kunnen dan nog meer scholen dan nu al het geval op grond van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs leerlingen en leraren weigeren op grond van eigen toelatingscriteria. Zo kunnen er nog meer ‘hokjesscholen’ ontstaan, terwijl de huidige segregatie in het onderwijs al een groot maatschappelijk probleem is. Het amendement over het tegengaan van segregatie zal dat niet kunnen voorkomen.

Het ministerie heeft een inphographic gepubliceerd die op versimpelde wijze weergeeft wat volgens OCW de essentie van het wetsvoorstel is.

Arie Slob steeds meer minister voor bijzonder onderwijs

Arie Slob laat zich steeds meer kennen als minister voor bijzonder onderwijs. De positie van het openbaar onderwijs is voor hem van ondergeschikt belang. Dat blijkt uit zijn reactie op wijzigingsvoorstellen met betrekking tot het wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’.

In een brief die hij naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, geeft hij stemadvies over ingediende wijzigingsvoorstellen. Het betreft onder andere een amendement waarin staat dat er algemene acceptatieplicht moet komen. Slob ontraadt dit wijzigingsvoorstel.

De ChristenUnie-minister wil de situatie handhaven dat scholen met de Grondwet in de hand (artikel 23) de deuren voor leerlingen gesloten kunnen houden als die niet zouden passen bij bepaalde religieuze uitgangspunten.

Hij is ook tegen een amendement over een wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling ten behoeve van algemene benoembaarheid op elke bekostigde school. De minister wil dus dat bijzondere scholen ook personeelsleden kunnen blijven weigeren, bijvoorbeeld vanwege hun geaardheid.

Slob is er bovendien op tegen dat de eerste school in een nieuwbouwwijk altijd een openbare school zou moeten zijn. De gedachte achter dit wijzigingsvoorstel is dat ook in nieuwbouwwijken bij voorbaat geen enkele leerling mag worden uitgesloten, maar Slob vindt klaarblijkelijk dat de wet uitsluiting mogelijk moet laten.

Lees meer…

‘Goed onderwijs belangrijker dan vrijheid voor ouders’

Het hoogste beginsel moet zijn dat kinderen goed onderwijs krijgen, niet dat ouders de vrijheid hebben een school te kiezen die bij hen past. Dat vindt predikant Tom Mikkers van de Vrijzinnigen NPB Wassenaar.

Hij zei zaterdag in het levensbeschouwelijke praatprogramma Jacobine van KRO-NCRV dat met artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs het belang van ouders meer gediend is dan het belang van kinderen. Hij noemde in dit kader ook selectie op basis van geloof. Dat is volgens hem ‘een ouderwets criterium’.

Op de vaak gehoorde stelling dat de meeste bijzondere scholen niet meer op basis van geloof selecteren, reageerde hij door te benadrukken dat dit nog steeds wel het beginsel van artikel 23 is. Daarom is het nodig, zo vindt hij, om elkaar de vraag te stellen of de beginselen van het grondwetsartikel uit 1917, die zo kenmerkend waren voor de verzuiling in de 20e eeuw, nog wel passen bij de huidige tijd.

In de uitzending waren ook onderwijsminister Arie Slob en leraar en onderzoeker Marietje Beemsterboer aanwezig.

U kunt de uitzending terugkijken.

‘Artikel 23 nodig voor controle religieuze vorming’

Als artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs er niet was, dan zouden kinderen hun religieuze vorming ‘elders’ krijgen ‘op een manier die veel minder goed in de gaten kan worden gehouden’. Dat stelt Trouw-columniste Naema Tahir.

Zij verwijst in haar betoog naar de discussie rond het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Onderwijsminister Arie Slob eist dat het bestuur van deze school opstapt, omdat het banden zou hebben met salafisten die zouden willen dat moslims zich van Nederland als democratische rechtsstaat afkeren.

Tahir signaleert dat dergelijke ‘voorvallen’ worden aangehaald ‘om artikel 23 weer ter discussie te stellen’. Eerst had zij hier begrip voor, maar nu denkt ze er anders over. Artikel 23 moet volgens haar blijven bestaan, omdat kinderen anders ‘elders’ hun religieuze vorming krijgen ‘op een manier die veel minder goed in de gaten kan worden gehouden’.

Ze bedoelt hiermee dat de Inspectie van het Onderwijs geen zicht heeft op religieuze vorming van kinderen in bijvoorbeeld de moskee.

Lees meer…

Minister eist vertrek bestuur Cornelius Haga Lyceum

Onderwijsminister Arie Slob eist het vertrek van het bestuur van het islamitische Cornelius Haga Lyceum. Als het bestuur niet opstapt, beëindigt de minister de bekostiging van deze omstreden school in Amsterdam.

Slob maakte zijn besluit bekend via Twitter:

De minister baseert zijn besluit onder meer op informatie van de Inspectie van het Onderwijs en de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD), zo staat in een brief van hem aan de Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland. Uit die informatie blijkt volgens de minister dat directeur-bestuurder Söner Atasoy en zijn broer ‘sinds 2000 in een salafistische en radicale omgeving verkeren’. Zij worden in verband gebracht met financiering van een islamitische terreurgroep in de Kaukasus.

Salafistische aanjagers

De minister signaleert voorts dat de directeur-bestuurder van het Cornelius Haga Lyceum en diens broer zich omringen met ‘salafistische aanjagers’ en dat zij het curriculum van de school ‘aan de salafistische geloofsleer’ willen wijden’. De school handelt volgens Slob ‘in strijd met de door de overheid ontwikkelde antiradicaliseringsstrategie’ en zet op die manier mogelijk aan ‘tot antidemocratische opvattingen en een actieve afkeer van de Nederlandse samenleving’.

De inspectie heeft volgens de minister ook ‘een fors aantal tekortkomingen vastgesteld in de naleving van de onderwijswet- en regelgeving’. Dit betreft volgens Slob bekostigingsvoorwaarden, financieel beheer en bestuurlijk handelen.

Bestuur verbaasd

Directeur-bestuurder Atasoy laat via de media weten verbaasd te zijn over de aanwijzing. Hij zegt tevens het ‘uiterst onprofessioneel’ te vinden dat hij geen officiële brief heeft gekregen, hoewel er wel een brief is verstuurd naar de Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland. Hij stelt dat er een politieke hetze gaande is tegen zijn school.

Advocaat Wouter Post van de omstreden islamitische school heeft in de media aangegeven bezwaar te zullen aantekenen tegen de aanwijzing van de minister.

Artikel 23 Grondwet

De minister kan het bestuur van het Cornelius Haga Lyceum niet wegsturen, zelfs niet als het onderwijs botst met de democratische rechtsstaat en fundamentele rechten en vrijheden. Artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs maakt het wegsturen van bestuurders onmogelijk, zo benadrukte Slob onlangs nog toen het in de Tweede Kamer ging over het omstreden wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen.

Wel kan de minister de bekostiging stopzetten, en daar dreigt hij nu dus mee in het geval van het Cornelius Haga Lyceum. In de regel leidt stopzetting van de bekostiging tot sluiting van een school, maar dat hoeft niet. De mogelijkheid bestaat dat een of meer particuliere geldschieters de overheidsfinanciering overnemen.

Bestuur blijft aan

Paul Zoontjens, emeritus-hoogleraar Onderwijsrecht, zegt in de Volkskrant dat het een illusie is dat Slob het bestuur op deze manier weg krijgt. Hij verwacht dat juridische procedures zeker twee tot twee en een half jaar in beslag zullen nemen. ‘Tot die tijd kan dit bestuur aanblijven’, aldus Zoontjens.

Hij voegt hieraan toe dat het inspectierapport over het Cornelius Haga Lyceum niet sterk is en dat het bestuur van de omstreden school aan het langste eind trekt.

Slob grijpt niet in bij ondemocratische school

Het is in strijd met de Grondwet als de overheid ingrijpt bij een school met uitgangspunten die tegen de democratische rechtsstaat en fundamentele rechten en vrijheden ingaan. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

Het is in de Grondwet zo geregeld dat het niet aan de overheid is een oordeel te vellen over een godsdienst of levensovertuiging, zo benadrukte Slob donderdag in een Kamerdebat over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen.

Deze kwestie kwam aan bod naar aanleiding van de berichten van NRC en Nieuwsuur over islamitische scholen die de democratische basiswaarden niet zouden uitdragen. CDA-Kamerlid Michel Rog wil dat de Inspectie van het Onderwijs ingrijpt op die scholen. PVV’er Harm Beertema vindt dat ze geen geld meer mogen krijgen.

Slob zegt dus dat ingrijpen door de overheid niet kan, omdat dat zou botsen met de Grondwet. Daarmee doelt hij op artikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

Hokjesscholen

De kern van het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen is dat het stichten van een school niet meer is gebonden aan een erkende levensbeschouwelijke richting. Straks zou in principe iedereen een school kunnen beginnen en op basis van de eigen levensvisie leerlingen en leraren kunnen weigeren.

VOS/ABB is tegen deze mogelijkheid, omdat die zal leiden tot een verdere versnippering van het onderwijslandschap in nog meer ‘hokjessscholen’ dan nu al het geval is. Toenemende segregatie past niet bij de huidige maatschappij die wordt gekenmerkt door diversiteit. Het is in de ogen van VOS/ABB essentieel voor een in alle opzichten gezonde samenleving dat verschillende kinderen van en met elkaar leren.

Daarbij hoort volgens VOS/ABB algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid. Bovendien zouden alle scholen actief pluriform moeten zijn.

Wildgroei aan bubbels

VOS/ABB’s bezwaar tegen toenemende segregatie kwam in het Kamerdebat over het wetsvoorstel aan bod. Lisa Westerveld van GroenLinks wees erop dat ‘hokjesscholen’ moeten worden voorkomen. SP’er Peter Kwint sprak in dit kader van een ‘wildgroei aan bubbels’. Zij willen door de Inspectie van het Onderwijs laten beoordelen of een nieuwe school segregatie in de hand werkt. Als dat zo is, dan is het niet wenselijk dat die school er komt.

De ChristenUnie-minister heeft altijd gezegd dat het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen alleen maar bedoeld is om de vrijheid van onderwijs te versterken, en dat het helemaal losstaat van segregatie.

Bestaan van hokjesscholen staat haaks op gelijke kansen

‘We willen in Nederland gelijke kansen voor alle kinderen. Daar hoort onderwijs bij dat voor alle leerlingen toegankelijk en betaalbaar is. Het is hoog tijd om dat eindelijk eens goed te regelen.’ Dat benadrukken directeur Hans Teegelbeckers en politiek adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB in Het Financieele Dagblad.

In het huidige duale bestel hebben bijzondere scholen nog steeds de mogelijkheid om met de Grondwet in de hand leerlingen en leerlingen te weigeren of weg te sturen. Die mogelijkheid wordt geboden door artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Dit grondwetsartikel dateert uit 1917.

‘Nederland was toen een sterk verzuild land. Christelijke kinderen gingen niet alleen naar de christelijke school, maar aten ook brood van de christelijke bakker en dronken melk van de christelijke melkboer. Deze strikte maatschappelijke indeling ligt (gelukkig) achter ons, alleen in het onderwijs bestaat die nog steeds.’

Hokjesscholen

Teegelbeckers en Bloemers spreken van ‘hokjesscholen’ die nog overal in Nederland zijn. ‘Kinderen leven en leren daar met leeftijdgenoten uit wat hun ouders als de ‘eigen groep’ beschouwen, en niet met anderen uit de diverse samenleving van nu.’ Ze wijzen ook op ‘financiële drempels die sommige scholen door middel van een hoge ouderbijdrage opwerpen om alleen ‘hun soort mensen’ binnen te halen’.

‘Het resultaat is dat kinderen geen gelijke kansen krijgen, terwijl we in dit land juist (zeggen te) willen dat ze die wel krijgen’, benadrukken Teegelbeckers en Bloemers. ‘Laten we daarom algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid bij wet regelen. En laten we dan meteen ook een einde maken aan de hoge ouderbijdragen die sommige scholen vragen. Want Nederlandse kinderen moeten samen naar school.’

Lees het hele opiniestuk

Artikel 23: Maak alle scholen algemeen toegankelijk!

Alle bekostigde scholen in Nederland moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Bovendien dient op alle scholen elke bevoegde leraar benoembaar te zijn. Dat staat in een position paper van VOS/ABB over artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Het position paper benadrukt dat het hele onderwijsveld wil dat er gelijke kansen voor gelijke talenten zijn. ‘Wanneer de schoolkeuze niet voor elke ouder, elke leerling en elke docent even vrij is, is die wens niet realiseerbaar’, zo staat in het stuk van VOS/ABB.

Nu is het nog zo dat het bijzonder onderwijs leerlingen en personeelsleden kan weigeren als hun levenswijze niet bij de uitgangspunten van de school zou passen. Het openbaar onderwijs kent altijd al algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid. Openbaar onderwijs is van en voor de gehele samenleving.

Vrijheid

In het position paper staat ook: ‘Het recht op onderwijs voor het kind moet voorop staan, waarbij de vrijheid om scholen te stichten vanuit een bepaalde visie kan blijven bestaan, maar niet met een toelatings- en benoemingsbeleid gegrond op een specifieke levensbeschouwing. Dat past immers niet bij de gelijkwaardigheid binnen onze democratische samenleving.’

Actief-pluriform

‘Het onderwijs op bekostigde scholen is in onze visie actief-pluriform en besteedt dus actief en expliciet aandacht aan verschillen in onze pluriforme democratische samenleving’, aldus de visie van VOS/ABB.

Het position paper van VOS/ABB in een bijdrage aan de discussie over de waarde van het uit 1917 daterende artikel 23 van de Grondwet in de samenleving van nu. De Onderwijsraad bereidt hierover een advies voor.

Lees het position paper van VOS/ABB.

AIVD wilde geen discussie over vrijheid van onderwijs

De waarschuwing van de geheime dienst AIVD voor het omstreden Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam was niet bedoeld om een discussie los te maken over de vrijheid van onderwijs, zegt AIVD-directeur Dick Schoof in de Volkskrant.

In januari verstuurde de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) een ambtsbericht, waarin het Cornelius Haga Lyceum werd geassocieerd met salafisme en terrorisme. In maart kwam de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) met een samenvatting van dat bericht. Daarin stond dat er sprake was van ‘richtinggevende personen’ die zich zouden omringen met ‘salafistische aanjagers’. Ook zou er sprake zijn van antidemocratische standpunten.

De informatie die via de AIVD en NCTV naar buiten kwam, was voor burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) en onderwijswethouder Marjolein Moorman (PvdA) van Amsterdam aanleiding om niet meer met het bestuur van de school te willen samenwerken. Moorman riep ouders op om het bestuur aan de kant te zetten, maar aan die oproep werd geen gehoor gegeven.

De opstelling van de gemeente Amsterdam was voor directeur-bestuurder Söner Atasoy reden om Halsema uit te maken voor ‘domme gans’. Volgens hem is zijn school ten onrechte in verband gebracht met extremistisch gedachtegoed en terrorisme.

Artikel 23 vrijheid van onderwijs

De waarschuwing tegen het Cornelius Haga Lyceum leidde tot een discussie over de houdbaarheid van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Zo schreef historicus Gert Jan Geling in Trouw een opiniestuk, waarin hij stelde dat de situatie op het Cornelius Haga Lyceum aantoont dat artikel 23 onderwijs mogelijk maakt dat we in Nederland niet willen.

‘Zolang we een grondwetsartikel hebben dat dit soort scholen de vrijheid geeft om zich te vestigen, blijft het proberen dit tegen te gaan onbegonnen werk. We kunnen dan wel zeggen ‘dit willen we niet’, maar dankzij de Grondwet mag het uiteindelijk gewoon wel, en moeten gemeenten, en de Rijksoverheid, zich in de gekste bochten wringen om de oprichting en verspreiding van dergelijke salafistische scholen te voorkomen’, aldus Geling.

Tweede Kamerlid Jasper van Dijk van de SP zei naar aanleiding van de situatie in Amsterdam dat artikel 23 het vrijwel onmogelijk maakt om islamitische, christelijke en joodse scholen aan te pakken. Hij wees erop dat schoolbestuurders niet kunnen worden ontslagen als er sprake is van antidemocratisch onderwijs of wanneer integratie wordt tegengewerkt. Hij wil de wet op dat punt aanscherpen.

Ook historicus Carel Verhoef, auteur van het boek Inperking vrijheid van onderwijs, mengde zich via Trouw in de discussie. Volgens hem moet artikel 23 zodanig worden ingeperkt ‘dat het niet langer mogelijk is om scholen op te richten en te onderhouden op grond van een godsdienstige overtuiging’. Het openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs op godsdienstige grondslag zouden wat hem betreft moeten worden samengevoegd tot ‘de gemengde school voor alle gezindten’.

‘Het gaat ons niet om vrijheid van onderwijs’

AIVD-baas Dick Schoof zegt nu in de Volkskrant dat het niet de bedoeling was om met het uitsturen van het ambtsbericht over het Cornelius Haga Lyceum een discussie los te maken over de houdbaarheid van artikel 23. ‘Door de publiciteit ontstond het beeld dat wij het debat hebben aangejaagd (…). Dat klopt niet. Het gaat ons (…) niet om de vrijheid van onderwijs.’

Het gaat de AIVD er wel om, zo zegt Schoof tegen de krant, ‘dat jonge kinderen niet onder invloed komen van zulk gedachtegoed’. Hij doelt daarmee op het salafisme. Ook zegt hij het belangrijk te vinden dat dit ‘probleem’ nu ruimschoots maatschappelijk en politiek is geagendeerd.

Lees meer…

Katholieke scholen brengen concept School! al in praktijk

‘Het toekomstconcept School!, dat voorziet in onderwijs dat boven de denominaties uitstijgt, is dichterbij dan wij denken.’ Dat constateren directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB en zijn collega Marco Frijlink van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) na een werkbezoek aan het rooms-katholieke d’Oultremontcollege en de eveneens katholieke basisschool de Duinsprong in Drunen.

Leraar godsdienst-levensbeschouwing dr. Bill Banning van het d’Oultremontcollege nodigde Teegelbeckers, Frijlink en historicus Carel Verhoef (auteur van het boek Inperking vrijheid van onderwijs) uit voor het werkbezoek. Aanleiding daarvoor was een opiniestuk van Teegelbeckers en Frijlink dat in maart in Trouw verscheen en een opiniestuk van Verhoef dat in april in dezelfde krant stond.

Concept School!

Teegelbeckers en Frijlink stelden in hun stuk dat de vrijheid om scholen te stichten op religieuze gronden haar langste tijd heeft gehad: ‘Het is tijd voor de ontmanteling van het achterhaalde verzuilde onderwijsbestel op basis van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs.’

VOS/ABB en VOO pleiten al jaren voor onderwijs dat boven artikel 23 en de denominaties uitstijgt, in ‘scholen’ die voor alle leerlingen toegankelijk zijn. ‘Dit concept noemen wij School!. Alle scholen zullen in de toekomst op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht moeten hebben voor diversiteit en levensbeschouwing. Deze verandering zal een cruciale en noodzakelijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van onze pluriforme samenleving’, aldus Teegelbeckers en Frijlink.

Segregatie tegengaan

De stelling dat artikel 23 zijn langste tijd heeft gehad, schoot in het verkeerde keelgat van Banning. Hij had tevens grote moeite met het opiniestuk van historicus Verhoef. Die pleitte voor een inperking van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Dat deed hij eerder ook in zijn boek Inperking vrijheid van onderwijs.

De voormalige conrector van het protestants-christelijke Marnix College in Ede stelde dat de huidige vrijheid van onderwijs leidt tot ‘versplintering van onze samenleving’ en ‘enorme segregatie’. In dat kader sprak hij van ‘honderden jongeren (…) die zich tegen onze westerse samenleving verzetten en die zich geen Nederlanders voelen’.

Eigentijds confessioneel

Banning wilde aan Teegelbeckers, Frijlink en Verhoef laten zien ‘hoe confessioneel onderwijs eigentijds kan zijn’. Onderdeel van het werkbezoek was een les die Banning verzorgde aan groep 7 van de Duinsprong. Daarin stond een paaskaars centraal. Daaromheen liet Banning vol enthousiasme en op inspirerende wijze verschillende aspecten aan bod komen van religieuze diversiteit, wederzijds respect en zorg voor elkaar.

Ook was er een gesprek met Banning en de directeuren Heidi Smits van de Duinsprong en Ard van Aken van het d’Oultremontcollege. Daarin kwam onder andere de katholieke identiteit van de scholen aan de orde in relatie tot de geringe mate waarin de meeste ouders, leerlingen en personeelsleden daar tegenwoordig nog mee bezig zijn. In sollicitatiegesprekken komt de katholieke identiteit niet meer aan bod. Van de ouders in Drunen gaat naar schatting nog maar 5 tot hooguit 10 procent naar de kerk.

Banning vertelde dat er desondanks grote waardering is voor het samen bijbelverhalen vertellen en bespreken, ‘met oog op waardenvorming’. Hij zei ook dat de scholen in Drunen staan ‘in een eeuwenlange katholieke open traditie die we nu eigentijds vormgeven’. Hij benadrukte dat dit moet worden gekoesterd ‘met fundamentele openheid voor anderen’.

Weinig verschillen

De conclusie van Teegelbeckers en Frijlink was dat het d’Oultremontcollege en basisschool de Duinsprong hebben laten zien dat er nog maar weinig verschillen zijn tussen deze katholieke scholen en het openbaar onderwijs. Ook daar is immers aandacht voor religieuze diversiteit, wederzijds respect en zorg voor elkaar.

‘In feite wordt in Drunen het concept School! in de praktijk gebracht. Ze stijgen daar al uit boven de denominatieve verschillen en daarmee boven artikel 23. Het is een positieve ontwikkeling als kinderen leren om met elkaar samen te leven. Dat is in het belang van een in alle opzichten gezonde samenleving’, aldus Teegelbeckers.

Bill Banning doet op de website van de Nederlandse Katholieke Schoolraad (NKSR) verslag van het werkbezoek.

Slob negeert garantiefunctie openbaar onderwijs…

De eerste school in een nieuwbouwwijk hoeft helemaal geen openbare school te zijn. Dat vindt onderwijsminister Arie Slob, die hiermee een ongrondwettelijke interpretatie geeft aan artikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

De strekking van artikel 23 lid 4 van de Grondwet is dat openbaar onderwijs móet en dat bijzonder onderwijs daarnaast mág bestaan. In het grondwetsartikel uit 1917 ligt het primaat dus duidelijk bij het openbaar onderwijs, dat zo een maatschappelijke garantiefunctie vervult in tegenstelling tot het bijzonder onderwijs.

In reactie op vragen uit de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen stelt Slob echter dat de eerste school in een nieuwbouwwijk helemaal geen openbare school hoeft te zijn. Daarmee negeert hij, zonder enige juridische onderbouwing, het grondwettelijke beginsel dat er in eerste instantie overal openbaar onderwijs voorhanden moet zijn en dat er daarnaast ook bijzonder onderwijs mag bestaan.

Ontmanteling zorgplicht openbaar onderwijs

De reactie van Slob illustreert de geleidelijke ontmanteling van de zorgplicht van de overheid voor het openbaar onderwijs, zoals docent Stefan Philipsen van de Universiteit Utrecht die ook signaleert. In het juninummer van het vakblad School en Wet schrijft hij dat de overheid artikel 23 lid 4 van de Grondwet en daarmee haar verantwoordelijkheid voor het duale bestel en dus voor het openbaar onderwijs uit het oog verliest.

In dit kader is het ook van belang om te verwijzen naar de Tilburgse professor Paul Zoontjens, die tot voor kort de leerstoel Onderwijsrecht op katholieke grondslag bekleedde. Ook hij benadrukt dat artikel 23 het primaat toekent aan het openbaar onderwijs.

‘Bijzonder onderwijs mag er weliswaar zijn, maar openbaar onderwijs móet er zijn: in beginsel in elke gemeente en in een genoegzaam aantal scholen. Het betekent dat er bij de overheid een speciale verantwoordelijkheid bestaat voor de komst van nieuwe en het voortbestaan van bestaande openbare scholen’, aldus Zoontjens in zijn recent verschenen boek Onderwijsrecht – Eenheid in verscheidenheid.

Bekostiging ‘combinatiescholen’ terecht geweigerd

Het is terecht dat OCW een aanvraag voor bekostiging heeft geweigerd van vijf nieuwe scholen van Stichting De Ozonlaag. De Raad van State oordeelt dat deze stichting niet heeft aangetoond voldoende leerlingen te kunnen trekken.

De stichting had om bekostiging gevraagd voor nieuwe middelbare scholen in Amsterdam, Den Haag, Deventer, Rotterdam en Utrecht. De nieuwe scholen zouden worden gebaseerd op een combinatie van vijf verschillende levensbeschouwelijke en religieuze richtingen.

De Raad van State meldt dat de stichting de belangstellingspercentages voor de verschillende richtingen niet bij elkaar ad mogen optellen. Bij een combinatie van verschillende levensbeschouwelijke of religieuze richtingen kan ‘niet klakkeloos worden volstaan met een optelsom’, aldus de RvS.

De conclusie van de RvS is dan ook dat de stichting niet heeft aangetoond voldoende leerlingen voor de nieuwe scholen te kunnen krijgen. OCW heeft daarom terecht geweigerd de scholen van de stichting voor bekostiging in aanmerking te laten komen.

Soner Atasoy is de bestuurder van Stichting De Ozonlaag. Hij is ook de bestuurder van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Lees meer…

Slob niet bang voor meer segregatie in hokjesscholen

Het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen is niet bedoeld om segregatie in het onderwijs tegen te gaan. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in reactie op vragen uit de Tweede Kamer. D66, PvdA en GroenLinks vrezen net als VOS/ABB dat er met de nieuwe wet steeds meer ‘hokjesscholen’ komen.

Het wetsvoorstel is in 2016, dus in de vorige kabinetsperiode, opgesteld en ingediend door toenmalig VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW. Het beoogt het mogelijk te maken een school te stichten op basis van belangstelling van ouders en leerlingen. Het zal daarbij niet meer nodig zijn om een bepaalde richting te kiezen. Ook een onderwijsconcept kan straks aan de basis liggen.

Dekker zette het destijds neer als een moderne interpretatie van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Slob probeert het nu aan de man te brengen door het in de politieke etalage te zetten als ‘meer vrijheid van onderwijs’.

Hokjesscholen

VOS/ABB maakt zich zorgen over het wetsvoorstel, omdat het risico levensgroot is dat het tot nog meer segregatie zal leiden dan nu al het geval is.

‘De kern (…) is dat straks in principe iedereen een eigen school kan inrichten met eigen toelatingseisen. Dus niet meer naast de openbare scholen, die nadrukkelijk van en voor iedereen zijn, alleen scholen met bijvoorbeeld een protestants-christelijke, rooms-katholieke of islamitische grondslag, maar ook scholen van splintergroeperingen. Zeg maar: ‘hokjesscholen”, aldus directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB in een commentaar dat in december 2018 op deze website verscheen.

Selectief toelatingsbeleid

Die vrees voor het ontstaan van steeds meer ‘hokjesscholen’ bestaat ook in de Tweede Kamer, met name bij de fracties van regeringspartij D66 en oppositiepartijen PvdA en GroenLinks. In reactie op vragen hierover impliceert Slob dat die vrees niet relevant is, omdat het wetsvoorstel volgens hem helemaal losstaat van het fenomeen segregatie.

De minister verkeert in de veronderstelling dat met de nieuwe wet niet meer scholen een selectief toelatingsbeleid gaan voeren. Nu doet volgens Slob ‘slechts’ één op de twintig bijzondere scholen dat. ‘Er is geen aanleiding om aan te nemen dat dit aandeel door het onderhavige wetsvoorstel zal toenemen’, zo staat in zijn reactie.

Lees meer…

Gerard Spong fel gekant tegen artikel 23

Advocaat Gerard Spong wil dat er ‘geen rooie cent’ meer naar het bijzonder onderwijs gaat. Artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs is volgens hem een bedreiging voor de rechtsstaat. Advocaat Wouter Pors van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam wil artikel 23 juist behouden. Dat zeiden zij zondag op een bijeenkomst in De Balie in Amsterdam 

De bijeenkomst was een ‘symbolische rechtbank’ over de vraag of de vrijheid van onderwijs, die bepaalt dat openbaar en bijzonder onderwijs op gelijke voet door de overheid worden bekostigd, nog wel zo’n goed idee is. Spong legde uit waarom volgens hem het grondwetsartikel uit 1917 moet worden afgeschaft. Zijn collega Wouter Pors verdedigde artikel 23 juist. Voorafgaand aan de symbolische rechtbank gaf voorzitter Edith Hooge van de Onderwijsraad een minicollege over artikel 23.

Directe aanleiding voor het organiseren van de bijeenkomst was de actuele discussie over het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Deze school raakte in opspraak vanwege onderwijs dat niet goed zou zijn voor de democratie en gericht zou zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

‘Artikel 23 bedreiging van rechtsstaat’

In zijn felle en soms emotionele betoog noemde Spong de vrijheid van onderwijs een ‘paard van Troje’ dat de rechtsstaat bedreigt. Het bijzonder onderwijs staat volgens hem op gespannen voet met de democratie en fundamentele vrijheden. Hij betrok in zijn betoog de acceptatie van homoseksuelen, die door artikel 23 zou worden belemmerd. Daarbij legde hij een verband met islamitische invloeden.

Wat Spong betreft mogen er alleen nog maar openbare scholen zijn en mag er ‘geen rooie cent’ meer naar het bijzonder onderwijs. Hij wil een absolute scheiding van kerk en staat. Dat is volgens hem niet in strijd met de vrijheid van godsdienst.

Hedendaagse context

Pors daarentegen pleitte voor behoud van artikel 23, maar dan wel in een hedendaagse context. Volgens hem wordt er in de discussie over de vrijheid van onderwijs te veel de nadruk gelegd op godsdienst. Artikel 23 is in zijn ogen vooral ook gericht op verschillende innovatieve en pedagogische richtingen. Het zorgt er ook voor, zo benadrukte hij, dat de overheid zich niet gaat bemoeien met de inhoud van de lessen.

Nederland kent volgens Pors een traditie van tolerantie en daar hoort artikel 23 bij: ‘Je bereikt geen integratie door de identiteit af te pakken van minderheden’.

Pors is advocaat van het Cornelius Haga Lyceum. Hij zei op de bijeenkomst in De Balie dat uit een conceptrapport van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat er op het islamitische lyceum geen sprake zou zijn ‘van een klimaat gericht op afzijdigheid van de Nederlandse samenleving of het tegengaan van integratie’.

Sociaal-economische segregatie

De ‘symbolische rechtbank’, bestaande uit presentator Bram Sadeghi en amicus curiae rechter Frans Bauduin, vroeg zich af of artikel 23 wel het probleem is. De segregatie in het onderwijs zou veel meer het gevolg zijn van de maatschappelijke scheiding tussen arm en rijk. De verschillende sociaal-economische achtergronden van de ouders zijn volgens de rechtbank bepalender voor segregatie in het onderwijs dan artikel 23.

Het publiek in De Balie liet duidelijk blijken dat elke uitlating die zich richt op het verketteren van de ander op basis van seksualiteit, geslacht, religie of wat dan ook niet kan. Daar was de voltallige zaal het over eens.

De bijeenkomst werd namens VOS/ABB bijgewoond door beleidsmedewerker Eline Bakker.

Slob: ‘Vrijheid van onderwijs geen vrijbrief’

‘De vrijheid van onderwijs kan niet worden gebruikt als vrijbrief om leerlingen een
eenzijdig beeld van onze samenleving bij te brengen.’ Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in een Kamerbrief in reactie op vragen van Thierry Baudet van Forum van Democratie over vermeende linkse indoctrinatie door het Haagse Montessori Lyceum.

Baudet trok bij de minister aan de bel over het bericht dat rector Henriëtte Boevé van het Haagse Montessori Lyceum leerlingen had uitgenodigd voor een bijeenkomst van GroenLinks. Die bijeenkomst op 21 januari jongstleden in het Paard van Troje in Den Haag stond in het teken van maatregelen tegen klimaatverandering.

Vanuit rechtse hoek werd de uitnodiging van de rector al snel gezien als een bewijs van linkse indoctrinatie in het onderwijs. Baudet ging hierin mee en noemde het in de Tweede Kamer ontoelaatbaar.

Eigen afwegingen maken

Slob reageert hier nu op door te stellen dat het grondwettelijk is verankerd dat scholen het onderwijs zelf mogen inrichten. ‘Het past bij de autonomie van scholen en de professionele ruimte van leraren om daarin eigen afwegingen te maken’, aldus de minister.

Hij voegt daaraan toe dat ouders en leerlingen het schoolbestuur via de medezeggenschapsraad kunnen aanspreken op gemaakte keuzes. Ook kunnen ze een klacht indienen.

Pluriforme democratische samenleving

Hij benadrukt in zijn brief ook dat de vrijheid van onderwijs (volgens artikel 23 in de Grondwet) niet kan worden gebruikt als vrijbrief om leerlingen een eenzijdig beeld bij te brengen. ‘Het onderwijs moet leerlingen voorbereiden op het leven in een pluriforme, democratische samenleving. Daarbij past genuanceerde informatie’, aldus de minister.

Lees meer…

Goed gesprek met Slob over actuele ontwikkelingen

Senior beleidsmedewerker Marleen Lammers van VOS/ABB en collega’s van de andere profielorganisaties hebben woensdag een goed gesprek gehad met minister Arie Slob over actuele ontwikkelingen in het onderwijs. Het ging onder andere over artikel 23 van de Grondwet.

Artikel 23 over de vrijheid van onderwijs staan midden in de schijnwerpers. Directe aanleiding daarvoor is de ophef rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Deze school zou artikel 23 gebruiken om onderwijs mogelijk te maken dat tegen democratisch burgerschap zou ingaan.

In de politiek gaan steeds meer stemmen op om dit artikel uit 1917 te moderniseren. Nog voor het zomerreces zal er in de Tweede Kamer een debat over worden gevoerd.

Burgerschap

In het gesprek met Slob kwamen ook andere actuele ontwikkelingen aan bod. Zo ging het over wetsvoorstel van de minister voor burgerschapsonderwijs. De Ministerraad stemde eind vorig in met dit voorstel. Het ligt nu ter advisering bij de Raad van State. Naar verwachting komt die er binnenkort mee naar buiten.

Kansengelijkheid kwam ook aan bod, net als de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs, het lerarentekort, het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen, het belang van transparante publieke verantwoording en de aandacht in het onderwijs voor mensen- en kinderrechten. Wat dat laatste betreft: Lammers bracht de mede door VOS/ABB ontwikkelde toolbox Mensenrechten op School onder de aandacht.

Vaker gesprekken

Slob gaf te kennen er veel waarde aan te hechten om met VOS/ABB en de andere profielorganisaties op regelmatige basis de actuele ontwikkelingen in het onderwijs door te nemen.

 

 

 

 

Kamerdebat over artikel 23 vrijheid van onderwijs

De Tweede Kamer houdt nog voor het zomerreces een debat over artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. PvdA-fractieleider Lodewijk Asscher kreeg hier brede steun voor.

Directe aanleiding voor het debat is de ophef rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Deze school zou artikel 23 gebruiken om onderwijs te verzorgen dat tegen democratisch burgerschap zou ingaan.

Het debat in de Tweede Kamer zal gaan over de vraag of artikel 23 moet worden gemoderniseerd. In de politiek gaan steeds meer stemmen op om dat te doen. De christelijke partijen blijven daar echter tegen. Zij willen koste wat kost het grondwetsartikel behouden zoals dat al sinds 1917 bestaat.

VOS/ABB pleit al jaren voor een modernisering van artikel 23. De vereniging vindt onder andere dat het niet meer van deze tijd is dat scholen leerlingen en personeelsleden op godsdienstige gronden kunnen weigeren of wegsturen.

Is vrijheid van onderwijs nog wel zo’n goed idee?

Debatcentrum De Balie in Amsterdam houdt een bijeenkomst over de vraag of de vrijheid van onderwijs volgens artikel 23 van de Grondwet nog wel zo’n goed idee is.

De Balie organiseert een ‘symbolische rechtbank’ waarin topadvocaat Gerard Spong uitlegt waarom volgens hem artikel 23 moet worden afgeschaft of op zijn minst grondig moet worden aangepast. Zijn collega Wouter Pors verdedigt artikel 23 juist. Hij beriep zich tijdens verschillende rechtszaken op de vrijheid van onderwijs. Voorafgaand aan de symbolische rechtbank geeft voorzitter Edith Hooge van de Onderwijsraad een minicollege over artikel 23.

Waar, wanneer en tickets

De bijeenkomst in De Balie in Amsterdam is op zondag 26 mei van 15.30 tot 17.30 uur. Tickets kosten 13 euro.

Lees meer…

‘Rijksbekostiging beteugelt religieuze indoctrinatie’

Als de overheid stopt met de bekostiging van religieus onderwijs, wordt het daar met de indoctrinatie alleen maar erger. Dat stelt Stefan Paas, hoogleraar missiologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Theologische Universiteit Kampen en tevens theoloog des vaderlands.

Trouw meldt dat hij zich stoort aan wat de christelijke krant ‘hardnekkige misverstanden’ noemt in het debat rondom godsdienstvrijheid en artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

‘Voor de duidelijkheid: onderwijsvrijheid is geen privilege van religieuze ouders, maar een recht van iedereen. Het staat in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: ouders hebben recht onderwijs te zoeken dat aansluit bij de eigen religieuze of filosofische overtuiging. En het staat ook in de mensenrechtenparagraaf van het Europees Handvest. Je kunt niet dus zomaar artikel 23 van de grondwet afschaffen, want dat is strijdig met de mensenrechten’, aldus Paas in Trouw.

Wat de overheid volgens hem wel zou kunnen doen, is stoppen met het bekostigen van het bijzonder onderwijs. ‘Maar als er nu al zorgen zijn over de indoctrinerende invloed van religieus onderwijs, geef ik je op een briefje dat het zonder die bekostiging alleen maar erger wordt. Dan komen er dure privéscholen met schimmige financieringen vanuit Qatar of Saudi-Arabië.’ Paas doelt met dat laatste op het islamitisch onderwijs.

Lees meer…